De Malediven;
Een droombestemming. Iets waarvan je fantaseert; witte stranden, palmbomen. “Daar ga ik heen als ik de jackpot gewonnen heb!!!!” En nu zijn wij op die droombestemming; het was ook te verleidelijk. Voor een paar euro meer vlieg je van Colombo naar Male. Weliswaar moeten wij nu ook weer via Colombo terug naar Amsterdam, maar wie maalt daarom???? Maar de witte stranden en palmbomen moeten nog even wachten, want wij landen in het donker op de Malediven.
Wij zullen al gauw merken dat men hier voor alles een eiland heeft; het vliegveld is een eiland, de gevangenis is een eiland; de industrie heeft aparte eilanden en natuurlijk heeft ook de President zijn eigen eiland. Wij gaan met een bootje van het vliegveld naar Male; het eiland waar de hoofdstad van dit eilandenrijk gevestigd is. Want denken we bij de Malediven eigenlijk alleen aan de eerdergenoemde witte stranden en azuurblauwe zee; de eilanden vormen een eigen rijk met zijn eigen regering en geschiedenis. Daarom hebben we ook met de mensen van Asdu afgesproken dat wij pas morgenmiddag worden opgehaald, zodat wij de hoofdstad van dit eilandenrijk kunnen verkennen.
Aangekomen op Male worden onze koffers in een taxi geladen. Is het zo ver naar ons hotel dat wij een taxi moeten nemen? Kunnen we niet lopen?? Schijnbaar eindeloos rijden wij door de eenrichtingsstraatjes van de stad, totdat wij eindelijk bij ons hotel aankomen. Vinden we dat morgen nog terug als we hier gaan rondzwerven? Laat dat echter morgen een probleem zijn.
’s Morgens werpen we eerst een blik uit het raam en weten ons omring door water en eilanden. Het eiland zelf lijkt tot op de laatste centimeter volgebouwd en we snappen niet waarom we gisteren zo’n eind met de taxi gereden hebben. Hemelsbreed is het eiland misschien een kilometer bij een kilometer; die vierkante kilometer zullen we na het ontbijt eens gaan verkennen.
Een opvallen punt in de stad is de schitterend witte moskee; ik ben nieuwsgierig genoeg om er een blik in te willen werpen, maar Chris blijft buiten wachten. De Malediven zijn zeer streng islamitisch, maar niettemin wordt ik hartelijk welkom geheten in de moskee en door een oud mannetje rondgeleid. Nu had ik wel braaf mijn schoenen uitgetrokken en mijn hoofd bedekt, dus veel aanstoot kon ik niet geven. Waarom is het altijd zo heerlijk koel in kerken, tempels of moskeeën? Bij een oude kerk kan ik me daar nog iets bij voorstellen; dikke stenen muren houden alle warmte buiten. Deze moskee is weliswaar van buiten spierwit, maar ramen of deuren zitten er niet in!! Het zal de frisse zeewind wel zijn die door de bovenste vensters naar binnen komt en waarvan je in de smalle straatjes van de stad niets merkt.
Natuurlijk voert onze wandeling door Male ons ook naar de haven en natuurlijk zien we daar containers. In de haven wordt er bijna niet gewerkt, alhoewel er toch wel diverse zeeschepen op de rede liggen. Wel varen kleine vissersbootjes af en aan om de markt te voorzien van verse waren. Die overigens niet alleen uit vis bestaan, maar ook uit fruit en groenten die op sommige van de eilanden geteeld worden. Misschien zijn de handelaars al uuren of de hele nacht onderweg vanaf een afgelegen plek in dit enorme eilandenrijk.
Op het noordelijkste puntje van het eiland strijken wij op een (overigens zeldzaam) terrasje neer om wat verfrissende drankjes tot ons te nemen. In de buurt staan een paar jongens te vissen en Chris gaat eens polshoogte nemen. Ik blijf angstvallig uit de zon, want mijn petje ligt in het hotel en de koperen ploert doet aardig zijn best. Op de terugweg gaan we nog even op souvenirjacht, want we verwachten niet dat er op Asdu veel te koop is!!! Alles is hier peperduur, maar toch moeten er T-shirtjes gekocht worden voor onze oppas thuis.
Als wij uitgewinkeld zijn, wordt het toch tijd terug te gaan naar ons hotel. Maar waar ligt dat ding ook alweer. Het is hier zo’n wirwar van straatjes en wij zijn zo aan het slingeren geweest. We hebben wel een vermoeden in welke richting we moeten. Dit vermoeden echter blijkt helemaal fout als we aan een van de inwoners voor de zekerheid de weg vragen. We hadden ons echter niet hoeven te haasten, want we zitten nog een tijdje in de hotellobby te wachten op onze lift richting Asdu. Uiteindelijk komt er een zeer zwijgzame jongen met een rastakapsel binnen die ons meeneemt naar een rommelig kantoortje ergens aan de waterkant. Alwaar wij weer zitten te wachten!!! Niemand zegt iets en wij werpen af en toe een vragende blik op elkaar. Het zal gisterenavond wel laat geworden zijn!!! Uiteindelijk lopen wij naar de kade en vertrekken we van Male. Gisterenavond kwamen we in het pikkedonker aan en hadden geen idee van onze omgeving, maar nu kunnen we alles goed in ons opnemen. Hoe lang is het varen naar ‘ons eilandje’??
Naast alle eilanden voor het vliegveld, de hoofdstad, de industrie etc. zijn er natuurlijk de resorts. Vlakbij Male varen wij al langs zo’n resort, waar wij in de verte ook de zogenaamde waterbungalows zien. Vakantiehuisjes gebouwd op palen boven de zee; van de veranda spring je zo in het water. Wat heerlijk, maar ook wat duur. Wij hebben voor een wat simpeler omgeving gekozen, want hoe luxe je verblijf hier ook is, datgene waarvoor je gekomen bent is overal hetzelfde; witte strandzanden, wuivende palmen en de eindeloze zee.
In bovengenoemde opsomming ben ik nog even de eilanden voor de Maledivers zelf vergeten. Helaas – of gelukkig voor de mensen zelf – worden de toeristen ontmoedigd deze eilanden te bezoeken. Alleen met een excursie of op uitnodiging van een van de bewoners ben je welkom. Wij zijn te kort in dit eilandenrijk om zo’n eiland te bezoeken, maar anders had dat zeker op het programma gestaan. Ik vraag mij af zijn de mensen gelukkig met zo’n eenzaam, maar ook vrij zorgeloos bestaan of kunnen zij niet wachten van het eiland af te komen? Gelukkig is er onder de laatste president heel wat verbeterd; ieder eiland is goed bereikbaar omdat overal steigers zijn gebouwd en op ieder eiland is tenminste een school.
Tijdens de e-mailwisseling met Asdu vroeg ik of het mogelijk was om naar het eiland te varen met een traditionele dhoni. Dat kostte teveel tijd en inderdaad is het met een motorboot nog ruim 2½ uur varen. Maar zeilen had wel heerlijk geweest…….
In de verte zien wij een klein stipje opdoemen, belachelijk klein in die grote zee. Maar toch zitten wij daar de volgende zes dagen! Ik kan het mij haast niet voorstellen.
Omdat wij nog wat uurtjes in Male wilden vertoeven komen wij net voor de avondmaaltijd aan op Asdu, dus tijd om onze kamer uitgebreid te verkennen hebben wij niet. Maar hij is ruim en het parelwitte strand ligt op 2 sprongen afstand. Wauw!!!!!!!!!
Bij nadere inspectie zijn de kamers simpel, maar praktisch ingericht en wie heeft er ook meer nodig op dit paradijselijke eiland. Als compensatie worden de bedden iedere dag weer kunstig opgemaakt en een keer worden wij zelfs verrast door een met bloemen versierd bed.
Nog een beetje onwennig lopen wij richting de open eetzaal en zien in de gauwigheid een pingpongtafel, boeken en heerlijke luie stoelen. Een luidruchtige groep zijn de enige andere gasten en algauw horen wij (duidelijk) dat wij met landgenoten te maken hebben; rasechte Brabanders. Wij houden ons nog even gedeisd en kijken de kat uit de boom. Er is trouwens nog een gaste, de Italiaanse Laila. Zij verblijft echter al zo lang op Asdu en niet voor de eerste keer dat zij geen echte gast meer is. Zij zit aan tafel met onze duikinstructeur; de eveneens Italiaanse Ricardo.
Wij eten een beetje veel deze eerste avond, het menu nog niet helemaal kennende!! We beginnen namelijk met macaroni, doe nog maar een bordje!!! Maar dit blijkt de eerste gang en er volgen er nog een paar en dat blijkt iedere dag zo te zijn, dus van alles gewoon een beetje nemen. Je kunt op alle eilanden alleen maar vol pension boeken, dus krijgen we 3 maaltijden per dag. Als die allemaal zo overvloedig zijn als de avondmaaltijd, komen we vast weer wat kilootjes aan. Alhoewel we aan de andere kant natuurlijk niet stil gaan zitten en iedere dag willen duiken. Misschien compenseert dat elkaar wel. Trouwens; vis is gezond en mager én vers blijkt later. Als de boot voor de ochtendduik vertrekt, vertrekt er ook altijd een bootje om te vissen; vissen die dan ’s middags of ’s avonds op ons bord liggen.
Ondanks dat deze eilanden afgelegen liggen, is er voldoende variatie in het eten en ze zijn erg creatief. Misschien hebben ze ook wel een speciaal tuineiland of wordt er op de bewoonde eilanden voldoende verbouwd om ook die hongerige toeristen te foerageren. Wel hebben sommige grotere resorts kassen, maar een kas op dit eiland zou al de helft van de grond in beslag nemen. Want buiten de keuken, het eetgedeelte, een kantoortje en lounge, zijn er natuurlijk onze kamers en de woningen van het personeel. Dan is er nog een generatorhuisje en is ieder eiland verplicht een eigen ontziltingsmachine te hebben en wordt het water na gebruik ook weer gezuiverd. Al met al heel wat bebouwing op zo’n klein stukje land, maar het gekke is dat dit helemaal niet opvalt en wij ook nooit iemand tegenkomen op ons ‘eigen’ stukkie strand. Het groen is overal zo dicht dat alles goed gecamoufleerd wordt en je op een rondgang(etje) op het eiland je toch een beetje Robinson Crusoë kunt wanen.
We spreken af de volgende dag met Ricardo en Laila een proefduik te maken vanaf het strand bij de jetty, nadat hij met de Brabanders een bootduik heeft gedaan. Kunnen we nog een beetje uitslapen. We moeten wel bijtijds aanwezig zijn omdat er nog uitrusting uitgezocht moet worden. Gelukkig is het water hier warm genoeg om met een shorty te duiken, dus hoeven we ons niet van top tot teen in zo’n vervelend pak te wurmen.
Wij leggen Ricardo goed uit geen ervaren duikers te zijn en vooral dat ik nogal moeite heb met klaren. De communicatie wordt zowel onder als boven water handen- en voetenwerk, want Ricardo spreekt slecht Engels en wij slecht Italiaans. Maar later blijkt dat we overal uitkomen en dat ik met mijn spaans-italo-koeterwaals een heel eind kom.
Van het strand gaan we op ons gemakje het water in. Chris met Laila als buddy en ik met Ricardo. Langzaam dalen we af in het diepe blauw en voor we het weten verschijnen we weer helemaal happy aan de oppervlakte. Weliswaar langzaam – heel langzaam – maar het klaren lukte wonder boven wonder. En we zijn helemaal verbaasd als ons achteraf medegedeeld wordt dat wij op 24,4 meter hebben gezeten. Wij hoeven niet zo diep!!!
Na zo’n lange tijd weer duiken ben je vooral op jezelf gefocust, maar tussen het focussen door kon ik duidelijk datgene zien waarover wij al gelezen hadden; coral bleeching. Ten gevolge van de warmere temperaturen op aarde wordt ook het zeewater warmer en vooral in deze ondiepe laguna’s is dat desastreus voor het koraal en verliest het zijn kleur. Gelukkig zit er wel veel vis en we hopen de volgende dagen toch ook een schildpadje, wat haaien en hopelijk ook een manta te zien. Vooral een manta, want haaien en schildpadden kennen we al.
Alhoewel we - vooral ik - natuurlijk nog erg onervaren zijn, vindt Ricardo dat we vanmiddag meekunnen met de bootduik en zo maken we nader kennis met de groep Brabanders. Gisterenavond zaten wij nog te denken; reis je naar het andere einde van de wereld naar een afgelegen eilandje en strand je bij landgenoten, provinciegenoten zelfs. Het is echter een gezellig clubje. De mannen en een paar vrouwen zijn fanatieke duikers en de rest van de vrouwen houdt zich bij het snorkelen. Ik zal ze daarbij ook een paar keer vergezellen, als Ricardo denkt dat de duik misschien te zwaar voor mij is in verband met stroom. Waarom niet met de stroom mee duiken??? Duikers, niet-duikers of snorkelaars iedereen is altijd weer enthousiast om de verhalen van de anderen te horen en iedere dolfijn wordt met vreugde begroet.
Langzaam beginnen de dagen in elkaar over te vloeien; opstaan en je steeds weer verbazen dat je écht op de Malediven zit, uitgebreid ontbijten, nog even relaxen of een babbeltje met de barkeeper maken, spullen bij elkaar zoeken voor de morgenduik, duiken, lunchen, weer relaxen, een spelletje ping pong of een babbeltje, spullen bij elkaar zoeken voor de middagduik, duiken, relaxen, dineren, relaxen. Relax, relax, relax; we komen hier echt tot rust; geen auto’s, trams, teevees, telefoon. Het is verslavend!!!
Alhoewel telefoon, na een paar dagen besluit ik Pa en Ma eens te bellen om te vertellen hoe wij genieten. Dus na een verhaal mijnerzijds vraagt Pa zich af hoe laat het bij ons eigenlijk is. Het is rond 11 uur. “Oh,” meent Pa, “dan heb je nog tijd genoeg voor een lange wandeling.” Ik schiet prompt in de lach. Als je een beetje doorstapt ben je in 5 minuten het hele eiland rond. Een zekere achternicht van mij zou hier vast en zeker erg claustrofobisch worden. Hebben wij hélemaal geen last van. Chris is zelfs aan het lezen geslagen. Het tweede boek dat ik hem ooit heb zien lezen. Maar dankzij het gezellige Brabantse cluppie krijgt hij zijn boek niet uit, want in plaats van ’s avonds lekker in een luie stoel te gaan zitten lezen, zitten wij ergens onder de palmen te kletsen en borrelen. Voor de islamitische bevolking van deze eilanden is alcohol ten strengste verboden, maar wij mogen ons wel vol laten lopen. Zij zijn waarschijnlijk bang dat er geen toeristen meer komen als zij het alcoholverbod uitbreiden tot in de resorts. Behalve alcohol mogen de moslims ook niet eten of drinken overdag, want we zitten midden in de Ramadan. Als ik een van onze obertjes vraag of dat niet moeilijk is, omdat hij de hele dag met eten voor ons loopt te sjouwen, zegt hij dat het eten wel meevalt alleen het drinken wordt later op de dag lastiger.
Het personeel is allemaal even vriendelijk en wij blijven ons verbazen over de hoeveelheid mensen dat hier rondloopt. Maar iedereen heeft dan ook strikt zijn eigen taak. Een schoonmaker zal nooit oberen en een ober bijvoorbeeld nooit koffers dragen. Dus hebben ze hier keukenpersoneel, het bediend personeel, schoonmakers, kruiers, kapiteins voor de bootjes, vissers, een barkeeper, duikinstructeurs, een zeilinstructeur en ben ik dan nog wat vergeten??? Ook al zouden alle kamers met gasten bezet zijn het aantal personeelsleden het aantal gasten met gemak overstijgen. Sommigen moeten zich wel erg vervelen, want koffers hoeven er niet zo vaak gedragen te worden en weer om te zeilen is het nog niet echt geweest. De meesten hangen of liggen ergens te luieren en hun enigste uitlaatklep is het potje volleybal dat er ’s middags gespeeld wordt. De gasten mogen daaraan ook meedoen, maar wij tonen weinig animo. Chris en ik storten ons op het pingpongen en een voor ons onbekend spel uit Sri Lanka; een soort bordbiljarten. Laila is er erg bedreven in, maar die heeft dan ook al maanden kunnen oefenen.
Te snel naar onze zin vergaat de tijd, want ondanks ons vele relaxen zijn de dagen helemaal gevuld en vooral Chris benut iedere gelegenheid om te duiken. Hij maakt zelfs een nachtduik met Ricardo. Wij gaan ook nog een keer in het donker snorkelen, maar vonden dat zo eng dat we zo weer uit het water waren. Vreemd genoeg had Chris daar bij de nachtduik helemaal geen last van; je voelt je in zo’n pak en met die flessen op je rug op de een of andere manier altijd geruster. Ook overdag met het snorkeren; als duiker voel je je een met de onderwaterwereld, als snorkelaar ben je slechts een gast. Ook is het zo dat er veel meer snorkelaars door haaien aangevallen worden dan duikers. Duikers bijna helemaal niet of zij moeten gevaarlijke stunts uithalen zoals bijvoorbeeld het voeren van haaien. Alhoewel dit steeds populairder wordt.
Haaien zitten er hier genoeg, want behalve vanaf het strand van Asdu hebben wij iedere duik haaien gezien. Een keer zijn wij met alleen Ricardo naar een duikspot gegaan die ‘sleepy shark’ heette en inderdaad zagen we ook daar weer haaien, dus de naam was niet helemaal verzonnen. Ook zien we iedere duik schildpadden, maar manta’s????
Een van de dagen ben ik met de vrouwen aan het snorkelen. Het is de bedoeling om bij iets interessants de anderen ook te waarschuwen en meestal klinkt dan “schildpad”. Ik ben een beetje rustig aan het rondpoedelen als ik ineens een bekende zwarte vorm op de bodem zie liggen. Een manta??? Inderdaad een manta! Een paar seconden geniet ik in mijn eentje van het schouwspel. Als ik de anderen roep, zal de manta daar niet van schrikken en gelijk vertrokken zijn? Ik neem het risico en gil: “manta”. Tegelijkertijd schalt er ook “schildpad” over het water, maar niemand hoeft zich een tweede maal te bedenken en iedereen komt mijn kant uitgezwommen. De manta blijft doorstil liggen, alsof hij het niet erg vind om door zoveel nieuwsgierige ogen bekeken worden. Opeens – na een onschijnbaar lichte beweging – verheft hij zich van de bodem en glijdt weg……
Wij raken niet uitgepraat en als de duikers terugkomen in de boot zijn zij allemaal danig jaloers, want ook zij kwamen eigenlijk voor de manta’s naar de Malediven. “Wij ons best doen onder water en de dames hier liggen een beetje te spartelen en zien een manta!!! Het is niet eerlijk.” Als zij een dag eerder vertrekken van het eilandje hebben de duikers nog steeds geen manta gezien. Terugkijkend op het duiken vonden zij het tegenvallen, omdat het ‘coral bleeching’ toch al erger was dan zij gehoopt hadden. Toch hebben ook zij genoten en als je iedere twee jaar een verre duikvakantie maakt, ben je natuurlijk ook al een beetje verwend. Iemand merkt op dat ze vaak zo gefocust waren op het spotten naar grote vis, dat zij de kleine even interessante dingen om zich heen vergaten. En inderdaad is dit vaak zo; blijf eens een tijdje boven dezelfde plek hangen en je ziet steeds meer mooie dingen.
Wij krijgen steeds minder zin om Asdu te verlaten en vragen ons af hoe lang het zou duren voordat je het hier beu bent. In ieder geval niet na 6 dagen!! Wij hebben gelukkig nog een hoop mooie dingen gezien en gedaan de laatste dagen op Sri Lanka, want anders hadden wij toch spijt als haren op ons hoofd gehad, dat wij toch niet 11 dagen Malediven hebben geboekt.
Parelwitte stranden en wuivende palmbomen hebben we al vaker gezien, maar zo rustig en relaxed als hier! Misschien ga je je op een gegeven moment vervelen, want ook nu al zijn er momenten dat wij schijnbaar doelloos een beetje rondslenteren. Schijnbaar! We lopen gewoon een beetje te genieten. En misschien moeten de voeten ook nog een beetje afkicken na al dat geloop op Sri Lanka. Achteraf de perfecte combinatie Sri Lanka en de Malediven. Op het grotere eiland hebben wij veel gereisd en gewandeld; hier kunnen wij niet veel reizen en wandelen. Op Sri Lanka was het soms toch wel afzien en zweten - in die kamikazebussen bijvoorbeeld - ; hier is het slechts luieren en verwend worden. Alhoewel; voor ons onervaren duikers is het toch wel vermoeiend. Vooral voor Chris die iedere dag sowieso 2 duiken maakt en een keer zelfs 3 duiken. Geen wonder dat al die duikinstructeurs altijd van die magere pezige mannen zijn. Ook onze lokale begeleider met dat grappige kabouterneusje is zo’n type jongeman. Hij is degene die ons altijd informeert over de duiklokatie en hij spreekt beter Engels dan Ricardo. En hoewel volgens de Brabanders een betere duiker dat Ricardo is hij toch slechts een ondergeschikte. De duikbasis is dan ook in Italiaanse handen. Zoals de meeste duikbases op de Malediven in buitenlandse handen zijn. Langzaamaan wil men dit veranderen, zodat alles in eigen handen komt, want nu verdwijnt er een hoop geld naar het buitenland. We hopen dat het ze lukt!
Maar ik sprak erover dat het voor ons onervaren duikers toch best vermoeiend is. Echter een vermoeidheid waar we goed mee kunnen leven en we zien er best tegenop Asdu te moeten verlaten. De dagen hier blijken achteraf omgevlogen. We zeggen ook niet voor niets:”Time flies when you’re having fun!!” Misschien moeten we nog eens terugkomen; maar hebben we dat al niet vaker gezegd en is er nog niet zoveel ander moois te zien??
©2005 ms-cheyenne