Ik open dit schrift en vind het gekriebel van Pa. Helaas niets voor ons, maar engelse les. Hebben we niets aan in China!!! Maar zo wilde ik niet beginnen.
Vrijdag 7 september 19.30 uur; Schiphol.
Afscheid genomen van Pa, Ma en Geert en op weg naar het avontuur. Voor de eerste keer georganiseerd op reis. Behalve Chris zijn nichtje en haar man kennen we niemand, maar dat zal wel gauw veranderd zijn. We zouden om acht uur moeten vertrekken, maar het wordt 9 uur; het vliegtuig is overgeboekt; een paar mensen blijven achter en een paar mensen krijgen business class-stoelen. Degenen die achter moeten blijven, zijn niet van onze groep, maar de business classers wel!!! Hadden wij dat nou maar!!
![]()
Vrijdag 5 oktober 7.00 uur; Rotterdam
Achteraf had ik toch weer anders moeten beginnen, want wie van ons kon op die vrijdag vermoeden dat enkele dagen laten de wereld zou schudden op zijn grondvesten. En dat terwijl wij vrolijk verder werden gedreven door het (op het oog) onverschillige China
Ondanks de leuke attentie in vorm van wat heel nuttige toiletartikelen, blijft vliegen een vermoeiende en krappe bedoening. Waar laat ik die benen en hoe kom ik in slaap? Het blijft bij een beetje sudderen, maar de tijd gaat toch enigszins vooruit en om 12 uur 15 plaatselijke tijd landen wij in Běijīng.
![]()
Zaterdag 8 september, Beijing
Ietwat te laat en dat zullen we de gehele dag nog merken. Haast is er geboden!
Peking (mag dat nog?) is groot, druk en staat vol bouwputten. Wat oud is wordt afgebroken en vervangen door nieuwe, meestal fantasieloze, woonflats. Weliswaar wordt de eigenaars een bedrag van ongeveer 100 yuan per vierkante meter voor hun oude grond geboden, maar is dat genoeg om iets nieuws te kopen??? Of moeten zij verhuizen naar een van de buitenste ringen van de stad, waar het leven steeds goedkoper wordt. Precies het tegenovergestelde dan bij ons: hoe verder weg van het centrum; hoe duurder de woningen (vaak) worden. Veel van bovenstaande informatie heb ik van onze magere, enigszins gestresste gidse Yu (Wu??). Zij spreekt Duits, weet dat wij van Nederland komen, maar haar verhaaltje is duidelijk afgestemd op onze oosterburen. Het valt mij al snel op dat zij ons vooral de grote, nieuwe gebouwen aanwijst. Trots op de Peoples Republic of China??
Er is het een en ander veranderd aan de ris en zo ook ons hotel in Peking. Wij komen nu terecht in het Chong Wen Men Hotel, alwaar wij even gauw de koffer op de hotelkamer kunnen werpen en ons even kunnen opfrissen, maar een dutje zit er helaas niet in. Want zoals ik al zei; we zijn wat te laat
Vrijdag 5 oktober; Rotterdam
We zijn wat te laat. En dat geeft op zich niets, ware het niet dat toch altijd het volledige programma afgewerkt moet worden en er altijd wel ergens een bus, boot of ander vervoermiddel op ons staat te wachten. Weer thuis, kom ik er na een telefoontje met de organisator achter, dat hij eigenlijk om een wat minder druk programma gevraagd had. Maar dit moesten we persé zien en dat kon je toch echt niet missen, dus heeft men er toch van alles en nog wat tussen gepropt, zodat wij met de tong op de schoenen door China werden gejaagd. Gelukkig waren wij niet op vakantie, maar op een maritieme studiereis. En kon er tijdens de diverse boottochten eventjes bijgekomen worden.
Om uiterlijk 3 uur (‘Bitte sei punktlich’, smeekt onze gidse. Weer die oosterburen!) moeten wij weer gewassen en geschoren terug in de hotellobby zijn. Maar het is onze eerste dag; iedereen is moe of heeft niet alles begrepen. Dus vertrekken we, na wel 10 keer geteld te zijn, richting het zomerpaleis voor een bezoek van amper 10 minuten. Veel te kort natuurlijk, maar het programma laat niet mee tijd toe. Dus met veel ‘weiter bitte, weiter bitte’worden we door het zomerpaleis opgejaagd, want om 5 uur gaat het park dicht, vaart de laatste boot…….wat een stress!!
En het is hier zo mooi en zou zo rustgevend kunnen zijn. De zon die schittert in het Kūnmíng meer, de wazige bergen in de verte, het heerlijk koele briesje! ‘Weiter bitte, weiter bitte!
‘We lopen langs het meer tot aan de marmeren drakenboot die vaak op foto’s te zien is. Deze boot heeft nooit gevaren, maar is in opdracht van de laatste keizerin van China gebouwd voor het geven van feesten en banketten. Nee, we hebben nu al door dat de vroegere heersers van China niet op een taeltje keken!!! Maar zij hadden de absolute macht en waarschijnlijk was er ook niemand die bezwaar durfde te maken tegen zulke verkwistingen. Gelukkig maar voor ons, want het is wel mooi.
Wijzelf stappen in een bontgekleurde replica van deze drakenboot en maken onze eerste boottocht in China. Wij varen een stukje over dit kunstmatig aangelegde meer richting alweer een marmeren bouwwerk. Dit in de vorm van een prachtige brug met 17 bogen.
Na een korte, doch stevige wandeling (‘weiter ……’) beginnen wij aan ons "tweede project in het kader van onze maritieme studiereis". Om gemakkelijk van de Verboden Stad naar het Zomerpaleis te komen, werd een kanaal gegraven en daarop varen wij nu richting stad. Wij leggen zo’n 9 kilometer af over dit kanaal, wat volgens ons tegenwoordig weinig bevaren wordt. Maar langs het kanaal is het heerlijk toeven; getuige de vele mensen die in hun rust gestoord worden door 40 bleekgezichten en ons enigszins verbaasd nakijken. Ook schrikken we vele vissers op! Maar in tegenstelling tot die ene middelste vinger die men bij ons te zien krijgt, wanneer men bijna met hengel en al in het water gespoeld dreigt te worden, blijft men hier vriendelijk glimlachen.
Wie schetst onze verbazing wanneer wij om een bocht een sluisje zien liggen! Er liggen geen schuttingen voor, dus wij kunnen er zo invaren. We zakken ongeveer een halve meter en verbazen ons over de sluismuren. Geen rechte betonnen wanden of muren; men heeft zich gewoon door het bestaande gesteente heen gewerkt, zodat het een heel natuurlijk geheel wordt. Zo bij ons niet zo goed werken met al die keurig geverfde schepen.
Het begint al wat te schemeren als wij de bus weer bereiken en hier en daar begint er (naast veel gegaap) een maag te rammelen. Tijd om onze eerste Chinese maaltijd met stokjes te gaan genieten. Alhoewel menigeen na wat gefreubel gauw naar zijn vork grijpt. Alleen één vraag; die frieten, moest dat nou!!!
Ik denk dat iedereen vanavond met de kippen op stok gaat, want morgenvroeg om halfzeven worden we al gewekt en moeten we om 8 uur alweer in de bus zitten. ‘Schlafen sollen Sie zuhause.’ Oké! Maar halfzeven tijdens je vakantie, pardon studiereis????
![]()
Zondag 9 september Běijīng
Natuurlijk zitten we niet precies om 8 uur in de bus, maar we kunnen nu toch met maar een kleine vertraging vertrekken. Eerst de Ming graven en dan de muur, of was het andersom. Maakt niet uit: het zonnetje schijnt: we zijn met vakantie: Who cares!
Geen Ming en geen muur, maar parels. Zoetwater parels, waarvan China de belangrijkste producent ter wereld is, wordt ons tijdens een korte rondleiding met enige trots verteld. Er is hier genoeg water in China en in tegenstelling tot de zoutwater versie: kunnen er in een zoetwater oester meerdere parels groeien. De schelp die wij hebben mogen opvissen bevatte er zelfs bijna dertig. Weliswaar zitten er dan vaak een hoop tussen van mindere kwaliteit, maar die worden dan vermalen tot medicijn of voor gebruik in de cosmetica. Misschien komen we bij een van onze vaartjes nog wel langs een kwekerij. Was de rondleiding kort maar krachtig; men laat ons "iets" langer rondkijken in de verkoopruimte. Uiteraard!!! Wij hebben overigens een super afdinger in ons midden. Een man en vrouw zagen twee mooie parelvogels, waarvan hij dacht (waarschijnlijk?? Misschien??): "Laat ik eens gek doen." En hij noemde een prijs heel ver beneden de aangegeven prijs. "Oké", zei de verkoopster en ingepakt werden de vogeltjes. Was het nu ook echt de bedoeling ze te kopen?? Bovendien hadden zij al parels, gekregen nog wel. Zij gokten namelijk het beste op de inhoud van de oester tijdens de rondleiding. "Ach," merkte iemand later op, "als je die vogeltjes ooit zat bent, kun je er altijd nog een kralenketting van maken!!" Schrale troost als je eerst nog moet proberen de vogels heelhuids dwars door China te krijgen en dan ook nog eens heelhuids terug in Nederland.
Peking is een enorme stad en behalve het verkeer, de mensen en al die voor ons zo onbegrijpelijke Chinese karakters; voel je jezelf niet echt in China. Kentucky Fried Chicken, McDonalds, Nokia; allerlei bekende namen vallen ons op.
Tijdens de rit in de bus wordt ons een hoop verteld over de ‘Chinese way of life’. En opeens realiseer ik mij weer dat we in een communistisch land zitten. Overal moet toestemming voor gevraagd worden; zelfs om te trouwen. Je wordt dan onder andere medisch onderzocht. Waarop vraag ik mij af?? Kijken of je kinderen kunt krijgen?? Beetje overbodig lijkt mij, want men mag sowieso maar een kind krijgen. Is nul kinderen dan niet nog beter!!!!
Wij hebben al een aardig eind gereden, maar nog steeds zijn we de stad niet echt uit. Peking heeft dan ook 11 miljoen mensen (én 7 miljoen fietsen; waarvan wij er toch al wel een miljoentje gezien hebben) en waar die mensen allemaal wonen is ons al snel duidelijk; in flats! Of in een tussen die flats vergeten oude wijk, zonder licht of sanitair. Langzaamaan verdwijnen al deze wijken en moeten de bewoners verhuizen; naar dure flats!
We bezoeken toch eerst de Ming graven en stappen uit bij de heilige weg die leidt naar alle 13 graven. Deze zijn nu niet te zien vanaf deze weg, maar vroeger stonden al die bomen er waarschijnlijk nog niet. Bomen die er een prachtige groene laan van maken. De weg wordt geflankeerd door draken, olifanten, kamelen; allerlei wezens waarlangs de vroegere heersers van China ten grave werden gedragen. Ook bezoeken we een tombe, of liever gezegd de toegangspoorten en –gebouwen, want de tombe zelf is niet te bezoeken. Na zijn vondst is de tombe leeggehaald en is hij weer versloten. Wat rest is een begroeide heuvel. De schatten bevinden zich in musea. En het zijn échte schatten; goud, zilver, jade, schitterende gewaden en sieraden, wapens. Maar ook gebruiksvoorwerpen, want de keizer wilde in zijn volgende leven op dezelfde wijze regeren, dan in zijn huidige. Er wordt gevraagd of dat dan ook betekent dan zijn vrouw een kopje kleiner wordt gemaakt. Nee dus!!
Ook hier is het weer aangenaam vertoeven tussen het groen, maar een even aangename lunch zit er niet in. Die kan namelijk genuttigd worden op de parkeerplaats. Oké; naast de parkeerplaats! Maar we blijven naar die bussen kijken. Iedereen houdt het geloof ik bij een heerlijke perzik, alhoewel de een er 4 yuan en de ander slechts 1 yuan voor hoefde te betalen!!
Dan beginnen we aan een rit van ongeveer anderhalf uur naar de muur. Juffrouw Uw legt ons heel verontschuldigend uit dat de rit zo lang duurt, omdat onze reisorganisatie ervoor gekozen heeft niet naar Bāládĭng te gaan, maar naar het minder bezochte Mùtiányù; 90 kilometer noordoostelijk van Peking.
We mogen kiezen; te voet de muur op of met de gondel. De 11 sportiefste onder ons kiezen voor de benenwagen en op het laatste moment sluit John (daar hoort u nog mee over!!!) zich bij ons aan. "Ja, ik lijk wel gek! Hebben jullie die bakjes gezien!!" Even een kleine teleurstelling; we lopen (nog) niet op de muur, maar moeten naar de muur lopen. Over trappen, veel trappen, met ongemakkelijk lage treeën. Iedereen loopt zijn eigen tempo, dus de eersten zijn al boven als de laatsten….. Waar zijn die laatsten eigenlijk?? Waar is John?? Halverwege schiet toch even de gedachte door mijn hoofd: "Moest je weer zo nodig!!!", maar als ik dan tussen het groen de muren van "De Grote Muur" zie, vat ik weer moed. En achteraf valt de klim eigenlijk wel mee en valt de vermoeidheid zo van je af. Want wie had er nu gedacht ooit nog eens op dé Muur te lopen. Als ze op de maan goed opletten, kunnen ze ons zien!!!
Ligt de muur in Peking, wordt er een dag later vanuit Nederland gevraagd? Nee, want alhoewel dit deel nog wél tot de stad Peking behoort, zitten we hier in een prachtig gebergte. You’ve been nowhere until you,ve walked the wall!!!
Wat is het hier heerlijk rustig en waar is de rest van de Binnenvaarters??? Zij blijken nog hoger te zitten en hoefden dus niet in die gammele bakjes van John, maar in gondels. We hebben gelukkig nog even tijd en niemand bij ons die tot op de minuut zegt wanneer we wat en hoe moeten doen!! Chris en nog iemand besluiten met de bob terug naar beneden te gaan, maar ik vind dat een beetje slecht in het resumé staan. "Wat heb jij allemaal in China gedaan?" "Vanaf de muur naar beneden gebobd!!" Niet voor mij.
Beneden hebben we nog tijd om wat nootjes en andere etensdingetjes te kopen. Dan moeten we weer in de bus. Hebben we haast?? Nee, eens een keertje niet, want we eten in het hotel. Na het eten zijn we alweer wat uitgerust en besluiten nog een wandelingetje te gaan maken. We hebben trouwens een doel; trouwkaarten en Chris zijn schoen laten repareren. We slenteren richting Mall en komen daar met sluitingstijd aan. De deuren zijn nog open en niemand houdt ons tegen, dus stappen we goedgemutst binnen mét John! We lopen wat rond; boven, beneden, maar niets wat lijkt op een hakkenbar. "Wacht maar," zegt John, "dat regel ik wel even." Hij stapt op een klein chinees vrouwtje af en vraagt, duidelijk articulerend: "Waar is hier de hakkenbar?" Één groot vraagteken en er wordt nog een dame bijgeroepen. "Waar is hier de hakkenbar?" Twéé grote vraagtekens, want dit engels kennen ze toch echt niet en er wordt nog iemand bijgeroepen. "Waar is hier de hakkenbar?" De rest van ons ligt intussen in een deuk en komen door ons gelach helemaal niet op het idee gewoonweg Chris zijn kapotte schoen te laten zien. Laten we die dan uiteindelijk toch zien, is het leed zo geleden. De schoen wordt netjes gerepareerd en we hoeven zelfs helemaal niets te betalen. Door dit alles verlaten we als aller- allerlaatste klanten het pand en worden dan toch wel een beetje vlug, vlug naar buiten gedirigeerd. Ligt ons hotel in een straat die in New York of London niet zou misstaan, sla je eenmaal linksaf en je wordt geconfronteerd met het ‘oude’ China. Een woonwijk zonder sanitair of stromend water. Zonder straatverlichting of flitsende reclames. Maar wel fietsende, mahjongende, etende chinezen, die zich waarschijnlijk afvragen wat die bleekgezichten hier te zoeken hebben. Na onze verbazende wandeling zitten we nog een tijdje op een terrasje en komen erachter dan iedereen min of meer ‘verwandt’ is of was of iets dergelijks en is China even vergeten.
Wan ān!!
![]()
Maandag 10 september
Vandaag gaan we met de minuut leven en Běijīng bekijken en we beginnen natuurlijk op het Plein van de Hemelse Vrede; het Tiānānmén Plein. De bus rijdt een hele omweg om bij dit beruchte plein te komen, terwijl het volgens de kaart nooit zo ver kan zijn. En inderdaad hebben we het bekende blokje om gereden en blijkt het later slechts 20 minuten lopen te zijn. Maar in deze enorme stad gelden soms vreemde verkeersregels (waaraan zich zo op het oog niemand zich houdt!!!) en een daarvan is, dat men sommige afslagen pas na een bepaalde tijd mag nemen. Vlak bij ons hotel mag je bijvoorbeeld pas om na 17.00 uur linksaf slaan!
Wij zijn duidelijk niet de enigste toeristen die vandaag in Peking rondlopen, ofschoon het overgrote deel van de mensen van Aziatische afkomst is. Maar of het nu Chinezen, Koreanen, Japanners of Vietnamezen zijn?? Ziet iemand het verschil?
Tegenover de toegang tot de Verboden Stad staat een enorm gebouw; het mausoleum van Mao. Frau Uw denkt dat er een pop ligt, wat waarschijnlijk klopt, maar dit weerhoudt honderden mensen er niet van om in een lange rij te wachten om een snelle blik op de Grote Leider te kunnen werpen. Eerbied? Nieuwsgierigheid? Hebben wij overigens tijd even binnen te kijken. Één minuutje maar!!!!!
Het Plein van de Hemelse Vrede moet het grootste plein ter wereld zijn, maar ziet er voor ons niet zo uit. Komt dit door de mensenmassa; door het vele verkeer dat eromheen raast of doordat ze midden op het plein een monument ‘of the people’s heroes’ hebben geplaatst??? Ik moet van mijn broer midden op het plein gaan staan en “Free Tibet” roepen. Het is onwaarschijnlijk dat überhaupt iemand mij hoort, maar onze gidse is achteraf blij dat ik deze stunt niet uitgehaald heb. Waarom???
Langzaam lopen we richting de Verboden Stad (maar ook weer niet té langzaam, want denk aan de tijd!!!). Ik las zo-even nog iets moois in de Planet; je mag niet met een fiets over dit plein, maar staat er dan; met een tank is waarschijnlijk oké!
Als je vergeten zou zijn Mao’s mausoleum te bezoeken (of misschien geen tijd had); hij kijkt ons boven de toegang tot de Verboden Stad nog even aan. Juffrouw Uw heeft ons vandaag al minstens 80 keer geteld en ik vraag mij af wat er gebeurd als er een paar besluiten op eigen houtje verder te gaan. Tenslotte weten wij waar en wanneer wij elkaar weer ontmoeten??
Ziet het eruit zoals in The Last Emperor? Natuurlijk, die film is hier opgenomen, alleen de juiste sfeer ontbreekt. Hoe kan dat ook anders met die vele mensen die braaf van de ene hal naar de andere schuifelen. Alleen een enkeling breekt uit deze rij mensen los en dwaalt af. Mijmerend, fantaserend! Wat doen al die mensen hier?? Wegwezen allemaal…….
Beetje egoïstisch, maar gelukkig heb ik genoeg fantasie. Ik heb dan ook niets meegekregen van wat welke hal waarvoor diende en waarom. Alleen maar over hoeveel minuten we waar weer (mooie alliteratie) moeten zijn. Ik ben vooral weg van de daken, ondanks het feit dat die overal bijna hetzelfde zijn. Het gehele complex is enorm en wij zien er slechts een fractie van; maar arme Pu Yi, ondanks zijn vele concubines. Als 3-jarig kind al keizer met ogenschijnlijk veel macht, maar niets te vertellen. En wat zou een kind van 3 moeten weten over het regeren van een zo groot land als China??
Volgens Uw zouden we vandaag zo’n 10 kilometer moeten lopen, maar we zijn al úuren onderweg en hebben volgens mij pas 2 á 3 kilometer afgelegd. Waar blijven die andere 7, want van al dat geslenter gaan de voeten gauw protesteren. Na nog wat verblijven van concubines bekeken te hebben, eindigen we in een tuin, waar we gauw een stoepje in de schaduw uitzoeken om iets fris te drinken. De grootte van de tuin valt wat tegen, maar ik vermoed dat er nog vele tuinen verborgen liggen in deze stad in de stad.
We verlaten de Verboden Stad en lopen langs de buitenmuren richting Bĕihăi Park. Nu pas krijg je een idee van de grootte van het complex dat wij zojuist verlaten hebben.
In het Bĕihăi Park krijgen we de tijd de Witte Pagode te bekijken en wat te eten. Hiervoor hebben we ruim 28 minuten; tijd genoeg!! Tóch doen we nog een poging bij de pagode te komen, maar helaas pindakaas. Dan maar lunchen. Chris en ik proberen vandaag toch maar die instant cup of soup. Goed te doen hoor!!!
Hadden ze het bezoek aan dit park niet beter kunnen schrappen? Van de vorige groepen sijpelde wat informatie door over het eten, het sanitair en de verveling in Yángshuò en aan de hand daarvan zijn er wat aanpassingen gemaakt. Niemand sprak echter over het feit dat je in Peking de gehele dag op je horloge moet kijken (die ik overigens helemaal niet bij me heb!), omdat je over zus of zoveel minuten daar of ginder weer moet verschijnen. Of liepen de vorige groepen als makke schapen achter hun gids aan?? Ik kan het mij bijna niet voorstellen; waarschijnlijk hebben 170 Nederlanders in één jaar tijd meer grijze gidsen gecreëerd, dan alle Duitsers en Aziaten bij elkaar in 10 jaar!!!!!! Ons ongeorganiseerd zooitje zwermde in ieder geval uit naar alle windrichtingen voor water, vogels, het toilet, schaduw of gewoon wat rust????
Maar ik heb geen tijd meer, want we moeten verder. Op naar de Lama Temple; de grootste boeddhistische tempel buiten Tibet. En groot is hij inderdaad en mooi. Vooral de laatste en ook grootste Boeddha is indrukwekkend. Je komt de hal binnen en ziet zijn benen; een paar stappen verder verwacht je ook zijn kruintje te kunnen zien. Maar dat valt tegen. In een woord; imposant!
De monniken in de Lama tempel dragen nog wel de traditionele kleuren, maar duidelijk niet meer de traditionele kleding; gewoon een lange broek met een paarse loshangende bloes erover. En soms gympies!
Is het overal hurry, hurry, hurry. Hier hebben we tijd zat, meer dan tijd zat. Teveel tijd blijkt achteraf, want we moeten nog eten en naar de acrobaten. Moeten we ons daarvoor omkleden en op sjiek gaan? Dat wordt wel gedaan, maar de toeristen neemt men het niet kwalijk, wanneer men er wat minder netjes uitziet. Mag minder fris ook?
Om half 5 vertrekken we vanaf de tempel en om kwart over 7 begint onze voorstelling. Naar het hotel is het nog een half uur rijden en naar het restaurant nog eens 20 minuten lopen (20 heen en 20 weer). En terug in het hotel moeten we nog naar het theater rijden. En natuurlijk willen we daar ergens tussendoor ook nog op ons gemakje eten. Dan gaan we nu even rekenen. Van 16.30 tot 19.15 zijn 165 minuten; 30 minuten naar het hotel, 2 x 15 (wij lopen snel!!) minuten lopen en dan weer 15 minuten bussen. 60 minuten om te eten? Blijft over 165 – 135 = 30 minuutjes om ons te wassen, scheren, tutten, dutten (!!). Ruim voldoende tijd toch?? Maar ………… weliswaar staan we een paar minuten voor 5 zo’n 100 meter van het hotel. We staan echter op die weg waar je voor 5 uur niet linksaf mag slaan!! Dus moeten we een blokje om midden in de spits. Resultaat; binnen 6 minuten moeten we ons ………. Dus niks opfrissen, niks tutten. Kam door de haren, kneepje in de wangen, blik op oneindig en vooral opschieten!
“Kijk: het personeel van het restaurant staat al op ons te wachten”, zeggen we voor de grap als we ergens een hele groep koks op de stoep zien staan. (Hebben die vanmiddag geen schoon schortje omgedaan?) Ze staan daar waarschijnlijk gewoon een peukje te roken, maar we gaan hier dus wél eten en krijgen dus wél een keertje pekingeend. Want geen pekingeend in Peking is als geen Haagse hopjes in Haarlem.
Chris en ik zijn vanavond verstandig en gaan met de kippen op stok, nadat we met een ploegje afgesproken hebben dat we morgen een wandeling gaan maken en gaan proberen wat van die oude hutons te vinden.
Dinsdag 11 september Peking-Chóngqìng
Ondanks het feit dat degenen die niet met de riksjatoer meegaan, mogen uitslapen, is iedereen toch weer bijtijds op de been. Want zoals Uw al zei: “Schlafen sollen Sie Zuhause!”
Om half 12 vertrekt de bus richting vliegveld, dus dat geeft ons voldoende tijd om een mooie wandeling te maken. Volgens Uw zijn de hutons, die ik overigens al voor de vakantie had aangekruist, zo’n 30 minuten lopen. Ze laat het als ver klinken en had ons waarschijnlijk liever in een riksja gezien, maar wat is nu 30 minuten. Een ander groepje (die volgens onze aanwijzingen gaan lopen. O jee, o jee!!!), vertrekt wat eerder, maar wij halen ze al gauw in.
Ik liet de avond gisteren te vroeg aflopen, want wij gingen helemaal niet met de pekingeend op stok. Nee, het mooiste gedeelte van de avond moest nog komen. Toen wij namelijk onze eend (en nog veel meer) als gestreste kippen naar binnen hadden gewerkt, gingen we toch nog naar het theater? Helemaal vergeten!!!!
Hoe kan dat nu; het was zó leuk. We gingen namelijk niet naar een super professionele groep, maar naar leerlingen. In een donker straatje de deur door; eindigend in een stoffig theater met heerlijk grote, eveneens stoffige, stoelen. We zitten nog niet of het doek gaat al open. De truc met de bordjes; thuis niet nadoen, behalve als men het servies beu is. Ik heb getwijfeld of we niet voor het lapje gehouden worden, maar na de show trek ik dit terug. De ene schitterende act na de andere wordt ons voorgeschoteld; en het is vooral zo mooi, omdat ze uitgevoerd worden door kinderen. Kinderen met soms pikzwarte sokjes aan en uiterst gespannen (of brutale) snoetjes, die echter niet onderdoen voor menig professionele acrobaat. Iedereen geniet en ik kan mij nu ook een betere voorstelling maken van ‘Cirque du Soleil’. Je weet wel Ma; die vrouw in de lucht met die lange lappen. Klinkt vreemd totdat je het gezien hebt.
Terug naar dinsdag: 11 september. ‘Het begin van de 21ste eeuw’
Want ik ben nu wel zo vrolijk onze reis aan het beschrijven, maar intussen schudde de wereld op zijn grondvesten. Een paar (of velen, dat is nog niet duidelijk) idioten hebben het klaargespeeld enkele Amerikaanse vliegtuigen te kapen (een met behulp van een miniem mesje). De kapingen vonden plaats vlak na de start om nog zoveel mogelijk kerosine in de tanks te hebben. Daarna heeft men waarschijnlijk de piloten gedwongen het meest verschrikkelijke te doen; met opzet de vliegtuigen te laten crashen. Twee in de torens van het World Trade Centre te New York en een op het Pentagon te Washington. Meerdere vliegtuigen waren nog onderweg, waarvan er een neergestort is in de buurt van Pittsburg en minder schade aanrichtte. Minder schade!!! Wat te denken van bemanning en passagiers in dit vliegtuig. Nu ik dit schrijf, 4 dagen later, is het allemaal nog steeds irreëel en ongelofelijk; ondanks alle foto’s, beelden op de televisie en telefoongesprekken met de familie thuis. Het is net een film die zich gerealiseerd heeft en dus niet meer verfilmd hoeft te worden. Ondanks dat de wereld nu hortend en stotend doordraait (behalve ogenschijnlijk hier in China; met de nadruk op ogenschijnlijk), denkt iedereen stiekem aan thuis, naar huis gaan en hoe moeten we nu verder.
En hoe banaal ook; gewoon verder gaat de reis en wij concentreren ons op de kaart van Běijīng voor die hutons van gisteren; bij het zien waarvan iedereen uitriep; “Dat is nu het échte China!” Of wij het echte China zullen vinden? In ieder geval kunnen we eens lekker in ons eigen tempo lopen zonder iédere 5 seconden een blik op de pols te moeten werpen. Vlakbij het hotel ontdekken we een “water in de mond doen lopend” bakkertje. Wij besluiten hier op de terugweg even binnen te wippen.
In principe zouden de hutons heel gemakkelijk te vinden moeten zijn, maar uiteindelijk moeten we het toch nog een paar keer vragen. Terug, we zijn te ver; we moesten toch dat drukke straatje in. Zo druk is het hier niet; alleen de explosie van kleuren is ongelofelijk! Is het hier het hele jaar feest? Nee, de lampionnetjes dienen voor geluk. Want bijgelovig zijn ze hier wel. Maar dit is toch veel echter dan straten vol Nokia en Co. Deze straat heet Dàchìlàn, maar wij willen ook nog naar Liúlíchăng en dit is moeilijker te vinden. Maar met de kaart in de hand en een vriendelijke glimlach komen we er wel. Of sturen ze ons steeds verder een doolhof in en moet het vliegtuig vanmiddag zonder ons naar Chóngqìng. Maar wij vinden ook Liúlíchăng en inderdaad staan hier de huizen die wij gisteren al vanuit de bus zagen. De riksjarijders hebben waarschijnlijk dezelfde straten gezien, maar hebben ook nog even een bezoek gebracht aan een theehuis en zijn bij mensen thuis geweest. Dat hebben wij gemist, maar wij hebben in ieder geval de benen gestrekt en het hotel op tijd teruggevonden. Mét heerlijke gebakjes!!
Op het vliegveld nemen wij afscheid van Uw en verwelkomen wij James (Yang Hao Liu) die ons de komende 11 dagen zal begeleiden. Hij is eigenlijk een local guide in Peking, maar wordt onze ‘troobleshooter’.
Op naar onze cruise.
Dat betekent alweer in het vliegtuig, maar nu beginnen we elkaar al een beetje te kennen. Alhoewel de namen en wie bij wie hoort nog een wirwar in mijn hoofd is. Samen met alle informatie die ons gespuid is in Peking. Onnodig te zeggen dat het meeste het ene oor inging en het andere weer uit. De échte interessante dingen kun je beter later nog eens op je gemakje opzoeken. Of zoals ik iemand zag doen; ergens een rustig hoekje vinden en Inside China lezen. Wel hebben ze alle vrouwen en alle mannen bij elkaar gezet. Waar is dit goed voor? Geen klagen hoor, want het is gezellig en nu hoeven we niet te varen. Ik zit helemaal goed, want ik zit naast de twee Ina’s. “Met Ina naar China!”, wordt dan ook een gevleugelde uitdrukking.
Uit het vliegtuig worden we gelijk de bus in geloodst en begint de local guide weer met spuien. Hoeveel, hoe duur, hoe nieuw, maar bijna nooit waarom. We treffen dit keer een Duits sprekende gids, maar of we daar zo blij mee zijn. Hij heeft namelijk ook een beetje Duitse streken; met alle respect voor het overgrote deel van onze oosterburen! Hij probeert wat flauwe grapjes op ons uit, maar krijgt weinig respons, want intussen vergapen wij ons aan deze stad van 30 miljoen inwoners. De ene bouwput na de andere, want Chóngqìng is á booming town’. Het is de belangrijkste industriestad van zuidwest China. De zomers zijn hier verschrikkelijk heet en wij zijn blij dat het nu herfst is. Zagen wij in Peking duizenden fietsen, hier ontbreken ze. Geen wonder; alle straten van de stad gaan oftewel omhoog oftewel ……. Dus geen fietsbel gebel, maar ook geen getoeter van auto’s. Enkele jaren geleden heeft men dit namelijk verboden om de geluidsvervuiling tegen te gaan. Geen slecht idee, want ook zonder toeters en bellen maken de chinezen genoeg herrie. De bus slingert door de stad en opeens ligt onder ons de Yangtze. Tot vanavond!! Ook geeft onze gids ons nog wat Chinese les. Wij moeten goed onthouden wat xing xing betekent; “Krijg ik een kusje van je?” Als een jonge man op straat deze woorden tegen een oudere vrouw zou zeggen, kan hij een klap in zijn gezicht krijgen, aldus onze gids. Hetgeen aan een van de vrouwen de opmerking ontlokt; “Als een jonge man aan mij om een kusje vraagt, krijgt hij zéker geen klap in zijn gezicht!!!”
Wij slingeren verder een berg op. Op weg naar Éling Gōngyuán (Goose Mountain Park) vanwaar wij een goed overzicht over de door smog bedekte stad hebben. In dit park bevindt zich een museum; het China Three Gorges Art Exhibition Center. Het museum is opgericht door de heer Liu Zuochong. Vóór de beslissing door het Volkscongres in 1992 om de Drie-Kloven-dam te gaan bouwen, trok de heer Liu al door de drie kloven en maakte vele tekeningen. Na 1992 is hij begonnen aan een wandschildering van 100 meter lang en 2 meter hoog met daarop alle bezienswaardigheden die men kan zien tijdens een tocht door de drie kloven. Ook wordt op deze tekening aangegeven wat er allemaal onder water zal verdwijnen als het stuwmeer uiteindelijk volgestroomd is. En dat is heel wat; 1,2 miljoen mensen moeten verhuizen. Het water komt dan ook 75 meter hoger te staan. Deze toekomstige waterlijn wordt aangegeven middels rode draadjes en zo wordt de toekomst van deze streek opeens heel aanschouwelijk. Zullen wij ons dat ook realiseren de volgende dagen??
De heer Liu schildert niet alleen in het groot, maar is ook een kunstenaar in het klein. Met 3 muizenhaartjes wordt er op een minuscuul stukje ivoor het meest fantastische geschilderd. Hele landschappen met draken en daarnaast nog leesbare karakters. Ongelofelijk!! Lang kunnen wij hier helaas niet genieten, want de stroom valt uit. Onze gids onze gids, vindt dit waarschijnlijk helemaal niet erg, want zoals gewoonlijk hebben we weer een strak schema. Er moet nog gegeten worden, een rondvaart gemaakt worden en dan moeten we ook nog inschepen op de Isabella. Opschieten dus, maar daar luisteren we niet meer zo naar. De bus rijdt toch niet zonder ons weg! Men is veel te bang een paar rijke, westerse toeristen te zullen verliezen.
Terug de berg af dus!
We zijn wel toe aan een hapje eten en het liefst op ons gemakje, maar dat is ons niet gegund. Alhoewel iedereen al aardig overweg kan met de stokjes (en in nood gewoon naar de vork grijpt) hebben wij toch nog onze tijd nodig. Al is het alleen maar om uit te vinden wat er ons allemaal weer voorgeschoteld wordt; “Wat voor vis is dit? Welke groente, is dit groente???” Onze gids vindt dat het lang genoeg geduurd heeft en op commandotoon verkondigt hij: “Sie haben jetzt noch 10 minuten um in den Bus zu steigen!” En nog geen 20 seconden later klinkt het: “Jetzt sind es noch 8 Minuten!!” Er schijnt weer ergens een boot op ons te wachten, zodat wij Chóngqìng bij nacht vanaf het water kunnen bezichtigen. Alsof wij in de komende dagen al niet genoeg water en bootjes zullen zien!!! Maar het is een aangenaam tochtje; goed om te ‘socializen’, hetgeen vooral gebeurt met een groep Zuid Afrikaners die het wel weer eens leuk vinden om gewoon Nederlands te kunnen praten. Zij komen met goede berichten aangaande de lijn: afvallen is in China geen problemen; zij zijn allemaal al een maatje kleiner moeten gaan. Als dat zou kunnen!!!
Alhoewel een groot deel van de bevolking toch verstoken is van licht en stromend water; voor de rest neemt men het niet zo nauw en alle flats zijn dan ook overvloedig verlicht en de reclames flitsen aan en uit. Allemaal om ons te laten zien hoe goed en vooruitstrevend men in China is. Maar dan moet je echt niet verder kijken dan je neus lang is!!!
Voordat we weer aan land moeten proberen John en Chris nog een kijkje te nemen in de machinekamer. Dit was eigenlijk niet toegestaan, maar denken zij; de brutalen hebben de halve wereld. Dus in plaats van braaf rechtdoor de plank over te lopen, nemen zij ineens een run richting machinekamerdeur. Daarbij achternagezeten door enkele leden van de bemanning. Ik loop ook nog die kant op; benieuwd hoe dit afloopt! Zij spelen het nog klaar een zeer trillerige foto te maken van een motorplaatje, maar worden dan toch vriendelijk doch beleefd verzocht het pand te verlaten. Lol gehad jongens!!!
We moeten te voet van de ene boot naar de andere. Maar die andere wordt ons thuis voor de komende drie dagen. De Isabella V. Wij worden opgewacht met thee en warme handdoekjes, maar voor de rest is onze aankomst aan boord van deze cruiseboot niet erg vrolijk. Iemand van ons kreeg namelijk een telefoontje uit Nederland met het schokkende bericht van de aanvallen op het World Trade Centre en het Pentagon. De wildste verhalen doen dan nog de ronde en velen zijn er in tranen. Hoe is dit mogelijk?? Is dit echt waar?? Iedereen loopt aangeslagen richting kamer en zet gelijk de televisie aan. Dan worden wij voor het eerst geconfronteerd met die schokkende beelden uit Amerika en kunnen het eigenlijk niet geloven. En wat er precies aan de hand is, komen wij ook niet gelijk te weten, want de chinezen praten overal overheen. Dus is het raden naar veel dingen ……….
De diverse mobieltjes staan roodgloeiend; iedereen wil even met het thuisfront praten. En langzaam worden alle feiten verzameld. Maar het blijft net een droom; nee een nachtmerrie………
Als iedereen bekomen is van het wereldgebeuren en bekomen is van de eventuele schrik omtrent de Chinese driesterren suites (sommigen kunnen zelfs hun koffer niet op de grond kwijt), verzamelt bijna iedereen zich in de bar om over alles na te praten. Maar daarbij wordt het heden niet uit het oog verloren, want een vreemd beest in de gordijnen wordt meteen aangezien als kakkerlak. Nee hoor, het is gewoon een sprinkhaan, maar kakkerlakken hier aan boord zou niet vreemd zijn. Vocht, warmte; wat wil zo’n beest nog meer. Hoort gewoon bij de couleur locale’. “Horen muizen daar ook bij”, vraagt iemand zich af??? Hij hield namelijk een wedstrijdje met een muis om een plaatsje op de wc. Het muisje bleek een meisje!! Gelukkig!!
En nu de verhalen toch een beetje loskomen, horen wij nog meer. Onder andere dat een stel suiker en kaneel in hun koffer hebben zitten voor alle zekerheid. Want van de vorige groepen kwam de info door dat het eten niet te eten was. Doe dit nooit meer, omdat diverse mensen dan een eventuele volgende keer een wat kleiner koffertje mee kunnen nemen. Want behalve suiker en kaneel is onder andere ook meegenomen: Liga, Cup a Soup, koffie, een waterkoker en tot in de derde week kwamen de Werthers Echte rond in de bus. Een magnetron met 14 kant en klaar maaltijden pasten er helaas niet meer bij.
Donderdag 11 oktober 2001
Overmorgen is er in Dordrecht de gelegenheid om tijdens de vergadering van Vereniging De Binnenvaart alle chinagangers weer te ontmoeten. Achter mij staat een mooi ingepakt doosje met daarin nagenoeg alle soep, kaneel en suiker die wij na twee weken China geërfd hebben van een bepaald zestal dat het na twee weken al voor gezien hield. Ik moet er hier voor alle eerlijkheid wel bij vermelden dat de kaneel met bruine suiker aftrek heeft gevonden bij bepaalde heren. Die gingen zelfs zover de nasi met dit goed te versieren!!!!
Het wordt toch eindelijk eens tijd alle goede namen bij alle goede gezichten te zetten; dus zetten wij ons aan het denken. We koppelen wat verkeerde mensen; “Zijn die mensen getrouwd of niet?”. Waarom, wie wat?? Na veel gelach en gepuzzel zijn we er uit. Voor alle duidelijkheid zetten we overal de scheepsnamen bij of ex-scheepsnamen, beroepen of gewoon iets anders. Iemand was zo handig alleen de scheepsnamen op te schrijven. Dat klinkt dus zo van: “Hé jij daar van de Cheyenne! Luister eens even.” Heel handig hoor.
We waren bijna het beste paard van stal vergeten: John!! John die beweert mijn luiers nog verschoond te hebben (oké bijna dan) en doorgezakt te zijn met mijn vader na een dag beurzen. Maar John zijn naam hoeven wij niet op te schrijven om te onthouden, want die kent iedereen al wel. Hij heeft altijd wel een leuk verhaal of een of andere leuke stunt. Zo wilde hij van de week na de voorstelling bij de acrobaten een sjaaltje kopen voor iemand thuis. Maar hij houdt van handelen en vroeg de perplexe chinees wat hij zou moeten betalen voor alle sjaaltjes die de man bij zich had. Na wat handelen kan hij ze voor een paar centen kopen, dus koopt hij inderdaad het hele zwikkie en krijgen alle dames een sjaal uitgereikt. Wat een lieve dwaas!!!
Ze schenken een goed wijntje hier aan boord en ook het bier is niet gelijk na een eerste rondje op, dus gaan wij weer niet met de kippen op stok. Dit zou wel verstandig zijn, gezien de zwaarte van onze reis, maar wel ongezellig. Even na middernacht houd ik het echter toch voor gezien en laat ik Chris achter in goed gezelschap. Ik wil eigenlijk nog een beetje televisie kijken om nog wat te weten te komen over het gebeuren in Amerika, maar ik krijg geen leven in dat ding. Dus lig ik te dommelen en te wachten op Chris en vraag bij zijn binnen komst of hij de televisie misschien wil aanzetten. Dat wil hij wel, maar vindt het een beetje idiote tijd om hem nog aan te zetten. Het is namelijk al half vier in de morgen. So what!! Ik kan toch niet slapen. Ik word echter niet veel wijzer van alle beelden en probeer dan toch nog maar even de ogen te sluiten.
Dit lukt niet echt, dus om half vijf zit ik alweer klaarwakker in de lobby op het bovenste dek over de donkere Yangtze uit te staren. Mijzelf afvragend of de gehele bemanning vannacht het schip verlaten heeft, want op mijn wandeling hiernaartoe was het overal aardedonker en muisstil. Nergens een lichtje; nergens een teken van leven….. Nu maar hopen dat de eerste die zich laat zien zich ook goed laat horen, want anders zit ik van schrik tegen het plafond. Gelukkig is die eerste zo wijs even de keel te schrapen, alvorens hij in de stoel naast mij plaatsneemt om de dag langzaam te zien naderen.
Woensdag 12 september
Voor de rest van de passagiers begint de dag om 7 uur, want wij zitten dan wel op een zogenaamde luxe cruiseboot, maar dat wil nog niet zeggen dat we uit kunnen slapen. De ‘morning call’ kan wel een beetje ochtendhumeur-vriendelijker. Nu worden wij opgeschrikt door schitterende muziek in een iet of wat te hoog volume. Dus was je nog niet goed wakker; nu ben je het zeker. Vanaf 8 uur kan er ontbeten worden en verder houden ze ons ook de gehele dag bezig. Ik heb gisterenavond na het diner samen met James het programma van vandaag vertaald, zodat er naast het programma voor de onvermijdelijke japanners ook een nederlands programma in het trappenhuis hangt. Iemand heeft mij geholpen om het geheel een komisch tintje te geven, zo hebben wij als Captain ’s Diner; kapucijners met spek opgeschreven. Nu maar hopen dat er geen onder ons zijn die de gehele dag met het water in de mond lopen bij het vooruitzicht van een heerlijke Hollandse kost. Ook de tai-shi-oefeningen om 7 uur ’s morgens hebben wij van harte aanbevolen, maar of dat ook ter harte genomen wordt??
Maar drie van de veertig man zijn zo dapper aan de tai-shi-oefeningen mee te doen; de rest laat zich niet zien of horen.
Na het ontbijt kan het schip bezichtigd worden. En voor de geïnteresseerden: de Isabella V is tachtig meter lang en wordt voortgedreven door 2 SKL-motoren van 1250 PK. Verdere technische details zijn mij niet bijgebleven, behalve het feit dat er in het stuurhuis twee heuse daglichtradars stonden. Weliswaar wordt er ’s-avonds gevaren met 4 enorme schijnwerpers op de wal, maar die radars zijn er in ieder geval. Hoeveel binnenvaartondernemers hebben er vannacht wakker gelegen met in het hoofd de brandende vraag of de chinese bemanning het schip wel goed geankerd heeft: 1 anker vooruit en 1 anker af!! Ik heb het mij even afgevraagd, maar was er eigenlijk vast van overtuigd dat er de hele nacht over ons gewaakt is. Een blik tussen de gordijnen door leerde mij namelijk dat die 4 schijnwerpers nog steeds op de kant gericht waren en dat dit een goede ankerplaats moest zijn, aangezien het vol lag met schepen. Wat een geruststelling.
Terug naar de bezichtiging. Wij veertigen werden in twee groepen opgedeeld en mochten of eerst naar het stuurhuis of eerst naar de machinekamer. Eerst naar beneden dan maar, dan hebben we die herrie gehad. Komen wij vrouwen normaal misschien iets minder in de machinekamer dan de heren (dit geldt in ieder geval in mijn geval; een mager zesje voor kennis motoren) nu lopen wij braaf achter iedereen aan en staan ook vol belangstelling naar die eerdergenoemde SKL’s te kijken. Of liever gezegd naar onze mannen die als kinderen door de machinekamer lopen (bijna huppelen) en het valt nog mee dat er niemand een ketelpak heeft meegenomen om ook een blik onder de platen te kunnen werpen. Hoezo beroepsidioten???? Het is misschien niet nieuw, europees en staat ook niet in de witte lak, maar netjes vond ik het daarbeneden wel. Als ik dan denk aan onze vuile MWM!!!!
Dan alle trappen weer op, waarbij we vlug, vlug langs de bemanningsverblijven geloodst worden. Die mogen we waarschijnlijk niet uitgebreid bekijken, want het is ons al duidelijk; men probeert ons alleen het mooie, goede moderne China te laten zien. En zien we wat ouds, vervallens, wordt ons gezegd: dat is over een paar jaar allemaal verdwenen!!!!
Twintig man passen gemakkelijk in het stuurhuis en dan kun je nog de polonaise doen. Groot dus. Maar er staat dan ook geen enorme U, een comfortabele zithoek, chemisch toilet, ijskastje…. Ben ik nog wat vergeten??? Het gaat er hier aan toe zoals bij de marine; roerganger, navigator, een man bij de telegraaf. Dat doen wij allemaal in ons eentje!! Maar de Yangtze is geen Rijn en China is geen West Europa.
Kregen wij de afgelopen tijd amper tijd om te lunchen, hier aan boord is de lunch inbegrepen en overvloedig, dus hoeven wij geen honger meer te lijden.
Na de lunch legt de Isabella aan in Fēngdū. Hier hebben wij Pingdu Shān bezocht; de verblijfplaats van de duivels. Volgens een oude legende leefden er ooit op deze berg twee mannen Yin Changsheng en Wang Fangping. Toen hun familienamen zich verenigden, werd dat Yinwang; hetgeen ‘Koning van de Hel’ betekent. Sindsdien zijn er op deze berg talrijke beelden, tempeltjes en pagodes gebouwd met en over monsters, duivels en allerlei andere lekkere wezentjes. Ook is er veel verzameld over het bijgeloof van de chinezen. Een brug die men in drie stappen over moet en waar men kan kiezen voor gezondheid, rijkdom of dezelfde partner in het volgende leven. Bijna iedereen kiest voor deze laatste optie, wat een romantici, maar een paar van ons besluiten dat een leven genoeg is en kiezen voor gezondheid. En dan niet alleen voor onszelf!!!
Terug de berg af, want wij moesten met een kabelbaan omhoog, stoppen wij nog even bij een winkel annex theater. Nog even terug naar die kabelbaan; volgens de wintersporters onder ons was hij van een bekend fabrikaat en waarschijnlijk afgedankt door een of ander skioord. Wekt dit vertrouwen??? Iedereen is toch ingestapt en heeft kunnen genieten van mooie bomen, bloemen en enorme vlinders met als muziek het eeuwige gezoem van de bevolking van Fēngdū.
In het theater kunnen wij weer genieten van jonglerende, dansende en springende kinderen met hetzelfde enthousiasme als een paar dagen geleden in Běijīng. Er staan ook tafels en stoeltjes klaar om thee te drinken. Maar waarschijnlijk heeft men dit afgelast bij het zien van de enorme lijven van die europeanen. Die zijn toch echt een beetje te groot voor onze fragiele meubeltjes, zullen zij gedacht hebben.
James heeft op verzoek enkele kranten gekocht, die gretig aftrek vinden. Een onleesbare chinese krant van 12 september 2001!!!
Dan weer terug naar boord, want we moeten nog een stuk varen. Aan de kant zien wij hoe de boten bevoorraad worden. Een heel gesjouw. Maar in ieder geval zijn de kippen vers, want die zitten als sardientjes in een blikje te kakelen van jewelste. Aan en van boord is trouwens altijd een hele ceremonie. Het water op de Yangtze staat vrij laag, dus kunnen de schepen niet bij de kant komen en moeten wij via een reeks van steigertjes aan en van boord. Op ieder steigertjes staat aan beide zijden een lid van de bemanning. Dit is waarschijnlijk voor de veiligheid, maar je krijgt er wel een heel sjiek gevoel bij. Vooral omdat je aan boord verwelkomd wordt met een kopje thee en een verfrissingsdoekje. (Vaak moet je daarna gelijk je handen gaan wassen, omdat het doekje niet zo fris was. Het gaat echter om het idee.) En dan krijgen we vandaag ook nog een welkomsborrel van de kapitein. En het moet even gezegd worden; het was een zeer aangeklede borrel. Wel een beetje op een ongelukkig moment, want gelijk na de borrel konden wij aan tafel.
Donderdag 13 september a/b Isabella
Na het ontbijt bezoeken we de White King Town. Het verhaal gaat dat een hoge functionaris zich tot koning uitriep en zijn hoofdstad hiernaartoe bracht. Er werd hier een bron ontdekt waaruit een keurige witte stroom kwam. Zij zag dit als een omen; noemde zichzelf de Witte Koning en zijn hoofdstad’ White King Town”. Het meest interessante voor ons is hier het schitterende uitzicht over de eerste van de drie kloven; de Qútáng Xiá.
Het was weer aardig trappen klimmen, daarom besloot John achter te blijven en heeft ‘in the meantime’ een handelaarster van haar handel afgeholpen. Misschien was dit haar waar voor een hele week: John had beduidend minder tijd nodig en zij moest snel ergens anders nog koopwaar vandaan halen. Zoiets had men hier waarschijnlijk nog nooit beleefd!!!
Na de lunch stappen we van de Isabella over in een kleinere boot en varen de Daning Hé op richting de 3 Kleine Kloven: Xiăo Sānxiá. Deze moeten nog spectaculairder zijn dan hun grotere broers en het eerste verschil valt al gelijk op: de kleur van het water. Is de Yangtze bruin van de modder; de Daning heeft helder water. Hij komt dat ook niet helemaal uit Tibet!! Alweer een boottocht zal men zeggen, maar wij zijn op een maritieme studiereis en iedere tocht heeft weer zijn eigen charmes. Hier is het vooral het schitterende landschap: ongenaakbare rotsen die vlak langs ons oprijzen. De rivier staat nu erg laag en overal langs de kant zijn er op gelijke hoogte gaten in de rots gehouwen. Nu kan men op sommige stukken langs het water lopen, maar bij hoog water is dat niet meer mogelijk en wordt er met behulp van die gaten en bamboe (natuurlijk bamboe: ‘One can eat without meat, but one cannot live without bamboo’, aldus een chinees gezegde) een stellage gemaakt zodat men toch nog langs de rivier kan lopen. Dit is nodig om afgelegen landbouwgrond of kuddes geiten te bereiken. Ook op deze rivier is er nog veel vaart. Wij zien vooral veel boten met zand, die volgens ons allemaal wel erg weinig vracht bij zich hebben. Waarom dit is, ontdekken wij al snel. Een ondiepe plek in de rivier, waar veel schepen moeite hebben om boven te komen!! Ook onze eigen bootje heeft te veel vracht en wel in de vorm van 40 grote europeanen. Onder veel hilariteit proberen onze schippers ons toch boven de ondiepte te brengen, maar zoals zoveel andere boten naast en voor ons lukt dit niet. En intussen komt de afvaart wel naar beneden denderen. Iemand van ons gezelschap die hoopt een mooi stukje film te schieten, is bijna zijn camera kwijt en heeft ook bijna een geplet hoofd. De afvaart scheert namelijk rakelings langs onze boot. Poeh, dat scheelde een haartje. Wij opperen het idee om uit te stappen, maar je kunt die rijke westerse toeristen toch geen natte voeten laten krijgen. Gauw wordt er uitgerekend hoeveel diepgang het bootje minder zou liggen als wij allemaal uitstappen. Dat scheelt toch wel een paar centimeter; misschien net genoeg. Maar nee, er wordt gewoon nog een poging gedaan. Dan geven onze schippers het op en legt men even beneden de ondiepte aan. Gelukkig voor de plaatselijke handelaars, want niet iedereen is zo dapper om met gevaar voor eigen leven aan de rand van de boot te gaan hangen in de hoop iets te verkopen. En als het dan even duurt voor je je wisselgeld terugkrijgt en de boot intussen gewoon doorvaart, wordt het helemaal een hachelijk zaakje. Maar als de berg niet naar Abraham komt, komt Abraham naar de berg of omgekeerd. Allemaal uitstappen; handel. Een paar van ons staan er bij onze gidsen op aan te dringen de ondiepte zonder ons gewicht nog eens te proberen. Wij lopen dan wel tot boven de ondiepte. Mogen wij al helemaal geen natte voeten krijgen; ons een stukje laten lopen is ook uit den boze. Maar wanneer wij blijven aandringen en iedereen ziet hoeveel lol wij met de hele situatie hebben, besluiten ze het er toch op te wagen. Alle ogen zijn gericht op onze boot; haalt hij het of haalt hij het niet. In geval van nood kan er even snel een geultje gegraven worden, want ter plekke vaart ook een soort graafbootje en bovendien vaart er ook een voorspanboot. Dat wij eventueel niet boven kunnen komen, is geen ramp, maar de vrachtvaart moet natuurlijk wel doorgang kunnen vinden. “Jongens niet alleen blijven staan kijken. Ook lopen, want hij komt er heus wel boven!” En ja hoor daar gaat die dan en kunnen wij boven de ondiepte weer instappen. U snapt onze verbazing als wij gelijk rechts omkeer nemen. Met al die pogingen en onze wandeling is er teveel tijd verloren en moeten wij weer richting Isabella voordat het donker wordt. Wat verschrikkelijk jammer nu, want wij hebben nog maar een klein gedeelte van de kleine 3 kloven gezien. Maar aan het begrip ‘tijdgebrek’ zijn wij zo onderhand gewend. Dus leggen wij ons zonder morren bij de feiten neer en genieten van de afvaart. Want nu gaan we wel over die bewuste ondiepte met een bootje volgeladen met …… De bodem zou je zo aan kunnen raken en je hoort de bodem over het gesteende schuren, maar we komen droog en veilig beneden. Alle respect voor de stuurlui die met 2 man als een menselijke kopschroef de boot op koers hielden. Petje af.
We zijn ruim op tijd terug aan boord om nog voor het donker de tweede kloof te zien voorbijglijden. Het captain’s diner hebben ze gelukkig uitgesteld; anders hadden er toch drie lege tafels in de eetzaal gestaan. Want wij willen echt niets missen. Dan maar wat later eten; er staat vanavond toch geen bus te wachten. Ondanks dat het redelijk fris is, staan we toch weer met zijn allen buiten; met camera’s en fototoestellen in de aanslag. Overal kolkt en draait hij en steken er soms vervaarlijk uitziende rotsen net boven water uit. En terwijl de ‘river guide’ ons probeert te attenderen op de verschillende bezienswaardigheden in de bergen romdom ons, richten onze blikken zich alleen maar op de rivier en hetgeen zich daarop en daarlangs afspeelt. Daar zijn wij tenslotte voor gekomen.
De gang zit er goed in dus kunnen we toch redelijk op tijd plaatsnemen voor het Captain’s Diner; kapucijners met spek. Die waren er natuurlijk niet, maar wel iets dat er op leek, maar er niet naar smaakte. De kapitein komt aan iedere tafel een toast uitbrengen en het ‘ganbei’ galmt door de zaal. Met daartussendoor wat eigenwijze Nederlanders die perse willen proosten. Het eten smaakt weer goed en we hoeven ons weer niet te haasten. Wat een luxe!
Vanavond is er een feestavond op de tweede etage. Dit betekent helaas dat de bar op de eerste etage gesloten is. En alhoewel niet iedereen gecharmeerd is van karaoke, volksdansen en wat al niet meer, komt uiteindelijk iedereen toch hier terecht. Er worden zelfs mensen van de kamer gehaald.
Ik mis het eerste deel van de voorstelling (later op de film zie ik hoelahoeprokjes voorbij zwaaien!!!), omdat ik op de gang iemand van ons gezelschap tegenkom die haar portemonnee verloren is. Met minstens 4 chinezen in ons kielzog gaan wij op zoek en uiteindelijk wordt de portemonnee op het benedendek gevonden. Vanmiddag stond zij buiten van het landschap te genieten en kreeg zij het koud. Haar trui zat in haar tas en waarschijnlijk is bij het eruit halen van die trui ook de portemonnee mee naar buiten gekomen en heeft die een snoekduik genomen. Gelukkig lag hij niet in het water!!!!
Dan voeg ik mij toch maar bij de feestavond en zit verdekt opgesteld achter in de zaal. De Japanners naast ons amuseren zich best en zetten enige Japanse liederen in. Dan kunnen wij toch niet achterblijven. Aangezien wij er iemand bij hebben die in een koor zit, mag hij het goede voorbeeld nemen. Er komen enkele zeer oud Hollandse liederen uit de kast, waarvan ik zelfs de melodie niét ken. Maar bij ‘Tulpen uit Amsterdam’ kan iedereen uit volle borst mee kwelen. In de mist; op de Yangtze; in het gezelschap van die rare japanners ‘Tulpen uit Amsterdam’!!!! Het zou uit een boek kunnen komen.
Ik heb af en toe toch het gevoel me in een boek te bevinden. De gebeurtenissen in Amerika van eergisteren, de wat nevelige rivier waarop wij varen in het hartje van China. Slecht contact met de buitenwereld. Jammer genoeg is Hemingway al gestorven!!!
Het wordt niet te laat vanavond, want morgen moeten wij bijtijds uit de veren om niets te missen van de 3de kloof en natuurlijk passeren wij morgen de dam.
maandag 5 november 2001
Wij zijn nu al meer dan vijf weken terug uit China en het lijkt al jaren geleden. De tijd vliegt voorbij en voor we het weten zitten we alweer in het jaar 2002. Maar het is ook zo’n vreemde tijd; Bush en Blair gooien nu al wekenlang bommen op Afghanistan. Heel het westen staat achter deze akties en Bin Laden houdt zich goed schuil. Straks ligt heel Afghanistan plat en blijkt meneer Bin al lang gevlogen. In ieder geval zijn ze dan weer van wat oud wapentuig af en kan de wapenindustrie weer heerlijk produceren.
China ligt er daarom een beetje als vergeten kolos bij, totdat wij gisterenavond “The Last Emperor” bekeken en alles weer heel levend wordt. De beelden van de oude stad, de foto’s van Mao en niet te vergeten die opvallende rode vlaggen.
![]()
Vrijdag 14 september 2001
Weer vroeg uit de veren dus voor de 3de kloof; de Xīlíng Xiá, de langste van de drie kloven. Dan als de rivier uit de laatste van de kloven gesmeten wordt, ligt voor ons de in aanbouw zijnde Three Gorges Dam.
Op deze laatste ochtend aan boord hadden er een paar van ons een zeer intens en emotioneel gesprek met een van de chinezen aan boord. Een gesprek dat wij niet snel zullen vergeten en dat ons weer wat leerde over China en over het feit dat wij echt verder moeten kijken dan onze neus lang is. “Remember the Tiānānmén Square!”
De dam is indrukwekkend en zal volgend jaar gesloten worden. Het stuk waar wij nu doorvaren wordt het overloop gedeelte. Stuurboord van ons zien wij de turbinekamers en verderop de schachtsluis. Deze sluis is gebouwd om de scheepvaart niet te stagneren totdat de stuwdam op peil is. Dan pas kunnen de 5 trapsluizen in gebruik genomen worden en kunnen er schepen tot 10.000 ton tot aan Chóngqìng varen. Over de werking van de eerstgenoemde schachtsluis zijn er heel wat hoofden gebroken. “Hoe gaat dat ding in godsnaam werken?” Na veel gepuzzel waren wij eruit. Er komen namelijk bovenstrooms diverse gaten in de sluis die de verschillende niveaus moeten opvangen. Dit kan namelijk maar gedeeltelijk, dus de rest vangt men op door de bak van de sluis zo diep te maken dat alle eventuele verschillen opgevangen worden door de bak meer of minder vol te laten lopen. Gesnopen!!
In Yíchāng moeten we de Isabella verlaten. Chris en ik en ook anderen hebben al geprobeerd bijtijds uit te checken om straks eventuele vertragingen te voorkomen, maar de bank is nog niet open, dus ons goeie plannetje valt een beetje in het water.
Als wij dan eindelijk toch van boord kunnen, staat het voltallige personeel weer in het gelid om afscheid van ons te nemen. Helaas is het jonge meisje van eergisterenavond achter de bar er niet bij en kunnen we haar niet alsnog opvouwen en in een koffertje meenemen. De koffers worden allemaal netjes van boord gedragen en dan weer in een busje geladen om naar de bus gebracht te worden????? Waarom komt de bus niet gewoon naar beneden toe? Nu moeten wij naar boven lopen. Maar een flinke wandeling is nooit weg en onderweg zien we ook nog mooie vlinders en bloemen, dus dat is toch mooi meegenomen. Het is wel puffen geblazen in deze hitte, maar de airco zal straks vast wel weer op tien staan, dus zijn we allemaal in no time weer op temperatuur. De bus blijkt ergens in een tunnel in een file te staan en aangezien wij natuurlijk weer een druk programma hebben, laten ze ons alvast naar boven gaan, zodat het allemaal wat vlugger gaat. Wat hebben we dan nog allemaal op het programma staan? Een bezoek aan de dam, de busrit naar Wǔhàn en vast nog wel een parkje ergens tussendoor!!
Wij krijgen natuurlijk ook weer een local guide, die gelijk een beetje sacho is omdat het de microfoon niet goed werkt. Lekker rustig toch. Gelukkig is het ritje naar de ‘construction site of the dam’ niet ver rijden, dus hoeft hij zich ook niet lang te ergeren. Het mannelijke deel van de bus ergert zich wel, want die had nog wel het een en ander willen horen over het hoe en wat van de sluizen. Maar waarschijnlijk had die arme gids toch geen antwoord kunnen geven op al die vakkundige vragen; misschien net hoe lang en hoe breed en vooral hoe duur!
Tussen de schachtsluis en de trapsluizen is een enorm bezoekerscentrum gebouwd met een uitzichtplatform. Binnen staat een duidelijke maquette van hoe het geheel er uit komt te zien. En ook hoe de omgeving eruit komt te zien, want de sluizen worden niet alleen belangrijk voor de scheepvaart en de dam wordt niet alleen belangrijk voor waterregulering. Men wil echter van het stuwmeer en de omgeving een enorm recreatiegebied maken. De hotels, pretparken, golfbanen enzovoorts zijn al in aanbouw of in ieder geval gepland. De Three Gorges Dam moet het achtste wereldwonder worden.
Wie weet; als sommige sceptici gelijk krijgen en de dam het op den duur niet meer houdt, kun je met recht spreken over het achtste wereldwonder. Maar dan alleen in zeer negatieve zin. De stroomafwaarts gelegen Gezhou Dam is al gebouwd om de jaarlijkse overstromingen van de Yangtze tegen te gaan, maar sinds het gereedkomen van die dam zijn er juist meer overstromingen geweest, zo vertelde ons iemand aan boord van de Isabella. De tijd zal het allemaal leren. Maar we kunnen er allemaal over eens zijn; er gaat een mooi stuk natuur voor altijd verloren. Hopelijk wordt het dat allemaal waard!
Natuurlijk lopen wij ook allemaal naar het uitzichtpunt en wát een uitzicht! Ondanks het slechte zicht is het geheel indrukwekkend. Wat een enorm complex! Het lijkt wel of rondom ons honderden kranen zijn opgesteld en overal ligt de aarde opengebroken en zijn ze wel met iets bezig. Wat ons vooral opvalt is de relatieve rust die er hier heerst. Op zo’n groot project, waaraan zoveel mensen werken; daar moet de herrie toch oorverdovend zijn. Al is het alleen maar het geroep en gevloek van de arbeiders. Maar dan vergeten wij even dat wij in China zitten en niet ergens in Nederland, waar de bouwvakkers over het algemeen luidruchtig zijn en waarschijnlijk niet zo gedisciplineerd dan de gemiddelde Chinees. Helaas kunnen wij het geheel alleen maar van een afstand bekijken en is onze gids niet met ons meegelopen. Die zit nog te mokken in de bus over zijn microfoontje. Ze hadden dat ook heel anders moeten inkleden en ons ergens bij de directie moeten aankondigen als buitenlandse investeerders, dan hadden wij in no time met van die gele helmpjes over de sluis gelopen. Met wat gevlei en geduld…… Maar nu overdrijf ik waarschijnlijk, want er mag zelfs nergens onderweg gestopt worden voor een foto. Daarom heeft James het zo geregeld dat wij het terrein heel langzaam rijdend verlaten. Onbevredigd: maar wie van die andere honderdduizend en nog wat toeristen die hier komen, is verder geïnteresseerd in de details die wij zo graag willen weten. Komen, zien, foto en vlug weer weg!
Dan gaan we op weg naar Wǔhàn en stoppen bij een kristalfabriek. Wát géén uitgebreid bezoek aan de sluizen, maar wél weer een winkel!! Enkele heren beginnen te snuiven en houden waarschijnlijk een beschermende hand op de portemonnee. Waarom stoppen we hier?? Onze gids bleek dus niet alleen te hebben zitten mokken, maar heeft geprobeerd een andere bus te versieren; mét werkende microfoon. Die bus is onderweg, dus hebben wij even tijd deze winkel te bekijken. Ja, ja!!!
Maar eerlijk is eerlijk; het was een schitterende winkel. Bijna een museum; dus niets kopen, maar gewoon rondkijken en genieten en natuurlijk van de gelegenheid gebruik maken te toiletteren. Terug buiten staat er natuurlijk geen andere bus en onze wenkbrauwen gaan nóg hoger de lucht in. “Waar is de nieuwe bus?”
Dan vertrekken we uiteindelijk toch richting Wǔhàn. Dit wordt een rit van ongeveer 450 kilometer door vlak land. Een vrij lange rit, dus wordt er gelukkig een lunchpauze ingelast. Een paar van ons strijken gelijk neer en de rest gaat een stukje lopen en bezoeken een markt en kopen daar hun lunch. We zitten hier in Jing Zhou; een stadje van ongeveer 400.000 inwoners. Erg klein dus! De lunch is voortreffelijk; en behalve rijst hadden we ook de plaatselijke specialiteit; aardappelcake. Wij wisten echt niet wat we ons daarbij moesten voorstellen, maar het was overheerlijk. Ook heeft James ons nog van de lotussoep laten proeven en ook dat was lekker. Zou de rest geen spijt krijgen??
Rond 6 uur ’s avonds zijn we in Wǔhàn, waar we zowaar een uur krijgen om ons weer een beetje toonbaar te maken, alvorens we moeten aantreden om met de bus ergens te gaan eten. Het eten zal weer goed gesmaakt hebben en zo langzamerhand kan iedereen goed overweg met de stokjes. Beter dan de Chinezen met een rekenmachine. Wij krijgen namelijk altijd een consumptie bij ons eten en een tweede consumptie moet direct betaald worden. Meestal besteld een iemand voor de gehele tafel en vanavond was het mijn beurt. Omdat wij al wisten dat de mensen nog wel eens moeite hebben met rekenen, hadden wij zelf al uitgerekend wat ons wisselgeld zou moeten zijn. De ober noemde echter een heel ander bedrag. Gewoon even afwachten, want zeggen en krijgen kan verschillen. Maar ik kreeg inderdaad behoorlijk te weinig wisselgeld terug en vertelde hem dat ook. De rekening werd weer meegenomen en met drie man hebben ze hem nog eens na staan tellen. Volgens hem kreeg ik toch écht genoeg terug. Ik ging al twijfelen aan mijn hoofdrekencapaciteiten, maar was eigenlijk toch zeker van de zaak. Dus vroeg ik om een papiertje. Even vlug een rekensommetje et voilá!! Onder veel “sorry, sorry” kreeg ik alsnog het juiste bedrag, maar de arme man bleef zich verontschuldigen. En dat terwijl het niemand kwalijk te nemen is als het rekenen soms niet van een leien dakje gaat. Nog niet zo heel lang geleden gebruikte men waarschijnlijk nog overal het telraam, maar in het kader van de modernisering is men overgegaan op het rekenmachientje mét romeinse cijfers. Wij zouden omgekeerd ook geen raad weten met hun telraam.
Als wij van tafel opstaan, wordt er nogmaals een verontschuldiging aangeboden en mag ik als vergoeding eens proeven van de slangenwijn. Nieuwsgierig als ik ben, zeg ik daar geen nee tegen. Mijn gezelschap kijkt mij wat vies aan, want onder in de fles drijven inderdaad slangen. Maar ik laat mij niet kennen en neem een slok. Deze wijn zou goed voor de potentie zijn, maar dan moet je er toch niet teveel van drinken. Na een slokje gaan mijn oren namelijk al behoorlijk gloeien. Het effect van het hele glas zou waarschijnlijk een tijdelijke time out zijn, dus laat ik iemand anders ook een slokje nemen. Er zijn er trouwens ook weinig (natuurlijk is John een van die weinigen) die het duizendjarig ei geprobeerd hebben. Deze smaken goed als je het, ondanks zijn onappetijtelijke uiterlijk, aangedurfd hebt er eentje te proberen.
Na het eten hadden wij wel zin in een wandeling. De weg terug naar het hotel was heel simpel volgens James, dus stortten wij ons in het nachtleven van Wǔhàn. Ver hoefden wij daarvoor niet te lopen en zeker niet te zoeken, want het meeste van dit nachtleven speelt zich gewoon af op straat. Karaoke, mahjong en natuurlijk dansen. De Chinezen zijn verzot op westerse dansen en leren ze gewoon op straat. Eerst een uurtje les en dan vrij dansen. Ik snap niet precies waarom ze nu precies ‘onze‘ westerse dansen willen leren, want ze kunnen er zelf ook een aardig houtje van. Maar wij hebben al gemerkt dat het westen geïdealiseerd wordt. Op de meeste billboards staan bijvoorbeeld blanke mensen afgebeeld. Willen wij nog niet begraven worden met pantykousjes, hier laten ze ze juist duidelijk zien onder de korte jurken.
Wij staan een tijdje bij het dansen te kijken en opeens hoor ik een cha-cha-cha. Ik kijk iemand van ons groepje aan: “Zeg, dat kunnen wij toch ook?” De aangesprokene kijkt wat aarzelend terug, maar trekt toch ook de stoute schoenen aan en daar gaan we dan. Een, twee, cha-cha-cha – een, twee, cha-cha-cha!! Wat wij ons van tevoren niet gerealiseerd hadden, was dat alle chinezen als bij toverslag zouden stoppen zo gauw wij de dansvloer betraden. Vele ogen zijn op ons gericht en je hoor ze bijna meetellen. Ik ben ook fanatiek aan het tellen, maar mijn partner heeft wat meer tijd om rond te kijken en fluistert opeens: “Nu staan er toch wel erg veel mensen te kijken!” Ach, wie kent mijn k….. in Wǔhàn. Niemand toch?? Een beetje warmer dan 5 minuten geleden verlaten wij de dansvloer weer en laten de chinezen weer de eer. Bij het weglopen echter worden wij aangesproken door een jonge chinees. Hij vertelt ons dat hij engels aan het leren is, maar dat er bijna niemand is waarmee hij het geleerde kan oefenen. Zijn vraag aan ons is of wij hem goed kunnen verstaan. “Prima!”, verzekeren wij hem waarop hij zichtbaar verheugd is. Wij praten nog wat over hoe wij het hier vinden in China (fantastisch!!) en na een hartelijk afscheid lopen wij verder richting hotel. Ik moet weer denken aan het boek van Paul Theroux, waarin hij vertelt dat de mensen je aanspreken om hun engels te oefenen. Nu ruim 12 jaar later is dat nog niet veranderd.
Halverwege de straat naar het hotel komen wij een soort internetcafé tegen. Toch even proberen contact te zoeken met het thuisfront en te kijken of er nog nadere berichten zijn omtrent de aanslag van 11 september. Met behulp van wat jonge mensen zitten wij binnen no time achter een terminal en kan het gepuzzel beginnen. Want voor onze neus zien wij louter chinese karakters. Hoe komen wij nu op een leesbare site en nog liever op de nederlandse site van Hotmail. Ik wil namelijk proberen van hier vandaan een nieuwe account aan te maken. Poging na poging mislukt, totdat wij op het heldere idee komen achter www.hotmail.com het achtervoegsel /nl te zetten. En ja hoor; eindelijk kunnen wij weer wat lezen en nu is het aanmaken van een account een fluitje van een cent. Even een verslagje sturen naar de China list en dan ook nog een berichtje naar alle adressen die wij per ongeluk uit het hoofd weten. Want meegenomen heb ik er geen een. Dat proberen wij dat actuele berichtgeving te krijgen over de gebeurtenissen in New York. De site van CCN wordt te druk bezocht en daar komen wij niet door, dus houden wij het bij onze eigen vertrouwde NOS. Deze heeft een zeer overzichtelijke site met alle berichtgeving in chronologische volgorde. Wij zoeken die berichten uit die ons van belang lijken, maar worden niet overal even vrolijk van. “America at War” is een nu niet echt opbeurende kop!! Wel sensationeel natuurlijk, dus dat houden wij maar voor ogen. Samen besluiten wij ook het meeste maar voor ons te houden en alleen diegenen die er echt naar vragen verdere details mede te delen. Alhoewel iedereen met GSM ook op de hoogte blijft via het thuisfront. Nu morgenavond maar eens kijken of wij reactie krijgen op onze mailtjes.
Het wordt ook al wat later, dus tijd om onder de wol te kruipen. Als wij tenminste ongemerkt door de lobby kunnen sluipen en niemand meer treffen die nog een afzakkertje wil nemen. Dat mislukt dus. John en wie weet nog meer zitten nog gezellig te babbelen onder het genot van een tsingstao. Daar kunnen wij natuurlijk niet gewoon voorbijlopen, dus vleien wij ons ook neer en hopen ook nog wat te drinken kunnen krijgen. Ze zijn in de hotels echter niet altijd ingesteld op 40 dorstige hollanders, dus is het altijd even afwachten wat men nog in voorraad heeft. Na een rustig afzakkertje gaan wij toch maar slapen.
![]()
Zaterdag 15 september 2001
’s Morgens merk ik dat ik gisterenavond mijn camera vergeten ben in de lobby. Die heeft vast wel iemand gevonden en die komt vast wel weer terecht. Dus kleed ik mij even vlug aan en ga beneden neuzen. Op het bankje ligt hij niet meer en in de keuken weet men van niets. Dan maar naar de frontdesk. Ik spreek nog steeds geen chinees en zij nog steeds slecht tot geen engels, maar wij komen eruit. "Your friend has it", wordt mij medegedeeld. Welke friend? Dat kan eigenlijk alleen maar John zijn. Dus zoeken wij John op, die intussen al plaatsgenomen heeft achter een bescheiden ontbijtje. "John heb jij mijn camera?" "Ja", verzucht John, "maar kom er even bijzitten, want dat is een lang verhaal." Dus laden wij ook ons bord en vol nemen plaats naast John. Die had gisterenavond geen warm water op zijn kamer om een lekker bakkie thee te zetten, dus besloot hij even naar beneden te lopen om dat nog eventjes te regelen. Beneden aangekomen werd hij aangesproken door een Chinese met mijn tasje in haar hand, met de vraag of John wist van wie dit tasje was. Natuurlijk wist John dit. Toen hebben zij gevraagd of hij dat tasje morgenvroeg aan mij terug wilden geven. Néé, probeerde John hen toen, in waarschijnlijk duidelijk Nederlands!!!, uit te leggen; jullie moeten dat tasje vanavond nog naar haar kamer brengen. Maar op de een of andere manier kon men er niet achter komen op welke kamer wij sliepen. "Dan zoek je nog maar een keer", aldus John, "want als Lilian bemerkt dat zij haar camera kwijt is, maakt zij zich misschien wel vreselijke zorgen!!!" (Ik heb geheel onschuldig, geslapen als een roos) Maar nee hoor; geen Pols of van Deurzen te vinden. John wilde James (het lijken de apostelen wel!) ook niet wakker maken, dus heeft hij als mijn beschermengel voor twee weken het tasje maar onder zijn hoede genomen. Intussen was er al minstens (volgens zeggen) een uur versteken en ging John weer terug naar zijn kamer; nog steeds zonder warm water. Dus weer naar beneden met het verzoek alsnog warm water naar zijn kamer te laten brengen. Tijdens zijn nachtelijke omzwervingen door het hotel had hij al een hele charmante Chinese door de gangen zien lopen en hij hoopte waarschijnlijk dat deze dame hem zijn warme water zou komen brengen. En dan misschien ook bereid zou zijn tot een ontspannende massage. Foei John! Maar dat verhaal ging niet door, want hij kreeg zijn water, maar helaas voor John, gebracht door een stokoud chinees dametje. Waarschijnlijk meer bedreven in ontspannende massage!
Na het ontbijt (gelukkig hoeven wij de koffers deze morgen niet te pakken, want wij slapen nog een nachtje in Wǔhàn.) stappen wij weer in de bus voor een bezoek aan een scheepswerf. Men heeft hier nog niet helemaal door dat wij niet van de zeevaart, maar van de binnenvaart komen, dus belanden wij op een werf waar louter zeeschepen gebouwd worden. En dan mogen we ook nog geeneens het werk van dichtbij bekijken. Dus het wordt een beetje een teleurstellend tochtje, waarbij wel opgemerkt moet worden dat deze werf heel wat opgeruimder is dan de gemiddelde Nederlandse werf. Ook komen er blijken van herkenning over de manier waarop de schepen gehellingd worden; "Net als in Langebrugge," hoor ik hier en daar. Langebrugge ligt toch ergens in de binnenlanden van België? Kunnen daar ook zeeschepen komen?
Aan de andere kant van de rivier blijkt wel een werf voor binnenschepen te liggen, maar aangezien hier alles van tevoren bij de CITS en misschien nog hoger aangevraagd moet worden en er niet zomaar een verandering van het programma kan plaatsvinden, is een bezoek aan deze, voor ons veel interessantere scheepswerf, niet mogelijk. Wel regelt James het dat wij nog even met de bus over de werf rijden en dan gaan we weer verder. Ons volgende doel is de Yellow Crane Tower. Ik kan mij er absoluut geen voorstelling van maken wat wij ons hierbij moeten voorstellen. Ik zit namelijk helemaal in de maritieme sfeer en denk bij een ‘crane tower’ aan een kraan. Foutje! Een ‘crane’ is een kraanvogel. Het is een toren van meer dan 51 meter hoog en van boven vandaan heb je een schitterend uitzicht over de twee delen van de stad; Wǔchāng en Hànyáng. Wŭchāng ligt op de zuidoostelijke over en Hànyáng dus aan de andere kant. Ons hotel bevindt zich in Wŭchāng; het moderne deel van de stad. Dwars door de stad loopt de Cháng Jiāng (zoals de Yangtze hier genoemd wordt). In deze stad wonen slechts 7 miljoen inwoners. Een relatief kleine stad dus, volgens Chinese begrippen. Maar zelfs van 51 meter hoogte zijn wij nog danig onder de indruk. De gele kraanvogel toren moet vroeger een militaire uitkijkpost geweest zijn, maar daar is nu niet veel meer van te merken. Het lijkt meer op een museum met een prachtig parkje eromheen. Na het verorberen van een lekker sinaasappeltje, dalen wij weer af en lopen nieuwsgierig naar die enorme bronzen bel, die wij van boven vandaan al hoorden en zagen. Wij zijn niet de enigste nieuwsgierigen en vinden hier een groep deel van onze groep weer terug. Wat is de bedoeling van deze bel? Als je er met de bijhangende ‘stootbalk’ tegenaan bonst, brengt dat geluk en waarschijnlijk hoe harder hoe meer. Na de gebeurtenissen op 11 september kan iedereen wel een beetje geluk gebruiken, dus betalen wij een paar yuan en Chris en wat collega's zullen wel eens eventjes een paar rammen geven; drie moet je er geven om precies te zijn. Wat een herrie; dat moet een hoop geluk brengen!!! Onder de bel staat een potje met daarin en eromheen munten. Voor nog meer geluk?? "Ach wat denk ik. Hoe meer, hoe beter!" Dus onder het weglopen graai ik in mijn buidel en werp en handjevol munten met een nonchalante zwaai richting bakje. "Ze zitten erin, ze zitten erin", wordt er gegild. Hoe is het mogelijk???
Dan staat er eigenlijk een bezoek aan een tempel op het programma, maar dat weten wij te schrappen. Wij willen ook wel eens wat vrije uurtjes om uit te rusten of te shoppen of weet ik veel. Geen tempel dus, maar de belangstellenden kunnen vanmiddag met de bus mee naar een enorm winkelcentrum. No way, José! Wij passen voor vanmiddag en gaan er met zijn tweeën opuit.
Tijd voor wat cultuur, dus nemen wij een taxi richting Húběi Shěng Bówùguān; het Húběi Provincial Museum. Wij komen tijdens ons tochtje met de taxi langs schitterende gebouwen, bruggen en meren en besluiten nu al de terugweg een gedeelte te voet af te leggen.
Het museum bevat een collectie artefacten in 1978 gevonden in een tombe in de omgeving van de stad Suízhōu. De tombe dateert van ongeveer 433 voor Christus en bevatte meer dan 7000 favoriete voorwerpen van ene Yi. De tombe bevatte bronzen wapens, vazen, muziekinstrumenten en verder nog jade en gouden voorwerpen. Ongeveer 700 van die voorwerpen zijn in het museum uitgestald en het meeste ervan is schitterend. Yi hield waarschijnlijk veel van muziek en het klapstuk van de vele muziekinstrumenten is een enorm stuk van 64 bronzen bellen, die wordt bespeeld door hamers en met stangen. Het gehele instrument is prachtig bewerkt strijdfiguren en laat ook zien op wat voor manier er muziek gemaakt werd in het oude China. Van dit ‘klokkenspel’ is een exacte replica gemaakt, waarmee de gehele dag voorstellingen gegeven worden. Wij wonen zo’n voorstelling bij en genieten. Want het is niet de gebruikelijke Chinese muziek,die nog steeds een beetje zeer doet aan de oren, maar speciaal rond dit instrument gemaakte muziek en zelfs een bewerking van een modern liedje. De slagen van de grotere bellen dreunen tot diep in de maag door. Alleen ergeren wij ons een beetje aan die rare japanners die precies voor onze neus op de foto moeten. En dit natuurlijk op de gebruikelijke manier en in de gebruikelijke charmante houding. Het eigenlijke onderwerp van de foto versperrend. "Been there, seen it!"
De chinezen zijn overigens zeer zuinig op dit museum, want iedere bezoeker moet charmante blauwe, plastic schoentjes aan. Zodat het lijkt alsof iedereen continu popcorn aan het eten is.
Achter het museum zou volgens ons een meer moeten liggen, maar dit kunnen wij niet vinden. Wel bevinden wij ons hier op een zeldzaam plekje. Het is hier stil; doodstil. Zo stil zelfs dat we de hier drogende sesamzaadjes op het asfalt kunnen horen vallen. Wat een genot!!! Want ik weet niet of ik het al eerder vermeld heb, maar het is in dit land nooit stil. Constant hoor je wel een geroezemoes, meestal is dit geroezemoes echter lawaai te noemen. Zelfs ’s nacht in bed hoor je door de gesloten ramen nog het leven op straat. Dus nemen wij ergens op een muurtje plaats en genieten van de stilte………….
Langzaam heel langzaam lopen wij weer terug richting het échte leven, maar gelukkig is deze gehele wijk relatief rustig, dus slenteren wij gelukzalig door de tegenover het museum liggende staatswinkels. Ik zie schitterende schilderijen en ben gelijk verkocht. Chris vind er niets aan, dus kies ik degene uit die hij het minst lelijk vindt. Lopend richting hotel slaan we nog wat eten en drinken in, want morgen zijn we weer onderweg en weten we nooit of nu wel of geen tijd krijgen voor een behoorlijke lunch. Wij komen ook nog langs wat fabrieken of banken (het verschil zien wij eigenlijk niet zo) en zien een paar maal al het personeel in een ordentelijke rij voor het gebouw staan. Niet geheel vriendelijk toegesproken door een meerdere. Het productiequotum niet gehaald; een peptalk?? Wij komen er niet achter en vergeten het eigenlijk ook aan James te vragen. Maar het maakt wel zo’n indruk dat ik er geen foto van durf te maken.
Ik sprak al over de mooie gebouwen en bruggen en voeg daar ook nog maar even standbeelden bij. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat vlak in de buurt van Wǔhàn Mao geboren is en ook Sun Yatsen moet in deze stad geweest zijn.
Halverwege nemen we de taxi terug naar het hotel en kijken even bij het zwembad, want daar zouden er een paar naartoe gaan. Maar nergens is iemand te bekennen, dus frissen wij ons wat op in de kamer, Chris doet een dutje en ik neem plaats in de lobby om wat te schrijven.
Na het eten gaan we de straat weer op, maar nu blijven bij wij de rest. Gisteren hebben er een paar een iets betere voorstelling te hebben gegeven dan Roos en ondergetekende. Zij rock en rollen namelijk al jaren samen en iedereen beaamt dat zij dat schitterend kunnen. Dat wil de rest ook zien, dus zoeken wij het plein weer op in afwachting van. Wij zijn echter wat vroeger dan gisteren en is men nog bezig met dansles. Wij blijven wat staan kijken, maar sommige heren beginnen wat ongeduldig te worden en maken wij nog maar een rondje. Gisterenavond hebben wij voor het eerst een Chinese blikjesautomaat uitgeprobeerd; blij als kleine kinderen dat er ook inderdaad het juiste blikje uitkwam, dus nu moeten wij natuurlijk weer wat drinken. Als wij het plein op ons gemakje gerond hebben, is de dansles voorbij en willen wij ons danspaar aan het werk zien. Helaas is de muziek niet geschikt en hebben zij ook niet zo’n zin. Maar ik blijf net zo lang aandringen, dat we uiteindelijk een afspraak maken. Als ik het klaarspeel om een rock-and-rollnummer te laten draaien, gaan zij dansen. Deal!!! Thea meekomen; dat gaan we even regelen. Natuurlijk gelijk weer tig belangstellenden om ons heen, die wel eens willen weten wat die vreemdelingen willen. "Do you have rock and roll music?"
"Lock and Loll????", daar hebben zij nog nooit van gehoord lezen wij van de gezichten. "Elvis Presley?" "Elvis Plesley??????" Ook nog nooit van gehoord. Wie hebben we nog meer. Ah de Beatles; die moet toch iedereen kennen! "You know the Beatles?" "Beatles????" Nu wordt het toch echt moeilijk en wij zijn ook stomverbaasd dat ze hier de Beatles en Elvis Presley niet kennen. Of zouden zij die namen helemaal verkeerd uitspreken. Ten einde raad proberen Thea en ik een stukje van ‘Rock around the clock te zingen, maar de vriendelijke gezichten blijven verbaasd kijken. Dan wordt er uitgeduid of het gaat om een driekwartsmaat of een vierkwartsmaat. Zoveel verstand hebben wij ook niet van muziek, dus roepen wij de hulp in van ons danspaar. Vierkwarts was het geloof ik en nu wordt er fanatiek ja, ja geknikt. Voor elkaar: met veel lol van zowel ons als de chinezen. Oké, laat eens zien wat jullie kunnen. "Deze muziek is veel te langzaam om op te kunnen dansen", proberen zij nog. Maar eigenlijk is er na zoveel moeite beiderzijds geen weg terug en daar gaan ze. Wij vinden het schitterend, maar de chinezen nog meer en als de muziek stopt krijgt het danspaar dan ook een spontaan applaus en eigenlijk iedereen vriendelijk schouderklopjes. Wat een heerlijke dag was het vandaan weer! Wat zal ons morgen weer brengen. Zelfs de negatieve berichtgeving van de NOS kan de dag niet verpesten.
![]()
Zondag 16 september, met het vliegtuig van Wǔhàn naar Shànghăi
Gisterenavond lazen wij op www.vaart.nl dat de gehele Nederlandse vloot een dag halfstok een heeft gevaren en dan men ook men paar minuten stilgelegen heeft ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslag op 11 september. Men spreekt nu nog over 5000 vermisten. Ongelofelijk; nog steeds. Enkelen onder ons vinden dat wij toch ook wel iets mogen doen en gisterenavond spraken wij af dat ik vooraan in de bus plaats zou nemen en het woord de zou vragen. Zo gezegd zo gedaan. Ik leg het hele verhaal aan James uit en druk hem daarbij op het hart ook de gids en de chauffeur te vragen stil te zijn. Niet dat een van de twee op het lumineuze idee komt de radio aan te zetten. Ik ben zo nerveus dat ik niet durf te gaan staan en al zittend, vertel ik de bus wat wij gisteren op internet lazen. Ik eindig door te zeggen dat voor onze neus een klok hangt en dat we allemaal persoonlijk maar moeten zien wat we ermee doen. Wat toen volgde, bezorgde waarschijnlijk iedereen kippenvel. Minimaal 4 minuten doodse stilte en ook tijdens de verdere rit naar het vliegveld was het beduidend rustiger dan normaal in de bus.
Ook de lokale gids moet danig onder de indruk geweest zijn, want hij vergat namelijk James zijn vliegticket te geven. Wij waren allemaal al door de douane, wordt ik opeens door James teruggeroepen. "The guide forgot to give me my ticket and now I have to prove that I am your tour guide", vertelt hij met een beetje paniek in zijn ogen. Gelukkig heeft hij zijn naam ergens in mijn schrift geschreven en als ik deze aan de ambtenaar toon, mag James mee. Gelukkig! "You have saved my life!" De rest van de groep staat gelukkig nog te wachten, zodat wij toch met 41 man in plaats van 40 man richting Shànghăi kunnen vertrekken. De vlucht is zo voorbij, omdat wij altijd wel wat hebben om over te praten en vliegen intussen met zo gewoon wordt als in de bus stappen. Ondanks de ‘Twin Towers’!
In Shànghăi worden wij opgewacht door de local guide Weena. Wat een verfrissing na de wat bokkige gids in Wǔhàn. Weena is jong en vrolijk en heeft er duidelijk zin in ons haar stad te laten zien. Hiervan zien wij al veel tijdens de lange rit naar het hotel. Ongelofelijk; anderhalf uur lang rijden wij door wijken met de meest moderne flats, woningen, wegen. Indrukwekkend hoor! Shànghăi is dan ook een van de modernste en rijkste steden van China. Mede dankzij het feit dat hier van oudsher een van de grootste buitenlandse concessies gevestigd was. De Bund, die wij later nog zullen bezoeken is hier een goede getuige van.
Eerst checken wij echter in en kunnen ons even verfrissen. Aangezien er vanmiddag nog een behoorlijk programma volgt, willen wij best wel eens op ons gemakje lunchen. James is het helemaal met ons eens en stuurt ons naar de zesde verdieping en vindt dat je met een gevulde maag beter op stap kunt, dan met een lege. Amen!! Nu zouden wij eigenlijk rond 1 uur in de bus moeten zitten en beginnen wij om 20 voor een aan onze lunch; dus echt op ons gemakje zit er niet in. Temeer omdat John er uitgebreid de tijd voor neemt de kaart te bestuderen en enkele ingewikkelde gerechten besteld. Nu loopt zijn mening van uitgebreid lunchen iets uiteen met die van ons. Maar we hebben toestemming van hogerhand, dus laat maar komen die hap. Chris is in geen velden en wegen te bekennen, maar volgens de anderen vindt die ons vast wel. Hij vindt ons inderdaad, maar dan hebben wij onze lunch al verorberd en toch enige bestellingen van John afbesteld, want het is intussen al bijna half twee en de rest van de groep zit vast al ongeduldig in de bus. Dus gaan wij nu toch zo vlug mogelijk richting bus, maar worden daarbij net echt geholpen door de liften, die zoals gebruikelijk alle kanten op gaan behalve de goede en heb je dan eenmaal een lift te pakken die de goede kant opgaat (naar beneden dus), vindt hij het nodig op iedere verdieping nog even te stoppen. Welke zool heeft er op alle knoppen staan drukken??? John!!!!!!
Beneden in de lobby komen wij James tegen die er niet gestresst uitziet, dus halen wij ook weer wat geruster adem. "Niet richting bus kijken", zegt iemand; "ik zie een paar boze gezichten onze kant opkijken." Maar dat valt heel erg mee; alleen de chauffeur was een beetje gestresst, want die had voor het gemak de bus alvast gekeerd en staat nu tegen het verkeer in geparkeerd in een eenrichtingsstraat. "Sorry jongens!! De volgende keer zijn we weer op tijd." Maar wij hebben voorlopig in ieder geval geen honger en kunnen weer overal tegen. De bus brengt ons naar de oude stad van Shànghăi waardoor wij in een rap tempo geloodst worden (waarschijnlijk de schuld van die laatkomers!) richting Yù Yuán Shāngchéng: kortweg de Yù tuinen. Je krijgt in deze straten echt last van een oogverstuiking; zoveel kleuren, mensen, lampionnetjes……
De Yù tuinen bezorgen ons veel plezier, want je waant je hier in een doolhof. Allerlei smalle paadjes, kronkelend door rotspartijen. Iedereen raakt iedereen kwijt, maar gelukkig is er altijd wel iemand in de buurt met een goed richtingsgevoel en intussen vertrouwen wij erop dat James ons toch nergens achterlaat. Bovendien vinden wij zelf ons hotel ook wel terug, maar wij willen de groep niet uit het oog verliezen, want vanmiddag staat er nog een wandeling over de Bund op het programma.
Omdat onze gids intussen weet dat wij helemaal gek zijn van water en bootjes, wordt er voor de wandeling een havenrondvaart ingelast. Een hele mooie rondvaart zelfs. Nu pas hebben wij een schitterend uitzicht op de Hyatt Tower, die aparte televisietoren en nog meer futuristische gebouwen die verrijzen op de oever tegenover de Bund. En over een paar jaar lijkt het hier waarschijnlijke helemaal een tweede Manhattan, want in en om de stad bevinden zich op dit moment meer dan 12.000 bouwputten. Onvoorstelbaar toch en ietwat ongelofelijk, ware het niet dat wij onderweg van het vliegveld naar ons hotel al vele van deze bouwputten hebben gezien.
In schril kontrast met de hypermoderne gebouwen op de oever; varen wij tussen oude, kleine vrachtscheepjes; nog kleinere vissersbootjes en liggen aan de oevers enorme zeeboten. Stad en haven lopen door elkaar net zoals vroeger in Rotterdam. Alleen zullen daar de kolenhopen niet recht voor de deur van nieuwe, moderne flatgebouwen gelegen hebben. Maar wij zien slechts een klein gedeelte van de haven (de grootste zeehaven van China) en ik vermoed dat men ook hier de havenactiviteiten steeds verder richting zee verplaatst. Zodat over enkele jaren al de havens uit de stad verdwenen zijn. Gelukkig is men nu nog niet zover, want al die contrasten leveren schitterende plaatjes op. Wij varen stroomafwaarts aan onze goede wal en een paar oplettenden zien aan de andere kant van de rivier een Nederlandse coaster liggen. De Caribic uit Groningen. John weet het klaar te spelen dat onze schipper op de terugweg even bijna langszij gaat bij de Caribic. Veertig vakidioten staan te schreeuwen en gillen; "Caribic ahoy!" De Philippijnse bemanning die waarschijnlijk op een oor lag, komt met verbaasde blikken aan de reling staan en snapt niets van al de commotie. Uiteindelijk komt er een europees uitziende man uit de stuurhut; de Nederlandse kapitein. Zwaaien maar!!!
Uitgelaten stappen we na een genoeglijk uurtje weer van boord en beginnen aan onze wandeling over de Bund. Nou ja, wandeling!! We komen niet ver en dan moet iedereen toch even op de foto met de skyline van Shànghăi. Ook willen we nog een groepsfoto maken, maar dat heeft heel wat voeten in aarde. Voordat al de eigenwijze Hollanders zich op de juiste wijze verzameld hebben!!! Eindelijk is het dan zo ver. Ik overhandig mijn camera aan Weena en met een enorme sliding werp ik mij voor de groep. Ik heb er wel een paar weken een enorme blauwe plek aan overgehouden, maar de vele chinezen die zich intussen rond ons verzameld hadden en zich verbaasden over die uitgelaten ‘farang’ hebben in ieder geval waar voor hun geld gekregen en weten nu zeker dat alle buitenlanders niet goed wijs zijn. Als ik ’s avonds Ma aan de lijn heb en die vraagt of wij ons wel gedragen, moet ik daarop het antwoord schuldig blijven. Stond ik een paar dagen geleden in Běijīng tijdens de fotosessie op de trappen van het hotel nog wat sceptisch te kijken; "Waarin ben ik nu terechtgekomen??"
Ik heb vannacht besloten; misschien (waarschijnlijk!!!) is dit de eerste en ook de laatste keer dat wij met een groepsreis meegaan, dus gedraag ik mij ook als groepsreiziger. Sorry Geert, Leendert en Leo!!!
Na de Bund gingen wij naar het Volksplein. Letterlijk en figuurlijk het Volksplein; want het plein is vol volk die allemaal genieten van de laatste zonnestralen. Ook hier bevinden zich weer de schitterendste gebouwen en je zou bijna vergeten dat China er ook anders uit kan zien!! Vliegeren is een nationale sport en zoeken wij daarvoor het open veld op, hier vliegert men midden in de stad. Het is natuurlijk ook een heidens karwei om het open veld op te zoeken als je midden in Shànghăi woont en bovendien zijn de chinezen meer bedreven in het vliegeren dan wij en hebben ook niet perse een open veld nodig om alle bomen, lantaarnpalen en andere obstakels te vermijden. John en ondergetekende willen eigenlijk ook wel zo’n vlieger kopen en zijn fanatiek aan het onderhandelen, maar we komen er niet helemaal uit, waarschijnlijk vanwege tijdgebrek, en vertrekken dus weer zonder vlieger.
Voor het avondeten hebben James en Weena een verrassing voor ons in petto en die verrassing was niet dat de bus verdwaalde. Af en toe werd er midden op de weg gestopt, even gebeld en dan gingen we weer. Uiteindelijk werd het restaurant toch gevonden; geen ‘gewoon chinees’ eten vanavond, maar een Mongoolse barbecue!! Surprise!
Allerlei groentes, vlees en sauzen staan uitgestald op een buffet en de bedoeling is je schaaltje te vullen met eenderde groente; eenderde vlees en eenderde saus. Achter een glazen wand staan twee koks rond een enorme smeedijzeren plaat. Door een soort loketje overhandig je je bakje aan een van de koks en die bakken, gooien, hakken en smijten met de door jou zorgvuldig uitgekozen ingrediënten totdat alles gaar is. Dan wordt alles weer in het schaaltje gekiept en met een elegante zwaai weer aan jou overhandigd. Dat ziet er leuk uit; als het nu ook nog goed smaakt. Het smaakt inderdaad ook goed; maar volgens mijn bescheiden mening niet zo lekker dan het ‘echte Chinese eten’ van de afgelopen dagen. Maar het is weer eens wat anders en vooral héél gezellig. We zitten dan ook beduidend langer aan tafel dan gewoonlijk en worden ook door geen zenuwachtige gids opgejaagd.
Moe en lui; zitten we toch nog toch tot 11 uur in de bar voordat iedereen zijn kamer opzoekt. We duiken nog niet gelijk in bed, maar pakken de koffers om. De volgende vier dagen toeren wij namelijk met een en dezelfde bus door de omgeving en komen daarna weer terug in dit zelfde hotel. Dus nemen wij genoeg spullen mee voor die dagen en laten de rest hier achter. Nog minder om je zorgen over te maken!! Er worden wel wat vraagtekens geplaatst bij het al dan niet veilig achterlaten van de rest van je spulletjes, maar wie heeft er nu belangstelling bij wat vuile onderbroeken en sokken. We zitten hier niet in Japan!! Trouwens, tot nu toe is alles zo perfect geregeld, dat ik er geen moment aan twijfel onze spulletjes over een paar dagen weer ongeschonden aan te treffen. Wij zijn veel te wantrouwig!!
Die klap op die geluksbel van gisteren is niet zonder gevolgen gebleven; en helaas geen gelukkig gevolg, want er is iemand stokdoof geworden aan een oor. Of het van de bel komt weten we niet, want je kunt ook doof worden van vermoeidheid. Wie is er hier moe?? In ieder geval is hij onder begeleiding van James naar het ziekenhuis geweest om naar het bewuste oor te laten kijken. De arts sprak over een infectie en wilde de patiënt drie weken aan het infuus leggen. Nu werd iedereen een beetje doof, want dat hadden ze toch écht niet goed verstaan: "Drie weken aan het infuus??? No way, José! Ik wil aan het einde van de week gewoon naar huis; doof of niet doof." Dus daarom wordt de arts gevraagd een briefje te schrijven met daarop zijn diagnose om daarmee in Nederland naar de dokter te kunnen. Het probleem zal alleen worden een dokter te vinden die die Chinese karakters kan ontcijferen.
Terug thuis.
Er blijkt dus op het briefje van die Chinese arts te staan; ‘man is doof aan linkeroor.’ Maar dat wisten we al. Of de vertaling is niet helemaal goed en is het toch verstandig eventjes een Chinese dokter op te zoeken. Ik heb al het adres van een goede Chinese kapper, dus aan het adres van een goede Chinese dokter komen we ook nog wel, want vandaag 14 november is de arme nog steeds doof!!!
Maandag 17 september, Shànghăi – Hangzhou
We vertrekken vandaag Shànghăi en gaan richting Hángzhōu. ‘In heaven there is paradise, on earth Sūzhōu and Hángzhōu.’ Zo luidt een zin om de mensen naar deze twee steden te lokken. Vooral het West Lake wordt in heel China geroemd om zijn schoonheid. In China zijn er dan ook 36 meren ‘West Lake’ genoemd; Xī Hú. Maar het meer in Hángzhōu is daarvan het beroemdste. Voordat we dit beroemde meer echter met eigen ogen kunnen zien, bezoeken we eerst een theeplantage. Zeer tot ontevredenheid van sommige heren, die in plaats van deze theeplantage bepaalde sluizen wilden bezoeken. Maar volgens onze local guide Christine was dit onmogelijk; te ver weg, je mag ze toch niet bezoeken en nog meer argumenten. Dit viel een beetje in het verkeerde keelgat bij bovenvernoemde heren en er vielen iets minder vriendelijke woorden. Van beide zeiden moet gezegd worden! Christine wilde zich gewoon aan haar programma houden!! En de tegenpartij had nog niet door, dat je soms meer bereikt met stroop dan met azijn.
Maar in ieder geval even terug naar de theeplantage, want er waren er ook die hier wél in geïnteresseerd waren!!! Over groene thee valt heel wat te vertellen, maar een ding staat als een paal boven water; de eerste slok doet je duidelijk denken aan warm water, waarin toevalligerwijs wat blaadjes zweven. Christine is het hier helemaal mee eens en vertelt ons een verhaal over een keizer die helemaal vanuit Běijīng hiernaartoe is gereisd, omdat hij al zoveel over deze thee gehoord had. Ook zijn eerste indruk was die van warm water. Maar groene thee moet je leren drinken en moet je misschien ook niet willen drinken voor de lekkerte (dit is geen goed nederlands, zegt mijn pc-tje!), maar voor je gezondheid. Hij is verkwikkend, goed voor de darmen, je teint en noem maar op. In ieder geval kan het drinken ervan geen kwaad. Ik had al in Nederland besloten hier wat thee te kopen. Onder veel ophef wordt het eerste blikje gevuld, zodat wij allemaal kunnen zien hoeveel thee er in zo’n busje past. En dat is inderdaad meer dan verwacht. Als Christine vraagt of er iemand geïnteresseerd is, steekt tot mijn opperste verbazing Chris zijn hand in de lucht. Maar Chris was slim en wist nog van mijn besluit en dacht: Ik neem dit eerste busje, want daar doen ze vast en zeker de meeste thee in.
vrijdag 16 november
Er was nog een stel dat in hun enthousiasme ook groente thee gekocht heeft, maar eenmaal thuis een beetje spijt. Dus boden zij mij op de reünie aan om hun blikje eens op te komen halen om tevens, onder het genot van een kopje zwarte thee, nog wat bij te praten. Wij hebben dat busje inmiddels en toen ik het openmaakte puilde ook hier de thee uit. Dus niet alleen het eerste busje werd goed gevuld.
Veel thee wordt er uiteindelijk niet gekocht, dit tot grote ergernis van Christine, die toch al niet meer in zo’n goed humeur is. Toen wij daarstraks stonden te kijken bij het handmatige drogen van de thee, klonk zij ook al zo vriendelijk toen zij om stilte verzocht.
De een mopperend, de ander discussiërend en de derde met een blikje thee onder de arm (en misschien met nog wat meer spulletjes, want we mochten niet rechtstreeks terug naar de bus, maar moesten via een winkel) stappen we weer in de bus. Nu dus wel op weg naar het West Lake. Ik heb van zijn schoonheid niet veel meegekregen, en dan ben ik de enigste niet, in mijn pogingen om via James die sluizen toch nog in het programma op te nemen. Hij snapt intussen al een beetje met wat voor vakidioten hij te maken heeft, maar Christine natuurlijk niet. Zij verzucht dan ook een paar keer dat wij gisteren toch de grootste (weliswaar in aanbouw zijnde) sluizen van heel China hebben gezien. Zij vraagt zich waarschijnlijk af, wat wij nu in hemelsnaam bij die kleine sluisjes willen. James heeft het toch druk met regelen vandaag, want met toestemming van de gehele groep die over een paar dagen in China blijft, gaat hij proberen het programma weer zo te veranderen dat wij eventueel toch kunnen fietsen. Want in China te zijn geweest, zonder op de fiets te hebben gezeten; dat is toch een gemis. Ik heb hierover ook al met Tiara Travel in Breda gemaild, dus ik ben benieuwd wat we voor elkaar kunnen krijgen. Volgens sommigen lukt dit nooit, maar die chinezen zijn zo beroerd nog niet. Dus wachten we af…..
Dan komt James met een verrassende mededeling; we gaan tóch naar de sluizen. Jippeee!!!! En gelijk is de stemming weer opperbest, al was die nooit echt slecht. Een van de vrouwen mompelt een beetje voor zich uit; "We doen in het jaar honderden sluizen en als er een verkeerd staat, loopt ie te mopperen en nu moeten ze persé een sluis zien!!" ‘Rare jongens, die schippers", zou Obelix zeggen.
Als we bij de sluizen aangekomen zijn, springt iedereen blij als kinderen uit de bus en Christine kan weer lachen bij het zien van ons enthousiasme. Maar snappen doet zij het waarschijnlijk nog steeds niet. Een paar van ons spelen het zelfs klaar nog even op de sluis te mogen kijken met toestemming van de bewaker. Doet dit jullie niet erg aan Weurt denken??? Alleen liggen daarin meestal iets andere schepen en vaart (hopelijk) iedereen wat gedisciplineerder de sluis uit. Nu dringt er een voor, of vaart er een te vroeg uit, en duwen ze elkaar gewoon tegen de sluismuur. Tot grote hilariteit van ons kijkenden. Worden wij normaal nieuwsgierig bekeken vanaf de sluizen, nu zijn wij dat zelf eens. We toveren nog ergens een wit vel papier vandaag en daar wordt op zijn nederlands en zijn chinees de door ons toegekende naam van deze sluis opgeschreven. Leuk voor in het verenigingsblad.
In Hángzōu is volgens James vlak bij het hotel iedere avond een leuke antiekmarkt. Dus dat wordt weer niet vroeg onder de wol vanavond. Bijna iedereen zien we terug op de markt, want hij is inderdaad leuk. En ook het afdingen wordt steeds leuker. Je moet het zien als een soort sport. Zelfs als je uiteindelijk niet tot een overeen komt en beide partijen hebben plezier gehad in het handelen, geeft dit niets. En als je dan nog je waardering uitspreekt (op zijn chinees???) over de handelaar zijn handel is het helemaal oké! Ik probeer mij tegen beter weten in in een Chinese jurk te wurmen. "Do you have extra, extra, extra, extra large??" Er wordt een schattende blik in mijn richting geworden en iemand op uit gestuurd om ergens een extra, extra, extra large jurk vandaan te halen. Benen, heupen, middel; alles past erin. Maar van cup D hebben ze hier nog geen weet!! Helaas!
Dinsdag 18 september
We weten het nog niet, maar vandaag wordt een rustig dagje. Te rustig volgens sommigen!
Was het vandaag of was het gisteren?? In ieder geval is er nog gezongen in de bus. Dat hoort er nu eenmaal bij. Maar het waren niet die ‘rare Hollanders’ die daarmee begonnen, maar James!! Die vond de busrit waarschijnlijk wat lang en wilde voor wat afleiding zorgen. Dus zong hij voor ons het Chinese volkslied. Wat natuurlijk gevolgd werd door het Wilhelmus. Dat gaat altijd fout, want die twee coupletten…… Hoe gingen ze ook alweer? (Suzanne… waar zit je???) Ook klonk het niet altijd even zuiver en wij staken toch wel magertjes af tegenover James die een goede stem heeft en bovendien (altijd erg belangrijk) de wijs kan houden. Omdat wij zo enthousiast reageerden, zong hij nog wat voor ons. Een liefdesliedje uit zijn geboortestreek. Wie van de dames kreeg het daar nog meer warm van??
Op het plan staat een boottocht over het Tài-meer. Ergens in de buurt van Húzhūo ligt een boot op ons te wachten die ons over dit meer naar Wúxī brengt. Het zou niet ver rijden moeten zijn, maar onze chauffeur raakt de weg weer eens kwijt. Maar rond half 12 zijn we dan op de plaats van bestemming. Nog niet helemaal, maar wij willen wat eerder uit de bus; we zien water en bootjes. Hele oude bootjes ditmaal; vissersbootjes. "I know what you want", lacht James en wij stormen bijna de bus uit. Op de vraag of de vissers ook wel eens wat vangen, is het antwoord snel gegeven. De hele dijk ligt vol met kleine visjes die hier liggen te drogen en te stinken. Het moet er vreselijk hebben gestonken, maar schijnbaar is er iets mis met mijn reukorgaan, want ik ruik slechts een flauwe geur. Af en toe komt er iemand met een bezem en draait het hele zwikje om. "Zouden wij die dingen ook te eten krijgen?’, wordt er ietwat schrikachtig door iemand gevraagd. Wij hebben een keer gebakken ei met kleine visjes te eten gehad, dus wie weet!!!
Het ene oude bootje volgt op het andere en wij vragen ons af waarmee ze ons het meer over willen zetten. Maar ‘ons’ bootje ziet er betrouwbaar uit.
De tocht zal ongeveer 3 uur duren en hopelijk hebben wij meer geluk dan een van de vorige groepen. Die hadden drie uur lang mist en hadden nog geen 6 meter zicht. Die konden dus helemaal even bijkomen van de inspanningen van de afgelopen dagen. Wij hebben meer geluk en helemaal geen mist. Maar eerlijk gezegd was het hier ook niet zo spectaculair. Alleen die vissersschepen onder zeil, een soort jonken, waren schitterend om te zien en in onze ogen echt chinees. Twee jonken drijven op enige afstand van elkaar met de wind mee over het meer. Tussen zich in hangt dan een enorm net. Een zeer relaxte manier van vissen. Want het meer is enorm (Chris schat wel drie keer zo groot als het IJsselmeer) dus kunnen zij met dit matige briesje uren blijven dobberen voordat zij iets aan de stand van de zeilen moeten veranderen. Ik neem aan dat als zij de overkant van het meer bereikt hebben, hun taak van vandaag er misschien wel op zal zitten. Dan volgt nog het lossen van het schip. Eventueel sorteren van de vis en misschien ook wel te drogen leggen. Wij vragen ons af of er wel veel gevangen wordt, want er wordt hier zeer intensief gevist. Als alle schepen het meer een keer gehad hebben; kan er toch geen vis door de mazen van het net ontsnapt zijn. En dan heb ik nog niet eens gesproken over de vele staken die hier overal staan. En waarover en waardoor de beroepsvaart zonder blikken of blozen laveert. De vrachtscheepjes die we zien, doen een beetje denken aan spitsen. Maar dan qua formaat!!! De staken waarover ik eerder sprak, bevatten misschien geen fuiken, maar zijn misschien wel voor de oesterteelt. Ik vergeet dit echter te vragen en dat zal dus ook altijd een vraag blijven. De tocht duurt achteraf twee uur langer dan de geplande drie, maar ‘who cares ‘!!
Wúxī aan de overkant van het meer is ons doel. Hier mondt ook een zijkanaal van Dà Yùnhé: het Keizerkanaal uit. Dit verklaart waarschijnlijk de aanwezigheid van vrachtschepen. Ik moet ineens weer denken aan de plannen van mijn broer en ik járen geleden. Wij wilden toen al een passagierscheepje beginnen op het Keizerkanaal. Niet eens wetende of er gevaren kon worden en op welk traject. Want hoewel het kanaal ooit bijna 1800 kilometer lang was, ongeveer de helft is nu, hangende het seizoen, bevaarbaar. Weliswaar is het kanaal op sommige stukken 3 meter diep; soms is hij maar 9 meter breed. Alleen het gedeelte ten zuiden van de Yangtze is het hele jaar door bevaarbaar. Dit deel is een netwerk van kanaaltjes, meren en rivieren. Dus achteraf toch niet zo’n slecht idee van de kinderen Van Deurzen. Nog steeds geen slecht idee denk ik. China is een land in opkomst. Het is hier een mooi en rijk gebied. Shànghăi ligt ook vlakbij. Dus wie weet……
De bus stond ons in Wúxī al op te wachten en aangezien James zo onderhand zijn ‘pappenheimers’ kent, gaan we weer naar een sluis. Deze verbindt het Keizerkanaal met het Tài meer. Op de sluis wordt echter hoog bezoek verwacht; wij blijken dat hoge bezoek niet te zijn. Dus moeten we het stellen met een blik uit de verte vanaf een brug. Zijn we ook al tevreden mee!!
Het hoge bezoek moet wel erg hoog zijn, want al het verkeer wordt er voor stilgelegd. Na enige tijd komen er 17 bussen met motorescorte voorbij zo-even. Wie zouden dat zijn???
Door alle vertragingen waren wij pas even voor zessen in het hotel en wordt er eensluidend besloten ons gelijk op het eten te storten. Intussen regelde James onze kamers en zorgde voor de koffers. Zodat wij na het eten op ons gemakje nog een stadswandeling kunnen maken. Maar wij zijn ditmaal gauw uitgekeken. Een rondje rond het hotel; langs de schepen die achter het hotel liggen ("Die liggen op de beurs", verzinnen wij.) en dan weer terug.
![]()
Woensdag 19 september
Vandaag staat een tocht over het Keizerkanaal op het programma, maar eerst bezoeken wij nog twee tuinen. Natuurlijk!!!
Het eerste park is het Xīhuì Gōngyuán en daarna bezoeken we de Lĭ Yuán, wat aan de oevers van het Tài meer ligt. Dit is een enorm park en aangezien we ons niet meer zo laten opjagen als in het begin, komt een deel van ons weer eens veel te laat bij de bus aan. Maar gelukkig was James bij ons, dus konden wij de schuld op hem steken. Als het aan ons gelegen had, waren we nog lang niet teruggekeerd, want we liepen zo heerlijk te kletsen en te slenteren door dit prachtige park. Maar er ligt natuurlijk weer ergens een boot te wachten. Dat heb je met zo’n maritieme studiereis.
De boot moet echter nog even wachten, want eerst bezoeken wij een zijdespinnerij. Volgens onze gids is deze spinnerij nog in gebruik. Maar als wij de fabriek bezoeken, zijn er slechts twee mensen aan het werk en alle spoelen die wij zien liggen zijn leeg. Dus bij ons rijst het vermoeden dat deze fabriek er nog speciaal voor de toeristen is. Het spinnen van het garen is wel interessant en alles wordt eens uitgebreid uitgelegd. Iedereen mag een zijdecocon meenemen en alhoewel daar soms 90 meter draad vanaf kan komen, is dat vast niet genoeg voor een jurkje. Hoe de draden gesponnen worden, blijft voor ons in eerste instantie een raadsel, want de spinsters werken zo vlug dat we niet zien wat ze doen. Ik vraag mij dan ook af hoe die zeven coconnetjes zo mooi bij elkaar in het water blijven dobberen. Daar blijkt dus een draad aan te zitten die via een oog naar de spoel loopt. De spinsters nemen een natgemaakte cocon, trekken daar een eindje draad van los; haken die achter het oog en gooien de cocon in het water. Dit vormt een hele zin, maar is een handeling die je bijna niet ziet. Als er dan voor alle spoelen zeven coconnetjes geselecteerd zijn, moeten zij ervoor zorgen dat de draden niet breken en die eventueel weer verbinden. Aha, nu is het duidelijk!!
Met de lift gaan wij weer naar beneden, maar mogen nog niet in de bus. Eerst nog even een winkel bezoeken. Chris en ondergetekende ploffen neer op een bankje en bezien de kooplust van de rest. Of is het alleen maar kopen en niet kijken. Het duurt echter zo lang dat ik besluit toch maar even rond te gaan neuzen en moest toen toch nog even geld uitgeven!
Dan kunnen we toch echt naar het Keizerkanaal. We varen vandaag van Wúxī naar Sūzhōu. En het wordt een tocht vol verbazing en drie uur lang genieten. Want het ziet hier letterlijk en figuurlijk zwart van de schepen. Schepen die ogenschijnlijk kris kras door elkaar varen en soms 6 breed zitten. En daartussendoor vaart onze boot, waarvan de kapitein vindt dat hij voorrang heeft. Dus dreigt er eens iemand in de weg te varen, wordt hij met dringend getoeter en soms ook nog geroep uit de weg gestuurd. Menigmaal gaat het allemaal maar net en hetgeen achter ons gebeurd is soms helemaal verbazingwekkend. Want van afstoppen heeft onze kapitein nog nooit gehoord, dus elk schip wordt met dezelfde snelheid voorbijgelopen; afgeladen of niet afgeladen. Dus loopt er soms wel eens eentje uit het roer. Alle schepen hebben rondom flinke autobanden hangen en we weten nu dus waarom; niet alles gebeurd hier zonder slag of stoot. Het is alleen voor al die beroepsvaart te hopen dat er niet al te vaak schepen met toeristen rondvaren, want net als op de Rijn voelen die zich ook hier een beetje superieur aan de binnenvaart. Voor menigeen doet het hier denken aan het Albertkanaal in zijn glorietijd. Want is een sleep in West Europa een zeldzaamheid; hier zien we de ene sleep na de andere. Altijd heeft men 13 schepen op sleep die allemaal trots de Chinese vlag in top hebben. Hetgeen schitterende plaatjes oplevert. Over vlaggen gesproken; de blauwe vlag is nog niet tot China doorgedrongen; hier gebruiken ze twee vlaggen, een rode en een witte, om aan te geven of men stuurboordstuurboord dan wel bakboordbakboord wil varen. Bijna iedereen heeft buiten wel een goed plaatsje gevonden. Iemand zit zelfs vlak naast de toeter, die toch veelvuldig gebruikt wordt. Toch blijft hij de gehele tocht hier zitten. Dan maar tuitende oren zal hij gedacht hebben. Behalve de vaart was er ook langs de oevers genoeg te zien. Oud en modern naast elkaar; zoals overal in China. We zien scheepsverven, oude primitieve kraantjes en daarnaast weer een moderne containerkraan. Ook de bruggen en borden zien er nieuw en modern uit. De bruggen zijn overigens al berekend op grotere en hogere schepen. Alhoewel alles wat er nu nog rondvaart niet groter dan 300 ton kan zijn.
Het gezin vaart hier, net zoals bij ons, gewoon mee en hoe het hier dan met de kinderen gaat? Daar komen wij niet achter!! Na 3 uur varen zijn wij helaas al in Sūzhōu. Het was een enerverend tochtje wat wij niet snel zullen vergeten en waarmee we nog vaak een vergelijking zullen maken als we bijvoorbeeld op het Amsterdam-Rijnkanaal varen. Want vinden we het daar soms al druk; dit hier slaat alles!! Nooit gedacht dat er zoveel vrachtverkeer was in China. Het mag hier dan allemaal oud en slecht onderhouden zijn, qua vakmanschap doen ze waarschijnlijk niet voor ons onder. En dat moet ook wel met zo’n gekrioel. Harder werken, behalve verven dan, doen ze hier waarschijnlijk ook, want vaak worden de schepen nog met mankracht gelost en geladen. Maar stress kennen ze hier gelukkig nog niet!!
In Sūzhōu stappen wij weer op de bus en bij aankomst in het hotel hebben we zowaar een uur om ons te wassen en om te kleden. Wat een luxe!
Na het eten proberen we met James en John een bepaalde ‘biergarten’ te vinden, die volgens de plaatselijke gids in de buurt van het hotel moet liggen. Wij lopen een paar keer in diverse bogen rond het hotel, maar de ‘biergarten’ blijft voor ons onvindbaar. Wel lopen we ook een paar keer over een voetgangerszone waar je je in een westerse stad zou kunnen wanen. James wijst ons erop dat er niet veel gekocht wordt; de mensen hebben hiervoor gewoon geen geld. Dus waar zouden al die winkels dan van bestaan. Zoveel toeristen komen hier volgens mij niet?? Ook de anderen van onze groep die wij onderweg tegenkomen, hebben geen ‘biergarten’ kunnen vinden, dus gaan we allemaal maar terug naar het hotel voor een afzakkertje.
![]()
Donderdag 20 september
Voor een deel van ons wordt dit de laatste dag in China en moeten zij morgen weer terug naar huis. Dan zal wel vreemd zijn zo zonder al die gezellige mensen en natuurlijk John. John die misschien wel spijt heeft geen drie weken geboekt te hebben. Want ook hij voelt zich hier helemaal thuis en heeft het gevoel hier al eens eerder geweest te zijn. Waarschijnlijk hebben wij allebei Chinese voorouders of zoets. Of waren wij chinees in een vorig leven; als je daarin zou moeten geloven!! Wij zaten in ieder geval al te verzinnen gewoon hier te blijven en iets te beginnen. Dat moet vast lukken; John met zijn handelsgeest en ik met mijn….weet ik veel!
Maar eerst gaan we nog een dagje genieten; gewoon met zijn veertigen. Vandaag staat er weer heel wat op het programma, dus zijn we ook weer vroeg uit de veren. "Morning call at seven o‘clock", deelde James ons gisteren met een ietwat valse grijns mede. Maar wij zijn al zo gewend aan dat vroege opstaan, daar hebben ze ons niet meer mee.
We bezoeken allereerst weer twee tuinen en sommigen van ons hebben na vandaag misschien wel evenveel tuinen gezien in de afgelopen twee weken als in de rest van hun leven.
We bezoeken eerste de Wăngshī Yuán; Garden of the Master of the Nets. Dit is een betrekkelijk kleine tuin en de ingang ligt voorbij een winkelstraat met allerlei leuke shopjes. Dus voordat iedereen er is! Ik tik hier nog een foto van Mao op de kop: "Voor mijn plakboek", zou John zeggen. Die wil zelfs alle door hem verzamelde eetstokjes in dit boek plakken. Dat wil ik wel eens zien.
De tweede tuin is de Zhuózhèng Yuán. (Yuán betekent dus tuin.) Dit is de laatste tuin van de reis, maar ook een van de mooiste. Alhoewel in mijn herinnering alle tuinen door elkaar lopen. Net zoals wijzelf.
Sūzhōu is behalve beroemd om zijn tuinen; ook beroemd om zijn zijde. Daarom wordt er vandaag wéer een zijdefabriek bezocht. Onze plaatselijke gids Cheng verontschuldigd zich hiervoor en legt uit waarom hij ons meeneemt naar weer een zijdefabriek mét winkel. Alle gidsen werken voor de staat en moeten een bepaald aantal stempeltjes halen. Die stempeltjes krijgen zij door toeristen minimaal een half uur in de staatswinkels te houden. Nu wordt ons een hoop duidelijk. Al die staatswinkels waren voor stempeltjes. Voor zijn eerlijkheid blijven wij desnoods een uur in de winkel. Nu is dat niet zo moeilijk, want er wordt hier ook een modeshow getoond en de modellen vallen goed in de smaak bij de heren van ons gezelschap. Waar ze al die lange chinezen vandaan hebben getoverd is mij een raadsel. Gelukkig is de kleding in deze staatswinkel wat aangepast aan buitenlandse maatjes en kom ik straks toch terug in Nederland met een zijde pakje. Dus toch niet voor niets een tweede zijdewinkel.
Enkele weken later in Mannheim
Wij zitten bij Duitse vrienden een film te bekijken van hun reis naar China vorig jaar, als opeens een bekend gezicht in beeld verschijnt: Cheng. Onmiskenbaar. Alleen zijn kapsel was vorig jaar nog een beetje antiek.
Sūzhōu is de stad die ‘het Venetië van het Oosten genoemd wordt en Venetië ervaar je het beste vanaf het water; Sūzhōu dus ook. En gelukkig is er veel van het oude ontsnapt aan de vernietigende handen van de Culturele Revolutie, zodat wij een schitterend boottochtje kunnen maken door de kanalen van de stad.
Concurrent van Sūzhōu is Zhōuzhuāng; het Venetië van de Oriënt. En is Sūzhōu misschien bekender; Zhōuzhuāng is mooier en romantischer. Met schitterende boogbruggetjes over smalle kanalen, eeuwenoude huisjes en rust. Geen gemotoriseerd bootje dit keer, maar een soort gondels (om in de sfeer te blijven) voort gewrikt door stuurvrouwen. Natuurlijk weer vrouwen. Alhoewel het even zoeken was voor James en de chauffeur was het meer dan de moeite waard en een schitterende uitsmijter voor deze eerste twee weken van onze reis.
We zijn weer vrij laat, dus na dit boottochtje mogen we nog even een korte wandeling maken door dit prachtige stadje, voordat we weer richting Shànghăi gaan. Gelukkig eten we vanavond in het hotel, dus wordt het wat later geeft dit niet. En het wordt wat later, want op een gegeven moment is iedereen (alweer) de weg kwijt. Gelukkig hebben ze wat oplettende schippers bij, die bij het zien van water zo de bus weer op het goede spoor zetten, zodat de magen kunnen ophouden met rammelen.
Alhoewel nog niet iedereen morgen terugkeert naar Nederland, hebben we vanavond al een soort afscheidsdiner. John had al die tijd al een paar kruikjes oude jenever met zich meegezeuld. Eigenlijk wilde John een keer bij een Chinese familie thuis mee eten en de kruikjes dan als dank aanbieden. Daar is het echter niet van gekomen en nu worden wij getrakteerd. Deze en gene houdt een toespraakje. Iedereen bedankt iedereen voor een heerlijke reis en onze troubleshooter wordt ook hartelijk bedankt. James is zichtbaar ontroerd, alhoewel hij ook een flinke borrel achterovergeslagen heeft en daarvan sprongen dus bij mij de tranen al in de ogen.
Buiten afscheid nemen, wordt er ook nog even medegedeeld dat de ‘morning call’ om kwart voor vijf plaats zal vinden. Wat vroeg!! Daarom wordt besloten de koffers vanavond al op de gang te zetten, zodat wij morgenvroeg niet het gehele hotel wakker hoeven te maken. Dit betekent echter niet dat wij al met de kippen op stok gaan. Ik moet mijn zijde pakje nog showen en er moet natuurlijk nog een afzakkertje gedronken worden! Maar rond middernacht worden we dan toch nog verstandig en gaan nog een paar uur op een oor.
![]()
Vrijdag 21 september
Na het afscheidsdiner van gisterenavond richt ook vanmorgen James het woord nog even tot ons en weer is hij duidelijk ontroerd. "You are a fantastic group!" Amen! En iedereen zal iedereen missen. Alleen moet er nog het een en ander geregeld worden, want men was zo slim ons van twee verschillende vliegvelden te laten vertrekken. James is hier knap pissig over, maar er valt verder niets aan te doen. Terwijl er volgens hem vanaf het andere vliegveld ook genoeg vliegtuigen richting Guìlín vertrekken. Nu rijdt de bus met nog het voltallige gezelschap eerst naar ons vliegveld. Terwijl James de tickets checkt nemen wij in en om de bus afscheid van elkaar en kunnen dit blijven doen, want waarom vertrekt die verrekte bus nu niet. Straks houden we het niet meer droog hoor, ondanks onze uitdagend gezang van ‘We gaan nog niet naar huis, nog lange niet….." James heeft echter de opdracht ons veilig en wel in het vliegtuig te loodsen. Uiteindelijk vertrekt de bus toch, maar nu zonder onze ‘troubleshooter’. Die houden wij lekker nog even!! Maar James staat duidelijk verloren bij onze koffers te kijken, want hij moet toch zorgen op tijd op het andere vliegveld te zijn. Ook hij moet terug naar Peking, waar zijn vriendin op hem staat te wachten. Nóg maar een keer afscheid nemen dan maar en wij kunnen vertrekken naar Guìlín voor nog een heerlijk weekje China.
Tijdens de vlucht naar Guìlín zijn wij toch wat stiller dan gewoonlijk. Afscheid nemen is nooit leuk.
In Guìlín worden we opgewacht door Ko. Ko is het hoofd van de plaatselijke CITS en heeft vanuit Běijīng orders gekregen ons speciaal te behandelen, omdat wij speciale mensen zijn. Tenminste dat deelt hij ons véle malen mede. James wat heb je allemaal over ons verteld?? Ko wil ons met alle geweld behandelen als VIPS en begint al gelijk te slijmen: "You are such nice people. Very special people." Nu is het wel eens leuk voor het ego om als VIPS behandeld te worden, maar kan hij daarbij zijn mond niet een paar minuten (of liever uuuren) houden????
Guìlín is in onze ogen weer een grote stad en maakt weinig indruk op ons na al die andere grote steden die wij gezien hebben. Ook hier volgt de ene bouwput op de andere en wij zijn blij dat we hier geen twee dagen hoeven te blijven. Alhoewel de omgeving van ons hotel er heel wat aantrekkelijker uitziet. We zitten namelijk in de buurt van water en wat bergen. De rit vanaf het vliegveld voerde ons in eerste instantie langs veel industrie en wij konden nog niets zien van al die befaamde heuvels. 55.555 zouden het er moeten zijn volgens Ko en we moeten ze allemaal tellen!! Dat doet hij maar en in stilte a.u.b.! Maar dan kunnen wij toch een eerste blik werpen op dat zo bekende karstgebergte. Ko neemt ons mee naar een item wat niet op het programma staat, maar hij belooft ons een schitterend uitzicht vanaf de Yai Hill. Vooruit dan maar! Voor dit schitterende uitzicht moeten wij met een kabelbaal een van die 55555 heuvels op. Wat blijkt echter; de kabelbaan zijn ze nog aan het repareren. Gelukkig is John hier niet meer bij, want die hadden ze met geen tien paarden in een pas gerepareerde kabelbaan gekregen. Wij wachten echter geduldig en kijken belangstellend toe hoe de monteurs bezig zijn. Deze zijn echter niet rustig en worden duidelijk steeds nerveuzer onder onze nieuwsgierige blikken. Die verwachten waarschijnlijk een reprimande van hun baas, omdat zij 18 VIPS hebben moeten laten wachten. Ons hoor je echter niet klagen hoor, want er vliegt hier een schitterende vlinder rond die wij op de foto proberen te krijgen. Na enige tijd kunnen wij dan eindelijk instappen en even genieten van de rust en de omgeving. Want hoe hoger wij komen, hoe meer van die …… heuvels wij kunnen zien. En ondanks dat het niet helemaal helder is, is het uitzicht inderdaad schitterend. Jippee; hier blijven wij nog twee dagen!!!
Wij zijn inmiddels zo gewend aan het tempo waarmee wij overal rondgeleid worden, dat wij boven stevig doorstappen van het ene uitzichtspunt naar het andere en niet luisteren naar Ko zijn uitleg en suggesties voor foto’s. Dat laatste maken wij zelf wel uit. Einde van het liedje is dat Ko achter ons aan komt sukkelen en verzucht: Ik snap er niets van! Normaalgesproken lopen de toeristen braaf achter mij aan, maar nu moet ik achter de toeristen aanlopen!
Weer beneden gaan we naar de Reed Flute Cave: de Lúdí Yán. Daar is het een drukte van belang en wij betreden de grotten achter een grote groep Koreanen, die allemaal een beetje doof zijn. Hun gids heeft daarom een megafoon bij, zodat iedereen toch maar goed kan horen dat de ene stalagmiet op een vogel lijkt en de andere op een vlinder. Is dat van belang dan? Het is hier zo mooi en apart dat we zelf onze fantasie wel laten werken. Wij proberen de boel dan ook te vertragen, zodat wij wat verder van die lawaaierige Koreanen blijven en wat langer kunnen genieten van al dit moois. Want alhoewel de Chinezen weinig subtiel verlichting hebben geplaatst in alle kleuren van de regenboog; doet dat niets af van de schoonheid van deze grot. En hij is zo’n gróót! En wat mij ook opvalt; zo droog. Want in de meeste druipsteengrotten is het altijd wel vochtig, maar hier dus niet. Hoe zijn dan al die stalagmieten en –tieten ontstaan. Of zijn deze grotten ontstaan toen dit gebied nog onder water lag. Want dit karstgebergte is ontstaan door erosie van water en moet hier ooit een enorme zee gelegen hebben. Wij hebben geen van allen geologie gestudeerd, dus nemen we dat maar aan. Ondanks alle moedwillige vertraging onzerzijds blijven we toch niet ver genoeg van de Koreanen om rustig te genieten, want vooruit moeten we wel. Achter ons zit namelijk weer een groep.
Oorspronkelijk zouden wij twee dagen in Guìlín blijven, maar door onze omzetting is dat nu dus geen eens een hele dag. Ko wil ons schijnbaar tóch alles laten zien en probeert alles in deze middag te proppen. Dus na de grotten is het nog niet afgelopen. We maken nog een korte boottocht over de Lì Jiāng richting de Elephant Hill. Een volgens mij geheel overbodige tocht, want ten eerste moet je wel héél veel fantasie hebben om in de bewuste ‘Hill’ een olifant te zien en ten tweede maken we morgen nog een schitterende tocht over diezelfde Li. Maar zoals gezegd; we móeten alles zien of we willen of niet. Dus wil meneer Ko ons na de olifantenheuvel nog meenemen naar een soort openluchtmuseum, waar alle volkeren vertegenwoordigd zijn die hier in de buurt wonen. Niet met ons meneer Ko!!! Wij zijn vanmorgen al om kwart voor vijf op; hebben al gevlogen en zijn door jou al de halve provincie doorgesleept. Nu willen we éten!!! Ko is helemaal overstuur, want als we niet meer naar dat dorp gaan; morgen kan het niet meer, want dan zijn we weg. "Laat ons nu eerst maar eten", soebatten wij; misschien hebben we daarna nog wel zin om ergens heen te gaan. Nu vallen we echter bijna van ons stokje en zijn (het) moe!! Dus onder protest en met tegenzin gaan we gelukkig naar een restaurant en kunnen we even zitten en bijkomen van deze enerverende dag. Handenwringend blijft Ko rond onze tafels dralen; steeds vragend of alles wel naar onze wens is. "You are very important people. Very nice people!!!" Als hij zo door blijft gaan, vindt hij ons straks niet meer ‘so nice ‘!!
Na het eten zijn we allemaal weer wat opgeknapt en de hum is ook weer terug, dus gaan Chris en ik en ook anderen nog een stukje lopen. Langs het water richting die verlichte berg. Het temperatuurtje is nog heerlijk en we slenteren een aardig eind weg. Op de terugweg komen wij helaas langs enkele restaurants, waar je dieren kunt eten die wij liever niet op ons bord zien, maar die wij zo uit hun kooitjes zouden willen bevrijden. Of loslaten in het water. Want behalve dat schattige wasbeertje met die lieve oogjes, slangen, een soort bevers en nog veel meer; zwemmen in diverse teilen eenden vrolijk snaterend rond. Nu zijn wij ook niet vies van een heerlijk stuk eendenborstfilet, maar er is er eentje bij die nog zoveel lol heeft, dat wij hem eigenlijk nog wel wat rondjes gunnen. Ach, wie weet! Misschien heeft er vanavond wel niemand zin in eend. En over dat wasbeertje wil ik het al helemaal niet hebben. Maar ’s lands wijs, ’s lands eer. We weten dat ze hier zelfs katten en honden eten en zijn we het daar niet mee eens; hadden we niet moeten komen. En ik kan mij voorstellen dat de consumptie van katten, honden en vooral dieren die op uitsterven staan wel minder zal worden. Doordat China wat opener staat tegenover het buitenland, zullen ook organisaties als het Wereld Natuur Fonds e.d. hier wel meer voet aan de grond kunnen krijgen. Hopelijk met succes!!
![]()
Zaterdag 22 september
Wij weten het nog niet, maar wij gaan vandaag een schitterende boottocht over de Lì River maken mét lunch aan boord. Nu alleen maar te hopen dat Ko ons een beetje met rust laat en niet de hele tijd staat te praten. Van degenen die alweer naar Nederland vertrokken zijn, moesten we van iedere stad een kaartje sturen, dus hebben wij gisteren kaarten gekocht van Guìlín en die worden driftig vol gepend. Grappig is dat iedereen het heeft over Ko; "Straks is het geen Ko maar k.o.!!!"
Het begin van de tocht is in onze ogen erg chaotisch, want de hele vloot van Guìlín vertrekt tegelijkertijd en willen natuurlijk ook allemaal tegelijkertijd rond. Waarom is dit?? Wordt het nu wel een rustig tochtje met die hele vloot om ons heen.
Ko probeert ons nog het een en ander te vertellen over de omgeving, maar aangezien we toch niet luisteren en hij net zo goed tegen de lucht aan kan praten, houdt hij al gauw zijn mond. Wij hebben ook helemaal geen tijd om te luisteren, want hij heeft ons wel zes keer verteld dat wij met zes ogen moeten kijken; omhoog, omlaag, links en rechts. Nu heb ik nog steeds maar twee ogen, maar afijn wij doen ons best. Ik heb toch wel een beetje medelijden met onze Ko. Vanuit Peking werd hem verteld dat er een groepje zeer speciale mensen aan zou komen. Als baas van de plaatselijke CITS heeft hij waarschijnlijk besloten ons zelf onder de hoede te nemen en het enigste wat wij doen, is hem het leven moeilijk maken. Net als alle andere ‘local guides’ die wij al meegemaakt hebben, is zijn engels (waarschijnlijk) afgestemd op het verhaaltje dat hij ons moet vertellen. Dus iedere keer als wij hem onderbreken en beleefd (of minder beleefd) vertellen dat hij beter zijn mond kan houden en wij wel wat vragen als wij wat willen weten, is hij natuurlijk de draad van het verhaal kwijt en begint maar weer helemaal vooraan. Met het resultaat dat wij een beetje gek worden en hem weer de mond snoeren. Zijn wij eigenwijze Nederlanders: nu maar hebben we toch onze Chinese evenknie gevonden.
Maar in een ding moet ik hem gelijk geven; als ik ze had, zou ik met alle zes mijn ogen kijken. Het is hier namelijk meer dan schitterend en wat de volgende dagen nog moge brengen, dit alleen maakt deze reis onvergetelijk. Alle beelden van China komen hier tot leven en wij genieten, genieten en genieten.
Inmiddels heeft men ook al gepoogd een kijkje in de stuurhut te nemen, maar dit mag niet. Wat niet mogen??? Samen met een van de mannen doe ik nog een poging en vraag op mijn beste chinees: "Wŏ kàn ma??" Misschien spreek ik het niet helemaal duidelijk uit, maar in ieder geval worden wij uitgenodigd om verder te komen en staan we dus toch in het stuurhuis. Vergeleken met de nieuwbouw in Nederland ziet het er allemaal heel simpel uit, maar het werkt en dat is toch het voornaamste. Ko voegt zich even later ook bij ons; nerveus in de handen wringend. Misschien wel vanwege de aanwezig van een militair op het voordek, maar ik vertel hem dat wij toestemming hebben om hier te kijken en vraag hem of hij het een en ander kan vragen aan de kapitein. Want met "Mag ik even kijken?" en "dank u wel" en ‘alstublieft" houdt mijn ‘beste’ chinees wel op.
We vragen de kapitein waarom hij geen automatische piloot heeft. De verklaring hiervoor is dat de rivier meestal zo ondiep is, dat er meestal niet met autopiloot gevaren kan worden, omdat het schip dan uit zijn roer loopt. Op dit moment is de rivier soms slechts 50 centimeter diep en dit schip ligt 40 centimeter diep. Voor de liefhebbers; het schip is 38 meter lang, heeft twee motoren en kan 137 passagiers vervoeren. Via Ko vertellen we de kapitein dat wij ook varen en een schip hebben. De kapitein en stuurman kijken belangstelling toe en maken helemaal geen aanstalten ons weer weg te sturen. Ko vertrekt echter wel en moeten wij het weer doen mijn chinees en armen en benen. Zo krijgen we het voor elkaar dat wij ook een stukje mag varen. De kapitein staat weliswaar zijn plaats niet af, maar we krijgen toch even het commando over zijn schip. Op een recht stukje weliswaar, maar een kniesoor die daar op let.
Lunchtijd! De kapitein heeft het roer even aan zijn assistente overgegeven en heeft supervisie gehouden over het bereiden van de lunch. Een uitgebreide lunch met zeer verse ingrediënten. Tijdens het varen hebben diverse kleine bootjes even aangelegd om hun waren te verkopen en dat krijgen wij nu te eten. Op de menukaart stonden nog wat interessante dingen die je eventueel bij kunt bestellen. Ik heb mijn oog laten vallen op in zijn geheel gebakken krabbetjes. Ik probeer een klein bordje te bestellen, maar uiteindelijk verschijnt er op al onze tafels een flink bord. Een paar zitten er wat argwanend na te kijken en mij geloven ze al niet meer als ik zeg dat het lekker is, want ik vind alles lekker. Maar als iemand beaamd dat ze inderdaad heerlijk zijn, zijn de krabben zo verdwenen. De kapitein komt nog even bij onze tafel staan en het ‘ganbei’ weerklinkt weer. We hebben een soort pruimenwijn gekocht en die vindt nu gretig aftrek. Na het eten gaan we echter weer heerlijk naar het bovendek en weer te genieten. In rust overigens. Er was dan weliswaar geen megafoonmens aan boord; men vond het nodig ons te vergassen op wat heerlijke muziek ter onderstreping van het mooie landschap. Eerst had iemand de luidspreker al naar voren gedraaid, maar dat was nog niet genoeg. Dus heeft hij de draadjes maar even van elkaar gehaald. Vandaar die rust! Chris vindt dat we de draadjes een stukje korter moeten maken voor het geval iemand op het idee komt de boel weer te repareren!! Die is echt slecht!!
Onderweg heeft de vloot zich toch wel een beetje verspreid, maar in Yángshuò is het weer een gekrioel van jewelste. Ook aan de wal, want het hele dorp is uitgelopen om eventueel wat handel te slijten. Ook zien we hier eindelijk die vissende aalscholvers met zo’n touwtje om hun nek.. Een foto kost uiteraard 10 yuan. Voor de verandering staat er eens géén bus op ons te wachten om ons naar het hotel te brengen. Wij mogen zowaar lópen. En onder dit lopen ontdekken wij al gauw dat het hier goed vertoeven is. Leuke winkeltjes, gezellige kroegjes. Yángshuò is dan ook een van die befaamde plaatsen, waarover je al vaak gehoord hebt en altijd al wilde bezoeken. En dan te bedenken dat zo’n tien jaar geleden nog geen kip deze kant op kwam.
Ons hotel staat een beetje bezijden het dorp met natuurlijk uitzicht op een van de 55.555 heuvels. Ko zorgt dat zijn VIP’s de mooiste kamers van het hotel krijgen. Ruime kamers met drie grote bedden, waarvoor we wel trappen moeten lopen, want er is hier geen lift. Ook een beetje overdreven voor een gebouw van slechts drie verdiepingen. Ook overdreven is onze kamer, want welk bed moeten wij nu kiezen???
Ko neemt mij nog even bezijden en laat zien waar we vanavond kunnen eten. "Maybe it is better for VIP’s like you to dine in a private room", suggereert hij. Niks ‘private room’; wij eten gewoon bij het ‘gewone volk…..’!!! Zou hij vrezen dat wij geen tafelmanieren hebben?? Maar wij voelen ons inmiddels wel zó ‘vipperig’ dat er besloten wordt vanavond ‘op sjiek’ te gaan (of in ieder geval zo sjiek mogelijk). Iedereen die naar beneden komt in korte broek of zonder stropdas, verdwijnt weer naar boven en komt even later gestropt terug. Nu was het niet zo dat iedereen een stropdas meegenomen had, maar iemand kon ergens zijn slag slaan door maar gelijk een dozijn stropdassen te kopen. En die komen nu tevoorschijn. Stippeltjes met streepjes of oranje met paars; het maakt allemaal niet uit. Ko wilde VIP’s en VIP’s kon hij krijgen. En of Ko daar zijn hand ook nog in heeft gehad weten wij niet, maar het eten was overheerlijk. Zo’n beetje het beste wat wij tot nu toe in China gehad hebben. En na het toetje komt er nog een verrassing; een grote taart voor de jarige van vandaag. Hij ziet er mierzoet uit, maar smaakt heerlijk!!!
Wat een heerlijke dag was het weer; daar moet op gedronken worden. Dus loopt bijna iedereen na het eten richting Suzanna’s voor een afzakkertje.
![]()
Zondag 23 september
Vandaag hebben wij de door James geregelde vrije dag en besluiten om er maar eens flink tegenaan te gaan, want tenslotte wilden wij allemaal fietsen in China. Gisterenavond hebben wij al voldoende fietsen geregeld en als iedereen zijn ontbijtje naar binnen gewerkt heeft, kan het avontuur beginnen. Het verhuurbedrijf ligt vlak bij het hotel en een van de portiers begeleidt ons. Wij hadden ergens gelezen dat de kwaliteit van de fietsen wel eens te wensen kon overlaten, dus bekijken wij met enige scepsis het ons aangeboden materiaal. Wat onwennig stappen we op, maar al gauw hebben we de gang er flink in. We wilden nog op zoek naar een behoorlijke kaart, maar hebben die niet gevonden en er eigenlijk ook niet zo naar gezocht. Dus doen wij het maar met hetgeen wij hebben, ons oriëntatievermogen en een portie geluk. We besluiten richting Yuèliàng Shān: Moon Hill (heel mooi volgens Ko) te rijden en dan in een wijde boog weer terug te keren naar Yángshuò. Alhoewel de fietsen er goed uitzien, nemen uit voorzorg toch maar wat gereedschap mee. De fietspomp had formaatje XX, dus kiezen wij voor een bijna even grote bako. Wij passen ons al snel aan aan het verkeer en passeren de andere fietsers, handkarren, voetgangers en wat al niet meer vrolijk bellend aan beide zijden. Zoals het hoort!! Al gauw moet er een pauze ingelast worden en komt de bako er aan te pas; iemand zijn ketting ligt eraf. Het euvel is gelukkig snel verholpen en gaan kunnen wij weer. Er rijden nog diverse behulpzame chinezen een stukje met ons mee en bieden ons hun diensten als gids aan, maar wij eigenwijze Hollanders willen het vandaag eens helemaal in ons eentje doen. Toch moeten wij nog wel eens de weg vragen en kopen daarbij gelijk maar weer wat ansichtkaarten voor onze verzameling. Na een paar kilometer stuiten wij langs de kant van de weg op een klein werkplaatsje waar houten vlotten worden gemaakt van bamboe. Wij stappen af en nemen belangstellend een kijkje. Gelukkig spreken de bouwers een beetje engels en kunnen wij het een en ander vragen. Gelijk worden ons enkele vlotten aangeboden om mee de rivier af te zakken naar Yángshuò. Aangezien wij nog maar net op de fiets zitten, slaan wij dit aanbod af. Hetgeen een van de vrouwen helemaal niet erg vindt, want zij heeft het niet zo op kleine bootjes.
Chris en een van de mannen haken na een tijdje af; Chris voelt zich niet lekker en zijn begeleider vindt dat hij Chris toch niet alleen terug kan laten fietsen in zijn toestand. Hij blij, want volgens zijn vrouw is hij niet zo’n fietser en verlangt waarschijnlijk al naar een bakkie lekkere koffie. Ik vermoed niet dat wij vandaag een koffieshop tegenkomen! Aangekomen bij Moon Hill weten wij niet wat ons te wachten staat. Ik ben vandaag tot reisleidster gebombardeerd, maar weet ook niet wat deze heuvel inhoudt; alleen dat het heel mooi moet zijn. Als de entree betaald is en wij onze fietsen veilig weggezet hebben, beginnen wij aan een wandeling naar Moon Hill. Wij komen twee Engelsen tegen en vragen of wat wij kunnen verwachten en of het de moeite waard is om voor van je fiets te komen. "It is very beautiful up there, but you’ve got to be a machosist to go there!!" Oeps!! We blijken namelijk een aardig eindje te moeten klimmen. "Lilian, waar heb je ons nu mee naartoe genomen???" Ik heb niemand nergens mee naartoe genomen… Iedereen is gewoon vrijwillig meegekomen, dus vooruit met de geit; klimmen!!! De temperatuur is vandaag weer behoorlijk en daar komt bij dat het hier een stuk vochtiger is dan in het noorden. Dus veel drinken is niet overbodig. Wij hadden allemaal wel wat water bij, maar volgens de verkoopsters die ons onder aan de heuvel opwachten, moeten wij veel drinken, heel veel. Sommigen kopen nog wat extra water, maar anderen denken het zonder te kunnen. Wel wordt er door een verkoopster gewaarschuwd voor het feit dat het water beneden aan de heuvel 5 yuan kost en eenmaal boven kost datzelfde flesje 10 yuan. Er wordt wat schamper gelachen en stoer beginnen we aan de klim. Langzaamaan dan breekt het lijntje niet. Tot onze verbazing lopen bijna alle vrouwen met ons mee met aan een schouder een kist met water, limonade en misschien nog wel andere lekkere dingen. Als wij stoppen, stoppen zij ook en beginnen ons fanatiek wat koelte toe te wapperen met een blad of karton. Wat een luxe. Ik probeer met de twee vrouwen die mij begeleiden een simpel gesprekje te voeren. Na wat armen- en benenwerk weet ik dat zij getrouwd zijn en ieder een kind hebben en weten zij dat ik niet getrouwd ben. Niet slecht met tien woorden chinees en eveneens tien woorden engels.
Ik had mijn fietsmandje helemaal vol zitten met water, snoepjes en ander eten, maar op de een of andere manier ben ik alles kwijt en lopen anderen met mijn spulletjes te sjouwen. Een van de vrouwen bood als eerste aan ook wat te dragen, maar zij vond het een beetje zwaar en gaf de zak aan een van de man; "Hier draag jij ook maar eens wat!" Diens echtgenote keek met grote verbaasde ogen toe: "Daar ben ik nu al twee weken mee bezig…" Hij blijkt overigens een heel handig gereedschap bij zich te dragen (per ongeluk door mij meegenomen); de baco. Daarom is dat ding zo zwaar, moppert hij bij nadere inspectie van de inhoud van zijn bagage. Hebben we nog geen Nederlanders ontmoet in China; laten we er hier op Moon Hill nu een paar tegenkomen net op het moment dat iemand verbaasd de baco tevoorschijn tovert. "Daar moet je nu echt Nederlander voor zijn; om een baco mee een berg op te sjouwen", wordt er gelachen.
De klim kost heel wat zweet en moeite, maar is de moeite waard. Door erosie is hier een natuurlijke boog ontstaan, waardoor je een prachtig uitzicht hebt op veel van die vele heuvels. We laten ons allemaal vereeuwigen met de boog op de achtergrond en zoeken een plekje in de schaduw uit om wat te nuttigen en te wachten op wat fanatiekelingen die ook nog op de boog geklommen zijn. Onze waterdraagsters houden ons nog steeds gezelschap en hebben inderdaad enige flesjes verkocht voor 10 yuan, want als je liters water uitzweet, heb je wel wat vocht nodig. Maar wij betalen zonder morren, want tenslotte hebben zij de gehele tijd lopen sjouwen en ons ook nog eens voorzien van een fris briesje tijdens de rustpauzes. Het lijkt wel het verhaal van de twee vissen en vijf broden; iedereen haalt wel wat uit zijn tas en zo zitten we weer wat energie op te doen voor de afdaling van straks en onze verdere fietstocht. Ook ons gezelschap deelt in onze maaltijd en iedereen is happy!
Dan keren we weer langzaam terug naar onze fietsen en onder het dalen en kletsen door tellen wij de treden. Het zijn er uiteindelijk 815!!
Onze fietsen staat nog gebroederlijk onder aan de berg te wachten, maar we kunnen nog niet gelijk vertrekken. Ik heb namelijk aan diverse handelaars beloofd water te kopen, dus nu moet er ook gehandeld worden. Intussen heb ik een vierkoppige begeleiding, waaronder een jong meisje. Boven op de berg zat ik mijn tas te doorwroeten en stuitte op wat monsterzakjes met verfrissingdoekjes, waarnaar nieuwsgierig werd gekeken. Toen ik er eentje aanbod, was ik de rest ook zo kwijt. Opeens wordt ik op mijn schouder getikt en in het engels aangesproken. Achter mij stond namelijk al enige tijd een meisje te kijken naar mijn uitdelen en wilde ook wel zo’n zakje, maar durfde er niet om te vragen. Als een idioot heel mijn rugzak uitgekamd, maar tot mijn spijt trof ik alleen nog een paar eetstokjes aan die Chris ergens meegenomen had. Waarschijnlijk voor in het plakboek van John. Verontschuldigend houd ik de stokjes omhoog en kijk het meisje vragend aan. Enthousiast wordt er ja geknikt en geef ik haar de stokjes. Beschamend eigenlijk dat ze zo blij is met zoiets kleins. Beneden loopt ze nog steeds bij mij en wil ik toch wel met allemaal op de foto. En koop ik van allemaal een flesje water!
De mannen hebben er, weer op de fiets, algauw weer aardig de gang in en wij volgen braaf. De kaart is niet helemaal volledig en duidelijk, maar wij richten ons op de zon en weten dat we in geval van nood altijd ergens de rivier kunnen opzoeken en over het water terug kunnen keren naar Yángshuò. Het tochtje is heerlijk. Weinig verkeer, geen steden, geen gids; een prachtige omgeving, prachtig weer en heerlijk gezelschap. Wat wil een mens nog meer?
We stoppen in een dorpje om eventueel nog wat water en mondvoorraad te kopen. Als wij wat foto’s willen maken, maken alle mensen afwerende gebaren en geven duidelijk te kennen niet op de foto te willen. Dit hebben we al wel eerder meegemaakt, maar meestal hielp een vriendelijke glimlach en kon er toch een foto gemaakt worden. Maar ik heb zo het vermoeden dat nog niet veel toeristen hier verzeild raken en de mensen nog wat afwijzend staan tegenover die vreemde langneuzen.
Aan de zon te zien zitten wij nog steeds in de goede richting
en gelukkig komen wij niet in de verleiding diverse kleine paadjes links en
rechts te nemen. Ergens op een bruggetje stopt het peloton onverwachts. Een paar
buitenlanders zijn aan het zwemmen en wij achten het raadzaam toch even te
vragen of wij nog op de goede weg zitten. Dit wordt beaamd en vrolijk peddelen
wij verder. Wij waren gewaarschuwd voor een heel stuk hobbelige en zanderige
weg, maar op de een of andere manier hebben wij die gemist en gleden voort over
het asfalt.
Wij hoeven niet te vragen wanneer wij weer op een hoofdweg al dan niet richting
Yángshuò zitten; zagen wij de afgelopen kilometers geen auto’s, maar alleen
fietsen en buffels; nu raast het verkeer weer langs ons heen. Wij moeten nog
even schamper lachen om een troep gemotoriseerde riksja’s die ons voorbij
stuiven. Zo zien de meeste toeristen deze mooie omgeving; onder het genot van
het oorverdovende geknetter van de bromfiets. Maar zij hebben dan ook geen tijd
om langer te genieten, want de boot terug naar Guìlín ligt al te wachten. Is het
vanavond weer lekker rustig in het dorp.
Ons oriëntatiegevoel blijkt buitengewoon en wij komen uit bij de kruising waar wij vele uren en ongeveer 30 kilometer eerder Yángshuò verlaten hebben. De meesten gaan rechtsaf richting hotel, maar twee van de mannen slaan echter linksaf en racen terug naar Moon Hill. Het blijkt dat wij daar een fototoestel hebben laten liggen. Bij Moon Hill aangekomen, bleek het toestel al gevonden te zijn en lag ergens achter slot en grendel te wachten op de rechtmatige eigenaar. Wat een (h)eerlijk volk die Chinezen.
Weer in het hotel zijn de patiënten weer opgeknapt en de fietsers een beetje afgeknapt. Maar een heerlijke douche en wat warme koffie doen wonderen. Dus zitten wij ’s avonds weer allemaal monter aan het diner en genieten van weer een heerlijke maaltijd. Daarna moet er nog even geshopt worden, want wij hebben gisteren allerlei leuke dingen gezien; goedkope cd’s, prachtige vaasjes, t-shirts; de trolley zitten nog niet vol en anders kopen we er nog eentje bij.
Dan nog een afzakkertje bij Suzanna’s Café. Er wordt gezegd dat dit het eerste café in Yángshuò was, geopend door westerlingen en in 1987 zou Jimmy Carter er nog gegeten hebben!!! Gezellig is het er in ieder geval!
We gaan vanavond maar niet te laat onder de wol, want Ko (die tijdens de maaltijd weer opdook) kwam met het verheugende bericht dat de ‘morning call’ morgenvroeg om 4 uur is…..
![]()
Maandag 24 september
Om vier uur ’s morgens uit je bed is niet helemaal je van het, maar gelukkig slaapt iedereen nog half en is zelfs Ko rustig in de bus. Het zou een ritje van 2 uur zijn naar het vliegveld van Guìlín, maar daarbij was gerekend op een grote drukte. Nu kunnen we lekker doorrijden en zijn natuurlijk veel te vroeg. Heel gemeen denk ik dat het misschien wel een streek van Ko was, omdat wij zo vervelend waren!!!!
Wij vliegen vandaag van Guìlín naar Guăngzhōu (het vroegere Kanton) en vandaar reizen wij verder met de trein naar Hong Kong. In de trein hebben wij van de reis nog niet gezeten, dus dat is weer een nieuwtje. In Guăngzhōu hebben wij een paar uur de tijd voordat de trein vertrekt en wij worden voor die tijd gedropt in het centrum van de stad, vlak bij de Pearl River. De meesten gebruiken de tijd om op het gemakje wat rond te kijken en koffie te drinken van 50 gulden per kopje of koffie die veel te sterk is. Ik besluit dat er nu eindelijk tijd is mijn haren te kortwieken, dus gaan Chris en ik op zoek naar een kapper. Natuurlijk weer hetzelfde taalprobleem als altijd, dus krijg ik een papier en pen en mag zelf tekenen hoe ik mijn haren geknipt zou willen hebben. Als ze zich precies aan mijn tekening gaan houden, dan kunnen we nog lachen. Het ziet er op papier namelijk niet uit, maar de bedoeling wordt begrepen en onder toezicht van twee vrienden begint de kapster aan het avontuur. Dit is beslist aan de raden; alvorens de schaar in mijn haren te zetten, wordt mijn dosje eerst uitgebreid gewassen en gemasseerd. Heerlijk gewoon! Het haar wordt niet natgemaakt, maar de waterdunne shampoo wordt op het droge haar aangebracht. Ik kom helemaal tot rust bij deze massage en zit dan ook bijna te knikkebollen in de stoel. Dan kan het knippen beginnen. De tekening wordt nog eens bekeken, mijn haar uitgebreid bekeken en een half uurtje later heb ik een kort chinees koppie. Een beetje bijgewerkt moest het nog wel worden, want op mijn schitterende tekening had ik een vierkant het haar vierkant rond mijn oren geschetst. En zo werd het ook geknipt!! Maar na een vertwijfelde blik van kapster naar mij: ‘Was dít de bedoeling??’; wordt mijn ontwerp een beetje aangepast. En dat allemaal voor een luttele 40 yuan. Ik ga in Nederland gelijk een Chinese kapper opzoeken.
Een blik op ons horloge leert ons dat we nog even tijd hebben om te lunchen en we komen terecht in een schitterend restaurant, waar allerlei heerlijks op tafel verschijnt. Helaas kunnen we niet uitgebreid genieten van al die krab en garnalen, want over 5 minuten moeten we weer in de bus zitten.
Het treinstation doet denken aan een vliegveld. Ook een wachtkamer en gates en natuurlijk pascontrole, want voor Hong Kong hebben wij een apart visum gehaald. Hong Kong hoort inmiddels toch bij China??
De rit van Guăngzhōu naar Hong Kong biedt ons zicht op flats, industrie en nog eens flats en industrie. Maar dit is natuurlijk altijd al een gebied geweest van hoog economisch belang. In Hong Kong aangekomen worden wij voor het eerst niet opgewacht door een vlaggetje van Tiara; liever gezegd, wij worden helemaal niet opgewacht en onze koffers laten ook lang op zich wachten. Dan maar even in de telefoon klimmen en 10 minuten laten arriveren onze koffers én onze zeer zwijgzame gids.
Ons hotel ligt vlakbij het treinstation in de wijk Tsimshatsui. Zonder aankondiging stopt onze bus midden in een drukke straat en verbaasd zien wij dat onze koffers uit de bus gerukt worden en op de stoep gezet worden. Moeten wij er ook uit? Jazeker! De bus kan niet voor het hotel stoppen, dus moeten we hier even vlug, vlug, vlug al onze spullen verzamelen. Een beetje perplex staan wij in de drukkende hitte rond te kijken naar al die duizenden lichtjes; What is this?? Hong Kong!
Hadden wij in Yángshuò de grootste kamers van het hotel; hier hebben wij waarschijnlijk de kleinste kamers van heel Hong Kong. Maar de grond is dan ook peperduur in deze voormalige engelse kroonkolonie en iedere centimeter wordt – indien mogelijk – twee keer gebruikt. Maar ‘who cares’! Even een verfrissende douche en dan op zoek naar wat te eten. Iemand heeft deze stad al eerder bezocht en leidt ons naar de waterkant, vanwaar wij een schitterend uitzicht hebben over het eiland Hong Kong. Wat een schitterende skyline!! En alhoewel we allemaal best wel honger hebben, blijven we lang dralen om van dit uitzicht te genieten.
We hebben ergens iets gelezen over een gezellige engelse pub, waar je goed kunt eten. En aangezien er diverse mensen zijn die wel eens wat anders willen eten dan rijst, leek het ons een goed plan deze pub op te zoeken. Lang zoeken hoeven we niet, want het lijkt wel of we hier dagelijks komen. Nu links, nu rechts okido!
Het is gezellig druk in de pub, maar ook hier weten ze niet om te gaan met de airco en is de enigste stand; standje diepvries. Niet zeuren; de menukaart ziet er veelbelovend uit en ze hebben heerlijke toetjes. Gewoon een glaasje wijn en je wordt vanzelf warm. De porties zijn enorm en de toetjes nog veel groter, dus bol en rond komen wij enkele uren laten weer buiten en lopen op ons gemakje terug naar het hotel. Morgen hebben we een vrije dag en besluiten we de gebruikelijke ‘sites’ te gaan bekijken; Victoria Peak, Aberdeen en eventueel Chinatown. Maar eerst nog een dutje doen.
![]()
Dinsdag 25 september
We hebben gisterenavond afgesproken om acht uur aan de ontbijttafel te zitten, want het zou toch zonde zijn die ene dag in Hong Kong te verslapen.
Het eten is hier niet bij de reis inbegrepen, dus ook geen ontbijt, maar wij maken het ons gemakkelijk en eten gewoon in het hotel. Als iedereen er is lopen we richting de waterkant. We nemen nu een kortere weg door een schitterend park. In tijd is deze weg echter niet korter, want wij blijven overal even staan om te genieten van al dat groen in deze enorme stad. Het leuke van dit park is dat het aangelegd is boven op een winkelcentrum. Overal zien we weer mensen hun tai-shi- oefeningen maken of gewoon even van de rust genieten. Hebben wij ook parken midden in onze steden, hier is het toch een beetje anders, want zo gauw je je blik boven de bomen richt en rondkijkt, zie je niets dan flats, flats en flats. Natuurlijk weer de meest futuristische bouwwerken, hetgeen een schitterend kontrast vormt met de strakblauwe hemel en het groen van het park.
Eindelijk sta je dan zelf op de Star Ferry. In iedere film over Hong Kong wordt er wel een oversteek gemaakt op de Star Ferry en betreft het toevallig een romantische film, dan staat de held of heldin meestal mijmerend naar buiten te kijken, terwijl de zon in de zee zakt. Bij ons zakt die zon gelukkig nog niet in de zee, want wij beginnen pas aan de dag. Op Hong Kong Island aangekomen is het even puzzelen welke bus wij nu moeten hebben richting de Peak Tram, maar als bus 15c gevonden is en wij amper ingestapt zijn, begint de dubbeldekker te rijden. Wij willen natuurlijk allemaal boven zitten en aangezien de chauffeur er aardig het gangetje in heeft en er diverse bochten genomen moeten worden, zijn we blij als we allemaal veilig een zitplaats hebben gevonden. Heerlijk zo in de openlucht met de wind door je haren. Het lijkt wel een rit in een achtbaan; links, rechts, omhoog, omlaag. Veel te snel zijn wij op onze bestemming aangekomen en moeten wij overstappen op het trammetje. Dit is lang niet zo spectaculair, maar als wij eenmaal boven zijn, hebben wij wel een spectaculair uitzicht. Beneden ons strekt zich down town Hong Kong voor onze ogen uit. Aan overkant ligt ergens ons hotel en links en rechts in de verte zien wij ook nog diverse andere eilanden van deze archipel.
We lopen nog een stukje rond de top in de hoop dat wij nog
hogerop kunnen komen, maar daar hebben ze een enorm winkelcentrum gebouwd. In
dit centrum vinden we een Italiaanse koffieshop met schitterend uitzicht, dus
vleien we ons allemaal neer in de comfortabele fauteuils. Opeens zien we wat
andere leden van onze groep en ’s avonds blijkt dat we allemaal zo’n beetje
hetzelfde toertje hebben gedaan.
Onze volgende bestemming is Aberdeen. We zoeken weer de juiste bus op en blijken weer met 15c te moeten Wel krijgen we van de chauffeur te horen dat wij bij het ziekenhuis moeten overstappen op bus 67. Geen punt; we hebben wel lol in het rondtoeren in Hong Kong, want je kijkt hier je ogen uit. Iedere vierkante centimeter is volgebouwd en als het kan tweemaal gebruikt. De bovenste gedeelten van de hellingen zijn nu nog groen, maar ik ben benieuwd hoe lang dat nog zal duren. Wel is het zo dat aan de kant van Aberdeen een gedeelte tot natuurpark is benoemd, dus hopelijk zijn ze zo verstandig en laten dat stuk groen, want in deze enorme stad met zijn drukke verkeer zijn een paar bomen voor de nodige zuurstof helemaal niet overbodig. Het overstappen verloopt ook zonder problemen en voor we het weten zijn we in Aberdeen.
Onze magen beginnen om wat voedsel te vragen, dus alvorens wij een vaartje met een sampan gaan maken, gaan wij eerst de inwendige mens verzorgen. Het restaurant ziet er ongemeen simpel uit, maar zit vol en dat is meestal een goed teken. Aan de hand van de plaatjes bestellen wij het een en ander en het smaakt weer heerlijk. Onderweg naar de toiletten kun je een kijkje nemen in de keuken en daar hangen hele varkens te braden. Als ik vraag of ik daar een foto van mag maken, wordt dat helaas geweigerd.
Na het eten lopen wij weer richting haven en kunnen gelijk beginnen te handelen over de prijs van de rondvaart, want de Chinese dametjes, verscholen onder een enorme hoed, staan ons al op te wachten. Het wordt weer een heerlijk tochtje, maar alleen liggen er niet meer zoveel boten in de havens dan in hoogtijdagen. Maar voor ons nieuwelingen valt er voldoende te zien. Waarom wonen deze mensen op hun schepen? Waren het vroeger vissers, die nu aan de wal werken en daar geen woning kunnen vinden of sowieso liever aan boord blijven wonen? Dat moet ik toch eens opzoeken!
Ook varen wij nog langs het bekende Jumborestaurant, waar men volgens de inwoners van de stad écht niet moet gaan eten. Het kan er dan wel mooi uitzien en op een unieke locatie liggen. Het eten is er slecht. Maar ook het mooie is slechts een façade, want de achterkant van het kleurrijke, schitterend beschilderde restaurant, laat bij menigeen de tranen in de ogen schieten. Wat een zootje!!
Terug aan de wal besluiten wij over water terug te keren naar de andere kant van het eiland. Tenslotte maken wij een nautische studiereis. Wij denken op de goede boot te zitten, maar men heeft vergeten te zeggen dat we nog even Lamma Island aandoen en dat we daar moeten overstappen. Lamma Island is – nu nog – een groene oase in het zicht van de moloch Hong Kong. De witte stranden schitteren in de ondergaande zon. Wij besluiten dan ook eenstemmig dat als wij Hong Kong ooit nog eens bezoeken op dit eiland een hotelletje nemen en als wij ons in het stadsgewoel willen storten, gewoon even de boot nemen. Wij moeten dan wel niet te lang wachten met terugkeren, want ook hier zullen de bouwondernemers hun gulzige ogen al wel op hebben laten vallen.
Laadt en lost in Rotterdam iedere zeeboot aan land; hier vindt de overslag van de meeste schepen op zee plaats. Speciaal daarvoor varen ontelbare zelflossers rond, die de goederen aansluitend aan land brengen. Wel zagen wij vanmorgen vanaf de Peak een containerterminal, waar de containers wel direct aan land gelost worden. Is of was er vroeger misschien te weinig capaciteit om alle boten direct aan land te kunnen lossen of zijn de havens te ondiep? Ook dat moet ik nog eens opzoeken.
Na anderhalf uur en lekker zout zijn wij weer terug in Hong Kong stad. Nu nog even oversteken met de Star Ferry en we zijn weer bijna bij ons hotel. Iedereen loopt op eigen gelegenheid terug naar het hotel en we spreken voor straks af in de lobby om in de buurt iets te eten te zoeken. Wij lopen kris kras door deze wijk en nemen ook eens een kijkje tussen die afgrijselijke woonflats. De bewoners van de onderste etages zien nooit het daglicht en ook verder zijn deze flats alleen maar gebouwd om zoveel mogelijk mensen te kunnen herbergen. Temidden van deze grauwte zien wij in de verte een rood lichtje. Naderbij gekomen, blijkt het een klein tempeltje te zijn, waar met veel liefde een beetje leven is gecreëerd in deze doodse omgeving. Als ik van het geheel een foto wil maken, komt er een klein, oud dametje om de hoek en gebaart mij geen foto te maken. Zij komt naast mij staan en wrijft mij zachtjes over de arm, waarbij zij van alles vertelt in het nog steeds onverstaanbare chinees. Zij gebaart ons dat wij ook moeten bidden en toont ons een brede tandeloze glimlach. Weer een ervaring rijker wandelen wij terug naar het hotel en spoelen even het zout van de lijven.
Ook het restaurant dat wij vanavond uitgekozen hebben, zit weer vol. Maar waren de krabbetjes gisteren overheerlijk, vandaag zijn ze niet lekker. Maar je zin in eten zou alleen al overgaan bij het zien van de halve koe die op je bord ligt. Daar hadden we allemaal van mee kunnen eten.
Hoeveel energie zou zo’n stad per dag verbruiken? Een groot deel van de bevolking zal wel geen afwasautomaat, magnetron en andere elektrische snufjes hebben, zoals wij verwende westerlingen, maar alleen al de verlichting ’s avonds op straat is oogverdovend. Ze kijken niet op een lampje meer of minder en maken zelfs van de somberste straat een feest van kleuren.
Morgen vertrekken wij weer uit Hong Kong, maar we hoeven ons pas te om 13.00 uur te verzamelen. Dus volgens ons is er nog tijd genoeg om Chinatown te bezoeken. Eigenlijk stond dat vandaag nog op het programma, maar eerlijk gezegd hadden wij daar de puf niet meer voor en morgenvroeg zijn we weer allemaal fris. Mocht er iemand willen uitslapen kan dat; wij staan in ieder geval weer bijtijds op en nemen de Star Ferry nog een keer.
Welterusten!!
![]()
Woensdag 26 september
Vanmiddag vertrekken wij weer uit deze stad, maar wij besteden de morgen goed en steken al bijtijds met de Star Ferry over naar Hong Kong Island om Chinatown te bezoeken. Nu wij zo vroeg zijn, is het wel grappig deze wijk tot leven te zien komen. De koopmannen zijn nog bezig hun kraampjes in te richten. De kikkers zitten nog nietsvermoedend te kwaken in hun kooitjes en overal staat potten en pannen te pruttelen. Iemand heeft zin in koffie en gelukkig zien wij ook een koffiepot pruttelen. De zaak is niet te vergelijken met die van gisteren, maar koffie is koffie en tenslotte zitten we in Chinatown en niet op de Fifth Avenue. Wij bestellen duidelijk en meerdere malen "black coffee with milk on the side". Enthousiast wordt er geknikt dat men het begrepen heeft en op hetzelfde moment dat de rest besloten heeft dat men zich maar aan dient te passen aan de omstandigheden, komt men aanzetten met twee enorme glazen ijskoffie. "Black coffee with milk on the side???" Wij liggen bijna onder tafel van het lachen bij de blikken van degene die koffie besteld heeft, maar krijgen zelf iets vreemders voor ons neus. De door ons bestelde thee heeft een vaal bruin kleurtje en er drijven een soort zwarte pingpongballetjes in rond. Die passen precies in het rietje, maar wij weten ons nog net te gedragen…….na evenwel wat waarschuwende blikken van onze partners!!! In tegenstelling tot onze thee bleek de ijskoffie heel goed te smaken, alhoewel men wel zo slim was dit niet aan ons mede te delen!!
Ik heb in mijn reishandboek gelezen dat dwars door Chinatown een roltrap de berg oploopt. Deze roltrappen zijn bedoeld om de inwoners gemakkelijker de berg op en af te vervoeren, maar ook voor ons toeristen is het een leuke ervaring. Je kunt op alle niveaus op- en afstappen en vanaf de trap heb je een goed uitzicht op het drukke straatleven. Wij waren echter te vroeg bij de trappen, want men heeft slechts een roltrap gebouwd, die op gezette tijden bergop en daarna weer bergaf gaat. Zodoende hadden wij tijd om te genieten van de eerdergenoemde koffie.
Zelfs nu bruist het hier van het leven en net als op het vasteland van China zijn de tegenstellingen hier groot en soms zelfs schrijnend. Onder ons zit namelijk een dakloze; en zij is ook bijna kledingloos, want hetgeen zij nog aan haar lijf heeft, valt bijna van ellende uit elkaar…..
Een van de vrouwen aast al dagen op een bepaald soort wereldbol en opeens zien wij vanaf de roltrap een winkel met in de etalage globes in allerlei soorten en maten. Vlug stappen wij af en struinen de winkel binnen. Wat een foute winkel is dit! Het ivoor glanst je van alle kanten tegemoet. Daar wil ik toch het fijne van weten. Dus ik trek een van de verkopers aan zijn jasje en vraag hem wat de bedoeling is van al dat ivoor. "Je kunt het nu wel in de verkoop hebben, maar wij westerlingen mogen ivoor dus echt niet invoeren. Daar staan straffen op. En is het overigens niet helemaal verboden in ivoor te handelen?" Natuurlijk heeft men op alle vragen een antwoord. Een deel van hetgeen wij zien is geen ivoor van olifanten, maar van mammoeten gevonden in het eeuwige ijs. Chris krijgt zelfs een deel van zo’n mammoettand in zijn handen gedrukt. Wij bleven echter sceptisch. Is dit ivoor allemaal van mammoeten dan? Dat is echter niet het geval. Een deel is voorraad van voor de periode dat het verboden werd in ivoor te handelen. Dat moeten wij dan maar geloven!!!! "Ik mag hier natuurlijk geen foto’s maken?", vraag ik met een gemeen glimlachje. "Natuurlijk wel!!" Toch vreemd, want als dit echt illegaal ivoor zou zijn, zouden zij het toch echt niet op prijs stellen dat er foto’s gemaakt worden. Zijn zij niet bang dat ik de foto’s naar de CITES stuur??
Het begint intussen al wat later te worden, dus gaan we maar weer richting hotel, want vanmiddag moeten wij met de boot terug naar Kanton. Chris en ik komen als allerlaatste in het hotel, omdat we onderweg weer wat te handelen zagen. Iedereen staat dan ook al braaf in de lobby te wachten, maar eenmaal op de pier hebben wij nog tijd zat voordat onze ‘fast ferry’ richting Kanton vertrekt. Natuurlijk hebben ze hier weer winkels te over dus is de tijd zo om. Zulke grote winkelcentra als hier in Hong Kong heb ik nog nergens gezien. In Singapore waren ze al groot, maar gisteren liepen Chris en ik door een centrum, waarvan wij ons na een half uurtje lopen afvroegen of er ooit nog een einde aan kwam.
De jet naar Guăngzhōu is uiterst modern en heel snel. Het interieur lijkt op dat van een vliegtuig, maar alleen wat ruimer opgezet. Zelfs de riemen ontbreken niet, maar aangezien het vandaag een rustige dag is, vinden wij het niet nodig ons in deze riemen aan te snoeren.
Hong Kong verdwijnt al snel uit het zicht en al gauw bevinden wij ons op de Parel Rivier, waar het weer een drukte van belang is. Als iets mij dan ook heeft verbaasd deze afgelopen weken in China is het enorme aantal schepen op de rivieren en kanalen. Ik had nooit gedacht dat er zoveel scheepvaartverkeer zou zijn in China. Maar misschien was dat ook de onbekendheid met dit land.
Als wij uiteindelijk in Guăngzhōu arriveren en ingecheckt zijn in ons hotel ontstaat er even verwarring over de maaltijd van vandaag. Volgens onze lokale gidse zou er voor ons geen maaltijd geregeld zijn, maar volgens het programma zou dat wel zo moeten zijn. Wordt dat een probleem?? Na wat telefoontjes te hebben gepleegd en de bus weer te hebben geregeld, gaan wij toch op weg naar het avondeten. En tot onze verbazing komen wij terecht in het hotel, waar van de week 50 gulden is betaald voor een kopje koffie. Ben ik toch benieuwd hoe het eten hier is. Het eten is dus goed en tijdens de maaltijd worden wij tevens vergast op wat Chinese volksdansen. Bij het laatste nummer worden er bamboestokken in een bepaald ritme boven de vloer bewogen. Lichtvoetig en gracieus bewegen de danseressen zich tussen de bamboestokken. Iets minder elegant zijn even later de passen van diverse dames en heren van ons gezelschap. Het valt hierbij op dat (natuurlijk) de dames het eerder door hebben dan de heren, maar er vielen gelukkig geen blauwe enkels te betreuren. Al met al een geslaagde avond.
Het is niet erg ver teruglopen naar het hotel, dus delen wij onze gidse mede dat we de bus vanavond niet meer nodig hebben. Langzaam slentert iedereen langs de Parel Rivier terug naar het hotel. Langs beide oevers van de rivier zijn alle bomen en gebouwen verlicht. Dit zou heel romantisch zijn, ware het niet dat de bomen wel erg nepperig groen zijn. Maar de chinezen houden van kitsch en dus van kitscherige kleuren. Terug in het hotel is de groep aardig uit elkaar gevallen, maar wij hebben nog geen slaap, dus nemen we maar eens een kijkje in de karaokebar. Daar is het donker, vol en lawaaierig, maar vol verwachting nemen wij plaats aan een tafeltje. Wij bestellen een drankje en komen er achter dat het enigste dat zij hier serveren Tsingtsao is. Ook kan er niet slechts één glas besteld worden; nee je bestelt een soort arrangement?? Oké, laat maar komen! En even later krijgen wij een emmer met bierflesjes, allerlei zoutjes op tafel en een beker met dobbelstenen. Wat is hier de bedoeling van??? Wij vragen het aan een paar chinezen die naast ons zitten, maar komen er niet helemaal uit dus gaan we maar een potje yahtzeeën. Hetgeen niet al te gemakkelijk is, want veel verlichting is hier niet. Wij vermoeden dat de chinezen de dobbelstenen gebruiken om te gokken en dat degene die verliest de volgende emmer bier moet bestellen. Onze buurman vraagt nog belangstellend of wij ook geen ‘sing’ willen ‘songen’. Wij antwoorden daarop dat wij geen Chinese liedjes kennen. "No problem, we also have english singsongs." En voor we het weten wordt er een enorm boek in onze handen gedrukt waaruit wij een liedje kunnen kiezen om te zingen. Wij kijken elkaar eens aarzelend aan en werpen een blik in het boek. De Beatles, Celine Dion, Barbara Streisand. Keus te over. Wij kiezen een liedje van de Beatles en vullen het daarvoor bestemde formuliertje in. Gelukkig voor ons en de oren van de rest, heeft men ons formuliertje niet zien liggen, zodat wij niet hebben hoeven zingen.
![]()
Donderdag 27 september
Onze lokale gidse is geen officiële gids, maar een studente en daarbij komt nog dat zij ook niet Guăngzhōu komt. Dit laatste heeft natuurlijk niets met het ontbijt te maken, maar het had wel handiger geweest als zij ons gisteren had verteld, waar wij vanmorgen hadden moeten ontbijten. Nu is iedereen kwijt en zaten er al een paar helemaal boven in een ronddraaiend restaurant en vonden dat zij daar wel puik zaten, totdat zij weggestuurd werden. Als iedereen eindelijk de goede eetzaal gevonden heeft, krijgen wij maar een karig ontbijt, terwijl de chinezen aan de tafels naast ons van allerlei lekkers krijgen. Wij proberen nog het een en ander bij te bestellen en zijn ondertussen zo brutaal ons zelf van hetgeen overgebleven is op de andere tafels te bedienen. Chris is naarstig op zoek naar zout en wordt door een behulpzame chinees naar de toiletten gebracht. Al met al was het een beetje verwarrend ontbijt. En daarbij was gisteren nog gezegd dat wij zo en zo laat in de lobby moesten zijn en allemaal snel in moesten stappen, want de bus kon niet lang voor het hotel blijven staan. Dat moet dan eventueel toch maar, want eten willen we in ieder geval. En op ons gemakje!!!
Als wij dan eenmaal allemaal in de bus zitten gaan wij richting Shāmiàn Dăo. Hetgeen betekent; ‘met zand bedekt eiland’. En voordat in het midden van de 18e buitenlandse ondernemingen toestemming kregen hier hun handelshuizen te bouwen, was het ook slechts een zandig eiland. Het is hier prettig vertoeven tussen al die statige huizen omringd door groen. Iedereen slentert wat op zijn gemak rond en natuurlijk lopen we het ene winkeltje in en het andere weer uit. Terwijl iedereen op een gegeven moment rechtdoor loopt, ben ik zo eigenwijs linksaf te slaan en een parkje met schitterende bomen door te lopen. Ik duik even later een antiekwinkeltje binnen waar ik de eerste Chinese katten zie. Honden zie je wat meer, alhoewel lang niet zoveel als bij ons en in Běijīng bijvoorbeeld mogen de honden alleen ’s avonds na achten uitgelaten worden. Er is dan ook overdag geen poep op de stoep te bekennen. Of het moet van een klein kindje zien, die daartoe – zeer praktisch – broekjes met spleetjes dragen. De eerste keer dat wij dat zagen, dachten we dat het om een vergissing ging. Maar toen wij beter gingen opletten, zagen wij dat veel van die leuke peutertjes zo rondliepen.
Maar terug naar de katten! Zij vinden het wel gezellig dat er iemand in de winkel komt kijken en voor ik het weet ben ik met een van de twee beestjes verstoppertje aan het spelen rond de vitrine. "Katten worden hier toch ook gegeten?" Deze worden echter duidelijk met veel liefde behandeld, getuige hun aanhankelijkheid. Ze hebben in deze winkel prachtige spullen, maar de prijzen van het meeste ervan ligt een beetje boven mijn budget. Wel koop ik vier schitterende tekeningen, gemaakt door boeren uit de buurt van Xi’ān. Primitieve tekeningen over het dagelijkse leven in hun dorp in de meest fantastische kleuren. Ik heb ze gekocht om weg te geven, maar misschien verander in nog van gedachten.
Blij met mijn aankoop slenter in wat verder en zie ineens een Poolse vlag wapperen. Dan moet het Amerikaanse consulaat hier ook in de buurt zijn. En ja hoor; twee straten verder heerst er opeens een drukte van jewelste. Wat doen al die mensen hier? Zijn het chinezen die naar Amerika willen? Of Chinese Amerikanen? Met de aanslagen van de 11de september nog vers in mijn geheugen, had ik het idee een condoleanceregister te tekenen. De bus vertrekt echter over een half uur en als ik achter in die enorme rij moet aansluiten, duurt het wel langer dan een half uur voordat ik aan de beurt ben. Overal staan grote borden dat men 5 meter van het hek moet blijven en ook het wapentuig is aardig vertegenwoordigd. Valt dat even tegen!! Maar tenslotte ben ik een westerse bij een westers consulaat, dus ik ben gewoon brutaal en roep naar iemand bij het hek. En ja hoor ik mag dichterbij komen en wordt gelijk te woord gestaan door een Chinese medewerker van het consulaat. Zij geven mij gelijk een lijst met daarop de vermisten van de aanslag, maar ik kan hen gelukkig verzekeren dat ik die niet nodig heb. "Wat ik dan wel kom doen?", vraagt hij. Ik probeer dan uit te leggen dat ik – indien aanwezig – het condoleanceregister zou willen tekenen of iets anders. Eigenlijk weet ik het niet precies, maar het gebeuren heeft zo’n indruk gemaakt dat ik het gevoel heb iets te moeten doen. Dan wordt er gevraagd wie ik ben en of ik mijn paspoort kan laten zien. Slim hoor Lilian!! Om in China zonder paspoort rond te gaan lopen. Want alle papieren heeft Chris in zijn 'money belt' zitten en alles wat ik bij me heb is mijn ‘kan niet op’-kaartje en een verzekeringspasje. Dat is vast niet genoeg, dus ik heb al besloten dat ik in ieder geval géén stap door die hekken zet. Na wat heen en weer gepraat wordt ik verzocht te wachten en dat doe ik dan ook, mijzelf een beetje voor de kop slaand over mijn stunt. Opeens zie ik twee anderen van onze groep aan komen lopen. Die vroegen zich waarschijnlijk ook af waarom het hier zo druk was. Ik gebaar hen dichterbij te komen en zeg dat ze ondanks het verbod wel dichterbij mogen komen. Eigenlijk erg dat alleen het feit dat je een andere huidskleur hebt, je dat op deze plaats voorrang geeft. Mijn twee reisgenoten vragen zich af wat ik hier sta te doen en ik leg het hele verhaal uit en vraag gelijk of zij wél hun paspoorten bij zich hebben. Natuurlijk!!! Als wij al een tijdje staan te wachten stopt er naast ons een grote zwarte wagen die het terrein op wil. De auto wordt binnenstebuiten gekeerd en er wordt zelfs met spiegels onder de auto gekeken, terwijl wij op vijf passen afstand op ons gemakje staan te kletsen!! Wat leven we toch in een rare wereld.
Als wij bijna besluiten om maar langzaam richting de bus te gaan, gaat het hek open en komt er in hemdsmouwen en jonge Amerikaan naar buiten die zich voorstelt als John. Schijnbaar hebben ze hem al verteld wat mijn bedoeling was, want hij begint ons gelijk te bedanken en zegt hoe schitterend hij mijn actie vindt. Hij vertelt het zeker tegen al zijn collega’s, want een beetje steun kan iedereen nu wel gebruiken. Ik voeg daar nog aan toe dat ik dit niet alleen voor Amerika doe, maar eigenlijk voor iedereen. Want de wereld is vandaag de dag zo klein geworden!!! Hij is het daar helemaal mee eens. Op het plein van het consulaat ligt het vol bloemen en wij verontschuldigen ons ook geen bloemen meegebracht te hebben, maar dat hoeft volgens hem helemaal niet. Wat wij nu doen is ook schitterend. Hij vraagt ons waar wij vandaan komen en als wij zeggen Nederland; zegt hij natuurlijk dat Nederland een schitterend land is. Zegt dat niet iedereen? "Hoe vinden wij het eigenlijk als Amerikanen Nederlands proberen te spreken?" Schitterend vinden wij dat, want meestal neemt niemand de moeite ook maar een woord Nederlands te spreken. Ook vraagt hij wat wij van China vinden en als wij hem vertellen dat wij sommige van onze gidsen tot wanhoop drijven met onze eigenwijsheid en nieuwsgierigheid, vindt hij dit prachtig. Blijven doen, raadt hij ons aan.
Schijnbaar op zijn gemakje staat John met ons te babbelen, maar voor ons dringt de tijd nu toch echt en dus nemen wij met een ferme handdruk afscheid en zijn alweer een mooie ervaring rijker Gelukkig zit nog niet iedereen te popelen in de bus, want wij hebben ons echt niet gehaast en moesten ons korte gesprekje toch nog even laten nasudderen.
Dit kan ook nog even in de bus op weg naar Liùróngsi Huātă; de tempel van de zes banyan bomen. De bomen staan er al lang niet meer en als ze er nog stonden, had ik toch niet geweten waar te kijken, maar de tempel trekt nog steeds veel bezoekers. Vooral voor zijn Bloemenpagode; de Huā Tă. Normaalgesproken kan men deze pagode bezoeken, maar nu zijn zij hem aan het renoveren. Ook komen hier veel vrouwen om te bidden bij de godin van het medeleven; Guanyin. Wat op ons een grote indruk maakt zijn de vele gebouwtjes die volhangen met foto’s van overledenen en waar overal wel bloemen, fruit of andere klein offerandes te vinden zijn. En terwijl iedereen nog wat rondneust zit ik met iemand onder de bomen te filosoferen over het boeddhisme, totdat we weer verder moeten.
Haast hebben we niet, want na een rit terug richting Shāmiàn Dăo stelt onze gidse voor een uur in de bus te blijven zitten om wat uit te rusten. Dat horen wij vast niet goed; ‘Één uur in de bus zitten om uit te rusten!!!!!’ De protesten zijn niet van de lucht en worden wij toch losgelaten. Ik heb zo het vermoeden dat zij ons volgende bezoekje kort willen houden. Wij gaan namelijk naar een markt; de zogenaamde Qīngpíng Shìchăng (bright peace market). En volgens mijn reishandboek worden er op deze markt ook honden, katten, wasberen en andere lieve dieren John. De omstandigheden waarin zij een zekere kookpot afwachten, zou zelfs de meest fervente vleesliefhebber tot vegetariër omturnen. Nú hebben wij maar een betrekkelijk korte tijd om de markt te bezoeken en kunnen niet ver afdwalen. Wel zien wij schorpioenen, slangenhuid, zeepaardjes en vast nog meer beschermde diersoorten in al dan niet gedroogde toestand.
Wij kijken onze ogen uit naar de verscheidenheid aan kruiden, specerijen en allerlei andere onbestendige mengseltjes. Alleen al van de ginsengwortel staan er wel 10 verschillende soorten. Ik koop een aardige hoeveelheid van de soort die goed voor reumapatiënten zou zijn. Nu maar hopen dat ik in Nederland een boek vind waarin de bereidingswijze vermeldt staat, want je kunt niet zomaar met dat spul gaan experimenteren.
Doordat wij onze tijd verdoen tussen de kruidenmengseltjes, is er dus inderdaad geen tijd om de rest van de markt te bekijken en dat was waarschijnlijk precies de bedoeling. Enkelen, meer ondernemenden onder ons, zijn wel verder afgedwaald en hebben inderdaad honden en katten gezien. Er gaat een verhaal over een Europese vrouw die op deze markt rondliep en een lief, klein hondje ontdekte, dat zij van een gewisse dood wilde redden. Zij gebaarde dat zij het diertje wilde kopen en voor zij er erg in had, had men het arme beestje voor haar schoongemaakt!!!!!
Als laatste vandaag (en überhaupt in China) bezoeken wij een schitterend gebouwencomplex; de Chénjiā Cí. De Chen Clan academie. Ze zeggen wel eens lest best en qua gebouwen is dat ook zo. Het complex is een doolhof van gebouwen, gangen en binnenplaatsjes met het meest schitterende houtsnijwerk. Gelukkig hebben we wat tijd om ergens neer te ploffen en genietend rond te kijken.
Nog een groep bezoekt de academie tegelijkertijd met ons. Het zijn Amerikaanse ouders die een chinees kindje geadopteerd hebben. Het valt op dat het alleen meisjes zijn. Vanwege de ‘een kind’-politiek van de Chinese regering worden vooral op het platteland veel meisjes te vondeling gelegd bij een regeringsinstantie of bij een klooster. Het krijgen van een jongen vinden de chinezen veel belangrijker en diegenen van de meisjes die hun weg naar een weeshuis vinden en daarna eventueel geadopteerd worden, zijn nog de gelukkigen. De ‘een kind ‘-politiek is in het leven geroepen om de enorme bevolkingsgroei een halt toe te roepen. Blijft men aan het idee vasthouden dat meisjes niets waard zijn en ‘probeert’ men een jongetje te krijgen, dan zal de bevolkingsgroei niet alleen afnemen. Met alleen mannen komen er ook geen kinderen meer!! Dat vond onze gidse ook, maar zei zij dat de mensen dat nog niet doorhadden. De mensen mógen overigens wel meer dan een kind krijgen, maar alleen de rijken kunnen zich dit veroorloven. Alleen het eerste kind bestaat officieel en krijgt scholing, is verzekerd en mag studeren van de staat. Voor een tweede kind moeten de ouders helemaal zelf zorgen.
Onze laatste avond in China is aangebroken en op het programma staat een afscheidsdiner tijdens een boottochtje op de Parelrivier. Maar kun je het een afscheidsdineetje noemen als 18 perplexe Nederlanders, aan twee tafels gepropt, moeten proberen iets van het buffet te bemachtigen tussen minstens 300 kakelende chinezen???? En als je dan bij het buffet bent, blijkt het ook niet zo lekker te zijn! Of zijn wij intussen verwend?? Dat zal wel, want behalve ons groepje komt iedereen met volgeladen borden terug. En dan bedoel ik écht volgeladen; met als bekroning van hun ingenieuze stapelwerk het toetje boven op die berg gedrapeerd. Is dit nog een erfenis van slechtere tijden?? Ik herinner mij nog dat je op het internaat ook moest zorgen dat je wat van het lekkers kreeg, anders was het voor je neus verdwenen. Nog jaren ben ik daardoor wat hebberig gebleven. Maar hier aan boord hoef je je geen zorgen te maken dat er iets aan je neus voorbijgaat, want is het eten op, wordt er even aangelegd om een nieuwe voorraad in te slaan. Enkele brutalen onder ons hebben de weg naar boven gevonden en daar wat eten wat het buffet meegenomen. Dat was allemaal aanzienlijk beter en volgens ons hadden wij daar eigenlijk moeten zitten; wij VIPS!!!! Maar ondanks het mindere eten is dit eigenlijk toch veel echter en kunnen we weer een beetje wennen aan het feit dat we de volgende week weer VIP af zijn.
Na het eten nemen we nog een kijkje op het bovendek, waar inmiddels het overgrote deel van de chinezen al een plaatsje gevonden heeft. Dit verklaart opeens waarom de boot soms zo gevaarlijk overhelde. En masse steekt men over van bakboord en stuurboord en omgekeerd; naar gelang aan welke kant het meeste te zien is. Dit is eigenlijk helemaal niet nodig, omdat de boot diverse rondjes draait en alles uitgebreid bekeken kan worden. Onze gidse vertelt ons dat de meeste passagiers mensen uit Kanton zijn en genieten van de mooie aanblik van hun stad bij nacht. Had ik al gezegd dat ze de bomen hier zo heerlijk kunstmatig verlichten?? Wij zoeken een tijdje ons heil op het voordek, waar wij meer genieten van het enthousiasme van de mensen dat van het uitzicht. Vooral een peuter steelt ons hart; bij alles wat hij ziet slaakt hij luidruchtige kreten en is duidelijk dolblij.
Weer met vaste grond onder de voeten vinden wij allemaal dat dit toch niet echt een afscheidsetentje was en besluiten dan maar gezamenlijk een afscheidsborrel te gaan drinken. Wij hebben gisteren een café gevonden waarvan een Duitse eigenaresse is. De heren willen vooral naar haar café voor haar lange blonde haar, want alhoewel zij een lekkere cappuccino schenken, zitten we allemaal bijna vastgegroeid in de stoel voordat iedereen zijn drankje heeft en wij kunnen toasten op een zeer geslaagde vakantie.
Nog één nachtje slapen; nog één enerverende dag reizen en dan tot ziens op 7 oktober. Hopelijk is het ploegje dan weer compleet!
![]()
Vrijdag 28 september, de laatste dag
Zo’n laatste nacht slaap je meestal niet meer rustig, dus iedereen is al voor dag en dauw klaar om te vertrekken. Het is nog te vroeg om te kunnen ontbijten, dus worden er voor ons pakketjes klaargemaakt.
De laatste avond dat de rest van ons gezelschap vertrok heeft John zijn hoed per opbod verkocht aan de achterblijvers. Ik was de gelukkige die de afgelopen week met John zijn hoofddeksel heeft rondgelopen. En zo was hij dan niet meer lijfelijk aanwezig, maar zijn hoed heeft wel alles mee kunnen maken. John voelde zich hier in China alsof hij er thuishoorde, dus vinden wij dat tenminste iets van John hier achter moet blijven. Dus met wat gepaste woorden geven wij het, door alle avonturen zwaar gehavende, hoofddeksel prijs aan de stroom van de Parel Rivier.
Klinkt romantisch nietwaar!! Maar waarschijnlijk heeft het hoedje niet lang kunnen dobberen, want er varen hier voortdurend scheepjes rond die al het oppervlaktevuil van het water verwijderen. Dus waarschijnlijk werd hij kort na zijn tewaterlating opgeschept en als John geluk heeft, belandde de hoed niet bij het overige afval, maar prijkt hij nu op het hoofd van de een of andere Kantonees.
©2003-2004 ms-cheyenne