Vergeten Eilanden
Ondanks dat iedereen het ons heeft afgeraden, hebben wij toch besloten dit jaar de Kaapverdische Eilanden te bezoeken. Het zou er droog en kaal zijn, er is niets te doen etc. etc. Om zeker van onze zaak te zijn, zet ik nog een oproep op internet. Wij krijgen daarop zulke positieve antwoorden – naast één negatief – dat we het toen zeker wisten; wij gaan naar de Kaapverdische Eilanden. We beginnen op Sal, waar we een paar dagen blijven om te duiken. Daarna vertrekken we naar Fogo om de vulkaan te beklimmen en als laatste gaan we naar Santa Antâo; het beste eiland om te wandelen
Wij zijn hier inmiddels onze tweede dag op Sal en eens kijken of ik ondanks de zweethandjes iets fatsoenlijks op papier krijg, want het is hier warm; erg warm! Tot nu toe hadden de ‘afraders’ gelijk; het is hier droog en kaal, maar we beginnen al aardig te wennen aan het desolate karakter van deze zandhoop in de Atlantische Oceaan.
![]()
Zaterdag
De reisgids schrijft dat er niets deprimerender is dan na uuren turen over de zee (Waar blijven die eilanden nou?) te landen op Sal. Als je dan over de gortdroge - door de wind geteisterde - landingsbaan richting terminal loopt, vraag je je af; Waarom ben ik hier naartoe gegaan?? Niemand heeft je dat toch gevraagd!
Nu hadden wij het geluk ’s nachts te landen en nog niets te kunnen zien van de zandhoop Sal. Hoewel dat geluk voorafging door een hoop pech. Wij vertrokken al te laat van Schiphol een maakten een “vreemde” landing in München. Iedereen werd de plane uitgedirigeerd voor een schoonmaakbeurt (the plan uiteraard!), maar al gauw werd ons tevens medegedeeld dat tijdens de vlucht van Amsterdam een hydraulicaleiding gesprongen was, die uiteraard gerepareerd moet worden. Hadden we dat willen weten?
Met een voucher van € 10 pp wordt getracht ons leed te verzachten. Wij zijn toen de transithal uitgeglipt om ergens rustig wat te eten. Weer terug in de transithal zien wij onze medepassagiers ergens braaf in de rij staan. Vertrekken we al? Nee, het te vervangen onderdeel moet van Frankfurt komen. En dat gaat nog eens eventjes 7 uur duren. Onze handbagage staat weliswaar nog in de plane, maar gelukkig hebben we geld en paspoorten bij en als ik iemand hoor vragen naar de weg richting stad, besluiten wij ook die kant op te gaan. 45 Minuten met de S-bahn en we staan in hartje München; omgeven door dirndljurken en lederhosen. Oktoberfest-tijd; gezellige drukte alom. Je zou bijna denken dat het carnaval is met al die mutsen, flossen en andere eigenaardigheden. Lopen ze hier altijd zo rond?
Na een lekkere wandeling en een bakske thee keren wij terug richting airport om van onze 2de voucher nog wat te eten. Chris is echter een beetje misselijk (fijn hoor die Schiphol-taxi; we zijn al vanaf 3 uur op!!), dus houden we het bij een droge brezel. We hoeven gelukkig niet meer al te lang te wachten en kunnen al gaan inchecken. Rond 9 uur stijgen we eindelijk op. Nog 6 uur vliegen en dan zijn we eindelijk op de Kaapverden. Dat wordt straks minimaal 24 uur in touw.
Gelukkig is het op Sal 3 uur vroeger, maar voordat iedereen in de goede bus zit; alle tickets verzameld zijn en iedereen ingecheckt is, is het toch al 3 uur plaatselijke tijd. Dat wordt een kort nachtje, want we kunnen morgenvroeg maar tot 10 uur ontbijten!! By the way: in ons hotel – Belorizonte kun je ook een all-inclusive reis boeken en de mensen naast ons krijgen dan ook als eerste een armbandje om. Dat krijg je nooit meer af!!
Trusten!!!!
![]()
Zondag
We zijn toch nog bijtijds wakker, maar blijven luieren tot 9 uur alvorens eens te gaan ontdekken waar we hier eigenlijk zitten. Na het ontbijt weliswaar; wat eventjes lopen is. Want dit hotel is erruug groot, maar wel redelijk opgezet. Kamers rond het zwembad en huisjes verspreid in de tuin. Tuin is een wat groot woord, maar er staan wat bomen en er bloeien bloemen; aantrekkelijk voor honderden rondfladderende vlinders.
In de ontbijtzaal zien we weer wat medevliegers terug; aanzienlijk frisser dan vannacht. Na het ontbijt voor een schandalig hoge koers wat geld omgezet en daarna gaan we Santa Maria eens verkennen.
Denk zand, wind en wat bijeengeraapte huizen; de helft nog in aanbouw (of ooit in aanbouw). Er zijn twee hoofdstraten en die zijn dan ook als enigste bestraat, beboomd en sommige huizen hebben leuke pasteltinten. We voelen ons helemaal op vakantie, wanneer we gelijk aangesproken worden of we wat willen kopen. Nâo! Deze mensen lijken ons té donker voor Kaapverdianen en blijken dan ook Senegalezen. We zeggen duidelijk dat we niets willen kopen, maar toch krijg ik een kettinkje. Eentje speelt er zelfs op de emotie; “Wil je arm Afrika niet helpen?”. Als we arm Afrika al willen helpen, dan toch het arme Kaapverdië!
Na onze ‘ontdekkingstocht’ drinken we een heerlijk bakkie koffie en draperen ons op het strand. Een erg wárm strand, met gelukkig een grote parasol. En hoewel het water niet koud is, is het gelukkig fris genoeg om heerlijk af te koelen. Ook eten we nog wat op het strand. Tuna – tonijn – daar schijn je hier op de eilanden mee doodgegooid te worden. De groenten zijn allemaal uit blik, maar dat vinden wij niet vreemd. Hoe kan hier in godsnaam één grassprietje groeien. Kassen zouden misschien een oplossing zijn. Op zonne-energie!
Om een uur of zes willen we wel eens zoutvrij worden en nemen een duik in het zwembad van het hotel. Niks zoutvrij, maar een douche biedt gelukkig uitkomst. Opgefrist doch lui duiken we op bed en besluiten rond acht uur te gaan eten. Tegen achten kijken we elkaar eens aan; “Heb jij honger?” Nee dus, en we pitten gewoon verder.
![]()
Maandag
En we slapen het klokje rond.
Wij zitten hier op Sal om te duiken dus gisteren hebben we al navraag gedaan bij de duikschool hier bij het hotel. Zij hadden misschien maar plaats voor een persoon. Op het vliegveld kregen wij een flyer in de handen gedrukt van een Duitse duikschool; Stringray bij het hotel Ogo d’Agua. Dus beproeven wij daar ons geluk en kunnen wij beiden vanmiddag duiken. Na wat formaliteiten spreken wij af rond 2 uur terug te zijn voor het bijeenzoeken van de uitrusting. Daarna lopen we het dorpje in om wat geld te wisselen. Eens kijken of we hier wat meer voor onze dollars krijgen. En dat krijgen we, maar wel na een uur in de rij te hebben gestaan. Chris loopt in de tussentijd op zijn gemakje heen en weer naar Belorizonte en Manta Diving. Ach ja, geduld is een schone zaak en ze hebben hier airco. Alhoewel het grote temperatuursverschil zorgt voor een overvloedige stroom zweet. We kopen wat ansichtkaarten en drinken in dezelfde zaak van gisteren hetzelfde lekkere bakkie koffie. Heerlijke koffie!! Ook moeten we nog boodschappen doen want Chris zijn scheerschuim blijkt leeg. Het is wel even zoeken in de diverse mercateria’s, maar we kunnen uiteindelijk toch nog even lekker relaxen, alvorens ons in het duikavontuur te storten.
We zijn natuurlijk te vroeg en Annette ziet er dan ook nog behoorlijk slaperig uit van haar siësta. Dus gaan we nog even op ons gemakje zitten, want om ons nu al in die enorme pakken te hijsen!! Uiteindelijk moet het er dan toch van komen en vier pakken, kapotte vingers en blaren later, heb ik me in een pak gewurmd dat enigszins past. Wel ben ik van al dat gesjor hondsmoe geworden, dus laat ik mooi verstek gaan en ga wat snorkelen of zo. Chris heeft aanzienlijk minder problemen met het pak, maar heeft dan ook geen cup D en gaat met vier mededuikers op pad. Eerst een heerlijk stukje over het strand ingepakt in 5 mm zwart pak en dan met een diverse malen opgelapte rubberboot de zee op. O, daar is die extra fles voor; de boot oppompen. Terwijl de boot verdwijnt, loop ik terug richting Stringray en ga voor het hotel snorkelen. Helaas veroorzaken de golven een hoop opwervelend zand, zodat het zicht slecht is en ik ook van hot naar haar geslingerd wordt. Dan maar lekker luieren en wachten op Chris. Want ook voor hem is het toch ook al weer een jaartje geleden dat hij voor het laatst gedoken heeft. No problemo! Het was niet mooier of minder mooi dan op de Malediven of Israël, maar wel een hoop vis. Alleen terug in de peddelboot was ietwat difficile en de boot moest ook nog eens meters het strand opgesleurd worden. Nee, dan zat ik op Hogwarts toch beter.
Chris heeft zin in nog iets lekkers, maar in het strandtentje van gisteren is de keuken op dit moment gesloten. Dus drinken we wat en snoepen wat van de enorme hoeveelheid chocolade die we op München gekocht hebben.
Rond 7 uur is het hier al donker en lopen wij dan ook in het romantische lantaarnlicht naar het stadje dat tot leven gekomen is. Iedereen verbergt zich overdag natuurlijk voor de hitte en komt nu tevoorschijn. Kinderen zijn op driewielertjes aan het rondrijden; vrouwen staat gezellig te kletsen en in het stadion is men enthousiast een balletje aan het trappen. Voor ons eten komen wij ‘naturalemente’ helemaal aan de andere kant van Santa Maria terecht. Op een terrasje ontdekken wij Annette en als zij zegt dat het eten hier goed is, nemen wij naast haar plaats en zitten gezellig te kletsen totdat zij weggebeld wordt. Ik bestel inktvis die er niet is; dan maar een visspies. Op een andere tafel zie ik kreeft verschijnen; dat is iets voor een later tijdstip. Alles is plate service en ze gooien frites en rijst op een bord!
Zelfs op dit uur zijn ook de Senegalezen nog actief, maar die hebben aan ons ook nog steeds slechte klanten! We lopen terug langs het strand lopen en proberen het jacht de Sodade te ontdekken. Geert kon daar van de zomer op gaan werken, maar hij mag blij zijn daarop niet gesolliciteerd te hebben. Vanmiddag kwamen de duikers met de rubberboot vlak langs de Sodade en volgens Chris zag het schip er erg onderkomen uit. Wel typisch dat alle ‘grotere’ schepen voor de kust onder Nederlandse vlag varen.
![]()
Dinsdag
Vandaag gaan we de hele dag op pad met Stingray voor een duiksafari, dus dat is wat vroeger uit de veren zodat we om half negen bij de duikschool zijn. Zo’n mannetje of 14 worden samen met duikuitrusting in twee open autootjes gepropt. We hebben ook een aanhangwagen bij, maar daar pasten de luchtflessen niet meer in; die liggen dus nu daar waar eigenlijk onze voeten horen; dus zitten wij nu met de knieën tussen de oren. Heerlijk comfortabel; vooral met die zon aan de hemel en de wind rond de oren. Kunnen we eindelijk de rest van Sal ook eens bij daglicht bekijken. Van Santa Maria tot het vliegveld in Espargos; troosteloos met slechts aan de kust 1 of 2 hotels. Het heeft hier vorige week schijnbaar flink geregend (tot verdriet van de toeristen, doch tot grote vreugde van de Kaapverdianen, die op straat aan het dansen waren), dus hier en daar hangt er een vage groene waas over het overigens dorre geheel. Eenzaam staat de Baia Village Club ergens halverwege; hier hadden wij eerst het oog op laten vallen. Nu staat dit hotel hier nog erg eenzaam, maar wij voorspellen dat over 10 jaar de gehele kust volgebouwd is en hier een tweede Gran Canaria verrijst.
In Espargos houden we koffiepauze en krijgen gezelschap van een heel vriendelijke kat.
Ten noorden van Espargos voorbij de slums eindigt de civilisatie. Hier en daar een geit of ezel of een poging tot het doen groeien van wat groentes. Sal bestaat uit vier elementen; zout, zand, wind en water. Eeuwenlang woonde er bijna niemand op dit eiland, behalve degenen die op de zoutpannen werkten. Pas toen Mussolini van Portugal de rechten kocht om op Sal een vliegveld te bouwen, ontstond het stadje Espargos. Op Sal werd bijgetankt voor vluchten van Europa naar Zuid Amerika. Tijdens het apartheidsregime maakte ook Zuid Afrika van dit eiland gebruik om bij te tanken, omdat zij nergens op het Afrikaanse continent mochten landen. De bemanningen van vliegvelden hadden een overnachtingsplek nodig en het eerste hotel werd gebouwd. Vandaar was het nog maar een kleine stap naar toerisme. En met het toerisme zijn er ook meer Kaapverdianen naar dit eiland gekomen, die allemaal op iets schijnen te wachten…………Terugkeer naar huis??? Wij kunnen het ons goed voorstellen, want wie zou hier nu willen wonen???
Terug naar onze duiksafari!! Ons eerste doel is Burracoma; ‘the blue hole’. Deze naam doelt op een grot; tussen de 10 en 13 uur schijnt de zon door een gat in de rotsen hoog boven het waren en zorgt voor een blauwe vlek in het water. Deze grot is het doel van deze duik.
Terwijl wij ons aan het aanjurken zijn, komen er al wat duikers uit het water. Zij vertellen dat in en uit het water komen ‘pretty rough’ is. Inderdaad zien we in de kom beneden ons de golven op de rotsen slaan. Ik krijg een special treatment en hoef mijn vest, incluis fles, pas beneden aan te trekken. De rest moet met al dat gewicht de rotsen afhubberen. Fernando toont mij waar en hoe ik moet springen en hup; vest vol en springen maar. Eigenlijk zonder veel aarzeling (ik verbaas mijzelf!!) jump ik in het water, maar dan wil ik er ook zo gauw mogelijk weer uit. Door de golven wordt je alle kanten opgesmeten en ik ga aardig hyperventileren. Op advies van Fernando neem ik de automaat in de mond en breng mijn hoofd onder water. Dit helpt inderdaad, maar voor de rest wil ik er eigenlijk gewoon uit. Met vereende krachten wordt ik het water uitgehesen. Een blik achterom leert mij dat de rest; dus ook Chris – al bijna onder water verdwenen is. Ik wurm mij uit het pak en neem dan maar een voorzichtige duik in het natuurlijke zwembad dat zich hier gevormd heeft. Onze jongste begeleider is hier fanatiek met mijn fles in de weer.
Na een tijdje versier ik onze camera en ga boven het gat in de rotsen op de duikers staan wachten. Maar ik ben veel te laat, want even later zie ik het Duitse stelletje, Eva en Mark, al uit het water komen. En Chris was nog wel speciaal opgedoken in de grot, omdat hij wel verwachtte dat ik boven met de camera in de aanslag zou staan. Toen was ik vast nog aan het zwemmen.
Voordat wij op deze duikplek arriveerden, waren wij grapjes aan het maken over het feit dat hier vast ook wel wat Senegalezen zouden rondlopen om hun waar te slijten. Maar in eerste instantie was niemand te zien; die verbergen zich allemaal en springen op het laatst tevoorschijn. Inderdaad zitten ook hier een paar Senegalezen, maar zij zijn niet zo opdringerig als hun landgenoten in Santa Maria.
Als iedereen weer is ontdaan van pakken, flippers en wat al niet meer, rijden wij weer terug richting Espargos voor de lunch. Het restaurantje is vast van een neefje van een broer van Fernando en wordt bevolkt door hordes vliegen. Het duurt een tijdje voordat het gezelschap compleet is. De tweede auto heeft waarschijnlijk vier keer rond het blok moeten rijden voor een parkeerplaats, oppert iemand als het wel erruug lang duurt voordat ook zij verschijnen. Ondanks de hordes vliegen was de tonijn met frietjes, rijst en uiencompote heerlijk.
Als je Espargos van een afstandje bekijkt en vooral vanaf de noordkant, waar een krottenwijk staat, is het geheel zo deprimerend en triest. Maar gelukkig worden de straten in het centrum weer omzoomd door bomen en zie je weer die vrolijke kleuren op de huizen.
We hebben tijd genoeg om uit te buiken en als wij wat ongeduldig op onze horloges beginnen te kijken, gaan we verder. Tenslotte was de koffie ook al lang op. De lekkerste koffie ooit gedronken. Volgens Spaanse Carlos; “Waar je hier ook koffie drinkt (behalve in de grote hotels), hij is altijd lekker.”
Wij gaan vanmiddag duiken bij Pedro Luma, maar werpen eerst nog een korte blik op de salinas, de zoutpannen. Het blijft echter bij een blik werpen. Het dorpje Pedro Luma bestaat uit 1 restaurant, 1 witgekalkt kerkje, 1 bar en een paar rijen stenen barakken, die bij nadere beschouwing uit woningen blijkt te bestaan.
Chris voelt zich wat dizzy; geen wonder in deze hitte, maar ik jurk me weer in die heerlijke uitrusting. Ooit van Murphy’s Law gehoord? Bepakt en bezakt stap ik in een van de twee vissersbootjes. Voorzichtig want er hangt zo’n 20 kilo aan mijn lijf. Dan stap ik vanaf een plank in de romp van het wankele bootje en dan gaat het fout; het groene matje verbergt een oneffen vloer met spanten en mijn voet slaat om; au, dat doet pijn!! Maar de pijn zakt gauw, dus blijf ik zitten waar ik zit en varen we de haven uit; de woelige baren op. Op het duikstekkie aangekomen vind ik mijn voet toch niet je van het, dus cancel ik de duik maar weer!! En dat is maar goed ook, want als iedereen onder water verdwenen is, besluit ik mijn voet in het water te hangen. Als ik echter de pijp van mijn broek opstroop, zie ik daar een bult ter grootte van een tennisbal. Dat kan nooit goed zijn!!! De twee vissers kijken met grote ogen toe en uit hun gesprek maak ik op dat ook zij het er niet goed vinden uitzien. Lijdzaam hang ik mijn voet in het water, wachtend op de terugkeer van de duikers. Maar de motoren zijn afgezet en de golven hebben nu vrij spel met de bootjes. Ik probeer een vast punt aan de horizon te kiezen, maar in combinatie met de zorgen over mijn pootje, hang ik binnen no time over de boeiing te bulken. Ik vraag aan de vissers of zij mij terug kunnen brengen en na overleg sjeest het bootje terug naar de haven. Mocht hij niet op tijd terug zijn, is er altijd de andere boot nog om de duikers op te vangen.
Chris ziet vanaf de haven een bootje terugkomen, maar ziet niemand zitten en denkt dat iedereen onder water zit. “Niet schrikken,” zeg ik hem, maar hij schrikt natuurlijk wel. ‘Agua’ hoor ik iemand mompelen en inderdaad lijkt mij dat het beste. Dus ga ik gezellig met 2 voeten in het water zitten splashen. “Senhora, senhora!”, wordt er benauwd geroepen. Ik moet een beetje voorzichtig splashen want ik zit vlak bij het hol van een murene. Dus haal ik mijn goede voet uit het water en blijf doodstil zitten met de andere, de kant afspeurend naar dat monstertje. Het stikt hier van de vissen in allerlei kleuren en maten, maar gelukkig geen murene. Die zitten er overigens veel in deze wateren; Chris heeft er al diverse gezien.
Twee Hollanders op trikes komen aangereden; hebben jullie telefoon én het nummer van Manta Diving. “Wij hebben een lekke band!” Is dat niet een beetje teveel gevraagd; hier in de ‘middle of nowhere’. Annette heeft wel een telefoon, maar of zij het nummer van Manta Diving heeft? Niet dus!!
Iedereen moet mijn voet natuurlijk uitgebreid bekijken en analyseren; “ooh, aah…. Dat doet pijn!!!” Het doet helemaal geen pijn, maar mij wordt van alle kanten verzekerd dat dat dan nog wel komt… Wat een optimisten!
Er wordt tussen alle stress om mijn voet door toch nog gebeld voor de twee Hollanders met lekke band en zij zullen opgehaald worden. Later horen wij van hen dat zij in het pikkedonker en zonder licht op de nog functionerende trike teruggereden zijn naar het Belorizonte, omdat men het nodig vond eerst nog op het gemakske een biertje te drinken en nog wat te eten. Het was een heel avontuur.
Intussen heeft een van de vissers een EHBO-doosje tevoorschijn getoverd en windt Annette mijn voet strak in en word ik op de achterbank van een auto gedrapeerd. Voét omhoog en even later komt zij ook met ijs aangerend. Het plan is dat ik met Eva gedropt wordt bij het Belorizonte en Chris eerst meegaat naar de duikschool. Daarvoor moet ik nog wel even van auto wisselen, want deze met aanhangwagen kan niet zo gemakkelijk keren bij het hotel. Poeh, poeh ik ben moeh!!
Eva neemt mijn been op haar schoot, iedereen is ingeladen en vertrekken kunnen we. Fernando en de chauffeur beginnen gelijk op zijn creools te ratelen. “Oh, oh…”, verzucht Eva “als dat maar niet de hele tijd zo gaat.” Dat zullen zij ook wel verzucht hebben aan het einde van de rit, want uiteindelijk hebben wíj de gehele tijd zitten ratelen.
In het hotel ‘bestellen’ we een dokter en hinkel ik met behulp van Eva naar onze kamer. Kan niemand ons even helpen? Als Chris een tijd later met Mark arriveert, sturen wij de twee weg om lekker te gaan douchen. We zien elkaar nog wel en redden het voorlopig wel met zijn tweeën. De dokter laat erg lang op zich wachten en blijkt uiteindelijk morgen pas te komen…. Terwijl ik uitgestrekt op bed ligt gaat Chris wat te eten halen en om half tien staat de dokter alsnog voor de deur. Wat er precies met mijn voet aan de hand is, blijft echter onduidelijk. Hoogstwaarschijnlijk opgerekte enkelbanden, maar zij zijn in ieder geval niet gescheurd. Toch komt de dokter met de opbeurende mededeling dat hij morgen terugkomt om de voet in het gips te zetten. Hoezo gips??? Kunnen wij nu fluiten naar de rest van de vakantie? Dat zien we morgen dan wel weer…..
![]()
Woensdag
Een dag om kort over te zijn; ik heb de hele dag op de kamer gezeten, wachtend op de dokter en daarna wachtend op het drogen van het gips. Chris is nog twee keer naar het stadje gelopen en deelt mede dat het buiten nu wel érg heet is. Er staat dan ook geen zuchtje wind.
Ik mag wel lopen met mijn gips, maar veel meer dan hobbelen, kan ik niet. Dus eten we in het restaurant van het hotel. Niet te vroeg, maar zeker ook niet te laat, want dan begint het entertainment. Maar vanaf ons balkonnetje horen we dat ze vanavond beginnen met rustige Kaapverdiaanse muziek. Niets om voor op de vlucht te slaan.
By the way; via Pa Pols nog een Nederlandse arts om medisch advies gevraagd; lekker op vakantie blijven en naar je voet luisteren.
![]()
Donderdag
Iedereen voorspelde dat ik veel pijn zou krijgen, maar dat is niet zo zodat Chris met een gerust hart kan gaan duiken. Als Chris vertrokken is, regel ik de transfer voor morgen en een bed voor morgenavond en installeer ik mij onder een parasol. Uit de zon met een heerlijk briesje. Toch even vergeten dat je ook in de schaduw moet smeren, dus zie ik er ’s middags uit als een wasbeertje.
Chris komt helemaal enthousiast terug van de ochtendduik en vertelt aarzelend dat hij volgens de duikcomputer vanmiddag ook nog mag duiken. Ga toch lekker. Ik kom de dag wel door, hoewel ik nu niet toekom met mijn leesvoer…..
Ook de tweede duik is weer heerlijk relaxed. Zij zijn maar met zijn viertjes. Rosie meende dat vandaag ideaal voor mij was, maar helaas zit ik met die stomme voet. Chris vertelde dat zij weer in een grot gedoken zijn. Duizenden vissen hingen als een gordijn voor de ingang van de grot en gingen opzij toen de duikers eraan kwamen. Maar toen zij in de grot waren, sloot zich achter hen het gordijn weer. Een schitterend gezicht!
Later op de dag komen ook Eva en Mark nog een tijdje gezellig bij ons zitten kletsen. Zij blijven alleen op Sal, maar hopen nog een dagexcursie naar Fogo te kunnen maken; onze bestemming van morgen.
Eergisteren mompelde Annette tussen neus en lippen door dat het misschien wel leuk was donderdag bij Zum Fischerman te gaan eten. Eigenlijk tegen onze principes om op de Kaapverden in een restaurant met een Duitse naam te gaan eten, maar de menukaart leek mij van de week al veelbelovend, dus bestellen wij een taxi voor 500 meter en gaan erop af. Dit restaurant heette ooit Turi Fogo, maar is twee jaar geleden door Duitsers overgenomen en omgedoopt tot Zum Fischerman. Wij worden dan ook begroet door een bruinverbrand Duits echtpaar en als zij mijn voet zien, weten ze gelijk wie we zijn en wordt Annette gebeld. Dat had nu ook weer niet gehoeven. Zij komt echter toch en verontschuldigd zich voor het feit dat zij de afspraak vergeten was. Zij eet dan ook niet mee, want zij gaat met Thomas eten. Normaalgesproken eet zij hier iedere donderdag met de duikers, maar op de een of andere manier was er deze week geen belangstelling. Geen man overboord; het zal ons toch wel smaken. Na wat kletsen bestellen wij uiteindelijk een vis die volgens zeggen alleen ’s nachts gevangen wordt en waarvan de eigenaar/visser het stekje pas na jaren gevonden heeft. Welke vis het was, zijn wij alweer vergeten, maar hij was wel lekker!!!
Vrijdag
Vandaag vliegen we via Praia naar Fogo.
Om half elf vertrekken wij pas naar het vliegveld, maar Chris vindt het toch nodig om half acht op te staan met als gevolg dat wij nu lui op bed liggen te wachten en Chris nogmaals aan het proberen is leven uit de teevee te krijgen. Bij het naast ons gelegen Morabeza hotel staan enorme schotelantennes, maar tussen daar en hier is er iets mis met de verbinding. Of zijn die schotels alleen voor eigen gebruik??
In de hal zitten allerlei Hollanders met allerlei klachten. Natuurlijk; wij hebben altijd wat te klagen. Typisch Hollands toch!!
Er ontstaat nog een klein misverstand over de transfer. Ik heb gisteren de receptie gebeld om dat te regelen. En nu is dat manneke van de reisorganisatie Morabitur er en die regelt weer wat anders. Oei! Nu zitten we met twee taxichauffeurs waarvan een boos, omdat hij voor niets heeft staan wachten. Die boze nemen we dan maar, want hij wacht tenslotte al het langst en die andere is van het agency en zal toch wel betaald worden.
Als wij over het eiland richting vliegveld rijden, schudden wij alweer ons hoofd over dat barre landschap. In combinatie met de wind en de hitte zuigt hij alle kracht uit je weg en voeg daarbij nog de sombere ‘morna’ en je hebt de melancholieke sfeer die hier hangt goed beschreven. Waarom benutten ze die zon en de wind niet meer? De investeringen daartoe zijn erg duur en de Kaapverden zijn een arm land. Wij voorzien hier op Sal nog de bouw van legio hotels; buitenlandse uiteraard. Misschien zouden ze die moeten verplichten meer te doen met de natuurlijke energiebronnen en zouden ze ontziltingsmachines voor eigen gebruik moeten bouwen. Voordat gasolie op deze eilanden gearriveerd is, is hij al 2½ maal zo duur als op de wereldmarkt en ook al het drinkwater moet met zeeschepen aangevoerd worden!!!
Inmiddels zitten wij op het vliegveld van Santiago bij Praia, de hoofdstad van de Kaapverden. We hebben nog tijd genoeg voor de volgende vlucht dus hebben wij een taxi de stad ingenomen voor een lekkere lunch. Taxi’s zat overigens; je moet de chauffeur bijna van het lijf slaan. Weer terug op het vliegveld hebben we al een vertraging van 25 minuten. Hopelijk blijft het daarbij!!
Santiago is al veel groener dan Sal. Een weldaad voor de ogen. Maar wij moeten zo nodig door naar Fogo; een min of meer nog werkende vulkaan!!! Door de wolken vangen wij een eerste blik op van de Pico de Fogo, maar zo gauw je geland bent, wordt hij verborgen door de randen van de caldeira. Tot onze grote verrassing is ook Fogo groen. Behoorlijk groen zelfs; wat kan een mens toch gelukkig worden van een paar grassprieten.
Er staan ons weer legio taxichauffeurs op te wachten en wij pikken er nu eens eentje uit die zowaar onze tassen in de auto sleurt. Op naar het Pensôa Bellavista, waar ik gisteren telefonisch een kamer gereserveerd heb.
Maar goed dat wij dit gedaan hebben, want een stelletje dat na ons arriveert, wordt onverrichterzake elders heen gestuurd. Onze eerste indruk bedriegt ons niet; alles is hier kraakhelder. Zelfs het bed kraakt…. Enorm! Maar dat merken wij pas als wij een paar uur later gaan slapen. En dan blijkt niet alleen dat het bed kraakt bij de geringste beweging, maar ook dat het in onze kamer verzengend heet is. Niet slapen, maar zweten dus! Ik geloof niet dat ik het ooit al zo warm heb gehad…..
![]()
Zaterdag
De volgende morgen ontdekken wij waarom het in onze kamer zo heet is, Wij liggen onder een plat dak en zitten aan een binnenplaatsje waar nooit één zuchtje wind komt!!!
Sao Felipe is veel meer stad dan Santa Maria op Sal. De stad is dan ook veel ouder en overal staan grote koloniale huizen. Ons pensôa is daar waarschijnlijk een goed voorbeeld van. Geen zandpaadjes hier en op het pleintje voor ons pensionnetje is het aangenaam toeven onder de bomen.
Chris gaat op zoek naar rekverband en ik zit intussen lekker te luieren in de schaduw en te proberen bij de CVTS informatie te krijgen over boten richting Brava. Maar zij zijn helaas vandaag gesloten. Chris loopt daarom nog even richting Ecotours – een kleine plaatselijke reisorganisatie - , maar ook zij hebben geen idee.
Voor het pension stopt intussen een jeep. Deze is van de eigenaar van de Pousada Pedra Brabo aan de voet van de vulkaan. Hij rijdt iedere dag rond 11 uur met zijn jeep door Sao Felipe om gasten voor zijn pousada op te pikken. Ik deel hem mede dat wij over twee dagen van de partij zijn.
Hij weet mij te vertellen dat er geen vast vaarplan bestaat van en naar Brava. Misschien vandaag, misschien morgen!!!! En als er al een boot gaat, wanneer komt deze weer terug?? We kunnen het nog eens bij het kantoor van de veerdienst vragen, dat toevalligerwijs tegenover ons pensionnetje blijkt te liggen. Dit is vandaag gesloten, maar er wordt ons geadviseerd gewoon aan te kloppen. Zo gezegd, zo gedaan. Na lange tijd geeft er uiteindelijk iemand sjoege, maar die weet ook niets. Zijn baas werkt vandaag niet; “Probeer het eens bij de haven.”
Intussen heeft Chris een auto geregeld. Tenminste dat denkt hij, want als de Engelssprekende baas van het verhuurbedrijf verdwijnt, krijgt hij de auto van diens medewerker niet meer mee!!! En die spreekt alleen Creools. Wel een auto of geen auto??? That’s the question. Gelukkig komen we zijn baas toch nog tegen en kunnen we alsnog gaan toeren.
Maar eerst gaan we richting haven en het eerste dat we daar zien zijn containers. Natuurlijk!!! In eentje ervan hebben ze zelfs een bar gemaakt en misschien wonen ze er ook wel in. Er lopen hier genoeg mensen rond en eentje spreekt er zelfs Engels; “Boot naar Brava??? Woensdag, misschien donderdag!!! Wil je het precies weten dan moet je dat in het dorp navragen.” Wij hadden al gelezen dat het erg moeilijk zou zijn op Brava te komen. Wij hebben het geprobeerd, gaan maandag nog een keer informeren, maar schrijven Brava alvast maar een beetje op de buik en rijden richting Mosteiros in het noorden van Fogo.
Als eerste stoppen wij bij Salinas; in het weekend een populaire zwemplaats, maar ook een populaire drinkplaats; getuige de vele lege flessen bier en ander glas. Waarschijnlijk van grogue; de lijfdrank van de Kaapverden. Ik heb er van de week eentje geprobeerd; verdund tot punch, maar ik vond drie nipjes genoeg!!
Je bent hier geneigd te denken; ‘Bah, wat vies!’, omdat het zand overal zwart is. Maar zwart betekent niet persé vuil. In ieder geval hebben de kids veel lol en een paar kijken er aardig op hun neus wanneer iemand – Pa misschien – roept dat zij uit het water moeten komen.
De wegen zijn niet geasfalteerd, dus zijn we vanavond lekker uitgehobbeld. We passeren vele naamloze gehuchtjes; wel of niet aangeduid op onze kaart. Ze hebben niet veel, maar van iedere 10 huizen is er altijd eentje een bar!!! Wel zien we kerkjes alom. Hebben ze vaak geen geld/zin om de eigen huizen te schilderen; de kerkjes zijn altijd stralend wit. De huizen zijn gemaakt van lava – materiaal dat hier overvloedig aanwezig is – en ongeverfd ziet dat er een beetje ongezellig uit. Maar uiterlijk kan soms bedriegen, want soms zie je door de deur de tegels glimmen.
Op onze kaart wordt de weg een stuk voor Mosteiros een stuk smaller en inderdaad twijfelen we een paar keer of we wel verder kunnen. Maar we zijn al diverse aluguers tegengekomen en ook al een vrachtwagen, dus zal het ons ook wel lukken. Op een gegeven moment komen we bij een t-splitsing en zowel naar links als naar rechts staat geen Mosteiros. Blijkt het stadje ook Igreza te heten!!
Rechts van de weg tegen de helling liggen schitterende rotsformaties. Het lijkt wat op Lanzarote, met dit verschil; het is hier ook nog groen.
Chris heeft inmiddels trek gekregen en ik heb ergens iets gelezen over Pensôa Christine. En terwijl we op zoek zijn naar een parkeerplek, zien we dit pensôa en besluiten hier wat te nuttigen. Veel te veel gegeten natuurlijk, maar het was wel lekker. We besluiten wel ons vanavond niet wéér helemaal vol te stoppen. We doen het langzaamaan, zodat we de heetste uren van de dag binnen zitten. Christine vraagt hoe we hier gekomen zijn en suggereert het rondje eiland vol te maken, maar wij hebben al besloten dat tot morgen te bewaren.
Als we weer in de buurt van Sao Felipe komen, begint het al wat later te worden en wordt het licht zachter. Hetgeen mooie plaatjes oplevert. De weggetjes worden waarschijnlijk weinig bereden en zijn soms zachtgroen van het gras en worden geflankeerd door grillige bomen.
We zijn vanmorgen verhuisd van Belavista naar Hotel Xaguate. Belavista zit voor vannacht vol en eigenlijk zijn wij er niet rouwig om dat we niet weer zo’n snikhete nacht hoeven door te zweten. Maar of dit in het Xaguate beter is?? Dit hotel zou het grootste, mooiste en tevens duurste hotel van Sao Felipe moeten zijn. Vroeger was dat misschien zo, maar nu is het slechts vergane glorie met een groot leeg zwembad! Maar met een raam aan zee en een ruim balkon is het tenminste koeler dan in het Belavista. Dat was een echte oven; die kamer aan dat kraakheldere binnenplaatsje met dat verschrikkelijk krakende bed, zal bij ons waarschijnlijk de geschiedenis ingaan als het warmste slaapplekkie ooit.
Zoals we vanmiddag al afgesproken hadden, willen we niet meer uitgebreid eten. Gisteren had ik schelpdieren genaamd lapo en vandaag eet ik buzio. Wat het is weet ik niet, maar die dingetjes van vandaag zien er niet echt smakelijk uit. Maar het is hier wel gezellig.
![]()
Zondag
Vandaag nemen we de andere kant van het eiland voor onze rekening. We rijden nu gedeeltelijk langs de voet van de pico. Brede lavastromen reiken tot aan zee en soms bevindt zich een dorpje op zo’n lavaveld; een erg triest gezicht. Misschien wel handig; het bouwmateriaal hoef je alleen maar op te rapen. We passeren ook nog een wat groter stadje dat helemaal niet op onze kaart vermeldt staat, maar waar wel een paar schitterend opgeschilderde huizen staan; Figueiro.
We rijden weer tot aan Mosteiros, maar hebben nu echter geen honger en al zeker geen grote. Dus genieten we in een barretje van een paar frisse cola’s, waarna we genieten van het dorp dat zich grotendeels aan en in zee verzameld heeft om te vissen. Een schouwspel om uuuren van te genieten, ware het niet dat we nu wel in de gloepende zon zitten. Hebben wij altijd het idee dat er rust moet heersen om iets fatsoenlijks te kunnen vangen, hier is iedereen naar elkaar aan het roepen en is het een gekrakeel van jewelste. Een bamboestok met een stukje lijn en een kale haak; geen aas dus, maar toch wordt er genoeg gevangen. Sardientjes begrijpen wij van een brutaal jochie dat bij ons komt zitten en om geld vraagt. “Ni trabalho, ni dineiro.” Hij heeft een overtuigend babbeltje. Wanneer ik hem zeg niets te willen geven omdat we dan bezig kunnen blijven, antwoordt hij: “Maar ik zit hier nu toch helemaal alleen, spreek zelfs een beetje Engels en zie er toch leuk uit!!!!” Ten einde raad, verklaar ik een beetje dom, geen geld te hebben. “Wat eten jullie dan?” is het vlugge antwoord. “Peixe, vis.” Antwoordt het slimmerikje: “Die moet je toch ook kopen!”
We zijn overigens vanmorgen alweer verhuisd en zitten nu in Pensôa Las Vegas; met televisie en ijskast op de kamer. En dit keer een ventilator aan het plafond, wat toch lekkerder is dan zo’n ding naast het bed dat in je oor staat te suizen. Waarom alweer verhuisd?? Wij konden het niet verkroppen en boel geld te moeten betalen alleen voor de naam die het hotel ooit eens moet hebben gehad. En dan was het nog niet eens schoon ook!!!
Na ons gehobbel de hele dag zijn we – alweer – erg lui en liggen op bed naar een Japanse sf-tekenfilm te kijken. Ondanks het feit dat hier op het dak een schotel zo groot als morgen heel de dag staat, is de ontvangst abominabel. Erg vreemd, maar we nemen het gewiebel en gesuis deze keer maar op de koop toe.
Ons etensdoel van hedenavond is Le Bistro. Het blijkt al het tweede restaurant dat wij bezoeken, waarvan de eigenaar (esse in dit geval) van Duitse afkomst is. Wat trekt hen hier?? Wij hebben al besloten hier nooit te willen wonen. De beperkte mogelijkheden en de eenzaamheid zouden ons al gauw teveel worden. Wij vragen het haar niet, maar echt eenzaam is zij niet met haar uitgebreide verzameling katten, die zich tot haar grote verbazing bij ons verzamelen. We eten vanavond écht Kaapverdisch; spaghetti en macaroni.
![]()
Maandag
Vandaag gaan we met Patrick (door mij tot grote hilariteit van de rest Pierre of Philippe genoemd) naar Cha das Caldeiras om twee nachten aan de voet van de Pico de Fogo te overnachten. Een vulkaan die in 1995 nog van zich liet horen. Gelukkig maakte hij toen geen slachtoffers, maar de lavastromen overspoelden wel het dorp en veel van de wijnvelden.
Rond 11 uur vertrekt Patrick uit Sao Felipe, dus voor ons tijd genoeg wat geld te wisselen om al onze schulden te betalen. Gelukkig tijd genoeg, want in het bankgebouw heeft zich al een aanzienlijke rij mensen gevormd. Of de drukte ermee te maken heeft, dat in heel het stadje de stroom uitgevallen is?? Wat overigens regelmatig gebeurt!
Wij zijn vandaag niet de enigste slachtoffers van Patrick. Bij ons in de open auto stappen Brigitte en Anita, twee Zwitserse vrouwen, en Mr Chuva en zijn gezelschap. Mr Chuva is de bijnaam die een flink besnorde Fransman krijgt; iedere keer als hij naar Fogo komt om de Pico te beklimmen, neemt hij regen mee. Chuva is Creools voor regen.
Tijdens de rit kijken wij allemaal twijfelachtig naar de grote zak met vers vlees die heerlijk in de zon staat te sudderen; wij eten vis vanavond!
De tocht voert eerst langs ons reeds bekende wegen, maar gaat hoger en hoger en ineens komen wij vanuit een zachtgroene wereld in een zwarte wereld; Mordor!! Links van ons verrijst de Pico als een bijna perfecte kegel met aan zijn voet twee kleinere kegels. De gevolgen van de uitbarsting van 1995. Langs de weg zelf heeft de gestolde lava de meest bizarre vormen aangenomen. Wij rijden tot voorbij de ‘lugustere’ lavavelden en komen aan bij het dorpje Portela. Hier heeft Patrick drie jaar geleden zijn charmante pousada gebouwd.
Nadat wij tegenover Brigitte en Annette de enige 2 slaapkamers met eigen douche hebben betrokken, zetten wij ons gevieren aan tafel voor een overheerlijke, doch ietwat grote tonijnsalade.
Ook ontmoeten wij hier Angelika en Hugo weer, het stel dat van de week ons oventje in Belavista overgenomen heeft. Zij hebben vanmorgen de Pico beklommen en zijn een beetje gaar van de vermoeiende beklimming. Helemaal gaar zijn de broek en onderbroek van Hugo!! Op de een of andere manier ging het afdalen niet helemaal gemakkelijk en is hij op zijn kont de berg afgegleden. Hij vond al dat het zo warm werd daarbeneden; en inderdaad twee flinke schroeigaten in broek én onderbroek. Hun gids Amadeus lag in een deuk. De hele dag lopen bij de pousada allerlei jongemannen de deur in en uit. Het zijn allemaal gidsen uit het dorp en Amadeus is de middelste van drie broers; alledrie gids. Zij komen hier natuurlijk om klanten te werven, maar zijn ook altijd in voor een praatje (of een dansje!!) en hebben altijd veel lol met de meisjes uit de keuken.
Brigitte en Annette willen morgen ook de Pico beklimmen en Chris mag met hen mee. Hij vindt dat wel ongezellig voor mij, maar ik amuseer me wel. Na de lunch gaan we een beetje de omgeving verkennen en om uit te vinden hoe het lopen bevalt, want gisteren mocht ik eindelijk uit het gips van dokter Chris. We steken een voetbalveldje over, waar de dorpskinderen het de grootste lol hebben met een paar plassen water, waarin zij zich heerlijk liggen te wentelen. Het regent hier bijna nooit, dus waar komen die plassen vandaan??
Eventjes verderop vinden we achter een van de eerste huizen een aangeklede ezel. Ziet die eindelijk zijn collega’s eens!!!! Maar zijn wij meestal aangekleed tegen de kou; hij is aangekleed om minder last te hebben van de vliegen die hier in groten getale aanwezig zijn.
Het zicht op de Pico is goed, maar vooral de hoge steile wanden van de caldeira zijn adembenemend. Wij lopen zo’n anderhalf uur door de lavavelden te banjeren, proberend alle begroeiing te vermijden. Net als op Lanzarote graven ze hier kleine kuiltjes en zetten daar een plant in. Het ziet er armetierig uit, maar naast allerlei groenten, wordt er hier een behoorlijke wijn gemaakt; Châ. Je hebt een witte en een rode variant en we zijn van plan ze allebei te proeven. Toen er hier in 1995 een uitbarsting plaatsvond, zijn de meeste wijnvelden ondergestroomd. Maar ook de huizen van het dorp. Intussen hebben zij de huizen elders weer opgebouwd en ook de wijnranken op een veiliger plek weer geplant. Maar is er op den duur (misschien spreek ik over eeuwen) überhaupt wel een plek veilig, hier in dit onaardse dal???
In de pousada logeert ook een groep Zwitsers. Ook zij gaan morgen proberen de Pico te beklimmen. Alleen ene Barbara heeft geen zin en heeft gehoord dat ik ook niet omhoog ga. Wel wil zij de kleine vulkaan bezoeken met een gids. Of ik zin heb om ook mee te gaan? Tuurlijk!!! Amadeus is morgen nog vrij en met behulp van Marisa knijpen we er een leuke prijs uit en spreken af morgenvroeg om 8 uur te vertrekken.
Nadat we met Brigitte en Annette een fles wijn soldaat hebben gemaakt, duiken we onder de wol. Morgen is het vroeg dag.
![]()
Dinsdag
Ik wens Chris slaperig een fijne dag en draai me nog even om. Hij had nog zijn twijfels of hij überhaupt met die twee berggeiten mee zou gaan, maar Brigitte hief een waarschuwend vingertje; Denk eraan dat je meegaat! Chris moet zich natuurlijk niet laten kennen, maar de twee hadden het er gisterenavond over de grotere groep voor te willen blijven en een beetje tempo te willen maken. Arme Chris! Barbara en ik daarentegen hebben al afgesproken het heerlijk op ons gemakske te doen. Uiteindelijk doen wij viereneenhalf uur over een wandeling van twee uur, maar wij hebben dan ook alles uitgebreid bekeken en besproken. Amadeus was daarbij een grote hulp, hoewel ik bijna mijn vingertoppen heb verbrand aan de hitte die nog uit de berg komt. Maar gezien zijn valse grijns had ik zoiets kunnen verwachten. Toch een beetje eng als je nagaat hoe dicht de lava nog onder de aardoppervlakte zit. De hitte is zelfs zo groot dat we overal om ons heen gesis horen als het begint te regenen. Ja regen!!! Volgens de berichten regent het hier zo’n 3 á 4 dagen per jaar. Gezien de plassen op het voetbalveld heeft het pas geregend en nu regent het weer; dus dat zijn al 2 van de 4 dagen!!
We kijken vaak naar boven en zien de meeste tijd de Pico in de wolken hangen en menig bui trekt ook aan ons voorbij. Maar wij zijn daarop voorbereid en hebben allemaal een paraplu bij. Zij daarboven echter niet en het waait bovendien af en toe ook flink!!
Overal om ons heen is het gesteente gekleurd in allerlei schakeringen geel en rood. Het is zwavel, maar pas als je een brok onder je neus houdt, ruik je die typische zwavelgeur. Het is fascinerend om hier rond te struinen; maar we moeten ook nog een keertje terug. En als wij uiteindelijk terugkeren bij de pousada is Chris volgens Hugo en Angelika al een tijdje ongerust. Maar ik ben weer veilig thuis en kunnen we gevieren genieten van een heerlijk bordje soep. Bordje; zeg maar gerust bord!!
Chris is trouwens onverrichterzake teruggekeerd van de Pico. Zijn beide begeleidsters waren ietwat schaars gekleed; niet helemaal suitable voor wind en regen. Maar 50 meter beneden de top werd Paolo door zijn oudere, meer ervarenere, broer teruggeroepen. Deze was al een hele tijd naar boven aan het roepen, maar waarschijnlijk hebben de vier zich alleen zo nu en dan omgedraaid en vrolijk gezwaaid. Uiteindelijk krijgen de twee groepen contact en blijkt het met dit weer té gevaarlijk verder te gaan. En het was nog maar zo’n kort stukje naar de top. Chris mag alleen verder als hij wil, maar die denkt: ‘samen uit, samen thuis’ en is voor zijn gevoel toch boven geweest. Chris: “Het was wel even balen om ongeveer 50 meter onder de top terug te moeten en zeker als je het eerste uur misschien wel 1000 keer heb gedacht waarvoor, waarom! Ik ben toch niet gek! Ik ga terug! Maar het een of ander rot iets heeft ervoor gezorgd dat ik toch verder ben gegaan. Het hele jaar doe je niets en op vakantie worden reserves aangesproken waarvan je niet wist dat ze bestonden. Ik was dan ook onderweg met twee berggeiten. Ongeveer 1150 omhoog en ook weer omlaag en ook weer terug bij de pousada in minder dan drieëneenhalf uur is volgens insiders heel snel. Maar ja, wat wil je met twee dames in hotpants waar je achteraan loopt!!!!” Ik heb geeneens hotpants bij!!!!
Chris heeft zijn lesje nog niet geleerd en gaat ’s middags met Angelika en Hugo nog wat lopen om de spieren wat los te houden. Ik gun mijn voet wat rust en voeg mij als het begint te miezeren bij de rest van de gasten, Patrick en de gidsen. De talen vliegen ons rond de oren; Frans, Duits, Spaans, creools. Kortom; het was een gezellige Babylonische spraakverwarring, vooral als Patrick een paar flessen wijn tevoorschijn haalt. Dit verhoogt de sfeer natuurlijk nog meer en voor we het weten, zijn er een paar aan het dansen. Ik heb een goede reden om te kunnen weigeren; ma pied, ma pied!!! Carlos en een van de meisjes doen het voor; cheek to cheek. Dat ziet er intiem uit!! De uuuren vliegen om met dansen en kletsen en onverwachts staan er drie verzopen katten voor de deur; Chris, Hugo en Angelika. De wandeling was erg mooi en zij hebben de oude Coöperativa gezien en door lavavelden geklauterd. Weer veilig op de weg begon het echter te plenzen en wimpelt Chris zomaar een lift af onder het mom dat zij zich net met moeite klaargemaakt hebben voor onder water. Vandaar die verzopen katten.
Zij gaan zich drogen en wij gaan ons benatten in de Coöperativa. “Goh,” meent Brigitte, “zoveel mannelijke begeleiders heb ik normaal nooit!” En inderdaad schijnt de halve mannelijke bevolking van Portela ons te begeleiden. In ieder geval alle gidsen en de brutale Carlos. De Coöperativa is ‘the place to be’ hier in Portela; 4 vierkante meter vloer; licht van een schamel gaslampje; vreselijke wijn; een tweemans gelegenheidsorkestje en je hebt de tijd van je leven. Dansen, zingen!! Maar de pret is van korte duur, want helaas moeten we om acht uur eten. Wel lekker eten; vis met champignon roomsaus. Roomsaus?? Goed voor de toch al instabiele stoelgang. En weer weerstaan wij de verleiding gebakken bananen toe te nemen.
![]()
Woensdag
De rest van het jaar zal het wel droog zijn hier op Fogo, want ook vandaag is het weer een natte dag. Toch zijn er weer een paar dapperen die de Pico gaan beklimmen. Twee Zwitserse vrouwen in het kielzog van Amadeus of Amadeus in het kielzog van… Er werd gisterenavond in ieder geval aardig geflirt!! Na het eten bleven er op den duur alleen de gidsen en vrouwen over (de laatsten zijn sowieso in grotere aantallen aanwezig). Na nog wat dansjes gingen wij ons erover bezinnen een agentschap te beginnen voor vrijgezelle Europese vrouwen. Want volgens Brigitte zijn de Kaapverdiaanse mannen gek op Europese vrouwen. Natuurlijk niet om mee te trouwen, maar kinderen is geen probleem. Trouwen praten we maar niet over. De mensen hier zijn niet erg monogaam. Carlos’ moeder heeft volgens eigen zeggen acht (of twaalf?) kinderen en zijn vader ik weet niet hoeveel, verspreid over alle eilanden!!!! Al eeuwenlang trekken veel mannen weg van deze eilanden op zoek naar werk (zo wonen er in Amerika alleen al meer Kaapverdianen dan op de Kaapverden zelf), De vrouwen blijven achter, niet wetende wanneer hun partner ooit terug zou keren. Omdat zij en haar kinderen toch moeten leven, zoekt zij een andere man uit om haar te onderhouden. En daar wordt op het oog niet moeilijk over gedaan. Carlos schijnt er helemaal niet mee te zitten. Na nóg een dansje en een drankje (wijn of ponch natuurlijk) worden wij een beetje drakerig en beginnen Amadeus te ondervragen over vrouw en kinderen. We weten namelijk dat hij twee kinderen heeft, maar veel meer krijgen we niet uit hem. Je ziet duidelijk aan zijn gezicht dat dáár nu niet over wil praten, omringd door al die vrijgezelle vrouwen.
Ik vertelde al dat het vandaag weer een miezerige dag is en weliswaar bereiden wij ons voor om te gaan wandelen, maar wachten al kaartend (10 Phasen) met Hugo en Angelika het einde van de bui af. Meer of minder hard regent het, maar droog wordt het helemaal nooit en vanonder ons afdakje zien wij regenbogen en watervallen verschijnen en verdwijnen. Anderen zijn wel zo dapper om te gaan wandelen, maar wij hebben veel te veel lol met ons kaartspelletje en vinden het schitterende uitzicht voor vandaag meer dan genoeg.
Carlos komt vragen of wij wat willen drinken en als wij om melissethee vragen, zegt hij dat dat niet goed voor ons vrouwen is Als wij hem vragen waarom dat niet goed is voor vrouwen begint hij een beetje schaapachtig te grinniken en worden wij pas echt nieuwsgierig. Vertellen wil hij het echter niet en ten einde raad roept hij de hulp in van een van de vrouwen. Zij foetert hem duidelijk uit om het feit dat hij over zoiets precairs begonnen is en uiteindelijk komt er aarzelend uit dat melissethee niet goed is voor de menstruatie!!! Vandaar de gene van Carlos.
Rond 11 uur arriveert er op de Pousada een Duits echtpaar die een busje gecharterd heeft om het eiland te verkennen. Aangezien zowel wij, als Hugo en Angelika, alsmede het Spaans/Franse koppel vandaag naar beneden willen, vragen wij hen of wij vanmiddag met hen mee mogen rijden. Dat bespaart Patrick een ritje naar het vliegveld en tenslotte heeft die het ritje vandaag al een keertje afgelegd. Marisa ging met hem mee en die is intussen ook weer terug en ziet er heel charmant uit. Waarschijnlijk is zij in Sao Felipe naar de kapper geweest en beschermt nu haar haren met een allercharmantst douchekapje.
De Portugese man en zijn Belgische vrouw zijn heel wat dapperder dan wij gevieren; wij zien ze dan ook regelmatig helemaal ingepakt weer de regen inlopen en iedere keer komen zij weer lekker nat terug.
Vaak kijken wij nieuwsgierig richting de Pico; Hoe zou het met Amadeus en zijn begeleidsters zijn? Wij denken dat zij het beter treffen dan Chris gisteren, want zij zijn intussen al zo lang weg dat zij de top wel bereikt moeten hebben; mét onze paraplu!!!!!
Als afscheidslunch besluit ik eindelijk ook eens de geflambeerde bananen te proberen en Brigitte vraagt mij of ik er nu geen spijt van heb ze niet iedere dag gegeten te hebben!! Rond een uur of drie verlaten wij Pousada Pedro Brabo en het is net alsof wij afscheid nemen van oude vrienden. Maar Patrick is dan ook een joviale, gezellige man die hier met zijn knusse pousada en echt thuis heeft gecreëerd.
We hebben in Sao Felipe nog even tijd om met Hugo en Angelika naar Bellavista te lopen om wat leesvoer te lenen. De eigenaresse en ook haar werkneemster herkennen ons direkt en vragen belangstellend hoe het nu met mijn voet gaat. Op zijn creools uiteraard, maar we begrijpen elkaar en dat is toch het belangrijkste.
Om 5 uur vertrekken wij met het busje van Ecotours richting het vliegveld, waar wij er al gauw achter komen dat de vlucht naar Praia gecanceld is; vanwege de regen blijkt achteraf. Bij ons is het Spaans/Franse duo en die vertellen ons dat dit niet de eerste keer is dat zij dit meegemaakt hebben en dat wij nu op kosten van Cabo Verde Airlines kunnen overnachten en eten. Wacht maar af, zeggen zij. En inderdaad zitten wij even later weer in het busje van Ecotours op weg naar Sao Felipe. We belanden in het Xaguate. Niet onze eerste keus, maar de eigenaresse van Ecotours (die ook eigenaresse is van dit hotel) heeft goede connecties en geef ze eens ongelijk. Er wordt ons verteld dat we ook kunnen dineren en ontbijten op kosten van de Airline en dat er morgenvroeg om 8 uur een busje klaarstaat om ons weer naar het vliegveld te brengen.
Het avondeten slaan wij over, omdat wij besluiten Hugo en Angelika te verrassen. Zij slapen aan de buitenkant van Bellavista en hun raam staat wagenwijd open. Dus posteren wij ons voor het raam en zeg ik dat ik toch besloten heb een ander leesboek mee te nemen. Hun verrassing is uiteraard groot en gelijk wordt besloten gezamenlijk uit te gaan eten. Zij liggen nog even te luieren op hun bed, maar wij willen toch nog even onze mail checken, dus zien wij hen over een uurtje of zo.
We eten heel lekker en zitten gezellig te kletsen, zelfs te politieken. Erg laat wordt het echter weer niet, want op de een of andere manier zijn we altijd zo lui. Dus nemen we nogmaals afscheid van de twee, maar niet voor altijd, want ze hebben van Chris de belofte weten af te troggelen dat ze een keertje mee mogen varen en overigens hebben wij ook twee boeken van hen geleend.
![]()
Donderdag
Wij zijn in het Xaguate weer in dezelfde kamer als van de week terechtgekomen, dus valt het mee met de hitte en slapen we goed. De volgende morgen zitten we op het terras te ontbijten met uitzicht op Brava. Onbereikbaar voor ons!! Uiteindelijk blijken we een dag te laat van Sal vertrokken te zijn. De boot richting Brava vertrekt namelijk vrijdags en komt ’s maandags weer terug. We zullen wel nooit weten hoe leuk het daar was.
Klokslag 8 uur rijden we voor een tweede poging van het vliegveld. Daar aangekomen blijkt het vliegtuig vertraging te hebben. Hij vliegt echter wel. Het gevolg van deze vertraging is echter dat wij in Praia onze aansluiting naar Mindelo missen. Dat wordt weer een nachtje slapen op kosten van de TACV.
Toen wij hiernaartoe vlogen zaten er bij ons in het vliegtuig vier Nederlanders; drie jonge mannen en een oudere man. Die zijn wij de afgelopen dagen nergens tegengekomen en wat blijkt zij zijn hiernaartoe gekomen om te zeevissen. Dus zaten zij al die tijd op het water. Van hen horen wij dat het zeewater 4 graden te warm is voor de tijd van het jaar. Dat verklaart misschien waarom Chris op Sal geen grotere vis – haaien!!! – heeft gezien tijdens het duiken.
Op Praia moeten wij wat langer wachten op een transfer naar de stad; maar alles wordt weer geregeld. De taxichauffeur die ons hier de vorige keer naar dat restaurantje heeft gebracht, is er ook weer en hoopt weer wat geld aan ons te verdienen. Maar spijtig genoeg voor hem wordt alles betaald door TACV en hebben wij ook geen zin vanmiddag een eilandtoer te maken. Wij gaan Praia verkennen; tenslotte de hoofdstad van dit eilandenrijk.
Het hotel Eurolines zit op een zeer onwaarschijnlijke plek en ziet er van buiten niet veelbelovend uit, maar de kamers zijn schoon en niet te warm en dat is toch voldoende. Als wij de stad in willen lopen, wordt ons gevraagd of wij niet iets willen eten. Dat waren wij inderdaad van plan. Hier blijkt het – alweer – op kosten van de TACV te zijn, dus bestellen wij allebei een lekkere kom soep en kunnen we weer helemaal aangesterkt op pad. Chris wil richting haven lopen en ik wil naar het centrum. Lopen we toch via het centrum naar de haven? Het leek vanmorgen alsof wij ver van het centrum zitten, maar dat valt enorm mee. Het oude stadscentrum ligt op een heuvel aan zee en wij lopen over een marktje, daarna een paar trappen op en we zijn er al. Op deze heuvel bevinden zich alle belangrijke gebouwen van de Kaapverden; het regeringsgebouw, ambassades, gerechtsgebouwen en een mooie oude kazerne. Maar toch heb je niet de indruk in de hoofdstad van een land te zijn. Komt dit omdat wij zó gewend zijn aan enorme winkelstraten, supermarkten, reclameborden e.d.?? Niet dat er hier geen winkels geen, maar de etalages ontbreken gewoonweg en pas als je een winkel passeert valt hij als zodanig op. Tijdens ons slenteren houden wij met een oog het kantoor van de TAVC in het oog, want na de uitgebreide vertragingen van vandaag en gisteren, vinden wij het verstandig onze terugkeer naar Sal een dag naar voren te plannen. Mochten er dan eventueel weer vertragingen plaatsvinden, is de kans dat wij onze vlucht naar Amsterdam missen, een stuk kleiner. In eerste instantie wordt ons verteld dat er toch duidelijk op het ticket staat dat er niets veranderd mag worden. Maar aangezien er al eerder een paar keer wat veranderd is, kijk ik wat zielig en wijs naar mij voet en wordt de vlucht alsnog een dag eerder gepland. Nóg twee dagen op Sal???
Achter het regeringsgebouw hebben wij een goed uitzicht over de haven. Deze is echter niet indrukwekkend en ligt ook nog eens een aardig eind uit de buurt, dus schrappen wij het havenbezoek. Aan het zwarte strand is duidelijk te zien dat wij hier in een grotere stad zitten; hij ligt vol vuil! Na een kort bezoek aan een internetcafé lopen wij weer langzaam richting ons hotel. Aangezien wij vannacht om drie uur al het haasje zijn, willen wij vanavond niet al te laat op bed liggen. Wij lopen weer over het marktje en daar wordt Chris bijna een aluguer ingesleurd door een wat al te enthousiaste Kaapverdiaan. Wij willen helemaal niet met de bus; wij willen gewoon lopen.
Op kosten van TACV nog wat lekkers eten; even kijken of er nog wat op de televisie is (en of we überhaupt een beetje duidelijk beeld hebben) en daarna nog wat proberen te slapen.
Half drie is een erg asociaal tijdstip om op te staan, temeer omdat er gezegd werd dat de bus om 3 uur klaar zou staan en je om half drie al gebeld wordt met het verzoek zo snel mogelijk naar beneden te komen!! Waar is ons ontbijtje? Gelukkig hebben wij gisteren want mondvoorraad ingeslagen in de vorm van zoutjes en koekjes.
![]()
Vrijdag
Tweeëneenhalf uur later zitten wij – samen met een jarige Constanze en Harald – ergens in het donkere Mindelo op een hard stoepje te wachten totdat wij ergens binnenkunnen om tickets te kopen voor de overtocht naar Santa Antâo. Onderweg in de taxi hiernaartoe hadden wij voor het eerst het idee in een echte stad te zijn; dit in tegenstelling tot Praia. De mogelijkheid tot het bezichtigen van deze stad hebben wij over een paar dagen, wanneer wij weer langzaam richting Sal aan het reizen zijn. Wij zijn niet de enigsten die op dit vroege uur al wakker zijn. Links van ons bevinden zich de poorten van een of andere fabriek of raffinaderij. Voor deze poort zitten een viertal mensen; wachten zij tot de poort opengaat of leven zij gewoon op straat? Wij denken het laatste, want zij zien er allemaal vrij haveloos uit en eentje van hen komt eens kijken wie of wat wij zijn. Wij krijgen hele verhalen te horen, waarmee wij op dit vroege uur niet helemaal blij zijn, temeer omdat de man al aardig dronken is. De nachtwaker van de veerdienst laat ons dan ook wat eerder in het gebouw; hoeven wij dat dronkemansgepraat niet meer aan te horen!
Op de een of andere manier gaat het wachten toch vrij vlug en voor we het weten zitten we op de boot richting Porto Novo. Constanze en ik zijn doodsbenauwd voor eventueel zieke Kaapverdianen. Want volgens alle boeken zijn zij zeer gevoelig voor zeeziekte en kun je bij slecht weer op een boot vol overgevende mensen zitten. Onze tassen hebben wij daarom al veilig bovenop een paar stoelen gezet en verder hopen wij op het beste. Maar het weer ziet er goed uit dus misschien valt het wel reuze mee. En als wij eenmaal aan het varen zijn, valt het ook reuze mee. Gelukkig maar, want anders had deze dame toch mooi ook over de reling gaan hangen.
Het is maar een uurtje varen en dan zijn we alweer op ons volgende eiland; Santa Antâo. Op de boot werden we al door iemand aangesproken die ons vervoer naar Ponta do Sol aanbood. De prijs was oké, dus hoeven wij op de kade alleen maar alle andere chauffeurs duidelijk te maken dat wij al vervoer hebben. Dat blijkt een beetje moeilijk en waarschijnlijk ga ik een beetje geïrriteerd kijken. Waarop gelijk door een van de chauffeurs verontschuldigingen worden aangeboden; “Zij proberen alleen maar hun werk te doen en wat geld te verdienen.” Hij heeft natuurlijk helemaal gelijk, maar het korte nachtje breekt zich waarschijnlijk een beetje op. Onze tassen worden op een aluguer geladen en wij lopen naar een koffieshop om te wachten op ons vertrek. Dit duurt vrij lang, maar algauw wordt duidelijk dat er ook nog op de tweede boot gewacht wordt. Hetgeen ons alle tijd geeft van een lekker bakje koffie te genieten en te spelen met een overvriendelijke kat. Hoewel het hier wel een beetje warm is, zo pal in de zon. Eindelijk vertrekken we dan richting Ponta do Sol.
Santa Antâo wordt grofweg in tweeën gedeeld in een ‘loefzijde’ en 'lijzijde’. De lijzijde is droog en dor, maar zo gauw wij de zogenaamde ‘scheidingslijn’ hebben bereikt en wij ons op de loefzijde van het eiland bevinden is alles schitterend groen. Wij rijden over een bergkam weer naar beneden en kunnen dan weer links en dan weer rechts honderden meters ver naar beneden kijken. Adembenemend gewoon. De bergen zijn ruig en puntig en wij vergapen ons aan het ene mooie uitzicht na het andere en zijn blij dit eiland voor het laatst bewaard te hebben.
Ribeira Grande is de grootste stad van het eiland, maar wij rijden verder naar Ponta do Sol met de gedachte hier toch nog eens rond te gaan neuzen. In Ponta do Sol hebben wij het voornemen bij Luisetta te gaan logeren, maar haar pension zit helemaal vol. Er wordt ons echter aangeraden bij een van haar broers te gaan logeren, die even verder langs dezelfde weg een spiksplinternieuw pension heeft gebouwd. Het blauwe gebouw valt gelijk op en benieuwd nemen wij een kijkje in een van de kamers. Een beetje aarzelend kijk ik de donkere manager aan; geen fan of airco. Maar met een glimlach verzekert Mamadu ons dat dat geen probleem is. Er waait hier een constante wind en die zorgt voor de nodige verkoeling. Wij nemen dit als waar aan en bivakkeren ons in de kraakheldere kamer. De eigenaar van dit pension, Danny, heeft onderin het pension een snackbar gebouwd en tussen twee huizen is een heerlijk terras waarover diezelfde constante wind waait. In Nederland willen we nog niet dood gevonden worden bij Mac; hier eten we vol smaak een burger.
Na de lunch stappen wij in een aluguer richting Ribeira Grande, want toen wij Mamadu vroegen of wij in Ponta do Sol aan een wandelkaart konden komen, was het antwoord ontkennend en werden wij naar de stad verwezen. In Ribeira Grande is het nog even zoeken naar een kaart en zijn wij ook nog veel te vroeg, want alles is nog gesloten en gaat pas rond twee uur/half drie open. Geen nood; wij zijn helemaal verslaafd aan de Kaapverdiaanse koffie en willen ook nog op zoek naar de TACV om later deze week onze vlucht te bevestigen. De koffie drinken wij in een pas geopende bar met restaurant en pension. De eigenaar spreekt perfect Duits en vertelt ons dat hij chef-kok is en opgeleid is in Frankrijk. Natuurlijk moeten we een keertje bij hem komen eten en wij spreken af morgenavond te komen. Omdat ik het lijfgerecht van de Kaapverden – cachupa – nog niet gegeten heb, bestel ik dit. Tot morgen!!
Een wandelkaart wordt verkocht in een kantoorboekhandeltje. Eigenlijk zou de zaak om half drie opengaan, maar vandaag zijn ze helemaal niet van plan open te gaan. Aan het materiaal te zien gaan ze vissen, maar brutaal loop ik toch de winkel binnen en even later weer buiten mét wandelkaart, ons nog aangeraden door Brigitte en Anita.
Het is vandaag te laat om nog een wandeling te maken en bovendien zijn we zo langzamerhand ook een beetje gaar, want we zijn al vanaf half drie vanmorgen wakker. Dus gaan we een lekker middagdutje doen en ontdekken zo gelijk dat Mamadu helemaal gelijk had; er waait een verfrissend windje.
Danny heeft op de bovenste etage van dit pension ook een restaurant, maar eigenwijs als wij zijn lopen wij het dorp in en gaan daar ergens eten. Veel keuze hebben we niet en bij sommige zaakjes moet je van tevoren het eten bestellen, maar uiteindelijk zitten wij ergens lekker buiten op het plein te eten en te kijken naar de mensen van het dorp die dit plein ’s avonds uitgebreid gebruiken om rond te wandelen en een gesprekje aan te knopen met deze en gene. De dorpsjeugd zien wij vele malen aan ons voorbijslenteren en wij kunnen ons goed voorstellen dat zij zich danig vervelen. Hoewel er hier wel een disco is, eigendom van een broer van Danny.
![]()
Zaterdag
Wij lagen gisterenavond vroeg onder de veren en zijn vanmorgen ook weer vroeg uit de veren. Wandelen! Want daar zijn we hier voor gekomen. We nemen eerst de aluguer naar Ribeira Grande om nog wat mondvoorraad in te slaan en daar willen we weer een aluguer nemen richting Corvo; een dorpje hoog in de bergen. Maar op de een of andere manier was er een kleine communicatiefout. Wij zijn weliswaar goed in Corvo terechtgekomen, maar niet met een aluguer. De chauffeur had begrepen dat wij zijn auto als privé-taxi wilden huren en rekent een veel hoger bedrag dan nodig. Dit overkomt ons maar een keer en de volgende keer moeten we gewoon eerst vragen of we in een ‘collectivo’ zitten!!
Ik had voor vandaag een gemakkelijke wandeling uitgekozen; om mee te beginnen. Maar op de een of andere manier heb ik niet helemaal goed gekeken. Ik dacht dat wij een wandeling zouden gaan maken waarbij we maar 300 meter zouden stijgen en tevens 300 meter zouden dalen. Maar de wandeling die ik uitgekozen heb, gaat 900 meter omlaag. Helemaal naar beneden richting Ribeira Grande. Wat zullen wij vanavond een spierpijn en moeie knieën hebben. We doen het echter op ons gemakje en genieten tijdens het afdalen van het mooie weer en de schitterende omgeving. Tot hoog tegen de hellingen hebben de bewoners terrassen gemaakt en die staan vol met maïs, bonen, suikerriet en allerlei andere groenten. Ook zien we bananen. Het suikerriet dat hier geplant wordt, wordt niet gebruikt om suiker van te maken, maar wordt gebruikt om grogue van te stoken. Een sterk goedje waarvan de vlammen uit de keel slaan, maar dat hier volop gedronken wordt. Grogue hoort een beetje bij de cultuur van de Kaapverden. Het persen van het suikerriet met zijn terugkerende ritme was een vruchtbare grond voor veel van de muziek van de Kaapverden en veel songs zijn ontstaan tijdens het bereiden van de grogue. Na een paar glaasjes ga je er zeker van zingen, als je dan al niet onder zeil ligt. Wij hebben al verhalen gehoord dat mensen die er erg veel van drinken, blind kunnen worden. En dat geloof ik graag, want het spul is erg sterk. Wij houden het liever bij ponch; grogue vermengd met suikersiroop, limoen en kruiden.
De mensen op de Kaapverden zijn allemaal even vriendelijk; de normen en waarden waarmee ons Balkie zo graag mee schermt, zijn hier nog niet verdwenen. Sterker nog zij zijn de gewoonste zaak van de wereld. Ouderen en kinderen worden geholpen, arme mensen mogen voor niets meerijden met de aluguers en zo zien wij nog meer voorbeelden. Dit heeft ook tot gevolg dat je niet als een stelletje dopo’s bij elkaar in een aluguer zit, maar dat iedereen met een vriendelijk woord of lach begroet wordt en er gepraat wordt in het ‘openbaar vervoer’. Zeker zo gezellig als de metro in Rotterdam, waarin iedereen als zombies voor zich uit zit te staren, bang om elkaar aan te kijken, laat staan aan te ráken!!!! Nee, hier zijn de mensen niet bang elkaar aan te kijken of aan te raken. Natuurlijk kent iedereen iedereen, maar ook wij krijgen vriendelijke glimlachjes en wordt er menig gesprek met ons aangegaan. Half Spaans, half Portugees en een paar woorden Creools, maar meestal komen we eruit en begrijpen doen we elkaar in ieder geval. Tijdens deze wandeling klinkt het dan ook heel vaak “Ta Bon” en “Bom Dia”. “Hoe gaat het?” en “Goedendag”. Ook vinden wij het heel verfrissend dat nu aan óns gevraagd wordt foto’s van hen te maken; meestal kinderen. In het dorpje Figueiral dromt een groepje kinderen samen in de ingang van hun tuintje; “Ta Bon”, klinken hun schelle stemmetjes en “Photo, photo!!!”. Als ik op het punt sta deze foto te maken, verschijnt nog net achter in beeld hun grijnzende vader, die ons gelijk in zijn huis uitnodigt. Maar wij stugge Hollanders weigeren vriendelijk, doch beleefd dit aanbod en hebben daar nog dágen spijt van. Zeker als wij later van Danny horen dat ook gastvrijheid een vanzelfsprekend iets is.
Na twee uur stug dalen komen wij aan in het dorpje Coculi en is het vanaf hier alleen nog maar vlakke weg terug naar Ribeira Grande. Niet het mooiste gedeelte om te lopen, maar wel een goed stuk om uit te lopen. Alle vervoer slaan wij dan ook met een vriendelijke zwaai af.
Terug bij ons pensionnetje blijkt er nog een Nederlands stel zijn aangekomen: Arnold en Erni uit Utrecht. Wij hadden het er vandaag al over dat dit toch echt een eiland was voor de lopers van de SNP en inderdaad hebben Arnold en Erni deze reis via deze reisorganisatie geboekt. Het is geloof ik het eerste jaar dat zij deze bestemming in haar programma hebben, maar ik denk wel dat hij erin blijft!!! Je kunt hier eindeloos wandelen en als wij het boekje en de kaart bekijken, moeten wij ons realiseren dat wij met ons weekje véél te weinig tijd hebben om het hele eiland te verkennen. Maar liever een béétje goed, dan alles in vogelvlucht. Arnold en Erni hebben samen met de twee Duitsers de wandeling van Formiguinhas terug naar Ponta do Sol gemaakt. Dit zou een niet al te zware wandeling moeten zijn, maar Harald en Constanze zijn doodmoe. Hier komt wel bij dat Harald niet helemaal fit is en zij toegeven normaalgesproken nooit te lopen. Misschien heeft hun gids hen een beetje overschat en volgens Erni begonnen zij ook veel te snel. Dat heb ik vaker gehoord!!!
Samen met Danny, zijn broer en Arnold en Erni zitten wij wat op het terrasje te kletsen, totdat het tijd wordt om een frisse douche te nemen en richting Ribeira Grande te rijden voor onze dinerafspraak. Want wij moesten echt vanavond komen, want dan hadden ze ook live-muziek. En aangezien wij helemaal weg zijn van de Kaapverdiaanse muziek vinden wij dat helemaal niet erg.
Cachupa is een specialiteit van deze eilanden. Het is een bonenschotel die geserveerd wordt op twee manieren; ‘de armeluis cachupa’ of de ‘rijkeluis cachupa’. De eerste bestaat dan uit de basis van allerlei bonen, maïs en kruiden, heel lang gaar gekookt met spekvet en misschien er wat groente of vis bij en de tweede bestaat uit dezelfde basis, maar dan met een overvloed van bijlagen van vlees, vis en groenten. Natuurlijk krijgen wij in een restaurant de rijkeluis-variant met varkensvlees, tonijn en allerlei groenten. En het is lekker, maar ik moet bij het eten wel gelijk denken aan een Chinese wijsheid; “Na het eten van de bonenschotel steekt meestal de wind op!”
Er zit vanavond inderdaad een bandje in het restaurant, maar ik vind het een beetje zielig dat zij maar voor 6 gasten zitten te spelen. Hoewel de mensen op straat ook stil blijven staan om te luisteren. De muziek hier is echt leuk en Chris heeft al met iemand van de duikschool op Sal geregeld dat er een cd-tje met allerlei Kaapverdische muziek gebrand wordt. Hopelijk niet alleen met ‘funana’, maar ook met ‘morna’. ‘Funana’ zorgt voor de vrolijke noot en ‘morna’ voor de trieste. Erg trieste zelfs; melancholisch!!!
![]()
Vandaag is het zondag; rustdag.
Hoezo rustdag; wandelen!!! We besluiten vandaag richting Fontainhas te lopen; het adelaarsnest langs de kust. Ons gisteren terdege aangeraden door het Utrechtse stel. Hoewel het in onze kamer nooit te warm is, zijn ook hier de temperaturen aardig aan de maat, maar gelukkig hebben we tijdens deze schitterende wandeling ook af en toe schaduw. De wandeling wordt ‘De Wilde Kust’ genoemd en dat is hij inderdaad. Hoge steile rotsen, kleine ruwe baaitjes… Hoe verder wij lopen, des te meer vragen wij ons af hoe de mensen er ooit op gekomen zijn hier te gaan wonen. De verklaring ligt er waarschijnlijk in dat de Kaapverdische Eilanden lang een soort doorvoerhaven voor slaven zijn geweest. De slaven werden in Afrika ‘verzameld’ en hiernaartoe gebracht voor verder vervoer naar de andere kant van de oceaan. Sommigen bleven hier en werden te werk gesteld bij de toenmalige kolonisten van de eilanden; de Portugezen. De dappersten onder de slaven ondernamen natuurlijk vluchtpogingen en dan zoek je natuurlijk een zo goed mogelijke schuilplaats.; ver van de mensen en moeilijk bereikbaar. Of dit ook voor Fontainhas geldt, zijn we eigenlijk vergeten te vragen. Maar het verhaal is mooi en zo ook het dorpje. Want als wij de zoveelste bocht in de weg genomen hebben, hebben wij een adembenemend uitzicht op het kleine adelaarsnest. Op de uitloper van een bergkam, beschermd door twee veel grotere bergen hebben de mensen op een smalle strook grond hun dorp gebouwd. Sommige huizen lijken ieder moment van de rots af te kunnen vallen. Dit is echt schitterend!! Maar goed dat hier geen groot mooi strand ligt en een goed begaanbare weg, anders zou de heerlijke rust die er nu in het dorpje heerst gauw verdwenen zijn. Op een pleintje in het dorp gaan wij eventjes zitten om wat te eten en te drinken en besluiten daarna nog een stukje verder te lopen. Eens kijken wat er voorbij de volgende heuvel ligt en de volgende……..
De doorgaande weg wordt versperd door wat mannen, die zittend op straat een kaartspelletje spelen. Het is tenslotte zondag. Na Fontainhas gaat de weg natuurlijk weer omhoog en wij hebben al in de gaten dat er hier op dit eiland maar enkele ‘platte kilometers’ zijn, laat staan ‘platte wandelingen’. Arme spieren en arme knie van Chris, die inmiddels besloten heeft er in Nederland toch eens naar te laten kijken. Boven op de volgende bergkam besluiten dan ook wij niet verder te gaan. Niet omdat het al laat is of omdat het weer betrekt, maar omdat wij van deze smalle bergkam - met prachtige rotsformaties - weer in een diep, diep dal kijken. Schitterend mooi, maar een dal dat wij op de terugweg ook weer uit moeten klimmen en daar hebben wij dus geen zin meer in. Of tenminste; onze voeten, knieën, kuiten en allerlei onbekende spiergroepen. Dus gaan wij eventjes zitten genieten van het uitzicht en besluiten terug in Fontainhas eens te kijken of we daar ergens wat te drinken kunnen krijgen. Er blijkt nog een supermarktje open te zijn. Op zondag? Volgens de eigenaar zijn zij iedere dag open en bestellen wij een lekker flesje coca cola. Chris had ergens gelezen dat er zo’n twee jaar geleden nog geen cola te krijgen was op deze eilanden. Maar nu is het zelfs hier te koop! Vreemd vinden wij dat een flesje hier veel goedkoper is dan in bijvoorbeeld het hotel in Praia. Je zou toch denken dat de transportkosten hiernaartoe iets meer zijn dan naar Praia?
De mannen zitten nog steeds op straat te kaarten en wij blijven er even bij staan kijken om te zien of wij er een hout van snappen. Het lijkt een beetje op klaverjassen, maar dan héél anders!
Na een heerlijke wandeling zijn we toch weer vrij vroeg terug bij ons pensionnetje en besluiten daarom nog eventjes naar Ribeira Grande te rijden voor een bakje koffie en om ook nog wat rond te lopen in het gedeelte van het dorp waar wij nog niet geweest zijn. Wij worden inmiddels met open armen en een brede smile ontvangen in het barretje, zeker nadat Chris een van de twee charmante obers wees op een verschrikkelijke rekenfout. Wij kunnen daar niet meer stuk.
Na weer een overheerlijk bakkie leut lopen wij verder en ontdekken dat er op een droog, stoffig voetbalveld een wedstrijd aan de gang is. Dus gaan wij ergens lekker zitten en genieten van het leuke, fanatieke maar heel faire spel. Vanaf alle kanten wordt luid commentaar gegeven en iedereen weet het natuurlijk het beste. Nog nooit live een voetbalwedstrijd gezien; ben je op de Kaapverden…… Even Ajax bellen of we moeten scouten.
Terug bij Danny zien we Arnold en Erni ook weer en zitten we gezellig met zijn allen te kletsen over van alles en nog wat. Chris verbaast zich er steeds over dat mensen, zoals Danny en zijn broer, die zolang in Nederland gewoond hebben, weer terug willen naar de Kaapverden. Het antwoord is als eerste de familie en dan natuurlijk het klimaat en de levensstijl. Ik kan er mij inmiddels wel wat bij voorstellen. Want zouden wij misschien nooit gewend raken aan de hitte en veel – luxe – dingen missen, de mensen hier zijn veel socialer en vriendelijker dan in Nederland en van stress hebben zij ook nog nooit gehoord. Wel missen Danny en zijn broer (hoe heet die man toch???) het Nederlandse eten, want als wij over haring en andijviestamp met spek beginnen, houden zij de handen voor de oren en verzoeken ons erover op te houden. Anders kunnen ze vannacht niet slapen van de honger. In het begin dachten wij trouwens dat Danny geestelijk niet helemaal normaal is; hij praat namelijk zo vreemd. Maar wij horen nu dat hij nog niet zolang geleden een hersenbloeding heeft gehad en in het begin helemaal niet kon praten. Nu gaat het nog moeizaam, wat verschrikkelijk voor hem moet zijn, want hij praat zo graag en weet zoveel. We komen er achter dat hij 11 talen spreekt en zijn zwaar onder de indruk!! Zijn broer spreekt er maar 9!!! Deze laatste heeft overigens jaren een discotheek in Rotterdam gehad, vlakbij de Rijnhaven en Chris meent zich deze discotheek te herinneren. Volgens hem ging het er daar altijd ruig aan toe. Hij is er weliswaar nog nooit binnen geweest, maar tijdens zijn nachtelijke wandelingen na een of ander Kerstbal kwam hij er altijd langs. Wat is de wereld toch klein!!!!!
Vanavond eten we voor het eerst eens bij ons thuis!!! Ik heb weer cachupa besteld, want volgens de berichten moet hij iedere keer anders smaken. Dit omdat men datgene erin verwerkt wat op dat moment te krijgen is. En inderdaad smaakt hij vanavond heel anders dan gisteren en is de hoeveelheid zelfs ook weer meer dan gisteren. En ik eet vandaag voor het eerst broodvrucht. Het duurde even voordat we er met Danny uitwaren wat die groente nu precies is die zo naar aardappel smaakt, maar uiteindelijk zijn we eruit. Dus hiervoor moest Bligh met de Bounty naar Tahiti!!!!!
![]()
Maandag
Vandaag hebben we weer een wandeling op ons programma staan. We zouden graag de wandeling van Covo do Paúl naar Paúl maken, maar denken dat de voeten en knieën dat niet helemaal aankunnen. We gaan wel in die buurt een wandeling maken, zodat we met eigen ogen kunnen zien dat de weg de Ribeira do Paúl in toch écht erg steil is. Eerst nemen we een aluguer naar Ribeira Grande en daar stappen we over in een aluguer richting Porto Novo. Als je tegen de chauffeur zegt dat je er bij Covo do Paúl uitmoet, komt alles goed. Inderdaad!!
Covo betekent krater en de Covo do Paúl is een bijna perfect rondje. Geen zwart lavagesteente en rokende gaten deze keer, maar een vruchtbaar, gecultiveerd dal. Waar ze helaas in de buurt bomen aan het omzagen zijn, zodat de vredige rust danig verstoord wordt. Halverwege het dal moeten wij even zoeken naar een paadje dat leidt naar de rand van de krater, vanwaar wij een blik in de Ribeira do Paúl willen werpen. Een paar behulpzame boeren wijzen ons de weg en wat zweet en gehijg later, staan wij op de kraterrand en zouden een blik in het dal hebben kunnen werpen, ware het niet dat enige tientallen meters onder ons een dikke wolkendeken het zicht belemmert. Maar wat een prachtig zicht, vooral als er een enorme roofvogel geruisloos op de wind voorbij komt zeilen. Even later verschijnen er boven de mist mensen op het steile pad; voorop loopt een Kaapverdiaanse gids, die schijnbaar zonder moeite naar boven komt wandelen en geheel niet buiten adem een gesprek met ons aanknoopt; de toeriste die hij begeleid, heeft heel wat minder adem over. En dan zijn zij nog van plan om via Pico de Cruz helemaal naar Porto Novo af te dalen. Vandaag!!!!!
Terug in de krater hebben de bomenvellers gelukkig even pauze genomen en kunnen wij in stilte genieten van deze heerlijke omgeving, waar zelfs naaldbomen groeien. Langs de hele route naar het kleine dorpje Cova groeien deze altijd groene bomen. Zij zijn hier niet van oorsprong, maar geplant door de Portugese kolonisten.
Ook begeleidt ons bijna de gehele wandeling naar Cova een boer met een schoffel over zijn schouder. Hij spreekt geen woord Portugees, maar hij vertelt ons een heel verhaal waar wij gelukkig delen van snappen en soms een enigszins intelligent antwoord kunnen geven. Dat hopen wij dan toch!!! Wij begrijpen in ieder geval dat hij vanmorgen op de velden gewerkt heeft en nu op weg is naar huis om daar verder te gaan werken, want zij zijn het huis nog aan het bouwen. En inderdaad verlaat hij ons bij een half afgebouwd huis. Bom Dia!!
In Cova besluiten wij dat het tijd is om wat te eten en te drinken. Wij kunnen ons niet voorstellen dat hier niet vaker vreemdelingen komen, maar klaarblijkelijk niet vaak genoeg om nieuwsgierig bekeken te worden door de hele dorpsjeugd. Wij hebben nog een aardige voorraad droge kaakjes, maar als wij eenmaal beginnen te delen, is de voorraad zo geslonken. Achter ons in een deuropening staan twee schattige meisjes, die tussen al die brutale jongetjes niet ook om een koekje durfden te vragen. Eerst trekken zij zich verlegen terug als ik hen ook wat aanbied, maar even later staan ook zij genoeglijk te knabbelen.
Voordat wij vanmorgen aan deze wandeling begonnen, uitte Chris wat zorgen over het feit hoe wij weer terug in Ribeira Grande moeten komen. Ik ga ervan uit dat we wel de een of andere aluguer zullen zien en hoop nu maar dat dat inderdaad zo is, want anders zul je er eentje zien kijken. Als wij weer bij het beginpunt van onze wandelingen van vandaag zijn, zitten er onder een boom een paar mensen te wachten. Waarop? Op een aluguer natuurlijk, dus zetten wij ons gezellig bij hen. Zij blijken achteraf richting Porto Novo te moeten, maar volgens hen komen er ook nog aluguers richting Ribeira Grande langs. Maar al het openbaar vervoer in de goede richting, gaat niet naar Ribeira Grande, maar naar Cova en daar komen we net vandaan. Als we al een uurtje zitten te wachten, besluiten we alvast in de goede richting te gaan lopen. Een eindje verderop is namelijk een dorpje en misschien kunnen we daar eventjes wat drinken of eten. Maar het geluk is met ons; steken we sowieso bij iedere auto de hand al op in de hoop een aluguer te treffen; opeens passeert ons een bekend busje. Het busje van ons pension met daarin Danny en het Duitse echtpaar: Constanze en Harald. Zo krijgen wij een gratis lift terug naar ‘huis’, waar we natuurlijk weer heerlijk neerstrijken op het terras voor waarschijnlijk alweer een hamburger en een ponch de coco. Omdat gisteren het eten hier goed beviel, strijken we ook vanavond hier weer neer en staan nog een tijdje te genieten van de sterrenhemel en van de muziek van een bandje dat in een van de huisjes achter het hotel zit te oefenen.
![]()
Dinsdag
Vandaag is onze laatste volle dag op dit schitterende eiland en we zien nu al tegen het vertrek op, want we hebben het hier prima naar ons zin en er valt ook nog zat te wandelen op het eiland. Want een blik op de kaart leert ons dat we nog maar een heel klein stukje van Santa Antâo gezien hebben. Maar voor nog een wandeling vandaag hebben we geen puf genoeg en ook de spieren protesteren van alle kanten. Maar een hele dag niets doen is ook zonde, dus nemen we een aluguer richting Ribeira en Grande en vandaaruit weer een aluguer richting Paúl om ook van beneden vandaan een blik te kunnen werpen in die schitterende Ribeira do Paúl. Misschien zien we dan ook Arnold en Erni nog wel, die vandaag wel weer gaan wandelen, maar nu voor een wat plattere wandeling hebben gekozen richting de vuurtoren van Janela Point. Arnold was ook geïnteresseerd in ‘the inscribed rock’.
Dit is een grote vrijstaande rots waarop mysterieuze inscripties en een kruis staan. Onderzoekers zijn het er niet over eens of het schrift Aramees, Phoenicies of oud Portugees is. Wel bekend is dat de Portugezen de gewoonte hadden om vroegere landingen te markeren met stenen inscripties en kruizen.
Paúl ziet er vanuit de verte heel gezellig uit; strand, palmbomen. Net echt!!!! De zee is echter te wild om lekker te pootjebaden en alleen boardsurfers wagen zich in de woeste golven. Het is vandaag weer heerlijk heet en schaduw is de beste plek om te verblijven, maar toch wagen wij ons nog een paar kilometer de ribeira in. De scholen zijn ook weer uit en de gehele weg worden wij begeleid door enthousiaste kinderen die natuurlijk van alles en nog wat willen weten. Vooral waarom wij zo verschrikkelijk langzaam lopen??? Want zij vinden het heel gezellig ons gezelschap te houden, maar mogen natuurlijk niet al te laat thuiskomen en in ons tempo komen we niet erg vooruit. Maar op de een of andere manier gaat het vandaag gewoon niet sneller. Een lief kleintje kijkt naar me op en zegt met een lief stemmetje: “Tu es bonito”. “Tu tambien”, antwoord ik natuurlijk.
Heel in de verte zien wij de bergkam waarvandaan wij gisteren nog het dal inkeken; vandaag wordt het zicht niet versperd door een schitterend wit wolkendek. Hadden we de wandeling toch niet moeten maken?
Op de terugweg worden we weer vergezeld door wat schoolkinderen, die trots allerlei Engelse zinnen spuien. Volgens ons weten zij echter niet precies wat zij zeggen, maar lol hebben ze in ieder geval. Ook komen wij nog een klein timmerbedrijfje tegen en bewonderen wij de door hen gemaakte meubelen. Het ziet er met hun beperkte middelen allemaal schitterend uit en volgens ons gaan de stoelen een leven lang mee.
Terug in Paúl zoeken wij snel een heerlijk plekje in de schaduw op en genieten van een koel flesje coca cola. Wij zien hier geen buitenlanders, maar wij kunnen ons niet voorstellen dat die hier niet verblijven, want dit is een leuk stadje. Nadat we lekker uitgewaaid zijn, nemen we de aluguer terug naar Ribeira Grande. Op de heenweg was de weg bijna versperd door een aardverschuiving. Direct werd er met groot materiaal de weg weer provisorisch vrijgemaakt en nu is de weg alweer bijna helemaal vrij. Ze moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat de doorgang weer zo snel mogelijk vrijgemaakt wordt, omdat deze weg de enige verbinding is met de rest van het eiland. Of je moet via de bergen trekken en dat is dan alleen te voet of met ezeltjes mogelijk.
In Ribeira Grande gaan we nog maar eens een keer een heerlijke koffie drinken op ons vaste plekje. Drinken we thuis bijna nooit meer koffie; hier zijn we er helemaal verslaafd aan geraakt. De koffie is dan ook sterk maar niet bitter en heerlijk aromatisch. Terug in Ponta do Sol ontmoeten wij de Portugees en zijn Belgische vrouw die wij ook al op Fogo zagen weer. Wat is de wereld toch klein!!!
Erni en Arnold vertrekken morgen ook van Santa Antâo en zij bieden aan dat wij met hen naar Porto Novo kunnen rijden. Hun transfers zijn namelijk allemaal al in Nederland geregeld en zij vinden het onzin dat wij een taxi nemen als zij toch maar met zijn tweeën in een busje zitten. Mamadu informeert nog even bij het taxibedrijf of zij daar geen bezwaar tegen hebben en dat hebben zij niet. Dus ons vervoer voor morgenvroeg is geregeld en kunnen wij met een gerust hart in bed stappen.
![]()
Woensdag
Wij zijn de volgende morgen natuurlijk weer veel te vroeg wakker, maar nu kunnen wij wel op ons gemakje ontbijten alvorens wij voor de laatste maal die schitterende rit over de bergkammen van het ruige Santa Antâo maken. Niet in onze stoutste dromen hadden wij verwacht dat het hier zo mooi zou zijn. En zo heerlijk rustig! Dat zal over niet al te lange tijd wel veranderen; wij hoorden al dat men van plan is op de plaats van het oude vliegveld en supergroot en –modern hotel te gaan bouwen. Dan zal het gedaan zijn met de rust van de eilandbewoners. Wij vermoeden echter dat het hoog in de bergen wel rustig zal blijven, want gelukkig zijn er nog veel plekjes die zonder auto niet of moeilijk te bereiken zijn.
Arriveerden wij op Santa Antâo met een klein, oud veerbootje; wij verlaten het eiland met een grotere, modernere boot. Waar – heel bemoedigend – iedereen een kotszakje uitgereikt krijgt. Erni heeft gelezen dat er in deze wateren veel dolfijnen zitten, maar het enige wat wij weer overvloedig zien zijn vliegende vissen.
De overtocht is iets minder rustig dan een paar dagen geleden, maar gelukkig valt de schade weer mee en blijft het bij een paar bleke gezichten. Op de boot nemen wij al afscheid van Arnold en Erni, maar niet nadat we afgesproken hebben dat we gevieren in Rotterdam naar het concert van Cesaria Evora gaan. Kunnen we nog eens genieten van die heerlijke Kaapverdiaanse muziek.
Zij worden alweer opgewacht om naar het vliegveld gebracht te worden en wij hijsen onze tassen op de rug voor een korte wandeling naar ons overnachtingadres. Het pension Che Guevara was ons door diverse mensen aanbevolen, maar als wij langs Pension Maravilha komen, slaan wij hier onze tent op. Tenslotte had ik dit pensionnetje al in mijn boekje aangekruist als zijnde heel leuk. En dat is het inderdaad; zware donkere meubelen en fleurige kleedjes op de vloer en zelfs een airco op de kamer.
Wij frissen ons even op en maken ons dan op om de stad te verkennen. We gaan eens kijken of ze hier wel souvenirs verkopen, want die zijn op deze eilanden dun gezaaid. Hoewel ik op Santa Antâo wel twee kaftans op de kop getikt heb, maar dat is nu geen typisch souvenir. Wij beklagen ons overigens niet aan het gebrek van souvenirwinkels. Het is zelfs heerlijk verfrissend. Hier in Mindelo zijn wel souvenirs te koop, maar net als op Sal is bijna alles afkomstig uit Senegal en dus zeker niet typisch Kaapverdiaans. Wij hebben al min of meer besloten gewoon een paar flessen ponch mee te nemen; wél typisch Kaapverdiaans. Ook gaan we naarstig op zoek naar een vlag voor Chris zijn verzameling. Zo’n ding moet hier toch te vinden zijn, want Mindelo heeft de grootste haven van de Kaapverdische Eilanden en er liggen hier ook veel jachten voor anker in de haven. Maar zo gemakkelijk is die vlag niet te vinden; wel genoeg Cubaanse vlaggen en T-shirt met Che Guevara. Waarom is die hier zo populair? Dat moet ik eventjes weten, dus vragen maar. Veel Kaapverdianen blijken te studeren op Cuba. Toch zijn de eilanden allerminst communistisch!!
Onze zoektocht naar een vlag leidt ons natuurlijk onvermijdelijk langs de haven en een stinkende vismarkt en ook ontdekken we het restaurantje Pico Pau waar je heerlijk kreeft zou kunnen eten. Ik besluit dat het lunchtijd is en ontferm mij over een heerlijk bord vissoep. Het zaakje is vijf tafeltjes rijk, dus voor de zekerheid reserveren we maar een plaatsje voor vanavond. De honderden briefjes die rondom op de muren geplakt zijn, getuigen van veel enthousiasme over het bereidde voedsel. Dat zien we vanavond wel, maar eerst een vlag. Opeens krijgen wij een helder idee; er moet hier toch een tagrijn of iets dergelijks zitten. Tenslotte is er ook een jachtclub. Eindelijk vinden wij dan toch een vlag, schrikken een beetje van de prijs, maar nemen er toch maar eentje mee. Tenslotte kunnen wij geen fortuin uitgeven aan andere souvenirs.
Mindelo is de tweede stad van de Kaapverdische Eilanden en hoewel er een paar schitterende gebouwen staan, zijn wij er in een middag al op uitgekeken en realiseren ons eens temeer dat wij geen stadsmensen zijn. Het interessantste zijn toch de haven en de markt. Dus hebben we lekker tijd over om een middagdutje te doen in een heerlijk koele kamer. Want het is buiten weer warm!!! Tegen de avond trekken we de stad weer in op weg naar Pico Pau. Wij zijn echter nog een beetje vroeg en nemen in dezelfde straat een eindje verder weg plaats op een terrasje om nog eventjes wat te drinken. De eigenaresse zit ook op haar terrasje en zit zachtjes voor zich uit te neuriën. Opeens wordt zij echter alert als er een groepje jongens luidruchtig de straat in komt rennen. Gelijk gebaart zij naar ons dat wij onze tas veilig weg moeten zetten. Chris kijkt een beetje schamper naar het formaat van de jongetjes, maar zij verzekert ons dat zij als groep behoorlijk te duchten zijn. Het zijn straatkinderen zonder ouders of door hun ouders in de steek gelaten en zij leven van de hand in de tand. Hun bestemming vanavond zijn twee bomen, waarin het vol vogels zit, getuige het gekwetter. Verbaasd kijken wij toe hoe een van de knulletjes onversaagd de hoge boom inklimt. Zij zijn op zoek naar vogelnestjes om te verkopen aan de Chinezen in de stad, die daar goed voor betalen. Vinden zij een nestje dan kiepen zij de kuikens er zonder pardon uit. Ik geloof niet dat zij vanavond veel geluk hebben. De vrouw die ons waarschuwde voor onze tas, schijnt op goede voet te staan met de jongens en kent ze zelfs bij naam. Een paar van hen krijgen zelfs wat te drinken. Is dit uit zelfbehoud of hoopt zij op deze manier contact te krijgen met de jongens!!! Meer mensen zijn inmiddels de straat op gekomen en houden het groepje goed in de gaten. Maar gelukkig gebeurt er niets. Zuchtend wendt de vrouw zich tot ons en vertelt dat dit iets is van de laatste jaren. De mensen trekken naar de stad in de hoop op werk, maar vinden niets en raken steeds verder in de ellende. Helaas een overbekend verhaal.
Intussen zijn we al een hele tijd verder en kunnen we bij Pico Pau aanschuiven. Chris neemt vast en zeker vlees, maar ik wil ons bezoekje aan de Kaapverden complementeren met kreeft. En die was lekker!!!!
Terug in het hotel regelen we nog even dat er morgenvroeg een taxi klaarstaat om ons naar het vliegveld te brengen, want morgen keren wij weer terug naar het warme, dorre Sal om nog even wat bij te bruinen en misschien toch nog een souvenir te kopen.
![]()
Donderdag
Op Sal is het nog steeds even droog, dor en warm als twee weken geleden, maar we hadden ook niet anders verwacht en zijn inmiddels ook al wel een beetje aan de hitte gewend. We gaan niet terug naar Belorizonte, maar strijken neer in Nha Terra; een veel kleiner hotel met even goede kamers, airco en balkon. Chris besluit vanmiddag nog een duik te nemen en ik ga lekker bij het zwembad liggen lezen.
Na het duiken, duiken wij Santa Maria in voor souvenirs. We hebben eigenlijk al besloten ponch en koffie voor de ouders mee te nemen, maar ik ben nog op zoek naar iets kleins voor het kastje van Ma en natuurlijk een lepeltje voor mijn verzameling. Iets kleins wordt gevonden, maar – om een lang verhaal kort te maken – het fenomeen lepeltjes is nog niet tot de Kaapverden doorgedrongen. Ondanks grote luxe hotels en ondernemende – doch lastige – Senegalezen.
Chris heeft trouwens vanmiddag gelijk een afspraak voor vanavond gemaakt, De duikers gaan eten bij Zum Fisherman en wij gaan mee. Annette kennen we tenslotte en ook Sigi en zijn vrouw kennen we nog. Die vertrekken ook morgenavond. We zijn uiteindelijk met een mannetje of twaalf en hebben een gezellige avond. Jammer dat we morgen al moeten vertrekken, want dit is wel een leuk ploegje bij elkaar om mee te duiken.
![]()
Vrijdag
Maar aan alles komt een einde dus ook aan de vakantie. Alhoewel we nog één punt op het programma hebben staan; het bijbruinen. Aangezien we pas vanavond laat vertrekken, planten we ons ’s middags op het nog steeds rustige strand. Ik mocht geen boek meenemen van Chris en na een half uurtje zitten we allebei al een beetje verveeld in de rondte te kijken. Is this fun!!!!! Nee, wij zijn geen strandmensen en liggen dus de meeste tijd in zee te poedelen.
’s Avonds slenteren we nog een keer door Santa Maria en zetten ons nog een keer op een terrasje voor een maaltijd – slaan nog wat verkopers van ons af - en dan is het tijd voor vertrek. En misschien hadden we nog wel daagen door Santa Maria kunnen slenteren en nog vele malen terrasjes kunnen bezoeken, want in eerste instantie was het vliegtuig vol en overboekt. Pardon!!!!
Maar eens iemand aan zijn jasje getrokken en uiteindelijk kunnen we toch mee. Opgelucht, want een nog een hele week Sal????? Wél Fogo of Santa Antâo!!!! Maar Sal is voor ons dan ook niet echt Kaapverdië en het Nederlandse echtpaar dat na 3 dagen zweten op deze platte pannenkoek terug naar Nederland is gevlogen, weet niet wat zij allemaal gemist hebben.
![]()