Parels in de Indische Oceaan

Eindelijk besluiten we weer eens met zijn vijven op pad te gaan; of liever gezegd op vakantie te gaan. Leendert, Leo, Geert, Chris en ik zei de gek. De agenda’s moesten er wel uitgebreid op nageslagen worden, maar uiteindelijk werd een passende datum gevonden. Nu alleen nog een passende bestemming vinden. Geert wilde liever niet richting de Carieb; want dat had hij afgelopen winter allemaal wel gezien. Hoezo verwend? Vietnam werd als te duur van de hand gewezen en Thailand als te toeristisch. Wie er op het idee van Sri Lanka kwam? Ik heb er nog steeds geen idee van, maar zo’n vier weken voor vertrekdatum werden wat tickets geboekt en een Planet gekocht. Kortom; de vakantie kon wat ons betreft beginnen. Zeker omdat Chris en ik nog een kleine bonus aan de vakantie hebben toegevoegd in de vorm van een weekje Malediven!!!!!

Maar hoe meer er over Sri Lanka gelezen werd, hoe meer twijfels er bij ondergetekende rezen. Gevaarlijke treinen en bussen, lastige mannen, zakkenrollers en voeg daar nog enkele giftige slangen, schorpioenen en de Tamil Tijgers aan toe!!!!!

Maar met deze laatste zijn verregaande vredesonderhandelingen gaande en voor de rest heb ik toch mijn lijfwachten bij? Ten slotte waren de verhalen over Venezuela ook angstaanjagend en viel het achteraf allemaal 100% mee. Alleen vraag ik mij nog steeds af; waarom geen India en wel Sri Lanka??? Hier eten ze ook rice and curry!!!!

De eerste meevaller begon al in het vliegtuig; vergeleken bij veel vliegtuigmaatschappijen is vliegen met Air Lanka een luxe. Toegegeven; de beenruimte is zoals gewoonlijk pet, maar wij hadden nog nooit een voetensteuntje en ook nog nooit een eigen t.v.-schermpje waarop je ook spelletjes kon spelen. Niet dat 10 uur vier op een rij nu zo leuk is, maar alle kleine beetjes helpen. En dat terwijl wij de vlucht geboekt hebben bij een ons volledig onbekend reisbureau; geplukt van teletekst.

horizontal rule

Toch wel moe en murw bereiden wij ons bij aankomst in Colombo voor op de eerste hindernis; iedereen die wat van ons wil of ons ergens heen wil brengen van ons af te houden. Bij de eerste 100 lukt dat aardig, maar wij willen toch wel weg van dit gekkenhuis, dus stappen wij in een speciaal voor ons geregelde taxi, die ons naar een hotelletje in Negombo brengt. Tijdens de rit doen wij gelijk onze eerste indrukken van dit land op; wat een rommeltje, maar wel een verschrikkelijk groen rommeltje. Yes, we zijn weer in de tropen!!!!

Wij komen terecht in Guesthouse Randiya; simpel maar schoon en heerlijk in het groen. Je kunt wel merken dat wij al een dagje ouder worden, want in plaats van ons gelijk in het Sri Lankaanse leven te storten, storten wij ons allemaal in bed voor een heerlijk middagdutje.

Daarna weet de man die ons op het vliegveld gestrikt heeft voor dit guesthouse ons ook te strikken voor een 3 daagse tocht door het noorden van Sri Lanka; eindigend in Kandy. Wij hebben nog wel even moeten nadenken over deze beslissing en doen dat op het strand; enkele honderden meters verwijderd van onze verblijfplaats. Staan we ook eens met ons voeten in de Indische Oceaan!!

Algauw besluiten we die auto met chauffeur voor de eerste drie dagen toch maar te charteren; kunnen we even wennen aan het land en bovendien wilde Geert ook wel graag naar de oude steden in het noorden, maar had dat wegens tijdsgebrek niet in zijn programma opgenomen. Met een auto is een en ander een beetje gemakkelijker te bereiken en kunnen we toch naar Anadrapurna, Polunawara, Sirigiya en Dambulla. Tot voor kort geheel onbekende namen voor ons, maar wel namen die we niet gauw meer zullen vergeten. Al was het maar dat ze zo moeilijk zijn.

Het strand is hier niet erg indrukwekkend en er ligt ook veel vuil op, maar we zitten hier dan ook dicht bij de stad en in het zuiden moeten de stranden eventjes wat anders zijn. Als we uitgewaaid zijn lopen we terug naar de straat en gaan op zoek naar iets te eten, want wij hebben pas om 8 uur vanavond wat te eten in ons hotelletje besteld en tot die tijd lusten wij wel wat. Onze keuze wordt wat versneld door het feit dat de regen met bakken uit de hemel komt; daarom komen wij terecht in een ietwat duister etablissement, waar de fried noodles echter goed smaken. En als wij uiteindelijk uitgegeten zijn is ook de regen weer opgehouden en kunnen wij op zoek naar wat petjes en andere hoofddeksels, want als hij schijnt, dan schijnt hij goed!!!

Rond 8 uur kunnen wij aan tafel, maar onze tweede kennismaking met de keuken hier is niet erg indrukwekkend. Wanneer die tonijn voor het laatste gezwommen had? Ik weet het niet. Maar niet zeuren; de magen zijn weer gevuld en morgen is er weer een dag. Erg vroeg zelfs, want we hebben afgesproken dat Sunil (onze chauffeur voor de volgende dagen) ons morgenvroeg om 5 uur komt oppikken om een kijkje op de vismarkt te nemen. Maar ’s-nachts worden wij al wakker van het geklater van de regen en vermoeden (of hopen) dat het niets wordt met die vismarkt. En inderdaad laten ze ons ’s-morgens rustig verder slapen. Of liever gezegd verder liggen, want traditiegetrouw zijn wij natuurlijk alweer voor dag en dauw wakker.

horizontal rule

Sunil had geïnformeerd bij de vismarkt en kreeg te horen dat vanwege de vele en zware regens de vissers die nacht niet uitgevaren waren en een bezoek aan de vismarkt niet de moeite waard was.

Als wij ontbeten hebben - we zijn in de tropen, dus natuurlijk toast met jam - gaan we op weg.

Sunil blijkt goedgemutst gezelschap te zijn, die overal wel wat over te vertellen heeft en geen ene overstekende slang, mongoose of ander wild mist. Vandaag rijden we via Chilaw en Puttanam naar Anaradjapura; cultuur dus.

We rijden het eerste stuk parallel aan een kanaal waarvan we gisteren ook al een blik opvingen. Dit kanaal is in de zeventiende eeuw aangelegd door de Nederlanders en loopt van Colombo naar Puttalam; zo’n 120 kilometer lang. Het ligt er nu ongebruikt en overwoekerd bij, maar ooit werden er veel goederen over dit kustkanaal vervoerd. In Chilaw bezoeken we toch nog een vismarkt. Als wij uitstappen, verwachten wij overweldigd te worden door een verschrikkelijke geur, maar de vis is zo vers dat we bijna helemaal niets ruiken. Op ons gemakje struinen wij over de markt en proberen de verschillende vissoorten te onderscheiden. In tegenstelling tot hetgeen in alle boeken te lezen stond worden wij gewoon met rust gelaten, alhoewel we als enigste toeristen wél aardig opvallen.

De weg van Negombo naar Chilaw loopt bijna parallel aan de kust en ook naar Puttalam blijven wij de kustlijn volgen. Alleen rijden we nu achter enorme lagunes waarin garnalen worden gekweekt. Wij zien niet veel water in de lagunes staan en vragen ons af of dat nu wel zo goed is voor die garnalen, maar het blijkt nu nog niet het seizoen te zijn. Het wachten is op de regen voor voldoende water.

Wat is dit een groen eiland? Tijdens de rit zien we de prachtigste bomen, planten en bloemen en vogelaars zouden hier ook enorm aan hun trekken komen. Wij vermoeden dat met al dat water en groen ook de insecten aardig vertegenwoordigd zullen zijn; maar wij zijn voorbereid!! Termieten zitten er in ieder geval genoeg, gezien het aantal nesten langs de weg, maar volgens Sunil zijn veel van deze nesten verlaten en in het bezit genomen door cobra’s. Die gelukkig voor ons alleen ’s-nachts actief zijn. Wel zien wij af en toe een mongoose; een van de weinige – zo niet enigste – vijanden van de cobra. In een gevecht tussen een mongoose en een cobra wint de mongoose 98 van de 100 keer. Alleen als de slang kans ziet de mongoose in de neus te bijten is het met het beestje gedaan.

In Puttalam verlaten wij de kust en rijden via de A12 in de richting van Anuradhapura. A12 doet een grote weg vermoeden, maar is gewoon een tweebaansweg; maar wel een grote weg voor Sri Lankaanse-begrippen. In Anuradhapura zoeken wij eerst ons gasthuis op om ons wat op verfrissen en te lunchen, alvorens wij ons gaan onderdompelen in de cultuur van deze oude stad.  Het gasthuis ligt helemaal in het groen verscholen aan de rand van een meer. Goed vertoeven hier.

Anuradhapura was ooit de eerste hoofdstad van Sri Lanka en moet eens een schitterende stad geweest zijn. Maar door diverse aanvallen vanuit India en vanwege het feit dat Polannaruwa beter te bereiken is, raakte de stad langzaam in verval en bleven er niets anders dan ruïnes. Wij beginnen onze tocht door Anuradhapura bij de heilige bodhiboom. (Een van de velen hier op Sri Lanka.) Deze boom zou een afstammeling zijn van de boom waaronder Boeddha verlichting vond. Een loot hiervan werd ooit door een prinses meegebracht naar Sri Lanka. Wij kunnen alleen het topje van de boom zien, want rondom de stam is een tempel gebouwd. Wel wapperen overal in de takken vrolijk gekleurde lapjes en staan er overal offerandes. We hebben hier voor het eerst onze schoenen uit moeten trekken en dit zal ook niet de laatste keer zijn. De schoenen staan ergens bij de ingang onder de hoede van een oude monnik. Leo loopt duidelijk bijna nooit op blote voeten, want die beweegt zich een beetje moeilijk voort.

De natuur hier maakt eigenlijk meer indruk op ons dan de ruïnes, want er staan hier schitterende bomen, bevolkt door brutale apen. Toch zijn ook die dagoba’s (of zoals wij ze beter kennen; stoepa’s) indrukwekkende bouwwerken die al van verre boven de boomtoppen zichtbaar zijn. De meeste zijn gerenoveerd en stralend wit geverfd, behalve de laatste dagoba die wij bezoeken. Deze zijn ze nog aan het renoveren en ziet er in zijn gevonden staat eigenlijk echter uit dan die mooie witte. Hij is gebouwd van rode bakstenen. Veel stoepa’s  zijn nog niet zo lang geleden gevonden – ondanks hun grootte – omdat zij geheel overwoekerd waren door bomen en struiken. Zij bevatten relikwieën, die nu in museums huizen. En volgens Sunil moeten er onder de dagoba’s begraven ook nog de schatten van de koningen liggen, die ze daar verborgen om te beschermen tegen de vijand. Ook mooi zijn de twee oude baden van het klooster. Helaas staat er nu geen water in, maar met een beetje fantasie zie je mensen op de trappen zitten om zich te wassen en een bad te nemen.

Overal zien wij honden en katten en vooral veel pups en kittens. Is dit het seizoen of lopen er altijd zoveel jonge dieren rond? Bij de tweede stoepa die wij bezoeken, is zelfs een nestje katjes, waarvan de beestjes nog geen enkele weken oud kunnen zijn. Hoe overleven die hier? Of zitten ze juist hier omdat hier veel mensen komen en er altijd wel wat te halen valt?

Het begint al te schemeren als wij een kleine rotstempel bezoeken; de Isurumuniya Vihara. Of we willen of niet; we krijgen een rondleiding en beginnen in een klein museumpje met verschillende beeldhouwwerken. Maar buiten vinden wij het veel interessanter; in een spleet in de rots bevinden zich wel honderden vleermuizen die zenuwachtig heen en weer aan het vliegen zijn. Het is dan ook bijna donker en tijd om te gaan jagen. Bovenop de rots hebben wij een schitterend uitzicht over een van de vele ‘tanks’hier in de buurt. Tanks zijn kunstmatige meren; al heel vroeger aangelegd voor de waterbeheersing in dit overigens zo droge gebied. Lang blijven wij stilletjes genieten van de ondergaande zon voordat wij de rots weer aflopen en het er voor vandaag opzit. Wij keren terug naar ons guesthouse waar ons een ‘rice and curry’ staat te wachten. Dit zou toch hot and spicy moeten zijn; maar heet vinden wij het niet en de kruiden zijn ook ver te zoeken. “Kan iemand even het zout aangeven?”

horizontal rule

De volgende morgen gaan wij alweer bijtijds op pad; het volgende doel is Polannaruwa zo’n 100 kilometer rijden van hier. Polannaruwa werd hoofdstad van Sri Lanka na de val van Anuradhapura. Maar ook van deze stad zijn er nu nog slechts ruïnes over, al hoewel dit veel meer tot de verbeelding spreekt. In Anuradhapura lag alles vrij ver uit elkaar, maar hier bevinden zich op loopafstand van elkaar diverse paleizen en tempels. Ik krijg een beetje een Ankor Wat idee, al hoewel wij daar nog nooit geweest zijn. Op ons gemakje slenteren wij rond; op blote voeten uiteraard. Zelfs Leo begint er al een beetje aan te wennen. Wij denken maar niet teveel aan al die slangen en schorpioenen die op dit eiland voorkomen!!!

Erg mooi vinden wij één bepaalde tempel: de Lankatilaka. Een gebouw van 17 meter hoog, waarin een enorm boeddhabeeld staat zonder hoofd. Wij zitten hier heel alleen de sfeer op te snuiven en proberen ons voor te stellen hoe het hier ooit geweest moet zijn.

Ook hier wemelt het weer van de honden en katten, zodat wij eensgezind besluiten dat als wij Sri Lanka nog eens bezoeken wij een extra tas vol honden- en kattenbrokjes mee moeten nemen.

Wij hebben deze twee dagen zoveel tempels, boeddha’s en stoepa’s gezien dat ik vast wel wat vergeet te vermelden, maar wat wel bijgebleven is, is dat wij bijna overal hardnekkig achtervolgd werden door verkopers met allerlei prullaria. Het is bijna onmogelijk om niets te kopen en vooral voor Leo is dat een gevaar. Maar gelukkig kost alles geen cent en komen ze niet mee de tempels of ruïnes in, dus de schade blijft uiteindelijk beperkt. Wij hebben trouwens ook helemaal geen plaats in onze tassen voor een olifant of vissertje!! Die overleven de rest van de reis nooit!!!

Als laatste in dit mooie complex bezoeken wij vier boeddhabeelden; waarvan er drie enorm groot zijn: de Gal Vihara. De beelden bestaan uit een staande boeddha; twee mediterende boeddha en een slapende boeddha. Als je bedenkt dat deze beelden al stammen uit de 11de eeuw, moet je wel respect krijgen voor de toenmalige kunstenaars. Vooral de gelaatsuitdrukking van de stervende boeddha is bijna levend. Gisteren in de rotstempel is ons het verschil uitgelegd tussen een slapende en een stervende boeddha. Bij een slapende boeddha liggen de voeten ongelijk en heeft hij de ogen gesloten. Bij een stervende boeddha liggen de voeten gelijk; zijn de ogen half geopend en heeft hij een glimlach om de mond. Nu kunnen wij ons niet voorstellen dat je met een glimlach om de mond sterft, maar hij weet dat hij naar het Nirwana gaat. Hij is namelijk de verlichte. Overigens kan iedereen een boeddha worden; eigenlijk simpel door gewoon goed te leven.

Vandaag lunchen we op stand in een oude Engelse koloniale villa aan de rand van een meer. Wij zitten op een ruime veranda in comfortabele fauteuils en om in stemming te blijven bestellen wij een club sandwich.

Na de lunch komt Sunil met een goed voorstel; een massage. Vanmorgen hebben wij al een bezoek gebracht aan dit ayurveda centrum en het leek ons toen al een goed idee om daar de dag mee te besluiten. Ayurveda is een oude vorm van geneeskunde gebaseerd op kruiden en oliën. Het komt eigenlijk vanuit India, maar wordt intussen ook veel op Sri Lanka beoefend. Het is gebaseerd op de theorie dat de vijf elementen; aarde, lucht, gas, water en licht zijn verbonden met onze vijf zintuigen. Wordt een mens ziek dan is zij uit balans en door middel van langdurige en intensieve behandelingen wordt deze balans weer hersteld. Wij hebben hier natuurlijk geen tijd voor en zijn ook niet ziek, dus de behandeling die wij krijgen is gewoon voor de ontspanning. Ook niet verkeerd! Een volledige behandeling bestaat uit een massage, inclusief een hoofd- en voetmassage; daarna een kruidenstoombad; het geheel afgesloten met een sauna. De sauna is overigens schitterend. In zijn eenvoud dan wel te verstaan. De warmte komt hier niet van de vloer maar van buiten en je zit in een soort koepelvormig bakoventje van rood gesteente met op de vloer een houten kist met allemaal kleine vakjes; gevuld met allerlei kruiden en specerijen. Dus niet alleen mooi om te zien, maar het ruikt nog lekker ook. Maar eerst terug naar de massage. Ik neem afscheid van de vier heren, die een andere kant op worden geleid en onderwerp mij voor de eerste keer van mijn leven aan de - hopelijk vakkundige - handen van een masseuse. Zij begint bij mijn hoofd en aangezien de ayurveda gebaseerd is op kruiden en oliën worden mijn haren en later ook de rest van het lijf lekker vettig ingesmeerd met het geurig ruikend goedje. De massage duurt zo’n drie kwartier, maar had van mij betreft ook wel langer mogen duren. En wat een kracht komt er uit zo’n klein vrouwtje. Nu begin ik Scar een beetje te begrijpen als zij zegt dat zij (als zij nog eens in heel goeden doen komt) op wereldreis wil, maar wel met een eigen masseur. Na drie kwartier wordt ik in een mooie houten kist gelegd met alleen het hoofd er nog buiten voor het stoombad. Ook hier komt weer een heerlijke geur uit. Als zij mij vragen of het niet te warm is en ik een beetje vaag nee knik, stoken zij de kachel eens goed op en loopt binnen de kortste keren het zweet met stralen van mijn lichaam. Wat zullen wij straks schoon zijn!! Ik begin op een gegeven moment een beetje benauwd te kijken bij al die hitte, dus wordt ik uit de kist bevrijd en mag plaatsnemen in de sauna. Een paar Amerikanen, die zojuist ook gearriveerd zijn voor een behandeling, geven mij opeens weer een heel andere kijk op dikzijn.

Voor mijn gevoel zit ik al uuuren te zweten in de sauna, dus kom ik er op eigen houtje uit en ga op een trapje een beetje uit zitten te puffen en mij te verheugen op een heerlijke douche om al die vettigheid van het lijf te spoelen. Daar kom ik echter bedrogen uit; het is niet de bedoeling je gelijk te douchen. Hoe langer de oliën op het lijf blijven zitten; hoe beter het is. Dus zo goed en zo kwaad als het kan het meeste vet van het lichaam gewreven en mij maar weer in de kleren gewurmd. Weer buiten aangekomen blijken de heren nog lekker in een handdoekje rond te lopen; af te koelen en uit te zweten. Als dan iedereen uitgezweet en aangekleed is, zoeken wij Sunil weer op.

Wij gaan gelijk op weg in de richting van Sirigiya om ons guesthouse op te zoeken, want het loopt al tegen de avond. Sinds wij bij Sunil in de auto geklommen zijn, heeft hij het er steeds maar over dat we ook nog terecht komen in de ‘real nature’. Nu rijden we dan inderdaad door schier eindeloze bossen. “Hier kun je soms ook olifanten zien”, verkondigt hij vrolijk. Dat zeggen ze allemaal!! Hoe moet je in die dichte jungle een olifant zien? Tien meter verwijderd van de weg en je ziet al helemaal niets meer dan ondoordringbaar groen. Dus een beetje schamper begin ik te declameren; “Een biertje voor een olifant; twee biertjes voor twee olifanten……..” Verder kom ik echter niet, want opeens houdt het bos op een bevinden wij ons op een open vlakte en roept Sunil verheugd: “Olifanten!!!” En inderdaad, een eind van de weg af, aan de rand van het bos zien wij drie olifanten lopen; twee volwassenen en een heel kleintje. Sunil is zo blij als een kind en wij eigenlijk ook wel een beetje. Na alle circus-, kermis- en dierentuinolifanten ook eens een wilde. Wij stoppen de auto en eigenlijk stoppen alle auto’s, want ook voor de Sri Lankanen zelf is het zien van een wilde olifant een zeldzaamheid. Vandaag de dag tenminste; want nog niet zo lang geleden struinden er hier veel meer van die grijze lobbesen rond. Maar dat is geloof ik overal hetzelfde verhaal!

Na een tijdje laten wij de olifanten de olifanten en rijden door richting onze eindbestemming van vandaag, maar niet alvorens Sunil nog even vermeldt heeft dat hij geen bier lust. Dat wordt dus arak, waarmee hij ons gisterenavond al kennis heeft laten maken. En waarvan wij nu niet echt ondersteboven waren.

Bij ons guesthouse aangekomen, wacht ons echter een teleurstelling. Er is onverwachts een grote groep toeristen aangekomen en ze hebben maar niet beter geweten om ook onze kamers aan hen te geven. Wijzelf liggen hier niet helemaal wakker van, maar Sunil is een beetje over de rooie. Wij hebben echter veel meer aandacht voor de omgeving, want zo-even dachten wij een glimp op te vangen van Sirigiya en de lucht neemt een zo wonderbaarlijke kleur aan. Alles is oranjerood; niet alleen de horizon waar de zon ondergaat, maar gewoon alles. Heel vreemd!!!!! Wij willen foto’s maken, de rots zien, maar Sunil rijdt naar een volgend guesthouse en zegt dat we de rots morgenvroeg kunnen zien.

We komen nu in een guesthouse terecht met kamers aan een brede veranda, waar wij lekker op zitten te relaxen. Het is ondertussen aardedonker geworden, dus weer tijd voor de vleesmuizen om op jacht te gaan. Degenen die steeds rakelings langs de veranda vliegen zijn meer van het type vliegende hond en we zien niet veel, maar het zijn er heel wat. Chris ziet zelfs in een hoopje takken en bladeren onder een boom nog een mannetje staan met een stokje in zijn hand. Zijn hersenen zullen wel oververhit zijn geworden; vanmiddag in dat stoombad. Het eten vanavond is een beetje trieste aangelegenheid. Wij zijn de enigsten in dit hotelletje; de tafelkleedjes zijn ongezellig bruin en de rijst die stikt me toch. Gewoon naar str…. Hij is niet slecht volgens Sunil, maar dit is ‘boiled rice’ en die ruikt gewoon zo. Gelukkig smaakt hij niet zoals hij ruikt, maar om nu met dichtgeknepen neus te gaan zitten eten, getuigt ook niet van beleefdheid.

horizontal rule

De volgende morgen zijn wij alweer vroeg uit de veren, want wij zouden het liefst met de zonsopgang op die ongenaakbare berg staan. Dit is volgens Sunil echter niet mogelijk, omdat er dan nog niets open is, maar toch willen wij zo vroeg mogelijk vertrekken. Ik weet niet of de mensen van het guesthouse hier zo blij mee zijn, want als wij in het pikkedonker de eetzaal betreden, liggen er tussen de tafels verspreid nog wat personeelsleden te slapen. Twee jonge jongens die gapend in de keuken verdwijnen om voor ons de onvermijdelijke toast klaar te maken. En natuurlijk eieren; dit is al de derde ochtend dat wij eieren krijgen, dus ik waag het maar niet te denken aan ons cholesterolgehalte.

Dan kunnen wij op weg naar Sigiriya. Zo te zien zijn wij de eersten vanmorgen en onze gids staat al op ons te wachten. Leo besluit niet mee te gaan, want ondanks de massage van gisteren heeft hij toch nog wat last van de knieën en de ongenaakbare rots die voor ons verrijst, vergt toch wat klimwerk. Maar wat is het zonde dat hij tenminste het eerste stuk niet meegelopen heeft. Sigiriya is namelijk het oude paleis van een koning uit de vijfde eeuw: Kasyapa. Hij was de buitenechtelijke zoon van ene koning Dhatusena. Hij meende echter aanspraak te maken op de troon en heeft zijn vader met geweld afgezet en wist niet beter dan hem in te metselen, als we de legende mogen geloven. Zijn broer Moggallana, de échte troonpretendent, vluchtte naar India. Omdat Kaspaya toch niet geheel legaal op de troon terecht gekomen was, vreesde hij voor een invasie vanuit India. Daarom bouwde hij op een rots midden in de jungle een bijna onneembaar paleis. Maar niet alleen op de rots bouwde hij een paleis; ook aan de voet van de rots bouwde hij enorme paleizen gelegen in een schitterende tuin. Van de gebouwen rest niet veel dan de contouren, maar de baden of waterreservoirs en natuurlijke fonteintjes hebben de tand des tijd goed doorstaan. Ondanks zere knieën had ook Leo dit stuk mee kunnen lopen, want wij doen het echt op het gemakje aan, ten volle genietend van al het moois.

Behalve onze gids loopt er nog iemand met ons mee en ik heb al gauw door waarvoor. Als wij de eerste keer een paar treetjes tegenkomen, wijst deze jongeman mij erop dat ze wel eens glad kunnen zien en biedt mij elegant een arm. Die had ik nóóit aan moeten nemen, want bij ieder obstakel of ik nu wil of niet wordt ik als een bejaarde dame omhooggeholpen. Ik kan tachtig keer zeggen dat dat helemaal niet nodig is; de man heeft opeens watjes in de oren en hoopt straks natuurlijk op een leuke fooi. Een schop onder zijn hol kan hij krijgen en Geert ook. Als ik namelijk verzuchtend uit dat ik mij met een oud w… voel, mompelt mijn altijd complimenteuze broertje: “Maar dat ben je toch ook!!!”  Maar laten we deze dissonant gauw vergeten, daarvoor is het hier veel te mooi.

In het droge seizoen resideerde Kasyapa hierbeneden in het zomerpaleis met al zijn vijfhonderd vrouwen en werd hem letterlijk en figuurlijk de grond te nat onder de voeten verhuisde hij met heel zijn hebben en houwen naar boven. Wij moeten de steile klim op eigen kracht ondernemen, maar Kasyapa werd vast gedragen door vier stoere lijfwachten. Of misschien ook weer niet, want een groot deel van de weg naar boven bestond uit de zogenaamde spiegelgalerij. Tegen de rotswand waren schitterende tekeningen gemaakt van die vijfhonderd vrouwen van de koning met daartegenover een witte gladde wand. Wanneer de zon op de tekeningen scheen, weerspiegelden zij zich in deze witte wand. Vele bezoekers hebben door de eeuwen heen op deze wand hun indrukken weergegeven van de vrouwen boven hen: “Ik zie de schitterende vrouwen met gouden kettingen op hun borsten. De hemel heeft nu veel minder aantrekkingskracht voor me.” Wij zien de koning hier al rondlopen; het moeilijke besluit makend welke van die vijfhonderd schoonheden hij vanavond eens in zijn bed zal nodigen. Helaas zijn er nog slechts tweeëntwintig van deze 5de eeuwse pin-ups bewaard gebleven. Velen hebben de tand des tijd niet doorstaan; zijn vernield door monniken en in het jaar 1967 nog zijn er diverse vernield door een of andere vandaal. Vandaar dat de veiligheidsmaatregelen nu groot zijn en er een paar militairen met geweer de overgebleven tekeningen bewaken.

Tegen de berg aan zien we twee enorme granieten leeuwenpoten. De toegang tot het bovenste gedeelte van de rots. Helaas ook niet meer compleet, want ooit werden de poten gecompleteerd door een enorme bakstenen kop en moest je door de muil van de leeuw om verder naar boven te komen. Hier heeft deze plaats zijn naam ook aan te danken; Sirigiya; de leeuwenrots. Vroeger zal de opgang wel iets eleganter geweest zijn, maar nu moeten we naar boven langs een smal ijzeren trappetje, onderhevig aan roest en dientengevolge zitten ook wij onder de roest. Maar who cares!!

Boven is het uitzicht adembenemend. Ergens is uit het solide graniet een royale rustbank uitgehouwen en daar moet de koning vaak gezeten hebben; uitkijkend over zijn schitterende koninkrijk (of zijn eveneens schitterende vrouwen). Waar zou Leo zich ergens bevinden?

In de verte zien wij donkere wolken aankomen. Onze gids krijgt nu wat meer haast; die goede man wil natuurlijk droog beneden aankomen. Maar wij laten ons niet opjagen en langzaam dalen wij de ‘leeuwenrots’ weer af. Ik zit opeens nog een reden te bedenken waarom Leo mee had moeten komen; Leo betekend nota bene leeuw!!

Bijna beneden zijn de verkopers inmiddels ook wakker geworden en wordt ons weer allerhande moois aangeboden. Vooral die schijnbaar niet te openen kistjes, vangen onze aandacht. Zover zelfs dat Geert er een koopt. Erg trots dat hij zoveel op de prijs heeft kunnen afdingen, maar minder trots als de volgende verkoper het doosje voor nog veel minder aanbiedt. Maar het blijft mooi en ook Leo heeft zo’n schatkistje aangeschaft, samen met enkele ‘antieke’ ansichtkaarten. Hij heeft inderdaad onder het genot van een bakkie koffie (niet te drinken overigens) met Sunil zitten kletsen en zij zijn daarbij helemaal de tijd vergeten. Want beneden aangekomen, regent het inderdaad en zoeken wij maar een van de vele mooie bomen op om te schuilen. Parapluis kopen!!!!!!!

Van het mooie Sirigiya rijden wij naar Dambulla voor nóg meer cultuur en vooral nog meer boeddha’s. In Dambulla bevinden zich namelijk vijf rotstempels met daarin niet minder dan 150 oude boeddhabeelden. Zij stammen uit de eerste eeuw na Christus en zijn door opeenvolgende koningen steeds verfraaid. Zelfs verguld wat de naam Ran Giri opleverde; de gouden rots. Misschien hebben zij aan deze naam gedacht toen zij onlangs de enorme vergulde boeddha bouwden die onderaan de rots verrijst. Afschuwelijk vindt Sunil!

Alweer zonder Leo gaan wij weer op pad en genieten van het uitzicht, de aapjes en de schitterende bloemen, totdat wij bij de ingang arriveren en natuurlijk onze schoenen weer uit moeten doen. Links is voor de locals en rechts voor de toeristen; waarvan er nog maar weinig zijn. Er staan geloof ik drie paar schoenen!!

Natuurlijk worden wij weer aangeklampt door een psuedogids die ons de eerste grot mee inneemt. Daar bevindt zich een 15 meter lange rustende boeddha. De man legt ons natuurlijk uit hoe wij kunnen zien dat hij rust, daarbij absoluut geen rekening houdend met de jonge monnik die duidelijk even in rust wil bidden. Weer buiten stoppen wij de man gauw een paar roepies in de hand, want wij willen gewoon op eigen gelegenheid rondlopen. Zelluf doen!!!!

Hadden we bij de eerste grot een beetje van: “Oké, nog een boeddha!”, de tweede grot is adembenemend. De grot is zo’n 20 meter breed en 53 meter lang en subtiel verlicht. Langs de gehele wand bevinden zich vergulde boeddhabeelden en het plafond is beschilderd met kleurige fresco’s. Schitterend gewoonweg! Hierna vallen de volgende drie grotten weer wat tegen, maar al met al was ook dit het bezoek meer dan waard. Vooral ook omdat het hier buiten ook zo mooi is en de felrode waterlelies het beeld mooi completeren.

Het is vandaag zondag en dat is te merken. Vele Sri Lankanen maken van de gelegenheid gebruik ook een bezoek aan de rotstempels te brengen en dit levert een kleurig beeld op; al die vrouwen in die schitterende sari’s. Wat lopen wij er dan verlopen bij!!!!!

Als wij Dambulla verlaten rijden wij langzaam richting de bergen; richting Kandy dus. De tweede stad van Sri Lanka. Het gebied rond Kandy is bekend voor zijn kruidentuinen en wij passeren er vele. Sunil heeft ons al gevraagd of wij er interesse in hebben zo’n kruidentuin te bezoeken. Alle kruidentuinen hebben nummers en als wij Sunil vragen wat die nummers te betekenen hebben, vertelt hij ons dat dat gewoon huisnummers zijn. Maar volgens mij klopt daar niets van en weet hij het gewoon niet. Waarschijnlijk zijn de kruidentuinen genummerd om het voor de afnemers gemakkelijker te maken de juiste tuin te vinden. Wij eindigen in ieder geval in tuin numero zoveel en worden door Sunil overgedragen in de handen van een interessant uitziende Tamil die ons veel meer vertelt over allerlei kruiden en vruchten, dan wij tot nu toe wisten. En na diverse ladingen cacao naar Basel ook uiteindelijk eens ‘verse’ cacaobonen gezien én gedronken. Wij zijn helemaal weg van de kaneelboom en staan allemaal genoegzaam aan de stam te ruiken; die dus naar kaneel ruikt. Er wordt hier zelfs marihuana gekweekt, maar niet voor het genot. Alles wat hier groeit en bloeit wordt gebruikt in een of ander medicijn; al dan niet als drankje, zalfje of poedertje. Wij eindigen er dan ook mee diverse flesjes en doosjes gekocht te hebben, in de hoop érg gezond en mooi te worden. De gezichtsmassage met sandelhoutolie was in ieder geval niet verkeerd. Gelukkig krijgen we een gebruiksaanwijzing  voor de diverse middeltjes mee, want anders wordt het een puinhoop. Ik troggel nog wat flesjes parfum voor iedereen af en met de portemonnee heel wat lichter trekken we weer verder richting Kandy.

Langzaam wordt het drukker en begint het ook te regenen; hopelijk een buitje van een uurtje of zo. En dan arriveren we in Kandy; een drukke, grote stad gebouwd rond een enorm kunstmatig meer aan de oevers waarvan de befaamde “Temple of the Tooth” zich bevind. Deze ‘tooth’ zou afkomstig zijn van Boeddha en is het meest heilige voorwerp op Sri Lanka. Wij hebben echter ergens gelezen, dat het allemaal niet veel voorstelt en hebben een bezoek aan deze tempel niet in ons programma staan. Voorlopig hebben wij helemaal niets op ons programma staan en worden door Sunil gelijk naar ons guesthouse voor de komende twee nachten gebracht. Wij rijden langs het meer een heuvel op en na diverse bochten zijn wij op onze bestemming. Het regent nog steeds, dus besluiten wij onze spullen op de kamer te smijten, ons wat op te frissen en wat te drinken en dan maar hopen dat het weer droog wordt. Vanaf ons balkon hebben wij een schitterend zicht over de stad, waarbij wij gelijk kunnen observeren dat ook apen niet van regen houden. Want als we goed kijken zien we overal onder afdakjes en dergelijke groepjes apen bij elkaar schuilen voor de regen. En dat midden in de stad.

Tegen vijven wordt het droog en bedolven onder waarschuwingen van Sunil en de afspraak dat hij ons om acht uur bij een bepaalde boom op komt pikken, dalen wij de heuvel af naar downtown Kandy. Sunil waarschuwde ons onder andere ervoor niet met vreemden mee te gaan. Zou de grote boze wolf hier ook rondlopen? Bijna gelijk worden wij aangesproken door een vriendelijke meneer die ons herkent van het guesthouse. “Ik sta daar in de keuken en heb nu vrij. Kan ik jullie soms ergens mee helpen?” Ons komt deze vriendelijke meneer helemaal niet bekend voor, maar aangezien Leendert besloten heeft zichzelf te trakteren op een mooie ring, lopen wij gedwee achter onze gids aan op zoek naar een juwelenzaak. Wij passeren er diverse, maar die zijn geen van allen goed!!! Maar de zaakjes waar hij ons mee naar binnen neemt, hebben nu nét niet dié juwelen waarnaar wij op zoek zijn. Het zijn namelijk meer antiekzaakjes dan juweliers en hebben allerlei leuke dingen te koop, maar geen mooie ring voor Leendert. Al na twee zaken vertellen wij onze gids, dat wij zijn hulp niet meer nodig hebben. Slechts met veel moeite en wat chagrijnige gezichten raken wij de man kwijt, die zich intussen een beetje als een lastige vlieg is gaan gedragen.

Intussen begint het al wat later te worden; hebben wij alle juweliers al wel gezien en besluiten zo langzamerhand terug richting het meer te lopen. Komen wij ´toevalligerwijs´ toch wéér een kok uit ons guesthouse tegen; die óók al vrij is en een heel verhaal tegen ons af begint te steken over het feit hoe de meeste gidsen ons alleen maar geld uit de zakken willen kloppen en dat onze chauffeur ons vast ervoor gewaarschuwd heeft niemand de stad in te volgen. Dat doen ze alleen maar, omdat ze ons arme toeristen geld uit te zakken willen kloppen en daarbij zelf provisie op willen strijken. Nee, zo is hijzelf niet. Hij wil ons de échte winkels en het échte Kandy laten zien. Als wij opperen dat wij terug willen om een hapje te eten, vindt hij dat wij tijd genoeg hebben, omdat we pas om acht uur hebben afgesproken. Dit is – tussen haakjes – half acht, maar aangezien hij ‘bij ons’ in de keuken staat, zal het vast wel kloppen!!!!! Hij weet een marktje waar de lokale bevolking ook haar fruit en kruiden koopt; veel goedkoper dan alles wat wij in zo’n oplichtersbende van een kruidentuin hebben gekocht. De meningen over het volgen van deze ‘nieuwe gids’ zijn verdeeld, maar ze moeten toch van goeden huizen komen willen ze ons met zijn vijven ontvoeren. En we hebben nog ruim een kwartier voordat we met Sunil afgesproken hebben, dus lopen we vol verwachting achter de druk doorratelende jongeman aan.

De markt zou inderdaad erg leuk geweest zijn, als niet bijna alles al gesloten was. Dit vanwege het feit dat het morgen volle maan is en de meeste mensen een paar dagen vrij zijn. De handelaar in kruiden is echter nog geopend en hier worden wij getrakteerd op een bakje thee en wat heerlijke mangistan, terwijl onze tijdelijke gids blijft doorpraten. De vruchten zijn heerlijk, dus kopen wij een kilootje en ook kopen wij nog wat kruiden; kunnen we ons in Holland heerlijk uitleven in de keuken. Ook kopen Geert en Leo nog een sarong voor op het strand, maar daarna wordt het toch wel tijd richting ‘meeting point’ met Sunil te lopen. Alleen bedenken Leen en ik op het laatste moment nog dat wij nog een flesje Arak voor Sunil willen kopen en vliegen nog even een liquorshop binnen op de voet gevolgd door de nog immer aanwezige ‘gids’, die ook wel wat te drinken lust als dank voor zijn goede diensten!!!! De rest heeft intussen Sunil opgesnord, want die stond op een andere hoek te wachten. Niet daar waar wij dachten; hetgeen achteraf helemaal niet zo vreemd is, want waar had hij hier ergens kunnen parkeren!!!!

Na het eten komt Sunil gezellig bij ons zitten en verschijnt de arak weer. Wij vinden de arak intussen best wel lekker, dus nemen na het eerste glaasje goedgemutst nog een tweede. Sunil ook, maar begint dan wel verdacht te giechelen. Verder is hij best wel bezorgd over het feit dat wij vanaf morgenmiddag alleen verder trekken en geeft ons nog allerlei tips en adresjes. Zo moeten wij bijvoorbeeld een keer ‘stringhoppa’s’ met eiercurry eten als ontbijt, alsmede kiribat; een soort rijstepap. Verder raadt hij ons af met bussen te reizen, want wij hebben de afgelopen dagen toch zelf gezien wat voor een kamikazepiloten dat allemaal zijn!!!! Na een gezellig laatste avondje duiken wij niet al te laat het bed weer in, want morgen is weer een lange dag.

horizontal rule

De volgende dag is onze eerste bestemming het Pinnewala olifanten weeshuis. Iedereen die Sri Lanka bezoekt, komt hier vroeg of laat terecht en het is inderdaad de moeite waard. Zoveel olifanten hebben wij nog nooit bij elkaar gezien. Sunil wilde hier om klokslag 10 uur zijn om het voederen van de babyolifantjes bij te kunnen wonen. De meeste olifanten hier zijn inderdaad ‘weeskinderen’ en af en toe wordt er ook nog een kalfje hier in het weeshuis geboren. Een van de kleintjes die gevoerd wordt, is zelfs pas 10 dagen oud. Als hij zijn slurf uitsteekt naar een wat ouder olifantje en twee slurfjes elkaar omhelzen ,is dat een vertederend gezicht. Maar het leukst vinden wij toch die enorme kudde olifanten die op een enorm veld wat in de rondte aan het banjeren is. Wij proberen de dikhuiden naar ons toe te lokken, maar worden hierbij gehinderd door de ‘mahouts’; de drijvers van de olifanten. Niet zo vreemd eigenlijk, want je zult door die beestjes onder de voet gelopen worden en niet iedereen is gecharmeerd van het oog in oog staan met zo’n kolos. Uiteraard mogen we wel met de beestjes op de foto, maar de ‘mahouts’ blijven angstvallig in de buurt. Toch komen de kolossen soms aardig in de buurt, zodat wij algauw onder de modder zitten. “Wij een modderbad, jullie ook een modderbad!!!”, zullen ze gedacht hebben. We nemen niet alleen modder mee van Pinnewala, maar hebben waarschijnlijk genoeg foto’s gemaakt om een heel boek te vullen….

Sunil moet vandaag nog terug naar Negombo, dus laten wij met tegenzin de dikhuiden achter. Sunil zet ons af bij de botanische tuin van Kandy. Het weer werkt niet erg mee vandaag, dus komen de gekochte parapluis goed van pas en komt er ook her en der een regenpak tevoorschijn. Jammer van die regen, maar de tuin is desondanks schitterend. We zien hier de meest vreemdgevormde bomen met reusachtige wortelstelsels en de meest vreemde vruchten; enorme bamboebossen en een schitterende orchideeënverzameling. Ondanks de regen hebben ook veel plaatselijke bewoners de tuin opgezocht en dan vooral het jongere, verliefde gedeelte van de bevolking. Onder iedere boom en achter iedere struik staat wel een jong paartje; hun liefkozingen verbergend achter een kleurige paraplui. Als wij uiteindelijk goed nat zijn en het meeste van het park wel gezien hebben, besluiten wij ons eens te wagen aan een tuk-tuk. Een gemotoriseerde driewieler met overkapping; die met enige moeite plaats biedt aan drie passagiers. Net als de buschauffeurs zijn ook sommige tuk-tukchauffeurs ware kamikazepiloten, maar die van ons vallen wel mee. Het krappe interieur van de tuk-tuk wordt opgevrolijkt door allerlei foto’s, spreuken, stickers en allerlei schitterdingetjes. Wel is een goed gesprek vrijwel onmogelijk, maar buiten is er genoeg te zien.

Bij het hotel aangekomen gaan we ons eerst maar eens wat opfrissen en terwijl wij daarna wat staan te mijmeren op het balkon breekt zowaar de zon door. Op naar de stad; of liever gezegd af!!

Vanavond eens geen rice and curry, maar onvervalst chinees. Het restaurant stond in de Planet aangegeven, maar bij onze aankomst is het er nog bedroevend rustig. Dat veranderd gelukkig na enige tijd. Wij bestellen van alles en nog wat en natuurlijk veel te veel en besluiten er gelijk maar mijn verjaardagsdineetje van te maken, want wie weet komen wij de volgende dagen geen ‘echt’ restaurant meer tegen. We blijven lekker lang tafelen en slenteren daarna op ons gemakje terug naar het hotel. Natuurlijk worden we nog diverse malen aangesproken en wordt ons gezegd dat we toch vooral naar het traditionele Kandy dansfestival moeten, maar wij gaan lekker nergens meer naartoe; alleen de tassen alvast inpakken en lekker vroeg onder de wol. Morgen hebben wij een lange treinreis voor de boeg.

horizontal rule

Na het ontbijt brengt de eigenaar van het guesthouse ons naar het station; wij zijn hier meer dan bijtijds, dus kunnen wij in alle rust uitzoeken waar en wanneer de trein richting Ella vertrekt. Ons is aangeraden 1ste klas te rijden in het zogenaamde panorama compartiment. Maar dat blijkt vol te zitten; met Italianen merken wij algauw. Volgens de reclame hebben Italiaantjes alle tijd van de wereld. Maar moeten ze daar zo druk over doen! Wij kopen dan maar kaartjes tweede klasse voor het exorbitante bedrag van 92,50 roepies per stuk. Je hebt ook nog een derde klasse, maar deze werd sterk afgeraden vanwege de drukte. En we zijn niet veeleisend, maar bij een treinreis van vijf uur willen we toch wel kunnen zitten. Als uiteindelijk de trein verschijnt, kijken wij vol belangstelling uit naar dat zogenaamde panoramarijtuig!! Wij zien n echter iets wat daarop lijkt en de Italiaantjes komen dus ook gewoon in de tweede klas terecht. Maar wíj zitten in ieder geval.

Wij hebben eergisterenavond al wat mondvoorraad voor de reis ingeslagen, maar al gauw blijkt dat dat niet nodig was. Op ieder station komt er wel iemand de trein rond met een of ander eetbaar spul. Wij durven lang niet alles aan, maar de versgebrande pinda’s zijn heerlijk.

Er komen nog vijf Hollanders de trein binnen en nemen bij ons plaats. Zij delen ons mede dat het kabinet in Nederland gevallen is, maar dat zat eraan te komen en interesseert ons op dit moment ook maar vaag. Het is buiten veel te mooi, want langzaam rijden wij steeds verder de bergen in en genieten van de theeplantages, de theepluksters in kleurige gewaden, even kleurige bloemen, watervallen, rivieren en ga zo maar door. Regelmatig stoppen wij op een pietepeuterig stationnetje en op een ervan zien wij in de verte Adams Piek. Niet gehuld in wolken, maar geheel wolkenvrij tegen een blauwe hemel. Iedereen raadde ons af in deze periode de Adams peak te beklimmen, omdat je – eenmaal boven aangekomen – toch niets kunt zien. Dit is dan misschien een zeldzame heldere dag?

Het zou vijf uur rijden zijn naar Ella maar het worden er uiteindelijk 8. Maar met ons hoef je geen medelijden te hebben, want wij hebben ons geen minuut verveeld. Een station vóór Ella stapt er een jongeman op; Suresh genaamd. Als hij in de gaten krijgt dat wij in Ella uit willen stappen, spreekt hij ons aan en vertelt dat zijn moeder in Ella een guesthouse runt. Natuurlijk!!! Wij blijven wat op de vlakte en hebben een ander onderkomen uitgekozen, maar eenmaal in Ella aangekomen, biedt Suresh ons een taxirit naar Lizzie’s Villa aan en mocht het ons daar niet bevallen zijn de taxikosten voor hem. Deal!!! Lizzie’s Villa bevalt echter goed. Schoon en warm water; who wants more. Het charmante huis ligt in een rommelige tuin en het enigste nadeel zou zijn dat je hier vanaf geen uitzicht hebt over Ella’s Gap. Suresh’s moeder is even vriendelijk als de zoon en bereid ons ook een heerlijke curry. De eerste lekkere eigenlijk. Maar misschien danken wij dat aan het feit dat Sunil er nu niet voor ons is om de koks mede te delen dat ze wat voorzichtig met de kruiden moeten zijn voor die buitenlanders. Hadden wij tot nu toe geen hoge pet op van die befaamde curries; deze zijn lekker. En gezond; weinig vlees en veel groente en vooral de chupatti’s gaan erin als koek. Lizzie’s Villa ligt een beetje op een heuvel, vijf minuten lopen boven Ella. Daarbeneden heeft Suresh een internetcafé; beter gezegd een internetbarak. Onder folie door, een ladder af en over de hopen stenen komen wij bij de computer. Maar hij is dan ook bezig zijn zaak uit te breiden en binnenkort is het hier een echt internetcafé, waar zelfs wat kleine versnaperingen gegeten kunnen worden. Die zullen dan wel boven klaargemaakt worden, want er blijkt een pad rechtstreeks van Lizzie’s Villa naar het internetcafé te lopen.

Na nog even een stukje bergafwaarts gelopen te hebben om toch een blik te kunnen werpen op Ella’s Gap lopen we terug naar ‘huis’ en gaan vroeg onder de wol. Morgen hebben wij namelijk een fikse wandeling voor de boeg; Ella’s Rock!!!

horizontal rule

Na het ontbijt trekken wij de bergschoenen maar weer eens aan en gaan – gewapend met een routebeschrijving van Suresh – op weg richting Ella’s Rock. Het eerste deel is makkelijk te vinden en te volgen; de spoorbaan. Sowieso in vele landen gebruikt als weg bij gebrek aan een fatsoenlijke infrastructuur. Ze zijn vandaag ook bezig de spoorbaan te controleren. Een man met een flinke hamer loopt achter ons aan en geeft hier en daar een flinke ram tegen een losgekomen bout. Volgens Chris is ook zeker nodig, maar wij zijn gisteren toch goed aangekomen en je moet wel bedenken dat deze spoorlijn nog in de tijd van de Engelsen is aangelegd.

Op een gegeven moment moeten wij de spoorlijn verlaten en linksaf de dijk af. Maar ons is helaas niet helemaal duidelijk waar precies en zijn zo onverstandig het te vragen. Dit lijkt natuurlijk niet onverstandig, maar nu legt een van de spoorwegarbeiders zijn gereedschap doodgemoedereerd en meent ons helemaal naar de top van Ella’s Rock te moeten vergezellen. Ondanks al onze vriendelijke verzoeken ons verder maar alleen aan te laten modderen, blijft hij ons vergezellen. En dat terwijl wij door Suresh gewaarschuwd zijn niet met iemand mee te lopen, want ze willen de mensen nog wel eens een verkeerde weg wijzen. Maar wij gaan steeds bergopwaarts en hebben de top al in het vizier, dus erg fout kan nooit. Het tempo ligt weliswaar laag zodat dat het nog een tijdje kan duren, maar het is dan ook behoorlijk warm zo in het zonnetje. Wel een verademing na al die regen van eergisteren. Maar door die regen is het hier waarschijnlijk zo onwaarschijnlijk groen. We lopen nu dwars door de theeplantages die wij gisteren al overal langs het spoor zagen liggen. We zien alleen niemand plukken, maar die zijn allemaal wat verstandiger dan wij en houden – nu midden op de dag in de gloepende zon – een verstandige middagpauze in de schaduw van de bomen.  Wij komen op een gegeven moment ook in de schaduw van de bomen terecht, maar dan zijn we ook al bijna op de top van Ella’s Rock en worden beloond met schitterende vergezichten over Ella’s Gap en het ons omringende berglandschap. Bij helder weer zou je vanaf hier de zee moeten zien liggen, maar dat is nu niet het geval. Morgen rijden wij door die vallei verder richting het zuiden; richting zee en strand.

Boven aangekomen, vlijen wij ons heerlijk neer in het zonnetje en gaan eens proeven van die enorme vruchten die Suresh moeder ons uit eigen tuin heeft meegegeven. Wij denken een kruising tussen een sinaasappel en een grapefruit. Ook hebben we nog wat overheerlijke maracuja’s die nu toch wel echt opmoeten, maar waar wij geen moeite mee hebben. Na een fooitje verlaat onze gids ons en gaat waarschijnlijk weer aan het werk. Zou een spoorwegarbeider in Nederland eens moeten doen. Alhoewel het onwaarschijnlijk is dat hij tijdens zijn werk langs het spoor toeristen tegenkomt. Of de kwaliteit van het Nederlandse spoor moet nog echt veel verder achteruit gaan!!!!

Wij kunnen hier niet eeuwig blijven zitten, dus beginnen langzaampjes aan de weg terug. Die zou niet moeilijk moeten zijn; wij zien de spoorlijn liggen en moeten alleen maar bergafwaarts. Maar wij verdwalen behoorlijk en zo duurt het nog een hele tijd voordat wij weer op het juiste punt teruggekeerd zijn. Maar wat geeft het; het is nog vroeg genoeg, het zonnetje schijnt en als de nood aan de man komt kunnen we altijd nog theeblaadjes eten.

Moe maar voldaan komen wij weer bij Lizzie’s Villa, waar wij ons best thuis voelen. Suresh komt met zijn zoontje gezellig bij ons zitten kletsen en ik heb al uitgebreid staan politieken met zijn moeder. Alleen zijn zus is erg verlegen, maar die blijkt dan ook ziek te zien. Hetgeen eigenlijk ook wel te zien is aan de enorme wallen onder haar ogen. Ik ben vergeten wat haar mankeert, alhoewel haar moeder dat wel verteld heeft en ook dat zij ter behandeling regelmatig ayurveda geneesmiddelen koopt en naar een nabijgelegen kliniek gaat. Waar wij vanavond dus ook heengaan voor een behandeling van onze moeie voetjes en gewoon voor de lekkerte. Deze kliniek is duidelijk niet zo op de toeristen gericht als de vorige, maar de behandeling is dezelfde. Heerlijk dus en nu weten we dat we naderhand niet moeten gaan douchen en is het ook al avond, dus hoeven we niet zo lang vettig rond te lopen. Leo had trouwens de vorige keer ook wel baat bij de massage; zij knie ging een stuk beter. Hopelijk gebeurt dat nu weer.

Die avond zijn we weer verwend met een lekkere curry en hebben in het schemerlicht nog gezellig zitten te kletsen met Suresh, die ons vraagt hoe wij het hier vinden. Wij vermelden daarom maar even het ontbreken van warm water. Hetgeen snel verholpen is als de boiler aangezet wordt. Zo buiten het seizoen staat deze meestal uit, omdat zij niet zo vaak gasten hebben. Dus hadden wij eerder onze mond opengegaan, hadden wij gisteren ook met warm water kunnen douchen. In de Planet staat Lizzie’s Villa minder goed aangeschreven en volgens Suresh komt dat onder andere omdat je vanaf hier geen uitzicht hebt over Ella’s Gap. Maar dat vinden wij eigenlijk geen gebrek. Je logeert hier in een gezellige tuin, ligt tussen schone lakens en krijgt lekker eten. Vanmorgen hadden wij zelfs heerlijke avocado’s bij het ontbijt, omdat wij ons gisteren per ongeluk lieten ontvallen die lekker te vinden. Als wij morgen weer verder gaan, hopen wij weer zo goed terecht te komen. Suresh heeft al een adres meegegeven: de Blue Horizon.

Wij willen morgen graag met de bus verder. Hij denkt dat dit moeilijk wordt en de bus al volzit als hij in Ella arriveert, maar hij zal morgenvroeg een belletje voor ons plegen en anders een taxi voor ons arrangeren. Maar eerst nog een nachtje slapen.

horizontal rule

De bus zit inderdaad vol en zoveel komen er hier überhaupt niet langs. Helaas is de bevriende taxi al onderweg dus regelt hij iemand anders voor ons en verder gaan we weer. Onze bestemming vandaag is Tangalle; om eens lekker te kunnen zwemmen en relaxen, maar voor we daar zijn is het nog een lange rit door het zuidelijke laagland van Sri Lanka. Een warm zuidelijk laagland. Dit merken we goed als we onderweg stoppen voor ‘curd en honey’ Curd is een soort yoghurt en de honey is ‘kitul’; siroop gemaakt van een soort palmboom. Een heerlijke combinatie. De schaaltjes waarin de ‘curd’ gemaakt en geserveerd worden, zagen wij al overal langs de weg. Als de yoghurt opgegeten is, worden zij voor allerlei doeleinden gebruikt. Zij stapelen ze op en maken er decoratieve muurtjes van. Deze stop gebruik ik ook even als een sanitaire en kan niet nalaten de rest erbij te roepen om een blik op het toilet te werpen. Leendert komt met een twijfelachtig gezicht aanzetten en verwacht het ergste. Maar hij moet net als ik uitgebreid glimlachen als wij de spierwitte konijnen zien die hiernaartoe gevlucht zijn voor de bijna moordende hitte buiten.

In Tangalle aangekomen hebben wij wat pech; het Blue Horizon guesthouse wat Suresh ons aangeraden heeft zit vol en een ander door ons uitgekozen guesthouse is nog niet geopend. Verder zien wij niet echt iets naar onze gading, maar we hebben ook nog een adresje gekregen van Sunil dus gaan we het daar maar eens proberen. Daarvoor moeten we westelijk langs de kust richting Mawella rijden. De Manahara Beach Cabañas liggen tussen de bomen verspreid op een steenworp van de Indische Oceaan. Wij vrezen hier de enigste gasten te zijn en vinden de prijs eigenlijk ook wat hoog. Dan krijg ik ineens een inval en zeg dat Sunil ons dit adres gegeven heeft. Dit blijkt magisch te werken en zo nemen wij even later toch onze intrek in twee cabañas voor een nu zeer redelijke prijs. En eerlijk gezegd hebben wij ook geen fut meer verder te zoeken en lokt het zwembad en het strand. En wat een schitterend strand. Wauw!!! Goudgeel zand, vissers die hun netten het strand optrekken en geen toeristen.

Maar eerst parkeren wij ons rond het zwembad en laten wat verfrissende fruitsapjes aanrukken en voelen ons heerlijk decadent. Als we weer helemaal fris en fruitig zijn besluiten we tot een strandwandeling. De netten zijn intussen opgeruimd en een eenzame vissersboot wordt het strand opgetrokken. Bij iedere golf een stukje verder, maar de boot ligt nog niet ver genoeg van zee en Geert, Leendert en Leo besluiten met vereende krachten te helpen. Alhoewel Leendert volgens mij alleen voor de show staat te duwen. Er is ons gewaarschuwd niet verder dan tot ons middel in het water te gaan vanwege verraderlijke onderstromingen. En inderdaad als je het zand loslaat, heb je moeite overeind te blijven. Dus zijn we niet aan het zwemmen maar aan het stoeien met de golven. Erg vermoeiend en het wekt ook de eetlust op.

Wordt ik morgen geen 40 jaar????

horizontal rule

24 oktober 2002

Blijkbaar hebben ze de bediening ingelicht over mijn verjaardag, want we krijgen de volgende morgen verse kokosnoot, versierd met bloemen, op ons balkonnetje. En inderdaad, vandaag wordt ik veertig jaar. Maar we zitten zo ver weg van Nederland, dat dat niemand opvalt! Leen, Chris en ik gaan met een tuk tuk naar Tangalle, om iets leuks te regelen voor het eten vanavond en misschien krijg ik ook wel een kadootje. Tangalle is niet erg indrukwekkend en we vinden dan ook geen kadootje. De meeste indruk maakt op ons nog die enorme varaan onder de brug. De bevolking gebruikt de rivier namelijk als openbare vuilstortplaats en zo is het onder de brug een enorm zootje. Een enorme volgevreten varaan heeft deze gemakkelijke voederplaats waarschijnlijk al een hele tijd geleden ontdekt. En ligt nu dik en voldaan bovenop al dat afval te wachten op een volgend maaltje. Deze kolos zouden wij niet graag in het donker tegenkomen; hij doet ons qua omvang zelfs denken aan een Komodo-varaan.

Wij slenteren wat rond in het dorp en proberen ook bij zee te komen. En opeens zie ik een bordje met daarop ‘Maheshika’. Staat dit restaurantje niet in de Planet. We gaan op onderzoek en komen uit bij een simpele strandhut met een paar tafeltjes. Een blik in de Planet leert mij dat Maheshika hierin goed aangeschreven staat, alhoewel restaurant teveel gezegd is. Maar ze spreken dan ook over een ‘ beachhut’ en meer is het ook niet. Er zit hier een Amerikaans echtpaar met baby te ontbijten en te aan hen te horen zitten zij te genieten. Wij bestellen een glas lassi en hebben gelijk genoeg vitaminen binnen voor de komende twee weken. Heerlijk, zo lusten wij er nog wel een en maken gelijk van de gelegenheid gebruik voor vanavond een tafeltje te reserveren. Nu zal dat reserveren niet echt nodig zijn, maar ik heb het idee dat als we hier vanavond onverwacht op zouden komen dagen mijn zijn vijven, wij wel eens de hond in de pot zouden kunnen vinden. En inderdaad vertelt de eigenaar dat hij nog moet inkopen voor vanavond, dus bestellen we kreeft, garnalen en de door hem aanbevolen baracuda. Nu is het in deze moderne tijd niet verstandig veel rifvis te eten, maar baracuda staat bij ons niet vaak op het menu en we willen het ook wel eens proberen. En Chris hoeft gelukkig geen kip!!!

Boven ons hoofd ontdekken wij een klein, maar zeer nieuwsgierig eekhoorntje. Als ik hem probeer te lokken met wat brood, komt hij dat inderdaad uit mijn handen pakken. Als hij vanavond maar van onze kreeften blijft.

Leo en ik nemen een tuk tuk terug naar onze cabañas en Leen en Chris zeggen ons te volgen. Nu hebben wij op de heenweg toch opgelet waar wij uit moesten stappen, maar op de een of andere manier laten wij ons toch te vroeg afzetten, zodat wij enigszins verdwalen. Gelukkig lopen we hier onder de bomen en horen we ergens in de verte de zee, dus slenteren we gewoon op ons gemak richting strand en oriënteren ons daar wel. En een strandwandeling is nooit weg, vooral als het strand zo schitterend en eenzaam is als hier. Geert heeft ondertussen waarschijnlijk alleen een beetje in de ruimte liggen staren en liggen peinzen over zijn komende job. Want voor de eerste keer de oceaan over als verantwoordelijke kapitein is toch niet niets.

De rest van de dag brengen wij heerlijk lui door op het strand en met het kijken naar de puppies. Want onder diverse cabañas liggen moeders met jonge puppies. Hele jonge puppies zelfs. Of ze het allemaal overleven, maar tot dan toe liggen ze in ieder geval droog. En even buiten het hek kom ik twee al wat oudere puppies tegen, die behoren aan het meisje dat daar woont en heel verlegen komt kijken als ik met de hondjes sta te spelen.

Wij hebben vanmiddag al geregeld dat twee tuk tuks ons op komen halen om ons weer naar Tangalle te brengen. Is dat wel safe met die dingen in het donker rondcrossen? Leuk is het in ieder geval wel. Voordat we ons gaan wijden aan de kreeft en Co duiken wij nog even een internetcafé in om even te checken of er nog mensen aan mijn verjaardag hebben gedacht. En inderdaad; ver weg maar niet vergeten.

De beachhut heeft geen elektriciteit en dus zitten wij bij het licht van een paar olielampen te genieten van het meest aparte verjaardagsmaal. Zand tussen je tenen, de ruisende zee op de achtergrond en zijn schatten op tafel.

horizontal rule

De volgende morgen vertrekken wij na het ontbijt richting onze volgende bestemming; Mirissa. Wij hadden zelf voor vervoer willen zorgen, maar de eigenaar van de cabañas bood ook een busje aan voor een redelijke prijs. Alleen het busje is minder redelijk, blijkt achteraf.

Er moeten namelijk flappen getapt worden en daartoe stoppen wij bij een bank in de stad Matara. Het is hier een drukte van belang, want de president komt hier vanmiddag op bezoek. De drukte is natuurlijk niet alleen te wijten aan alle belangstellenden, maar ook de veiligheidsmaatregelen zijn enorm. Links zien wij op een gegeven moment ook nog een enorm fort, gebouwd door de Nederlanders. Maar aangezien wij nog van plan zijn Galle te bezoeken, slaan wij een bezoekje aan dit fort over en is onze eerste stop dus de eerdergenoemde bank. Het is vandaag behoorlijk heet, dus vind ik het niet helemaal erg dat het omwisselen van de cheques enige tijd in beslag neemt. Chris komt ook binnen en zegt dat ik niet zenuwachtig hoef te worden, want we kunnen toch niet verder. De auto wil niet meer starten. Volgens de chauffeur is er een of andere zekering kapot en hij was al onderweg om een andere te zoeken. Als hij terugkomt, verzekert hij ons dat er een monteur onderweg is om de zekering te vervangen. Hoogstens tien minuten, vertelt hij ons om de tien minuten. Op een gegeven moment zijn wij het echter zat; we staan in de blakende zon te wachten en er is in geen velden of wegen een monteur te bekennen. En wie zegt dat het euvel met het vervangen van die zekering verholpen is. “Wij zoeken zelf wel vervoer voor de rest van de rit,” zeggen wij hem, waarop hij ons vraagt nog eventjes te wachten. Maar dat eventjes duurt weer erg lang en uiteindelijk houden wij gewoon twee tuk tuk’s aan, sleuren onze tassen uit de bus en laten een verbouwereerde man achter.

Voordat we in de tuk tuks gestapt zijn, hebben we wel even afgesproken waar wij in Mirissa uit zullen stappen. Wij hebben onze keus laten vallen op Girigala Village en dat blijkt achteraf een goede keus. Want achter een onuitnodigende muur ligt een heerlijk rustige tuin met een stuk of twintig gastenkamers. De bedden zijn niet je van het – hetgeen wij onderhand wel gewend zijn – en Leendert komt weer ettelijke centimeters tekort, maar voor de rest is het hier goed vertoeven. Zeker met de Indische oceaan voor je neus en wat heerlijke hangmatten tussen de palmbomen. En al gauw komen wij erachter dat ze er in de keuken ook heel wat van bakken, dus dat bespaard ons ’s-avonds een zoektocht naar iets anders. Kunnen de drie heren nog lekker lui zijn voordat ze over een paar dagen weer naar Nederland moeten vertrekken.

Ook hier is het strand weer schitterend en heerlijk rustig. Alhoewel dat van de golven niet gezegd kan worden. Maar dat komt goed uit, want helemaal aan de andere eind van het strand leven wat moderne hippies zich helemaal uit. Ook komen wij op het strand de Nederlanders van de treinreis weer tegen. Ook zij moeten bijna naar huis en doen lekker niets!!!

Er hangt hier sowieso een heerlijk relaxed sfeertje; eigenlijk tijd voor die snoepjes die Geert gekocht heeft, maar op de een of andere manier worden die vergeten. Je zou alleen van die schitterende zonsondergang al high kunnen worden of gewoon zitten op het strand. Ook de plaatselijke bevolking maakt van de koelte van de avond gebruik om een strandwandeling te maken en zo komen gehele gezinnen – van oma tot baby – bij ons voorbij slenteren. Als de zon dan toch echt helemaal weg is, nemen wij nog een flinke arak op ons terrasje, gaan heerlijk eten en duiken in bed.

horizontal rule

Helemaal relaxen is er niet bij deze laatste dagen, want we hebben nog een bezoek aan Galle op ons programma staan. Wij informeren naar de rijtijden van de bus, maar die zijn variabel. Dus is het gewoon zaak een bus aan de houden en dan maar hopen dat er plaats genoeg is voor vijf man. Wij zijn al diverse kamikazepiloten tegengekomen op dit eiland en nu kunnen wij zelf eens meerijden. Als je tenminste bijtijds instapt, want zogauw de laatste teen het asfalt verlaten heeft, wordt het gas weer vol ingetrapt. We komen echter veilig aan in Galle, alhoewel Chris wel aan de conducteur meent te moeten vragen of die chauffeur denkt dat hij Nicky Lauda is. Als ik dan opmerk dat hij stil moet houden, want anders worden we nog de bus uitgegooid, is het antwoord dat dat misschien helemaal niet verkeerd zou zijn voor onze gezondheid.

De grote attractie van Galle is het Nederlandse fort. Dit fort is in 1663 gebouwd, nadat de Nederlanders bijna alle Portugese bouwwerken met de grond gelijk hadden gemaakt. In 1796 kwam Galle in Britse handen en gelukkig vonden zij het niet nodig de bouwwerken van hun voorgangers te vernietigen, zodat je nu nog een mooie wandeling kunt maken over de wallen van dit enorme fort. De letters VOC kom je overal tegen en bij een bezoekje aan een oud – hevig aan restauratie toe zijnd – kerkje, komen wij op de grafstenen allerlei Nederlandsche namen tegen. Echt Engels daarentegen is het Rampart hotel, waar wij op een enorme veranda de zoveelste club sandwich van deze vakantie verorberen. Leendert is nog steeds op zoek naar een mooie ring en slaagt uiteindelijk, maar wel als laatste. Want ook wij hebben allemaal de portemonnee getrokken en zijn weer wat juwelen verder, alhoewel die lieve Leo alleen spulletjes voor anderen koopt en ik natuurlijk nog wat tegoed had voor mijn verjaardag en ook nog geen lepeltje had. Leendert zijn ring moet nog wat vergroot worden, dus die brengen ze morgen naar Mirissa (hopen we dan)!!!

Het is hier heerlijk wandelen in Galle en zo kunnen we weer wat moed bijeenlopen voor de busrit terug naar Mirissa. Bij het busstation is het een drukte en gekrioel van jewelste. Welke bus moeten wij nu is hemelsnaam hebben??? En daar komt nog bij; ze zitten allemaal bomvol. Uiteindelijk worden wij verwezen naar een bus die naast het station staat en helemaal leeg is!!! We stappen wat aarzelend in wachten af op wat er gebeuren gaat. Uiteindelijk stapt de chauffeur in en rijdt alsnog naar een van de haltes bij het busstation, met dit voordeel dat wij nu al zitten en niet hoeven te dringen voor een plaatsje. Zo’n busritje is – naast bloedstollend – ook interessant. Allerlei mensen die niet meerijden stappen in en uit; om wat lekkers te eten of te drinken te verkopen; om loten te verkopen of om geld te vragen voor een of ander goed doel. Zo wordt het nooit saai.  Weer ‘thuis’ genieten wij weer van een mooie zonsondergang en een heerlijke maaltijd.

horizontal rule

De volgende dag is de laatste rustdag voor Leen, Leo en Geert, want morgen moeten zij terug richting Colombo om ’s-avonds op het vliegtuig richting Amsterdam te stappen. Zij hebben besloten met de trein te gaan en wij hebben besloten terug te rijden richting het Yala National Park.

Maar eerst nog een dagje Mirissa! Leen en Geert besluiten gewoon helemaal niets te doen, maar Leo, Chris en ik besluiten nog een slangenfarm te bezoeken. De rit alleen al is de moeite waard en de slangenfarm achteraf ook. Wij komen namelijk aan bij een duister schuurtje met nog meer duistere bakken. Zitten daar de slangen in; we zien niets!!! Maar de slangenman – een klein, gerimpeld mannetje met een abominabel gebit – opent de bakken een voor een en haalt de ene giftige slang na de andere tevoorschijn. Gelukkig waren de degenen die bij mij in de handen gestopt werden niet giftig. Je hebt altijd het idee dat een slang vies en glibberig is, maar hij voelt glad en koel. Maar dat vieze en glibberige hangt natuurlijk samen met het beeld dat wij van slangen hebben en dat is meestal niet best. Nu is dit niet geheel ongegrond, want wij horen dat er toch zo gemiddeld 10 tot 20 mensen per dag in deze kliniek verschijnen met een slangenbeet en volgens hem sterft er op het eiland iedere week toch wel iemand aan een slangenbeet. Zij melken de slangen hier en doen onderzoek naar tegengif. De meeste indruk maakt die verschrikkelijk boze cobra op ons, die al lag te sissen in zijn kooi. Wat een chagrijnige slang, maar misschien zouden wij dat ook worden als wij iedere keer ten behoeve van bezoekers uit onze kooi gehaald zouden worden. Wij deinzen iedere keer verschrikt achteruit als de cobra onze richting uit komt, maar de slangendokter is niet onder de indruk. Al met al een interessant bezoekje en zeker ook de moeite waard vanwege met mooie autoritje ernaartoe.

De terugweg duurt wat langer, want Leo heeft last van zijn oor en onze chauffeur zoekt voor hem een dokter op. Deze constateert een ontsteking en er wordt Leo penicilline voorgeschreven. Het consult en de medicijnen zijn belachelijk goedkoop; voor onze begrippen wel te verstaan. De rest van de dag hebben we gewoon heerlijk geluierd, gestoeid met de Indische Oceaan en ’s avonds maar weer wat kreeft en garnalen gegeten.

Voor Leen, Leo en Geert is het nog maar een nachtje slapen voordat zij morgenavond weer met het vliegtuig terug naar huis moeten. Er wordt voor ons naar het station in Matara gebeld en wij spreken af dat we morgen rond 8 uur vertrekken. De ‘jongens’ gaan dan met de trein naar Colombo en wij gaan met de bus terug in de richting van het Yala National Park om via de bergen volgende week ook in Colombo te eindigen.

horizontal rule

Na het ontbijt de volgende morgen stappen wij een beetje treuzelend het busje in op weg naar trein en bus. Halverwege de rit krijgt onze begeleider het ineens warm, want na een gesprekje met de chauffeur blijkt de trein richting Colombo eerder te vertrekken dan gedacht. Dus dat wordt haasten, hetgeen niet al te gemakkelijk gaat als je middenin een verkeersopstopping terecht komt. Eindelijk bij het station aangekomen begint hij gelijk met allerlei tassen te sleuren en vliegen Geert en Leen richting loket om kaartjes te kopen. “Ho, ho!! Dat is mijn tas; die moet in het busje blijven.” De trein staat al klaar op het station; hij staat echter niet tegen het perron aan, maar op het andere spoor. Dus dat is vlug smak, smak; tassen op de rug; van het perron afspringen en de trein in. Een beetje beduusd kruipen wij de bus weer in. Tijd om fatsoenlijk afscheid te nemen of het op film vast te leggen was er niet; en daarbij komt nog dat Geert vanuit Nederland weer gelijk naar Spanje vertrekt voor de reis naar de Cariben met het zeilschip van Broos. (Weken later moeten wij erg lachen over dit overhaaste afscheid, want terwijl wij enige tijd later al in de bus richting het oosten zaten te hobbelen, hebben zij minstens nog een uur in een stilstaande trein gezeten. Uiteindelijk kwam er enige beweging in en reed de trein achteruit het station uit om weer terug het station in te rijden; nu wel tegen het perron aan. Dus al die haast was nergens goed voor geweest!!!!)

Het enigste voordeel is achteraf misschien het feit dat wij tweeën nu bijna gelijk een bus te pakken hadden. En zo beginnen wij aan een drie uur durende busrit terug in de richting van Mirissa en Mawella met als eindbestemming Tissamaharama of kortweg Tissa. Wij zijn inmiddels al gewend aan de rijstijl hier, dus liggen niet meer wakker van een gevaarlijke inhaalmanoeuvre meer of minder en zitten derhalve heerlijk ontspannen een beetje te doezelen en de Planet uit te pluizen om onze resterende week op dit eiland zo goed mogelijk in te delen.

Ook kiezen wij onze verblijfplaats in Tissa uit; het Tissa Guest House. Helaas blijkt bij aankomst in Tissa dat dit guest house niet meer open is. Dus kiezen wij een andere bestemming uit en hijsen onze loodzware rugzakken op de rug (waar anders!) en beginnen aan een hete, lange wandeling. Af en toe vragen wij de weg en worden met wat vage armgebaren nog wat verder gestuurd, totdat ik er de brui aangeef en Chris mededeel geen stap meer te willen zetten! We hadden nu al lang en breed achter een koele limo moeten zitten, volgens mij zijn we op zoek naar een niet bestaande locatie. We zijn gestopt bij een winkeltje en vragen nogmaals de weg en volgens hen zijn we inderdaad op weg naar die niet bestaande locatie. Gelukkig stopt er een tuk tuk en in overleg met diverse mensen brengt hij ons naar Deberawewa. Dit is een dorpje in de buurt, waar wij eindigen in het Regina Holiday Home. Heel groen en rustig gelegen in de bossen. Wij hebben een comfortabele kamer met balkon en zitten dan eindelijk toch achter onze koele limonade (of was het hete thee?).

Wij willen morgen een jeepsafari maken door het Yala National Park en gelukkig heeft Regina een neefje dat zulke tochten onderneemt. Deze neef wordt gebeld en wij spreken af dat hij ons de volgende morgen om 5 uur hier komt ophalen. Dat wordt vroeg onder de veren vanavond. Maar voorlopig is het nu nog lekker vroeg dus gaan wij een wandeling maken, ondanks de dreigende wolken in de verte. Het is hier heerlijk rustig en landelijk, maar helaas ontwikkelen de eerdergenoemde wolken zich tot een regenbui en snellen wij terug naar Regina’s. Daar liggen we lekker te lezen en luieren op bed totdat het etenstijd is. Lekkere gebakken vis. Wel een beetje eenzaam zo met zijn tweetjes!!!!!

horizontal rule

Om half vier gaat de wekker; opstaan. Regina zorgt voor een lekker ontbijt en voor een lunchpakketje. Behalve wij drieën zijn er ook al honderden insecten aan het rondfladderen rond de lampen. Het kost moeite om ze uit de thee en van het brood te houden. Om half vijf arriveert de jeep, die wij gisteren al goed onder de loep genomen hadden. Want er werd gewaarschuwd voor voertuigen die na een paar luttele kilometers de geest gaven of waarvan het geluid van de motor al het wild binnen een straal van een paar kilometer zou verjagen. Maar ons voertuig werd door ons goedgekeurd en zijn wij nu op weg naar Yala West National Park. Een luipaard zullen we wel niet spotten, maar nog een olifantje zou niet verkeerd zijn.

Uiteindelijk rijden wij met 5 man in de jeep Yala binnen; onze gids, de chauffeur en een ranger van het park en vooral aan die laatste blijken we veel te hebben. Yala is een schitterend gebied (maar was heel Sri Lanka al niet mooi!!!) met een overvloed aan wild. Bijna continu zie je herten, zwijnen of pauwen. Verder zien we nog schitterende vogels, drie soorten arenden, krokodillen, vreemde insecten en uiteindelijk 3 olifanten. De gehele morgen werden de diverse uitwerpselen van deze dikhuiden geanalyseerd; deze zijn oud, deze zijn vers en verwachtten wij al niet meer er nog een te zien. En vonden dat overigens in het geheel ook niet meer nodig, gezien de grootte aantallen andere dieren die wij zagen.

Tussen de middag maken wij een kleine wandeling een van die mooie rotsen op. Volgens de ranger mag dat officieel niet, maar hij maakt een uitzondering!!! Vanaf de top van de heuvel hebben wij een schitterend uitzicht over Yala en waar we ook kijken zien we niets dan groen met in de verte de zee. Daar gaan we ook nog naartoe, wordt ons verteld. En inderdaad stoppen we een hele tijd later aan de kust en zien we een dorpje liggen. Ons wordt verteld dat dit geen permanent dorp is, maar dat alleen wanneer het kreeftentijd is de vissers hier wonen. Permanente bewoning is niet toegestaan in dit park. En inderdaad zien wij kisten vol kreeften, klaar om vervoerd te worden. Wij lopen een eindje voorbij het dorpje, natuurlijk weer een heuvel op om van het zoveelste schitterende uitzicht te genieten. Zoals ik al zei; ’s middags zien wij dan eindelijk olifanten. Drie om precies te zien. Niet dat ze nu keurig voor ons op de weg staan te poseren, maar eentje is er zo vriendelijk zich niet helemaal in het groen te verstoppen. Al met al een schitterende dag, die ook geslaagd geweest zou zijn zonder die olifantjes.

Weer terug bij Regina spreken wij met de chauffeur af dat hij ons morgenvroeg bijtijds komt ophalen, zodat wij in Tissamaharama de bus kunnen nemen richting Nuwara Eliya.

horizontal rule

De bus vertrekt rond 8 uur, maar er gebeurt van alles en nog wat, maar geen auto om ons op te halen. Uiteindelijk brengt de man van Regina ons naar de bushalte. Daar aangekomen blijken wij de bus gelukkig nog niet gemist te hebben. Sterker nog, de bus naar Wellawaya – waar wij over moeten stappen – rijdt helemaal niet. Wat nu!!!!! Terwijl wij alternatieve plannen staan te overdenken, verbazen wij ons erover dat iedereen er zo keurig uitziet. Het heeft vanmorgen behoorlijk geregend en de straten liggen vol modderpoelen. Wij zien er na slechts een korte rondgang over het busstation al niet meer uit, maar alle broeken zitten nog strak in de vouw en zijn vooral smetteloos en ook alle sari zien er nog als nieuw uit!!!!

Naast ons staat een vrouw met kinderen waarvan wij meegekregen hebben dat zij ook richting de bergen moeten. Dus dat gezelschap houden wij goed in de gaten. Maar er wordt al door diverse mensen navraag gedaan en even later komt iemand ons vertellen dat er rond half tien een rechtstreekse bus naar Nuwara Eliya vertrekt. “Sure???” Een rechtstreekse bus??

En inderdaad zitten wij 5½ busuur later weer in de bergen. Een gedeelte van de route hebben we de andere kant op al gereden, maar dan in een gewone personenauto. Met de bus is het toch een heel ander verhaal over die smalle bergwegen te sjezen. Maar zoals ik al eerder zei zijn wij intussen al helemaal gewend aan de gevaarlijke rijstijl hier en de uitzichten zijn schitterend, dus maken we ons nergens druk over. Halverwege de rit – bij die waterval waar wij al die kostbare stenen gekocht hebben!!!! – stopt de bus en stapt iedereen uit. Is dit het eindpunt???? Nee, theepauze. Sommigen nemen ergens langs de weg plaats en verorberen hun meegenomen lunchpakket en heb je daar niet aan gedacht; we zijn gestopt bij een klein restaurantje. Maar op dit moment is een bezoek aan de w.c. een urgentere zaak! Weer terug in de bus wordt ons door onze voorbuurvrouw nog wat lekkers aangeboden. Wij hebben dat zelf niet durven kopen, maar proeven willen we wel. Hot, Hot!!!!

In Nuwara Eliya belanden we in een stinkend Country House. Volgens mij is deze kamer al jaren niet meer gelucht en ik vrees dan ook voor een goede nachtrust. Het eten is heel wat beter in een ook wat sjiekere entourage; het Glendower Hotel. We eten chinees vanavond, maar dat is wel eens lekker na al die curries.

horizontal rule

De nacht is inderdaad verschrikkelijk, dus verhuizen wij de volgende morgen naar het Glendower; gaan we eens een paar dagen sjieke doen. Eerst zijn we nog naar Hotel Tree of Life gelopen, omdat bij dat hotel een Aryuveda centrum gevestigd is. Het centrum blijkt dicht en wij zijn de enigste gasten, anders had dit ook een leuke plaats geweest. Maar het Glendower heeft dezelfde Engelse charme met zware houten meubelen en een heuse biljartkamer.

Ik heb niet veel zin meer om de een of andere hoge pukkel te gaan beklimmen dus lopen wij naar het enorme meer dat zich een beetje buiten de stad bevindt en gaan wij nog een stukje heuvel op totdat wij weer tussen de theestruiken staan. Nuwara Eliya was vroeger de wijkplaats van de Engelsen. Hier konden zij het warme klimaat op de vlaktes ontvluchten. Veel huizen zijn in Engelse stijl en er staat zelfs een heuse Engelse telefooncel in de stad. En natuurlijk ontbreekt de golfcourse niet met zijn enorme clubhuis.

Het weer is niet helemaal denderend, maar wij besluiten toch de bus te pakken richting botanische tuinen. Zijn wij in Kandy bíjna de tuin uitgeregend; hier zijn wij écht de tuin uitgeregend. In het begin miezerde het een beetje en konden wij nog profiteren van de bescherming van de bomen en vooral genieten. Was de tuin in Kandy al mooi; deze is schitterend. Kandy moest het vooral hebben van zijn apartheid, maar hier is de gehele aanleg gewoon schitterend. Maar helaas werd het miezeren gieten en veranderden de paden in modderstromen. Ergens in een paviljoen hebben wij een tijd staan schuilen, maar uiteindelijk hield ook dit dak het niet en zijn wij min of meer richting uitgang gerend, hopend dat de bus niet al te lang op zich laat wachten. Wij waren een beetje té optimistisch toen wij onze regenkleding al met Leendert  meegaven!!!! Zal die lachen….

Gelukkig komt de bus erg snel en nemen wij druipend plaats. In Nederland zou je niet durven gaan zitten met drijfnatte kleding, maar dit exemplaar is al erruug oud en kan wel wat hebben. Vanuit de openstaande deuren hebben wij een schitterend zicht op de weg die inmiddels ook veranderd is in een snelstromende rivier en soms komt het water bijna de bus binnen. Leuk om te zien, maar wij zitten toch te overdenken wat eerder uit deze natte bergen te vertrekken. Terwijl wij eigenlijk nog een tochtje richting de Horton Plains op het programma hebben staan.

Weer terug in het Glendower zijn onze kleren zo weer droog en krijgen wij een speciaal kacheltje om de bergschoenen vochtvrij te krijgen. Dat zal niet meevallen. Inmiddels is het natuurlijk weer gewoon droog en gaan wij richting stad om eens wat inkopen te doen, onze mail te bekijken en een leesboek te zoeken. Ze willen mij allemaal in een sari steken, maar ik ben op zoek naar een kaftan voor de moeders. Ik laat me wel in zo’n lap wikkelen, maar wanneer draag je zoiets ongemakkelijks?? Het zoeken naar een Engels boek is niet simpel. De enigste boeken die wij in eerste instantie vinden zijn schoolboekjes. Uiteindelijk vinden wij aan de andere kant van de stad een westers uitziende supermarkt, waar ze zowaar een ruime keuze aan Engelse romans hebben en vertrekken wij met Harry Potter en zijn vrienden.

Onderweg komen wij Asela tegen. Asela heeft een taxi en biedt ons zijn diensten aan. Nu we weer droog zijn en onze kleren ook, zien we de wereld weer van de zonnige kant en hebben besloten toch naar de Horton Plains te gaan, dus spreken wij af dat Asela ons morgenvroeg komt ophalen. Erg vroeg natuurlijk weer, maar het is tenslotte vakantie. De Horton Plains is een glooiende hoogvlakte zo’n 20 kilometer ten zuiden van Nuwara Eliya.

horizontal rule

Dit wordt een schitterend dagje, want het is sowieso al droog en met een beetje geluk is het zicht ‘aan het einde van de wereld’ ook helder. Dit einde van de wereld moet een indrukwekkende drop-off zijn van 700 meter, waarvandaan je een schitterend uitzicht hebt over het laagland van Sri Lanka. Ook moeten wij nog een waterval kunnen zien. Kortom; we hebben een schitterende wandeling voor de boeg over de Horton Plains.

Asela zet zich gemakkelijk in zijn auto en laat het zware werk aan ons over. Alhoewel; zwaar werk!!! Het is een heerlijk relaxte wandeling zonder klimmen en dalen door een schitterend landschap. Maar wij vinden het helemaal geen typisch landschap voor dit tropische eiland. Het doet ons meer aan Engeland of Ierland denken. Met dit verschil dat de temperatuur wel tropisch is, maar wij zijn vroeg vertrokken en dat scheelt.

Overal om ons heen horen en zien wij allerlei vogeltjes, maar op een gegeven moment hebben wij het idee voor de gek gehouden te worden. Wij horen tonen die verbazingwekkend veel lijken op de begintune van een liedje. Wij blijven stilstaan en wachten totdat er mensen achter de een of andere boom verschijnen, maar we zien niemand en gaan er uiteindelijk gewoon van uit dat het toch een vogel is.

De drop-off is inderdaad schitterend. Vaak heb je de pech niets te kunnen zien, omdat de wolken het vergezicht bederven, maar nu is het mooi helder en kunnen wij kilometers ver kijken. Terwijl wij echter ons ontbijtje zitten te verorberen komen de eerste wolken al aanzetten en zijn we vanmorgen toch niet voor niets weer vroeg uit de veren. De wolken komen vanaf de vlakte aanrollen en storten zich van de berg en al wordt het zicht derhalve steeds minder, is dit een toch schitterend.

World’s End ligt ongeveer op eenderde van de wandeling, dus hebben we nog een lekker stuk te gaan. Gezien de vele waterplassen die zich op het pad bevinden, heeft het ook hier gisteren behoorlijk geregend, maar wij hebben vandaag geluk. De vogels blijven ons op ons pad begeleiden en ook zien wij een vreemd uitziende hagedis. Een zeldzaam exemplaar begrijpen wij uit de folder, maar daarvan zijn wij ons niet bewust als wij het beestje fotograferen. Wij worden dan ook afgeleid door een heel nieuwsgierig eekhoorntje, dat ons al een tijdje volgt. Het beestje hoopt natuurlijk op wat lekkers, maar wij hebben niets eekhoornachtigs bij. Steeds weer lokken wij hem met lege handen en steeds weer komt hij nieuwsgierig aangerend om erachter te komen dat hij weer voor de gek gehouden wordt. Een ezel stoot zich misschien niet twee keer aan dezelfde steen, maar een eekhoorn wel. Het eekhoorntje woont trouwens in de buurt van de voornoemde waterval, die meer lawaai maakt dan dat hij spectaculair is. Maar toch is water eigenlijk altijd mooi.

 Voldaan voegen wij ons enkele uren later weer bij Asela, die voorstelt om ook nog een theeplantage te bezoeken. Waarom niet; tenslotte is thee een van de belangrijkste landbouwproducten van Sri Lanka. Dus bezoeken we de Pedro Tea Factory; een van de grootste theeplantages uit de buurt. Samen met een Duits stel krijgen wij een toer door de hele fabriek en we zien – behalve de pluk zelf – het hele proces. We blijven echter toch nog met een vraag zitten; in een bepaalde machine gaan de theeblaadjes er groen in en komen er bruin uit. “Hoe komt dat precies?” vragen wij onze gids, maar die blijft ons het antwoord schuldig. Met alle gegevens puzzelen we het zelf uit en komen tot de volgende conclusie; de thee wordt gekneusd en gaat dan ‘roesten’; het zogenaamde fermenteren. De toer is erg interessant en natuurlijk vertrekken wij niet zonder een paar pakjes thee als souvenir.  

Morgen is het alweer tijd om richting Colombo te vertrekken, maar dit betekent nog niet het einde van onze vakantie. Wij hebben nog een kort weekje Malediven voor de boeg en daar verheugen wij ons erg op. Wij willen eigenlijk met de trein naar Colombo, maar dat komt allemaal zo vervelend uit met de tijden dat we toch maar besluiten een auto met chauffeur te huren. Tijdens ons gebabbel met Asela hadden wij al gezegd dat we morgen richting Colombo moeten en natuurlijk biedt Asela aan ons daar naartoe te brengen. Wij hebben echter niet veel zin al die kilometers in deze jeep af te leggen; iets comfortabels zou heerlijk zijn. Zijn baas heeft echter ook nog andere auto’s, dus spreken wij een prijs af. Wij zijn er al achter gekomen dat de eigenaar van de auto’s met het meeste geld gaat strijken. We zijn inmiddels vergeten wat Asela per maand verdient, maar het viel Chris op dat hij – ondanks zijn schamele loon – toch geld overhad om aalmoezen te geven aan arme mensen. En om te gokken natuurlijk!! Daar zijn alle Sri Lankezen aan verslaafd; overal kom je lotenverkopers tegen en ook Chris koopt een paar lootjes die hij Asela geeft. Mocht hij een hoofdprijs winnen, dan horen we dat wel!!!!

horizontal rule

De volgende morgen staat tot onze grote verbazing Asela met dezelfde jeep van gisteren voor ons hotel. Toch geen andere auto?? Volgens hem vond zijn baas het veiliger om met deze auto op stap te gaan. In Colombo zijn relletjes geweest en nu zullen de wegcontroles wel weer strenger zijn. Volgens hem heeft deze groene jeep een enigszins militair uiterlijk en hebben we dan minder last. Inderdaad is er in Colombo een Hindoe aangereden door een Moslim of omgekeerd. Er braken relletjes uit en er is een avondklok ingesteld. Nu zijn we helemaal blij niet met de trein richting Colombo gegaan te zijn, want dan hadden we nog een paar uur in de stad moeten doorbrengen en nu rijden we direct naar het vliegveld. En we rijden op ons gemak met voldoende stops om nog wat te eten of te drinken. Asela heeft ons vanmorgen al gevraagd of hij een vriend mee mocht nemen, omdat hij het hele eind vanavond weer terug moet rijden en in het donker wat gezelschap heeft. Wij vonden het wel handig voor hem; twee chauffeurs, maar alleen Asela blijkt te rijden.

Onderweg hebben wij helemaal geen last van eventuele controles, maar op het vliegveld zijn wel veel militairen op de been. Maar na het afscheid van Asela zitten wij zo in the plane richting Male en hebben nergens last van. Hopelijk escaleert de situatie niet; Sri Lanka heeft de vrede hard nodig. Want het is een schitterend eiland met veel natuurlijke bronnen, die door de jarenlange strijd niet ten volle benut kunnen worden. Er zijn op dit moment vredesonderhandelingen gaande tussen de Tamil Tijgers en de regering. Hopelijk hebben die deze keer resultaat. Zoals overal is het ook hier een relatief kleine groep die het voor de rest verpest.

Maar laten we de politiek vergeten; wij zijn tenslotte onderweg naar de Malediven!

©2005 ms-cheyenne