Over jejenes, goud en watervallen
Hoogvliet – Madrid – Carácas
Wat hebben deze drie “wereldsteden gemeen?? Niets!
Behalve het feit dat 4 hoogvliegers en een rozendaler via Madrid naar Carácas vliegen voor drie weekjes afzien.
Meestal zijn we er in januari of februari al over eens wat onze vakantiebestemming wordt….. Nu hebben we de halve wereld afgezocht. Eerst gingen we zeilen in Thailand, maar (vooral ik) Chris en ik hadden zo onze twijfels; we kunnen geen meter zeilen en dan gelijk in onbekende wateren met een professionele boot te gaan ronddobberen? Eerst zeilles; dan zeilen!
Toen gingen we naar Tanzania, waarbij Geert gelijk begon te kwijlen over de Kili. In dit geval had Leo zo zijn twijfels: “Afrika met die rotzooi in Rwanda? Ik heb geen zin in een burgeroorlog terecht te komen.” Oké, wat nu? Kanoën in Vietnam, Reünion? Tijd om na te denken hadden we niet, want Leen en Leo zouden dit jaar graag vroeg op vakantie gaan. Vorig jaar zijn we niet weggeweest, dus de containers komen hen de óren uit ( en misschien ook nog wel ergens anders). En ook Chris en ik hebben ook weer aardig ons best gedaan. De vraag blijft echter; waar gaan we hene??
Leo had een lumineus idee; we schrijven ieder op een briefje vijf bestemmingen . De eerste plaats krijgt 5 punten, de tweede 4 etc. De plaats met de meeste punten wint. Dit grapje resulteerde in het feit dat wij nu in Madrid in hotel Alameda zitten voor een goed nachtje slaap alvorens wij morgen in the plane naar Carácas stappen.
Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de puntentelling niet helemaal klopte, omdat Geert 5 keer Venezuela op zijn lijstje had staan en dat Reünion op een gedeelte eerste plaats stond. Maar Venezuela is het geworden, ondanks jejenes, giftige slangen en sidderalen.
Alvorens te gaan slapen, besluiten we het Madrileense nachtleven in te duiken. We lopen een tijdje door stille straten met hier en daar een ongezellige bar. We zitten dan ook mijlenver van het centrum van de stad verwijderd. Toch ontdekken we een in onze ogen betere tent. Geert heeft van Ma 3000 Peseta’s meegekregen om eens lekker te brassen. Maar hoeveel bier kun je drinken voor 3000 Peseta’s?? We nemen het zekere voor het onzekere; flappen nog wat tappen en duiken Juliu’s Bar binnen. Ik geloof dat kijken wél mocht van Jolanda; in ieder geval gaf Geert zijn ogen goed te kost aan die geblondeerde Spaanse in dat korte rokje.
Als Chris en ik het ‘verstandige’besluit nemen te gaan slapen, is Geert nog niet weg te branden. Veel zullen ze echter niet meer krijgen voor 1500 Peseta’s. Of gaan ze nog bijtanken?
![]()
Zaterdag
Lekker uitslapen tot kwart voor acht en op ons gemakje ontbijten. Leo heeft volgens mij een minikatertje. Hij ziet er minder fris uit dan gisteren.
Alles gaat deze keer eens lekker snel; hup de bus in; even wachten op het vliegveld en dan verder. Op dit moment staat we op Tenerife bij te tanken. Zouden Ome Joep en Tante Bep nog staan te zwaaien?? Wat ons betreft mogen we wel weer vertrekken.
Heeft er iemand van ons wel eens sokjes in het vliegtuig gekregen? Nee! Wij wel. Volgens Geert wat het iets om voor je ogen te doen. Ik heb het geprobeerd, maar…..
Nog drie kwartier en dan landen we in Carácas en onze tassen hopelijk ook!!
Hotel Santiago, Macuto, Venezuela, Zuid Amerika
Kwart over zeven ’s avonds.
Na een uitgebreide douche voel ik mij weer mens. Zo’n dagje reizen gaat je niet in de koude kleren zitten; meer in de heel zweterige kleren!!!
Iberia krijgt van ons een tien met een griffel. Alles ging lekker snel, goed (maar te vaak) eten en al onze vreselijk zware rugzakken (nu moeten we tóch weer sjouwen) zijn ook gearriveerd.
Als nu ons Broncootje er ook nog staat??
Vanuit Nederland was min of meer geregeld dat ik met mijn creditcard de borg van de auto voor zou schieten. Ons limiet is echter niet hoog genoeg. Geert met zijn poenerige goldkaart mag het nu voorschieten. Wie heeft er nu het meeste geld? Of de meeste schuld! Afijn, het duurt een uurtje, maar dan is alles oké. De Bronco is een indrukwekkende auto met een prachtig geluidje. Volgens mij bijna nieuw, wat niet gezegd kan worden van het gros van de andere auto’s die hier rondrijden. APK-keuring? Nooit van gehoord!
Volgens verhalen moet Carácas de gevaarlijkste stad ter wereld zijn. We hebben daar toch niets verloren, dus rijden we richting Macuto. Een plaatsje aan de kust, zo’n half uurtje rijden. Volgens de boekjes zijn er wel verkeersregels in Venezuela, maar houdt niemand zich eraan. Hier geldt het recht van de sterkste. Wij blij dat we Geert zijn Fiatje niet ingepakt hebben en hebben gekozen voor een stoere Ford.
Ik heb al gauw door dat mijn halve week Spaanse cursus niet veel heeft uitgehaald. Zo gauw wij een woord Spaans gesproken hebben, begint er men vrolijk op los te ratelen. Een “no entiendo” verstaat men blijkbaar niet. Maar met een beetje “euhs” en “aahs” lukt het wel. In Macuto belanden wij dus in Hotel Santiago. Dit hotel heeft volgens ‘kit’ een leuk restaurant aan zee, waarheen wij ons na een zéér uitgebreide douche heen spoeden om een hapje (met de nadruk op je) te eten. Je kent ons!!! Chris neemt een veilige steak en Leo calamares fritto. Leen en ik nemen van alles en nog wat met knoflook en Geert probeerde de ‘pulpo’, hetgeen Leen en ik ook op ons bord aantreffen. Menig viesneus zou gegruweld hebben; tentakels, zuignappen, alles erop en eraan. Voor de duidelijkheid; ik heb het over inktvis.
Om 9 uur duiken wij het bed al in. Een beetje érg vroeg, maar we zitten allemaal als een gek te gapen. Het risico zit er nu wel in dat we voor dag en dauw wakker zijn!!!
![]()
Zondag
Voor dag en dauw en nog veel meer. Om 3 uur worden we al wakker. Chris en ik hebben maar liggen wachten tot het licht werd, maar de andere 3 waren niet zo geduldig en zaten om 5 uur al op het terras de Caraïbische zee te zien ontwaken. Ontbijten kunnen we echter pas om 8 uur, dus daar wachten we niet op. Bij een panaderia kopen we wat brood, ham en kaas en ergens anders een tros bananen. Picknicken!!!
Wat een vroege vogels die Venezolanen. Om halfacht waren ze al fanatiek aan het surfen. Alleen de golven waren niet zo fanatiek. We staan een beetje te rikraaien waarom men zo vroeg is. Misschien is het om 12 uur al een beetje érg heet!!!!
We willen vandaag in de buurt van Barçelona komen. We hebben 2 keuzes; langs de kust rijden of terug naar Carácas en via de “grote weg”. Een waarschuwing; de weg langs de kust is op onze beperkte kaart aangegeven door middel van een stippellijn. Toch maar langs de kust!! Een stippellijn volgen is toch veel avontuurlijker dan over de grote weg cruisen? Maar wat is nu de goede richting??? Verkeersborden zijn hier schaars en allerlei pijlen staan kris kras op de weg (althans in onze ogen). We rijden wat heen en weer, maar komen er niet echt uit. Een betere kaart is niet te krijgen, dus vragen dan maar. Weer héle verhalen, maar we begrijpen er wel uit dat we het er met ónze wagen wel op kunnen wagen. We blijken het weggetje op te moeten, waarvan wij dachten dat het een eigen weg of iets dergelijks was.
Dan begint het eerste deel van de Camel Trophy Race. Na een stevige klim zitten we binnen no time midden in de jungle. Enorme bomen, prachtige bloemen en vlinders. We rijden door rommelige dorpjes waar van alles en nog wat te koop is en waar de mensen duidelijk de afstammelingen zijn van de door de Spanjaarden geïmporteerde Afrikanen. Nadat zij er achter waren gekomen dat de indianen niet deugden als slaven (wie wel??) en ze gemakshalve gedecimeerd hadden. Ondanks het feit dat wij in het geheel géén turistas gezien hebben en dus écht opvallen tussen de aardbeien, kijkt niemand vreemd op bij het zien van die vijf bezwete Hollanders. Ik voel me hier veel verder van huis dan vier jaar geleden in bijvoorbeeld Maleisië. Vraag me echter niet waarom?? Zou het de taal zijn? Alhoewel Spaans toch stukken gemakkelijker is dan Indonesisch. Als men tenminste een stukje langzamer zou willen praten; ‘despacio por favor!’
Zes uur lang rijden we over het stippellijntje; asfalt, weg asfalt, asfalt. Wanneer hobbelen en knotsen we het minst? Stapvoets rijden of met veel gang? Het maakt geloof ik niets uit. Je eigen gewoon ontspannen en genieten van de omgeving (behalve mooi érg stoffig; iedere dag een bui is ook geen waar) en laat je eigen meenemen met al dat gehobbel.
Als we even stoppen voor een sanitaire stop omarmt de hitte ons als een dikke deken. Geen klamme hitte; maar een droge en gloepende. Wij blij dat we onze airco hebben.
Het stippellijntje heeft ons achteraf wel wat tijd gekost, maar het was gelijk een goede oefening voor eventueel nog veel slechtere wegen in de Gran Sabanne. Hopelijk regent het daar wel, want anders kunnen we de voettocht mooi vergeten. Laten we het maar afwachten, want wie weet balen we over 3 weken wel van iedere druppel die er valt!!!
Rond twee uur (inmiddels terechtgekomen op de ‘high waai’) beginnen we te neuzen naar een overnachtingsplekkie. Het liefst aan zee. Een groot uitnodigend bord met cabañas doet ons een hobbelige wel inrijden. Er zijn inderdaad cabañas, maar ze zijn vol. Ook in het volgende dorp; ‘nunca habitaçiones’. We geven de moed echter niet op en worden minder keuskeurig. Aan zee hoeven we niet persé meer te zitten, dus wordt het de snelweg in het dorpje Uchire. Lekker rustig; dan kunnen we de airco tenminste goed horen!!!!
Het is intussen al wat later dus schieten wij vlug een zwembroek aan (die van Leo staat je heel charmant Leen!) en rijden naar het strand. Dit betekent hier gewoon richting kust rijden, want er is hier bijna overal strand. Zo’n. 2600 kilometer lang. En inderdaad links en rechts, zover als we kunnen kijken; groene palmbomen, het goudgele strand en de witte branding. Zul je met iemand afgesproken hebben; “Ik zie je wel ergens op het strand!” Het water is niet écht koud, maar toch zeer verfrissend. Vlak boven ons hoofd zweeft een sierlijke fregatvogel. Hebben jullie al meeuwen gezien?? Nee, maar genoeg enorme pelikanen.
Na al het zand en zout weggespoeld te hebben, trekken wij het dorp in om een hapje te eten. Aangezien Leo ons geen deelgenoot maakt van het feit dat hij geen pizza lust, stappen wij een pizzeria binnen. Waar ze het ondanks de enorme windwaaiers klaargespeeld hebben de temperatuur binnen nóg hoger te doen laten oplopen dan buiten. Ook de afzuiger die ieder goed gesprek nagenoeg onmogelijk maakte, maakt de zaak er niet beter op. Maar, en dat moet gezegd worden, de pizza’s waren goed. Alleen aan die kaneel twijfel ik nog!
Het is nu geloof ik nog geen acht uur en Geert en ik liggen al uitgeteld op bed. De andere drie zijn nog een pintje pakken, maar beloofden het niet te laat te maken. Anders is morgen de dag zo kort!!!
Toch wel het toppunt; worden we in ‘the middle of nowhere’ door Venezolanen de weg gevraagd en dan weten we die nog ook!!!
![]()
Maandag
Om half zes worden we gewekt door Geert, wat voor mij overigens niet nodig was want ik lag al uren te woelen. Een mens kan niet zonder eten of drinken, maar hoe zit het zonder slaap??? In Uchire zelf is alles nog gesloten (logo!) dus rijden we richting Barçelona en ontbijten onderweg. Desayuno criolla; een stevige bodem voor vandaag. Alleen die arepa’s hadden geen geur of smaak.
We rijden nu op de grote weg, waarvan een gedeelte zelfs vierbaans is. We blijven ons verbazen over het schroot dat hier over de weg dendert. De meeste auto’s hebben bijvoorbeeld helemaal geen lichten meer; bij het afslaan wordt er gewoon een arm uit het raam gestoken. Overdag aardig te zien, maar ‘s nachts?? Er wordt ons toeristen dan ook afgeraden ‘s nachts te rijden. Zijn we geloof ik ook niet van plan!
Rond 1 uur zien we in de verte de contouren van de brug over de Orinoco. De weg vanaf Barçelona tot hier is eigenlijk gewoonweg saai. Bomen en struiken aan beide zijden, zover het oog reikt. Dan opeens zie je weer zo’n prachtige rode, in bloei staande, boom en de saaiheid is even vergeten.
Boven ons trekken donkere wolken zich samen en wij wachten op de eerste regendruppels. Of loos alarm, of wij rijden er onderdoor; maar het blijft droog. En het is hier ook al enorm lang droog. Als het in de Gran Sabanne maar wél plenst. Als wij ergens onze dorst zitten te lessen, haalt Geert de thermometer tevoorschijn en na even in de zon, stijgt het kwik tot 38 graden. Hoe warm zou het zijn zonder die wind en dat al om half elf ‘s morgens!!!
Terug naar de brug over de Orinoco!
Een indrukwekkend bouwwerk.; de enigste brug over deze rivier. Wie had dat ooit gedacht dat wij nog eens over de Orinoco zouden rijden? Ook hier blijkt weer dat de regentijd nog niet is begonnen, want de rivier staat erg laag. Zou hier nog scheepvaart zijn? Er ligt wel een heuse rode ton! En later, in de stad Ciudad Bolivar ligt aan een heus steiger een marinevaartuig. En ooit heeft er ook een kraan gestaan. Chris heeft het steeds over Antwerpse kranen. Ons doel in Ciudad Bolivar is Hotel Carácas; met een balkon uitkijkend over de Rio.
Zelfs in je ergste nachtmerrie komt zo’n hotel niet voor. Stel je de een of andere spionagefilm voor, waarin onze held incognito zijn intrek neemt in een onopvallend hotelletje. De deuren vallen bijna uit hun hengsels; de bedden zakken door tot op de grond en er kan beter nergens achter of onder gekeken worden. Onze held kán niet anders; maar wij zijn wel een beetje gek! Maar ach, wij zijn op vakantie dus dan wil je wel eens wat anders!!! Het balkon maakt veel goed; het gebrek aan water is weer minder. Iedere druppel moet de kraan uitgekeken worden. Dus een lekkere frisse douche zit er niet in.
Wij zijn gestopt in deze hete stad, omdat wij enige dingen willen weten; kunnen we de Roraima beklimmen en kunnen we vanaf Kavaç een riviertocht maken richting de Salto Angel? Daarvoor moeten we naar Inparques en het vliegveld. Wij krijgen echter de kans niet. Als wij op het balkon ons vloeistofgehalte weer wat op zitten te peppen, komt er een jonge indio naar ons toe en stelt zich voor als Ray. Hij is een gids voor La Grande Sabanne.
Als wij beginnen over de kanotocht vanuit Kavaç blijkt ook dit een van zijn ‘tours’ te zijn. Hij vraagt ons wat onze plannen zijn; het liefst ziet hij ons morgen al als klantjes. Wij vertellen hem dat wij eerst La Grande Sabanne intrekken. “Hebben jullie daar al een gids voor?” Die hebben we niet nodig! Hij biedt aan om kosteloos mee te rijden om ons het een en ander te laten zien, maar dat wijzen wij beleefd van de hand. Wél zijn wij geïnteresseerd in die boottocht als wij genoeg hebben van de jejenes. Hij legt ons het een en ander uit en het klinkt erg aantrekkelijk. Vooral 4 nachten in een hangmat vindt Leendert kicken!! Hij geeft ons zijn telefoonnummer en wij spreken af dat wij hem volgende week wel bellen. Als we er dan nog zin in hebben!!!
Maar eerst moeten we zien dat we wat geld kunnen wisselen. Alle verhalen die wij daarover gelezen hebben zijn niet erg positief. Je weet nooit wanneer de kas precies open is; er staan rijen mensen te wachten. Kortom; het kan uuuuren duren. Wat ons betreft had het ook uuuuren mogen duren. Wat een heerlijke koelte; want buiten is het bijna niet te houden. Ciudad Bolivar is ‘a hot and steamy city’. Het stomen nemen wij voor onze rekening. Vooral de wandeling naar Inparques moet verschrikkelijk geweest zijn. Chris en ik hebben dan ook al vroeg afgenokt en een wat frissere wandeling over de Paseo Orinoco gemaakt. Langs het water; filosoferend over eventuele scheepvaart. Een loods zouden wij in ieder geval nodig hebben, want de rotsen midden in de rivier zijn reusachtig. Nu zijn zij weliswaar goed zichtbaar, maar bij hoog water is dat een heel ander verhaal. En als ik over hoog water praat, dan bedoel ik hoog! Nu kijk je zo’n 14 meter omlaag, maar staat de rivier op zijn hoogste stand dan kun je het water ongeveer aanraken en dan zijn die rotsen ook niet meer te zien. Zou er verder stroomopwaarts überhaupt nog wel civilisatie zijn of raak je verloren in de jungle die pas ophoudt halverwege het Zuid Amerikaanse continent???? Totdat wij bedenken dat er 2 dagen stroomopwaarts toch nog een stad ligt; Porto Ayacucho.
Vooral vanwege de airco wordt het eten wat duurder vanavond. Ik neem het Venezolaanse lijfgerecht; pabello criolo. Wat het is weet ik niet meer, maar dat zie ik wel. He blijkt een soort stoofvlees te zijn met boontjes (caraotes), rijst (arroz) en gebakken banaan (pisang goreng).
Na het eten lopen wij nog een keer langs de Orinoco richting die rotspunt in het water, want daar is wat loos. Tenminste er staat een aardige menigte. Fiësta! Wij komen precies op tijd, want het optreden begint. Er wordt wat geklapt en gezongen, maar echt los komt men niet. Toch vreemd als je erbij nadenkt, dat je hier midden in Venezuela zit. Een halve wereld verwijderd van huis en daar sta je dan. Op je gemakje tussen de mensen te luisteren naar misschien wel een heel beroemde band. We beginnen ons bijna thuis te voelen als men aan een polonaise begint. Zou zo’n fiësta wel eens uitmonden op een vechtpartij?? De politie is stevig vertegenwoordigd en tot de tanden toe bewapend.
Met een beetje tegenzin gaan wij uiteindelijk terug naar het hotel. Zou ik vannacht slapen? Zou wel handig zijn! Maar als ik denk aan de hitte en het vreselijke bed, heb ik zo mijn twijfels!!
Als wij net op bed liggen, worden wij opgeschrikt door een hels kabaal; de vuilophaaldienst. Als het daar maar bij blijft!!!
![]()
Dinsdag
Na weer een slecht nachtje worden we opgeschrikt door het alarm van ons broncootje. Zo te zien, niks aan de hand! Binnen no time gaat hij nog eens drie keer af. Leendert gaat voor de zekerheid even kijken, maar we staan voor een raadsel. Reageert het alarm op geluid, op trillingen of vliegt er iets in de auto rond wat het alarm activeert??? De mensen die pal boven de geparkeerde auto wonen, zullen wel genieten.
Onze vraag of er al dan niet scheepvaart op de Rio Orinoco voorkomt, is opgelost. In het wazige ochtendlicht kwam er een bootje met tankbak voorbijtuffen.
De eigenaar van het hotel zal blij zijn met ons. Wij liepen zoals gewoonlijk weer om 6 uur rond te spoken, terwijl hij misschien nog wel eventjes door had willen slapen. Je zult zeggen; waarom deed hij dat dan niet? Zijn bed had hij namelijk op het balkon gezet en daar zaten wij dus ook al in alle vroegte!
Er moet een vervelend klusje gedaan worden; boodschappen voor de eventuele beklimming van de Roraima. Ik moet het hele jaar al boodschappen doen (ik ook; schrijft Geert ertussen), dus ik heb er eigenlijk geen zin in. Waar zit hier Appie of de C1000? De keuzes zijn erg beperkt. Dus dat wordt honger lijden!!! Nee hoor, we kijken gewoon verderop, want brood bakken ze overal. Leo denkt dat wij voor de hele week moeten inkopen, dus kijkt hij een beetje paniekerig bij het zien van het beetje voedsel dat wij inslaan. We hebben toch nog wel te weinig, maar kopen onderweg nog bij. Indien possible!!
Rond 12 uur zijn we klaar en verlaten deze superhete stad en rijden weer een stukje verder richting La Grande Sabanne.
We overnachten die avond in Tumeremo. De weg hiernaartoe was weer aardig saai. Vanaf Ciudad Bolivar reden we over de highway richting Ciudad Guyana. Dit gebied is het dichtstbevolkt (behalve Carácas) van het land met de meeste industrie. Ciudad Guyana is dan ook een pure arbeidersstad. Onderweg komen we nog langs het vliegveld van Puerto Order, waar wij de volgende week onze auto moeten retourneren. In de stad zelf rijden wij langs een enorm park en opeens zien wij tussen de bomen door een rivier met een prachtige waterval; van wel een kilometer breed. Prachtig mooi, maar er zijn hier geen afslagen, dus kunnen we er niet bijkomen. Helaas!
Voorbij Ciudad Guyana begint de weg naar het zuiden. Wij stellen ons voor dat hij helemaal doorloopt tot in Argentinië. Maar de échte trans-amerika zal wel ophouden in Manaus. Net voorbij Ciudad Guyana stel ik voor een hapje te gaan eten. Stóppen dus! Het blijkt dat ze overal alleen maar pollo verkopen, dus eten wij pollo en die is nog lekker ook. Nu kunnen we er weer even tegen.
In Tumaremo zitten we al in de buurt van El Dorado en ook hier is er al goud en diamant te koop; het wordt ons echter niet aangeboden, dus hebben we weer geluk. De kamer is een stuk beter (wat heet; je moet je grenzen kunnen verleggen) dan die van gisteren, maar het geheel ziet er wel uit als een oude gevangenis. Alleen met het water is het weer povertjes gesteld. Na wat gehassepammel op zijn Spaans krijg ik echter een enorme teil met bakkie; dus nemen we gewoon een mandi.
Terwijl ik probeer bij te slapen, nemen de boys aan de overkant nog een pilsje. Chris kan zich zo voorstellen dat deze mensen nooit verder zijn geweest dan het volgende dorp. De eerste Tumaremaan die ze tegenkomen heeft alle wereldzeeën bevaren!!!!!
Op onze zoektocht naar een restaurantje kwamen wij langs een ‘etablissement’ waar ze volgens het opschrift van alles en nog wat serveerden en er heerste een ‘ambiante familiare’! Als wij langs het onvriendelijk kijkende meisje naar binnen lopen, blijken er binnen slechts drie tafels te staan. Wij bezetten er een en aan een andere tafel zit de heer des huizes heel wat biertjes naar binnen te kappen. Vol optimisme nemen wij plaats. Pollo of biftek? We hebben álles zegt de man, terwijl de vrouw maar nee staat te knikken. Je zou toch denken dat men blij zou moeten zijn met een beetje klandizie, maar de vrouw en dochter kijken ons bijna weg en knikken overal nee op. No hay! Uiteindelijk blijken we toch nog wat te kunnen krijgen. Biftek con enselada. De enselada moet nog ergens gekocht worden en ze hebben maar één pan, dus eentje heeft er een gloepende biefstuk en de rest een steeds koudere. Maar het smaakt goed en is een ervaring op zich. Nu weten wij wat 'ambiante familiaire' is!!!
![]()
Woensdag
Om half zeven zijn we weer onderweg. Ontbijten doen we in El Dorado. Volgens de boekjes alweer een gevaarlijke stad. Moeten we denken aan het Wilde Westen??? Zal wel weer meevallen. Het is hier wél echt, behalve die twee uithangborden: ‘Herzlich wilkommen.’
Hier ontbijten wordt niets, want alles is nog dicht. Dus kopen we op straat wat lekkere empenada’s, brood en kaas en gaan weer picknicken. We slenteren nog wat rond in El Dorado om de sfeer te proeven. Gevaarlijk nee; maar wel leuk. ’s Morgens vroeg al veel mensen op straat; salsa everywhere, kraampjes waar ze van alles en nog wat verkopen en voor de rest een lekker rommeltje. Je kunt hier fietsen huren; iets dat niet iets voor op de terugweg?
Ergens voor een brug, in het stof, stoppen wij voor ons ontbijt en verheugen ons al op de eerste alcabada (militaire controlepost) net voorbij de brug. Het zal wel de eerste van velen zijn. Want tenslotte zitten wij in een land met een militair regime.
Dan passeren wij kilometer 88; en hier beginnen we eindelijk te klimmen richting de Grand Sabanne.
Maar eerst gooien we voor de zekerheid de tank nog even vol voor 6 cent de liter. Aangezien er een aardige rij voor het pompstation te wachten staat, zal dit voorlopig wel de laatste gelegenheid zijn te tanken. Geert, Leo en Leendert hebben geen zin om te wachten en lopen alvast een stukje vooruit. Een militair vraagt nog om een lift, maar ik kan hem duidelijk maken dat wij vol zitten: ‘lleno’. Als wij de drie wandelaars eindelijk ingehaald hebben, heb ik wéér wat gemist! Gisteren al een kolibrie en nu weer drie prachtige toekans. Hopelijk niet de laatsten! We zitten nu weer in een mooi gebied; dichte jungle strekt zich aan beide kanten van de weg uit. Getooid met prachtige bomen en planten en witte bloemen zo groot als een schoteltje en enorme blauwe vlinders……
Hét waarmerk van het begin van La Grande Sabanne in de Piedro der Virgin; de steen van de maagd. Een prachtige rotspinakel waar wij vol bewondering een tijdje staan te kijken.
Als wij dan verder rijden, houdt als een donderslag bij heldere hemel de jungle ineens op en kijken wij uit over een enorme savanne. En natuurlijk stappen wij uit voor een eerste kennismaking met de jejenes!!!! Waar blijven jullie? Ze moeten ons even zoeken, maar daar zijn ze dan. Chris en Leendert worden als eerste gestoken, dus die kunnen ons op de hoogte houden van het jeukpatroon.
Al rijdend door de savanne zien wij ook weer eens andere toeristen; zelfs een camper. En als wij San Francisco bereiken, het beginpunt van de route naar de Roraima, komt er net een jeep aanrijden met mensen die de Roraima al beklommen hebben. Zij zijn allesbehalve fit, maar het was de moeite waard. Meer dan de moeite!! Hun gids legt ons het een en ander uit en zo komen we er achter dat het dus tóch 5 dagen lopen is; want je moet nooit teveel per dag lopen. Geen slecht plan.
Geert en ik blijven in San Francisco en de rest gaat boodschappen doen voor de komende tocht in het stadje Santa Elena. Geert en ik slenteren wat rond en ik probeer ook nog een dutje te doen. Als de andere drie terug zijn, gaan we wat eten en keuvelen nog wat met de drie beklimmers van de Roraima. Ons eten moet klaargemaakt worden, maar de indianen plukken hun eten zo uit de lucht. Of zij dit altijd zo doen of misschien proberen ons de stuipen op het lijf te jagen?? Daar komen wij niet achter.
Chris heeft intussen samen met de Italiaan nog geprobeerd een werkende teevee te vinden. Ajax speelt vandaag namelijk de finale tegen AC Milan. Chris was dit helemaal vergeten, maar in Santa Elena hing bij de bakker een teevee en tussen het geruis door zag hij opeens Van Basten een doelpunt maken. Dus terug hier wil hij proberen nog een staartje van de wedstrijd mee te krijgen. Er bevinden zich echter maar twee toestellen in dit gehuchtje; de ene is kapot en de andere zit achter slot en grendel. Pa heeft de sleutel en die is er niet. Pech voor de voetballiefhebbers onder ons; Nederlandse en Italiaanse!!!!
Na het eten proberen wij nog wat te slapen. Hetgeen niet echt lukt, want iedere keer als Leo ook maar een pink beweegt, boven in het stapelbed, ligt alles nog een half uur te piepen en te kraken. En dan loopt iemand nog iedere vijf minuten naar het toilet en voelt de rest zich verder ook niet erg jofel.
Hoorde ik iemand wel eens klagen over een kakkerlak onder het bed? Als wij in de gang het licht aandoen, scheiden de kakkerlakken zich voor onze voeten zoals de Rode Zee voor Mozes. Vanmiddag onder de douche had ik er al met eentje van zijn soortgenoten kennisgemaakt. Hij wilde namelijk samen met mij douchen; oké, zolang ik hem in de gaten kon houden. Op een gegeven moment was ik het beest uit de ogen verloren en vermoedde al dat hij lekker onder mijn hoopje kleren was gedoken. Toch nog even schrikken toen ik mijn kleren optilde en hij daar inderdaad onderuit schoot!!
Sweet dreams!!
![]()
Donderdag
Zal ik kort zijn over vandaag of tóch wat vertellen. Laat ik mijn teleurstelling maar opzij zetten en gewoon met ons vroege opstaan beginnen.
Héél vroeg opstaan bedoel ik, dus zitten we een hele tijd te wachten op ons ontbijt; scrambled eggs con arepo. Om negen uur zijn wij klaar om te vertrekken en hebben voor het gemak toch nog maar twee dragers gehuurd. De Italiaan van gisteren vertelde namelijk dat zij liepen te hijgen en puffen en toen 4 Engelsen met 4 dragers tegenkwamen die liepen te flierefluiten. Maar eerst moeten we nog een stukje met de auto de berg op naar het dorpje Paratepui en komt voor het eerst de 4-wheeldrive goed van pas. Behalve wij vijven moeten er nog 3 indianen in de Bronco, dus eindigen Leo en ik met bagage achterin.
Dat flierefluiten, waarover die Italiaan sprak, kun je wel achterwege laten. De eerste dag zou de gemakkelijkste moeten zijn, maar ik moet iedereen (vooral onszelf) teleurstellen. Wij zijn een uur moeten terugkeren. Nota bene Geert die de “aanstichter” van dit avontuur is, is té ziek om verder te lopen. Iedere 10 minuten ploft hij neer op zijn kont. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de rest ook niet helemaal fit is, maar zolang je alleen maar moe wordt, is het niet erg. Ziek zijn is een ander verhaal. Terwijl wij ergens staan uit te rusten, hoor je in de verte de regen aankomen. Onze twee dragers mét regenpakken waren al doorgelopen, dus kregen wij van onze gids Eligio een stuk zeil om onder te staan met als resultaat; tóch allemaal nat. Onder het zeiltje staan we te dubben; door of terug?? Geert zit weer midden in de modder; het water loopt in stromen onder zijn broek door en hij merkt het niet eens. Laten we in de Roraima maar onze meerdere bekennen en teruggaan. Hoe groot de teleurstelling ook is; misschien helpt een potje janken vanavond ook wel!!! Thuis halen we het GEO-boek weer tevoorschijn en blijven dromen. En laten we vooruitkijken; Quebrada de Jaspe, Salto Apongao, Kanavayen, de riviertocht over de Açanan en wie weet wat voor ander moois we nog te zien krijgen. Als we nu maar in staat waren geweest een paar nachten goed te slapen, want je moet acclimatiseren. Maar zonder slaap!!!! Chris heeft nog het meeste geslapen en die was dan ook het fitst. Ik kan erover blijven filosoferen, maar het feit blijft….
Terug in Paratepui regent het nog steeds. Nu is het in de auto ook wel droog, maar dat is niet de reden dat we hier nog een paar uur blijven hangen. Nee, met deze regen is het weggetje terug naar San Francisco ‘peligro’ (gevaarlijk) en dus moeten we wachten tot het regenen minder wordt. Tot nu toe viel het hier met de insecten erg mee, maar als het minder gaat regenen, komen ze met bosjes uit de grond. De een na de ander uit allerlei kleine gaatjes en holletjes.
Nu de regen minder is geworden, wagen we het erop de berg af te dalen. Leo ziet het geloof ik niet zo zitten, maar voor zulke situaties hebben we toch een 4-wheeldrive gehuurd?? Poco a poco komen we veilig beneden, maar de auto ziet er nu uit als een beest.
N.B. Helemaal vergeten Geert zijn gek mannetje te vermelden. Een van de afgelopen nachten (toevallig sliepen we toen allemaal op een kamer in de gevangenis van Tumeremo) begon Geert ineens behoorlijk te gillen in zijn slaap. Leo, die al wakker was, zei: “Rustig nou maar Geert”, en Geert was rustig. De volgende morgen wilde wij toch wel even weten van zijn gegil en waarom hij ons uit onze zo broodnodige slaap gewekt heeft. Geert droomde dat hij op straat liep en van achteren werd aangevallen door een geel mannetje, die hem probeerde te keelen. Goudkoorts misschien???
We besluiten vanavond naar Santa Elena te rijden om in een wat beter hotel wat beter te slapen en te proberen wat kleren te drogen. Omdat het al wat later wordt, duiken wij het eerste het beste hotel binnen. Zijzelf hebben geen laundry service, maar hier vlakbij is een wasserette. Geert duikt gauw in bed om een beetje bij te komen en wij gaan een hapje eten. Onderweg komen we langs een helikopterverhuurbedrijf; dát zou kicken zijn. Iemand vertelt ons dat dat slechts 50 dollar per uur kost. Is dat niet een beetje érg goedkoop?
Als wij enige tijd later achter onze pollo zitten, zit opeens heel Santa Elena zonder stroom. Ik moet zeggen het kaarslicht was veel romantischer. Zouden we vannacht wat slapen??
Heb ik trouwens al verteld hoe mooi het hier is? Onaards bijna! Tijdens onze rit van San Francisco naar Santa Elena zakte de zon weg achter een paar tepuis. Het licht en de kleuren die toen ontstonden zijn niet te beschrijven. Ook de Roraima liet zich in de avondschemering van zijn mooiste kant zien. Prachtig is het hier!!!
![]()
Vrijdag
We ontbijten maar op de kamer, want de hebben genoeg brood voor een heel huisgezin. En ook moeten we de tijd wat doden, want de wasserij gaat pas om 8 uur open. Eigenlijk kunnen ze onze was pas morgen klaar hebben, maar met wat soebatten wordt dat toch vanmiddag. Maar omdat het dan al te laat is om hier nog te vertrekken, besluiten we nog een nachtje te blijven en vandaag de omgeving wat te gaan bekijken.
Eerst gaan we naar de Quebrada de Jaspe; de jaspis waterval. Op het eerste gezicht geen indrukwekkend ding. Maar deze waterval moet het daar ook niet van hebben. Deze waterval is namelijk bijzonder vanwege de kleuren van zijn gesteente: geel en rood in allerlei tinten. Niet zo rood en geel als wij hadden verwacht, maar toch mooi. Over een lengte van een paar honderd meter wisselen de kleuren zich af en vormen mooie patronen. Misschien staat er normaal wat meer water, maar nu kunnen wij gewoon over de jaspis lopen. Dit vinden wij, ondanks de gladheid, prettiger dan door de jungle. Het stukje dat wij er wél door moesten lopen, was zó dichtbegroeid! Wie weet wat er allemaal tussen die bladeren zit verscholen. Zo hing er bijvoorbeeld een soort wespennest, waar wij vlák langsliepen. Zijn die beestjes gevaarlijk of niet???
Gelukkig hebben we onze regenkleding bij ons, want de eerste druppels beginnen te vallen. Maar wij laten ons niet ontmoedigen door wat nattigheid en gaan op zoek naar de Salto Agua Frio. Een andere waterval die we nooit gevonden hebben, maar waarbij we wel enkele mooie ritjes door de Gran Sabanne hebben gemaakt. Ik vertelde geloof ik al dat het hier zo mooi is???
Ook de weg naar de Rio Kukenan was moeilijk te vinden, maar ook hier weer genoeg te genieten. En laat ik daarbij niet vergeten dat het nog steeds regent! Chris begint lol te krijgen in deze modderpaadjes. Bij een plas rijdt hij er eerst langzaam doorheen om het terrein te verkennen; daarna peert hij de Bronco weer achteruit de plas over, geeft flink gas en hoppa; de hele auto is bijna niet meer te zien. Op een gegeven moment stap ik uit en loop een eindje vooruit om dit gebeuren te filmen.
Lopend kun je eigenlijk het meest genieten van de savanne: de rust, de prachtige planten, maar helaas ook de insecten. En iedere keer als wij uitstappen om door het groen te banjeren, kijk ik met een half oog uit naar eventuele slangen. Over die insecten gesproken (behalve dat mijn benen helemaal onder de plekken zitten); voor de rest valt dát nog mee. In gedachten zag ik voor me dat je je ongeveer door de zwermen heen moest worstelen. Maar wat niet is, kan nog komen!
Tegen de avond klaart het, net zoals gisteren, weer op. En dan zijn we weer in Santa Elena: wassen, eten en met de kippen op stok.
Onze spulletjes zijn gelukkig allemaal weer bijna droog. Alleen onze schoenen zullen nog wel dagen blijven soppen. Ook vanavond viel in Santa Elena het licht weer even uit, maar het leven gaat gewoon door. Misschien gebeurt dit iedere avond wel en wordt er ergens een controle uitgevoerd of zo??
![]()
Zaterdag
De dag begint droog, maar blijft dit niet lang! Waar moeten we dan ontbijten? Laten we gewoon richting het noorden rijden en dan zien we wel. Bij Salto Kama zien wij een overdekt hutje en besluiten daar ons ontbijt te nuttigen. Het wordt een klein ontbijtje, want de jejenes eten mee.
Langzaam rijden we het mooiste gedeelte van de Gran Sabanne weer uit. Tenminste het bergachtigste gedeelte. We slaan af richting Kanavayen met als doel Salto Apongao. Alleen het eerste gedeelte van de weg is geasfalteerd. Waarschijnlijk alleen voor de bereikbaarheid van het nieuwe vliegveldje. Chris heeft er geen vertrouwen in dat hier een fatsoenlijk vliegtuig kan landen. We blijven ons verbazen over het aantal mooie en aparte bloemen dat hier groeit. Soms wanen we ons toch een heel klein beetje op een tepui; mooie mosjes, orchideeën en wat al niet meer. Soms vormen ze schitterende bloemstukjes die geen bloemist mooier zou kunnen maken. En dat allemaal puur natuur.
De Salto Apongao moet per boot bezocht worden. Maar eerst slaan wij onze tentjes op. Die dingen hebben we tenslotte niet voor niets meegenomen. Ondanks het feit dat ze waterdicht zijn, kiezen we voor wat extra zekerheid en zetten ze onder een afdakje met vreselijk vuil zand. Een kleinigheidje blijf je houden. Eigenlijk bivakkeren hier de dorpshonden, dus die houden ons gezelschap. Dat zal vanavond leuk worden met eten!!!
Maar eerst naar de Salto Apongao! In het bootje gezeten tuffen we stroomafwaarts, dus krijgen we algauw het vermoeden dat we bóven in plaats van onder de waterval zitten. Hopelijk weet onze schipper wanneer aan te leggen, want 100 meter omlaag vinden we een beetje té!!! Gelukkig zet hij ons ruim voor de waterval af. En we zijn weer helemaal alleen in de natuur en met maar 5 minuten lopen zijn we ook bij de waterval. In een woord: PRACHTIG!!
Je kon ook beneden de waterval zwemmen, maar dat vinden wij een beetje teveel klimmen. Dus wordt het bóven de waterval. Wel uitkijken geblazen dat je niet in de stroom terechtkomt. Gewoon in het ondiepe blijven: héérlijk!!! Ook lopen nog over de rand van de waterval en kijken zo het diepe in. Hetgeen thuis nog wel wat commentaar van de moeders op zal leveren. Maar het ziet er gevaarlijker uit dan het is. Ook hier groeit weer van alles in de meest mooie vormen en kleuren. Ook ontdekken Leen en ik nog een heel klein vleesetend plantje: zonnedauw.
Even over vieren komt onze ongeduldige schipper ons ophalen, nadat wij eerst nog een buitje over ons dak gekregen hebben. Hij zal thuis de hond wel in de pot vinden als hij te laat komt. Wij beginnen echter ook honger te krijgen, dus vinden we het niks te vroeg. Vandaag moeten we eens zelf koken. De vraag is; “Wat wordt het?” Eerst maar eens een soepje (gekleurd water volgens Leo) en daarna ongare pasta. Het vult echter goed en de honden vonden het heerlijk!!!
Vanmiddag stonden er een indiaan en vier toeristen te liften. Wij hadden niet veel hoop voor ze om ook daadwerkelijk een lift te krijgen. Maar op een gegeven moment zien we ze alle vijf verschijnen. Ondanks het feit dat we twee lampjes hebben, gaan we toch maar weer eens met de kippen op stok.
De mensen hier in Venezuela zijn op zichzelf, maar vraag je iets dan zijn ze altijd even behulpzaam. Te behulpzaam misschien, want bij elke vraag krijg je een uitgebreid, doch vaak onverstaanbaar, antwoord. Na een week Venezuela is mijn Spaans nog niet veel beter en dat zal het ook niet worden ook! Daarvoor moet je net als die Italiaan in de eentje reizen. Over een paar jaar hoef je hier trouwens geen Spaans meer te kennen. Gisteren tijdens onze wandeling over een marktje kwamen wij bij toeval een paar keer langs dezelfde koopman. Wat hem de volgende opmerking ontlokte: “Kijken, kijken, niet kopen.” Erruuug hé!!
Had ik het daarstraks over ongare pasta. Waarom een pan vuilmaken; ook hier plukken de indianen hun eten weer gewoon uit de lucht. Ik weet niet of kakkerlakken ook op hun menu staan, maar er lopen hier exemplaren rond waarop je een zadel kunt gooien! En nu we het toch over ongedierte hebben; er zat vanmorgen toch een joekel van een spin in onze kamer. En Chris wilde niet met het muskietennet slapen! Zo’n beest zul je toch naast je op je kussen vinden. Gelijk heel het hotel wakker.
![]()
Zondag
Gingen wij gisterenavond met de kippen op stok; we zijn er ook weer als de kippen bij en wel omdat de plaatselijke hanen voor dag en dauw al aan het kraaien waren.
Zou ons vandaag weer een blik op de Ptari Tepui gegund zijn, die gisteren zo mooi in de wolken hing? Het heeft namelijk aardig gehoosd vannacht en de lucht zal wel aardig betrokken zijn. Onze waakhonden zijn er ook nog steeds. Die hebben vannacht als een onontwarbare kluwen onder de auto geslapen. Dit is hun territorium en wee zijn gebeente als er een andere hond te dichtbij komt!
Tijdens het ontbijt krijgen we gezelschap van vier lieve, doch lawaaierige papagaaien. Bij Geert zitten er op een gegeven moment drie op zijn schouder en hij vreest geloof ik een beetje voor zijn oren. Maar ik zei al dat het lieve beestjes zijn; ze zijn zelfs aaibaar. Dat hoef je bij de papagaai van een van mijn tantes niet te proberen. Je begrijpt wel dat het ontbijt extra lang duurde, want wij wilden lekker lang van die beestjes genieten. Het slapen in de tent was ook geen succes, dus worden ze zonder veel spijt weer ingepakt. Het is eigenlijk ook veel te benauwd om in een tent te slapen. Maar ja; het slapen hebben we toch al een beetje verleerd!!!
We hebben besloten toch niet verder richting Kanavayen te rijden, alhoewel het daar zeker ook mooi zal zijn. Is het zicht echter net zo slecht dan op dit moment, zie je toch niet veel en is het alleen maar frustrerend. Ook de conditie van de weg hielp mee met deze beslissing, want uuuren en uuuren hobbelen is nu niet echt bi voor de ruggetjes.
Terug richting ‘snelweg’ proberen we een zijweggetje uit wat naar de voet van een tepui zou moeten lopen. Maar na een tijdje rijden, wordt het Chris toch wel een beetje te gortig. Toch zou ik best nog wel een eindje de benen willen strekken, dan maar niet in de schaduw van een tepui. Leen en Leo hebben hier echter geen zin in en vinden het niet erg bij de auto te blijven wachten. Kunnen ze misschien gaan dutten? Dus wij gaan lekker een stukje lopen door de savanne. In het zonnetje; nee het regent, nee de zon, regen, zon…… Ze weten niet wat ze willen daarboven! Maar tussen de druppels door is het heerlijk met dat zachte briesje. Geert zegt nog dat we gisteren die indiaan een lift hadden moeten geven. Nu zijn de goden van de tepuis vertoornd en hullen zij zich in donkere wolken. Ons eerste vakantiebruin hebben we ook te pakken. Mijn armen en gezicht zijn niet meer zo bleekscheterig. Mijn benen trouwens ook niet, maar die zijn gekleurd door bulten van diverse soorten en maten.
Na onze wandeling is het nog een uurtje tuffen en dan verlaten wij die mooie Grande Sabanne en begeven wij ons weer in het dampige laagland. Tepuis hebben we, behalve af en toe een glimp of vanuit de verte, niet gezien. Maar misschien hebben we de volgende week meer geluk. Of regent het dan misschien ook nog meer???? Worden we lekker nat in de kano.
Waar overnachten we? Rijden we zover dat we morgen op tijd in Ciudad Bolivar zijn? Of kijken we wel? Aangezien we op de heenweg aardig geslapen hebben in de gevangenis van Tumeremo (Geert zijn gele mannetje buiten beschouwing gelaten) gaan we daar maar weer heen. Alleen zoeken we een andere familiaire ambiente om te eten. Misschien hebben ze met al deze regen ook wel meer water om te douchen? Wij krijgen weer dezelfde kamer, maar water is er niet veel meer. Nee fout!!! Het water is er wel, maar wil niet uit de douchekop komen. Misschien zit de leiding wel verstopt met kakkerlakken!
Onze zoektocht naar een hapje eten, leidt ons naar uitgerekend het duurste restaurant van Tumeremo. Maar wel lekker. Ook het uiensoepje, wat nu eigenlijk niet zo’n verstandige keus was aangezien onze toch al onstabiele stoelgang. Gelukkig heb ik ergens nog een doosje norit gevonden.
![]()
Maandag
Aangezien wij weer op pad zijn voordat de arepa’s in de pan liggen te sissen, besluiten we naar El Callao te rijden voor ontbijt. Vanuit de auto zien we gauw geen gelegenheid voor een desayuno, dus parkeren we het gevaarte en gaan te voet op speurtocht. En dat gaat geld kosten!!! Wij vragen ons af wat toch al die ‘joyerias’ zijn. En als alle tralies en hekken verdwijnen, zijn wij er gauw achter; juweliers! Nu neemt de goudkoorts ons dan eindelijk te pakken en vertrekken we een paar uur later en een paar dollars lichter weer uit El Callao. Ontbijt hebben wij gemakshalve maar op straat gegeten, kijkend naar een demonstratie van de plaatselijke schooljeugd. Waarvoor of waartegen die demonstratie was, is mij niet geheel duidelijk. Volgens mij voor het behoud van de ‘ambiance’ en natuur in Venezuela.
De weg het dorp uit leidt over een brug. Op zich niets bijzonders (alhoewel; erg stevig is hij niet meer) ware het niet dat de rivier eronder bedekt is met een zee van kleurige bloemen. En zit er ergens op de brug een enorme felgroene sprinkhaan. In Ciudad Guyana proberen wij nog tevergeefs in het Park Cachamay te komen. Vorige week konden wij geen inrit vinden en nu is het park gesloten, dus kunnen wij weer slechts een glimp opvangen van alweer een schitterende waterval. Pech hebben!!!
Wij hebben een beetje moeite het vliegveld van Puerto Order op te komen en het duurt eventjes voordat de auto afgeleverd en afgerekend is. Maar dan loopt toch alles gesmeerd. Iemand van Hertz brengt ons naar een verzamelpunt van por puestro’s - een soort taxi - en voor we het weten zijn we alweer onderweg naar Ciudad Bolivar onder begeleiding van luide salsa. Zou het in Bolivar weer zo heet zijn??? Néé, het is daar niet zo heet meer. Ik denk dat de regen van de afgelopen dagen de drukkende hitte verjaagd heeft.
We hebben er nog lang over getwijfeld of we niet terug zouden keren naar Hotel Carácas, maar we hebben toch maar voor iets anders gekozen. Hotel Colonial! Terwijl Leendert en Geert de kamer aan het checken zijn, haal ik voor de rest een lekkere koude cola bij een hamburgertentje. De eigenaar hiervan belooft ons voor 200 Bolivar een enorme hamburger met van alles en nog wat ertussen. Misschien een goed idee voor later, maar eerst even de spulletjes naar de kamers brengen. Dan zijn we die tenminste weer kwijt. De hamburger is inderdaad enorm. Junkfood; ongezond maar lekker. Tijdens het eten kijk ik telkens met een oog richting straat om in de gaten te houden of Ray er niet rondloopt. Ik heb vanmiddag vanaf Puerto Order gebeld en zijn vrouw of zus aan de lijn gehad. Maar of alles overgekomen is zo op zijn steenkolen Spaans?? In ieder geval klopt de naam van het hotel al niet. Hotel Grand Bolivar heette het vroeger. We zien wel!
Op de stoep voor ons hotel komen wij Ray tegen. Wij gaan lekker aan de oever van de rivier zitten praten over onze tocht van morgen en overmorgen en over-overmorgen. Een tijdje later voegen de andere drie zich ook bij ons met een paar asociale Amerikaanse petjes op hun schedels. Ray heeft trouwens zijn vrouw bij; een heel lief, klein ding. Volgens mij is zij degene die achter de schermen alles regelt, want hij vraagt haar heel vaak om raad. Tenminste, die indruk krijgen wij.
Wij nemen het stelletje mee naar onze kamer, zodat zij kunnen checken wat wij voor equipment hebben. Is het bruikbaar of niet? En ook het nog aanwezige voedsel is belangrijk, zodat hij weet wat er nog gekocht moet worden. Zodra wij in Kavac uit het vliegtuig stappen, worden wij volledig door hem verzorgd. We shall see!! Morgenvroeg om 11 uur komen zij ons hier ophalen. Maar eerst zijn we toch wel erg toe aan een frisse douche; een hele lange frisse douche wel te verstaan. Daarna een hapje eten en slapen. Tóch nog even over het eten; ik had een plaatselijke vis Lao Lao. Lekker!!!
Heb ik toch helemaal vergeten te vertellen over de attacking killer torren! Gisteren tijdens onze wandeling vond ik dat het weer meeviel met de insecten. Totdat ik iets in mijn nek voelde kriebelen en het er letterlijk vanaf moest trekken. Vliegende torren die als speelgoedhelikopter niet misstaan zouden hebben, komen van overal te voorschijn. Gelukkig heb ik een coltruitje aan, maar mijn haren vinden ze ook leuk. Gelukkig zijn we zo bij de auto; deze is echter ook omsingeld door de lieverdjes en Leo en Leendert hebben zich dan ook in de Bronco verschanst. Die zaten lekker van het zonnetje te genieten, maar vonden de torren ook niet zo bi. Nu zijn wij toch niét voor een kleintje vervaardigd, maar dit waren echt enge beesten met van die plakkerige pootjes. Brrr…..
![]()
Dinsdag
Wij zitten weliswaar in een ‘luxe’ hotel, maar dat neemt niet weg dat vanmorgen in alle vroegte een stuk van het plafond in de badkamer omlaag kwam zetten. Nét naast de w.c.! Misschien iets te hard gestonken?
Geert gaat vandaag nog op zoek naar een nugget voor zichzelf. Wij hebben spijt dat we in El Callao geen kilo’s goud gekocht hebben, want het is hier veel duurder. Chris en ik vinden echter een zaakje waar het goud ook niet zo duur is. In de etalage ligt allerlei kitsch, maar voor het goud neemt hij ons mee naar een kamertje waar een enorme kluis staat. Daaruit haalt hij een piepklein zakje met goud, diamanten en smaragden. Allemaal ruw weliswaar en niet erg indrukwekkend, (behalve het goud) maar wie weet wat er aan waarde in dat simpele zakje zit. Wij kopen nog 2 nuggetjes, waarvan eentje voor Geert. Als hij hem wil tenminste! Dat wil hij en wel nu gelijk! Ik snap niet waarom, want hij zegt dat hij hem eigenlijk niet eens mooi vindt. Misschien blijkt dat achteraf wel de kostbaarste van allemaal te zijn!!
Om 11 uur is Ray in nog geen velden of wegen te bekennen en net als ik op het punt sta om maar eens in de telefoon te klimmen, staan hij en zijn vrouw ineens voor onze neus met de trieste mededeling dat het vandaag te slecht weer is om te vliegen. De vlucht is daarom uitgesteld tot morgenvroeg 6 uur. Wat moeten we een hele dag in deze gloepend hete stad doen?? Voorlopig eerst maar eens siësta houden.
Na een tijdje houden Chris en ik het echter voor gezien en gaan weer op stap, want altijd in een airconditioned room blijven zitten, is ook niet de beste manier om aan de warmte te wennen. En we lusten ook wel wat! Maar eerst even mijn zonnebril laten repareren. Ik was namelijk zo slim om er op te gaan zitten. Niet zo handig!
Ray en Susi waren ook nog even hier. Het speet hem dat hij geen jeep had kunnen huren om vanmiddag te gaan zwemmen. Geeft niks! Het kwam goed uit dat we ze nog even zagen, want zo konden ze ons nog even helpen. Wij hebben namelijk een flesje hout gekocht tegen de reumatiek. Maar we zijn er niet achter gekomen hoe dat gebruikt moet worden. Zo dus; je moet rum over het hout gieten. Dit 8 dagen laten staan en daarna kun je er de pijnlijke plekken mee inwrijven. Is de fles leeg; gewoon weer met rum bijvullen. Ik ben benieuwd!!
Als wij ’s avonds op een overdekt balkon op ons eten zitten te wachten, mijmer ik dat Ernest Hemingway hier vast inspiratie op had kunnen doen voor een roman. Zwetende mensen, zoevende windwaaiers aan het plafond, onvriendelijke bediening en de rest van de wereld verborgen achter een gordijn van regen. (Alleen de fles drank op tafel ontbrak nog.) Nu kunnen we pas écht zeggen in de tropen geweest te zijn. De straten zijn in no time verlaten en je ziet de waterplassen groeien, maar zo gauw de regen ophoudt zijn de straten weer vol leven. Het is alsof de tijd even stil heeft gestaan.
![]()
Woensdag
De wekker staat op vijf uur, maar ik ben om twee uur al wakker. Een beetje erg vroeg, maar ja…!
En in dié taxi zouden wij met zijn negenen plús bagage plaats moeten nemen? Volgens de chauffeur moét dat gaan, maar we nemen toch maar gewoon twee taxi’s. Wel zo comfortabel!
Waarmee vliegen we naar Kavac?? Volgens Chris met een chessna numero ‘weet hij niet’. En ook al wist hij het; het blijft een héél klein vliegtuigje. Ma en Tante Truus zou je hier zelfs niet na enige flessen tequila in hebben kunnen krijgen. Wij wel; die piloot wil ook weer veilig landen. Alhoewel! De piloot van Leo, Geert en Leendert wordt zoiets als terminator genoemd. Niet erg geruststellend! Ik geloof dat hij twee uur lang heeft zitten te ratelen, af en toe zijn zicht geheel belemmerend door uitgebreid alles op de kaart aan te wijzen. Ik geloof dat hij alleen een beetje érg zachtjes praatte. Nietwaar Leendert?
Het was een prachtige vlucht; tenminste het tweede deel. In het begin was het een beetje triest te zien hoeveel bos er al gekapt is. Maar dan komen de tepuis in zicht en zitten wij al vroeg met lange nekken uit te kijken naar de Auyantepui, waar vanaf de Salto Angel stroomt. De eerste wand die te zien is, wordt al aangezien als de Auyan. Maar dit is slechts een klein tepuitje, maar daardoor niet minder mooi. En als we op een gegeven moment tussen twee tepuis doorvliegen…..kon dit nog maar uuuren duuuren!! Helaas is het overal niet even helder en op een gegeven moment zitten ook wij helemaal in de wolken. Hoe weet onze geconcentreerde piloot nu waar we zitten? Ook betekenen deze wolken dat we niet langs de Salto Angel kunnen vliegen. Geeft niet; dit vinden we ook al prachtig. Ik heb geloof ik al verteld hoe mooi het hier is!!
Geert, Leo en Leendert zijn eerder vanaf Ciudad Bolivar vertrokken, maar als wij in Kavac landen, is er nog geen vliegtuig met onze reisgenoten te bekennen. Volgens Ray komen zij 3 minuten later; maar dat wordt dus anderhalf uur. Als Chris en ik landen, zijn we behalve de plaatselijke bevolking, helemaal alleen. Dit is al gauw anders; een vliegtuig vol toeristen!!!
Dan verschijnt er een stipje in de lucht en arriveert de rest ook eindelijk. Zij blijken een geheel andere route gevlogen te hebben en zij maakten ook nog een tussenstop in een of ander gehucht om wat voorraad af te leveren. Ook zij vlogen langs de Auyantepui, maar dan langs de andere kant.
Langzaam wordt de lucht helderder en wordt het hier nóg mooier, want boven ons verrijst de Auyantepui in al zijn pracht. Dachten wij vorige week nog geen tepui meer te zullen zien; nu worden we erdoor omringd. De goden zijn ons nu wel gunstig gezind, want we zien nu zelfs 2 tepuis die meestal in wolken gehuld zijn.
Ray zegt dat wij onze zwemkleding aan moeten trekken en neemt ons mee naar een kloof, waarin zich een mooie waterval bevindt. Je loopt echter de kloof niet in, maar zwemt erin. Zelfs tot onder de waterval. Dit maakt een dagje wachten in Ciudad Bolivar meer dan goed. Dit is echt fantastisch!! Niet alleen omdat het zo mooi is, maar ook omdat het zo verfrissend is. Eventjes hebben we het rijk alleen. Maar dan ook eventjes, want binnen no time is het hartstikke druk. Alleen heeft men schijnbaar watervrees. Fris en monter weer terug in Kavac moeten wij nog een tijdje wachten voor wij verder gaan; een hele tijd zelfs. Tot die tijd vergapen wij ons aan het prachtige landschap en spelen een potje jeu de boules, waarbij wij uitgebreid onze arme armpjes verbranden.
Vandaag wordt er niet meer gekanoed en overnachten wij in het dorp van Ray zijn ouders. Die zijn blij hem weer te zien, want het blijkt dat hij hier al een hele tijd niet meer geweest is. Misschien heeft hij daarom de tijd een beetje gerekt? Zodat hij zijn ouders wat langer kan zien en wat kan bijpraten?
Zouden de mensen er hier erg in hebben in wat voor omgeving zij wonen? Misschien niet, maar zij hebben hoogstwaarschijnlijk wel meer respect voor de natuur dan wij. Alhoewel zij hem hier en daar ook wel als vuilnisbelt gebruiken, maar hier komen ze dan ook niet iedere week het vuil ophalen.
Ben ik toch (alweer) helemaal vergeten te vertellen over de spinnetjes in de canyon! Al klauterend en zwemmend door de canyon en over de rotsen, kwamen wij wat inwonende spinnetjes tegen. Niet een of twee, maar hoe langer wij rondkeken hoe meer wij er ontdekten. Je kunt gerust zeggen dat het er van wemelde. Volgens Ray waren zij niet gevaarlijk, maar van een dusdanige afmeting dat wij er toch wel respect voor hadden. De grootste had nog net niet de grootte van een soepbord, maar dat scheelde niet veel. Denk maar aan een flinke schotel. Leen wilde niét samen met ze op de film. Was zeker bang dat ze konden springen!!!
We zijn al wel vaker weg van de bewoonde wereld geweest, maar dit slaat alles. Geen wegen of treinen kunnen hier komen. Deze vallei is alleen per vliegtuig bereikbaar of 10 dagen lopen vanaf Kanavayen. Stroom wordt verkregen middels een aggregaat, die alleen overdag draait en dan spreken we niet nog eens over telefoon, teevee en al die andere luxe die wij zo gewoon vinden. We hadden natuurlijk in Kavac kunnen slapen, maar vonden dit veel leuker. Ray zijn ouders en zusje Marisol moeten een beetje ruimte maken, want wij komen eraan. Tenminste; wij nemen de keuken in gebruik. Gelukkig hoeven zij hun slaapplaats niet af te staan, want dan hadden wij ons wel heel erg opgelaten gevoeld. Maar de mensen zijn zo blij Ray weer te zien, dat zij ook dat niet eens erg hadden gevonden.
Ray’s vader is pastor van de Zevende Dag Adventisten, volgens Leo een soort Jehovagetuigen. Er staat dan ook een half afgebouwde kerk in het gehuchtje. Afgebouwd wordt hij voorlopig niet, want er is geen geld. En waar moeten deze mensen in ’s hemelsnaam geld vandaan halen??? Ik bedoel dus, waarmee verdienen zij geld behalve Ray?? Misschien donaties van de kerk? Voor de rest bedruipen zij zichzelf; zij hebben wat akkertjes, wat kippen (waarvan de haan bijna in de soep belandde, maar wij konden die herrieschopper niet te pakken krijgen!) en er wordt gevist en gejaagd. Alhoewel men voor de jacht dagen onderweg is.
Marisol en Junior nemen ons mee uit zwemmen zo’n 15 minuten lopen van het kamp. Wij lopen nog steeds voorzichtig rond te kijken, maar de twee kinderen rennen vrolijk op blote voeten door het gras, zonder zich om iets te bekommeren. Marisol is een echte gidse in spé. Bij een bepaalde boom roept zij ons en zegt dan wij goed moeten kijken. Zij blaast in een nest in de boom en opeens komen daar enorme mieren uit tevoorschijn. De beruchte ‘vingt y quatro’; de 24-uurs mier. Als je hierdoor gestoken wordt, lijd je 24 uur lang de meest helse pijnen en mensen met een zwak hart kunnen er dood aan gaan. Dus blijven we uit de buurt, alhoewel Geert een foto wil nemen en dus toch dichtbij moet komen. Het zwemmen is heerlijk; alleen het kleurtje van het water is een beetje vreemd. Het heeft de kleur van hele sterke thee. Wij gebaren Marisol en Junior dat zij ook in het water moeten komen, maar zij zijn een beetje verlegen en gaan zelf pas zwemmen als wij weer vertrekken!
Vanavond genieten we voor het eerst van Ray zijn kookkunst; aardappelpuree met iets erbij. Ray’s moeder en Marisol helpen ook een handje. Hij laat hen echter het vuile werk opknappen, zoals van alles en nog wat halen, de spullen opruimen en natuurlijk afwassen. Steeds als wij aanbieden te helpen, wordt dit stellig van de hand gewezen.
Dan wordt het tijd om te gaan slapen. De kippen zijn hiervoor uit de voorraadschuur verjaagd en de hangmatten opgehangen. Vannacht onze eerste nacht in zo’n ding. Hoe zou dit slapen en vallen we er niet uit?? Dat eruit vallen zal wel meevallen, maar van slapen zal niet veel komen. We liggen zo dicht bij elkaar dat Leo voorstelt zo’n eeuwigdurend spelletje te vormen met zijn vijven. De eerste schommelt tegen de tweede, de tweede tegen de derde enzovoorts en dan weer terug…. , want bij iedere (voorzichtige) draai die ik maak, lig ik bij Geert in zijn zij te porren en de anderen vergaat het al niet beter. Ook waarschuwt Leen ons voor het feit dat hij snurkt wanneer hij op zijn rug moet slapen. En voorlopig heeft hij nog niet uitgevonden hoe je in zo’n ding op je zij kunt liggen. We zullen wel zien!!!
![]()
Donderdag
Wij zijn als eersten wakker in het dorp, alhoewel er ergens in een andere hut al heel vroeg iemand zat te murmelen of zingen. Het verschil was niet goed te horen! Waarschijnlijk was het Ray zijn oom; die loopt volgens hem de gehele dag te zingen. Vroeger speelde hij ook heel mooi orgel, maar zijn vingers worden daarvoor te stijf. Anders hadden wij misschien nog wel een concert te horen gekregen. Marisol blijkt geen zus, maar een nichtje van Ray te zijn. Haar moeder is jong gestorven en Ray’s ouders hebben haar geadopteerd toen zij 6 jaar oud was. Zij kon toen geen woord Engels of Spaans. Nu spreekt zij van allebei een beetje. Ray’s vader, die oorspronkelijk uit Frans Guyana komt, heeft misschien niet veel van de wereld gezien, maar realiseert wel dat kennis macht is. Hij heeft Ray dan ook naar school gestuurd, maar deze had het té druk met lol maken. Nu heeft hij spijt en zou alsnog naar school willen. Wat dat betreft zijn alle ouders en kinderen overal hetzelfde.
Mijn lenzen zijn een grote bron van verbazing; zoiets hebben zij nog nooit gezien. Chris en ik vertellen dat er tegenwoordig zelfs met lasertechniek gewerkt wordt om je ogen te corrigeren. Wat kunnen de mensen nu nog meer ontdekken of uitvinden in dit tijdperk? Men is tenslotte al op de maan geweest. “Is it true that they’ve been on the moon?” uit de pastor zijn verbazing met een blik vol ongeloof.
Als onze trip voorbij is mogen we Ray wel zeggen dat hij de mensen moet inlichten over het feit dat het een en andere wel eens een tijdje kan duren. Het is dan ook dik in de middag voor we eindelijk vertrekken. Straks kan bij Ray nog uuuren duuuren. Op zich niet zo erg, als we dat van tevoren hadden geweten. Nu zaten we min of meer de hele tijd te wachten. Wij zijn gewoon te gestresst om gewoon lekker te relaxen en te genieten van de rust of gewoon wat rond te wandelen. Wij willen actie!! Maar wanneer krijg je eigenlijk weer de gelegenheid om als vijf Hollanders temidden van de indianen te leven.
Wat zouden de mensen hier blij zijn met wat simpele dingen. Een vliegenkastje bijvoorbeeld. Ray’s moeder is helemaal verliefd op onze pannetjes en Marisol is al blij met een leeg waterflesje. Veel geld hebben ze hier duidelijk niet te besteden. Toen wij hier gisteren arriveerden, bivakkeerden wij eerst in een half afgebouwd huis. Waarom wordt niet verder gebouwd? Planken liggen er zat. Zullen wij even de handen uit de mouwen steken!!
Leendert vindt Ray wat sloom en zoals ik al zei; zijn kwartiertje kan soms uuuren….. De reden hiervoor legt zijn vader ons, geheel onbewust, een tijdje later uit. Hij vraagt ons namelijk herhaaldelijk of wij ons op ons gemak voelen. Hij ziet waarschijnlijk ons ongeduld. Chris en ik proberen hem uit te leggen dat wij niet gewend zijn, niets te doen. Onze dag begint meestal om 5 uur en eindigt soms rond 11 uur. Zijn ogen worden steeds groter. Nu moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ik het heerlijk vind lekker te luieren met een goed boek, maar op de een of andere manier ben je toch altijd aan tijd gebonden. Er moet gegeten worden, de motor moet gesmeerd worden!!!! De pastor op zijn beurt legt uit dat tijd voor hen niet belangrijk is. Als het licht is staan we op en wordt het donker dan is het tijd om te gaan slapen. Alleen omdat er vreemdelingen in het dorp komen (wij toeristen dus!!!) proberen zij een beetje op de tijd te letten. Dit verklaart veel! Wat zou dat voor ons moeilijk zijn. Zouden wij überhaupt kunnen leven zonder stromend water, teevee en een goed bed?? Een tijdje zou ik het hier wel uithouden, mits ik wat te lezen had. Alhoewel, er zijn hier zat tepuis in de buurt die er aanlokkelijk genoeg uitzien om te beklimmen. Over beklimmen gesproken; op dit moment is het verboden om de Auyantepui te beklimmen. Men laat teveel vuil achter. Snap je dat nou!!!! Ik geloof dat ook de Mount Everest op een vuilnisbelt begint te lijken. De mensen zijn ook overal hetzelfde en kennen deze spreuk waarschijnlijk niet; TAKE NOTHING BUT PICTURES AND LEAVE NOTHING BUT FOOTPRINTS.
Rond elf uur worden de spulletjes opgeladen en stekkeren we richting rivier. Heel de familie loopt mee, want de rest gaat aan de overkant van de rivier op het maniokveld werken. Alleen moet dat nog even wachten, want iemand heeft hun kano geleend. Zouden wij dan weer gelijk over de rooie zijn, “Wáár is de boot??”, Pa en Ma leggen hun gereedschap neer en zoeken een schaduwrijk plaatsje. Zijn moeder heeft er moeite mee dat Ray alweer vertrekt. Het was dan ook al weer vijf maanden geleden sinds de vorige keer. Als hij goed voor ons zorgt, zullen wij goed voor hem zorgen, verzekeren wij haar.
Het blijkt dat behalve wij vijven, onze gids, de schipper en zijn zoontje en een hoop bagage; er nog een paar mensen meevaren. Drie indianen wel te verstaan, die moeten helpen de boot over de rapids te dragen. Dat wordt dus een hele volle boot. Maar voorlopig zijn deze drie nog nergens te bekennen. Voor we vertrekken vraagt de pastor ons om een momentje stilte voor een gebed. Het wordt een zeer uitgebreide zegen; voor ons, voor de boot, de motor, het weer en natuurlijk zijn zoon. Dus wat kan er nog misgaan. Vooruit met de geit!!
Het is vandaag maar drie uurtjes varen en hebben we de tijd, maar de schipper heeft er toch aardig de sokken in. Er wordt gezegd dat we voor de regen binnen willen zijn. Welke regen? Dat kleine buitje. In ieder geval hoeven we nu niet lang op onze lunch te wachten, want we hebben honger. We hebben de lunch nog niet binnen of Ray begint al aan het avondeten. Dat wordt stouwen. Gelukkig is hij erg langzaam, dus duurt het nog wel even. Hebben wij mooi de gelegenheid wat te zwemmen en de omgeving te bekijken. Want achter het kamp verrijzen 5 tepuis; alle vijf mooi op een rijtje achter elkaar. Alsof ze er zo speciaal neergelegd zijn.
Durven we hier wel te zwemmen. Dit is wél een zijrivier van een zijrivier van een zijrivier van de Orinoco. En daarin zitten piranha’s!!! En wat te denken van een anaconda? Maar we wagen de gok en om het geheel een beetje echt te maken, verdwijnt Leendert op een gegeven moment met veel gespartel en geproest onder water. “Help, help!” Ons houdt hij echter niet voor de gek.
Maar geen piranha’s betekent niet dat er geen ander ongedierte zit. Vanmiddag voeren wij onder een paar struiken door (en of hij daar nu uitgevallen was), maar opeens zagen wij een klein schorpioentje in de boot zitten. Gelukkig zag Chris hem, want het was een zeer giftig exemplaar en werd dan ook gelijk een kopje kleiner gemaakt. Ach, we hebben hier al zoveel gezien, dat kan er ook nog wel bij. En zagen we de vorige week eetbare torren, nu voegen we ook nog eetbare mieren aan ons menu toe. De beestjes steken wel, maar worden niettemin gegeten. Alleen de kop; wel te verstaan. De ingewanden worden eruit getrokken. Een bolletje ter grootte van de kop van een speld blijft er dan over. Ik, zool die ik ben, vraag er ook eentje om te proberen. Ik ruik eraan, steek het in mijn mond, maar kan het uiteindelijk toch niet over mijn hart verkrijgen het minuscule stukje proteïne op te peuzelen. Het ruikt echt wel lekker naar een soort parfum, maar twee kleine weerhaakjes weerhouden mij van mijn dappere voornemen. Ik hou het wel weer bij pasta. Gegeten aan een ruwe dikke tafel, die bij nader onderzoek bewoond wordt door enorme renspinnen, die af en toe ook tussen de borden doorsjeesen. Hopelijk vallen we ook vannacht weer niet uit de hangmatten, want die van mij is precies boven een mierennest geparkeerd.
![]()
Vrijdag
Hopelijk vandaag geen arepa’s voor ontbijt. Nee, Ray heeft iets anders gebakken. Een soort lekkere broodflapjes. Rond half negen zijn we weer klaar voor de start. Waar varen we vandaag naar toe?
Heel de vakantie hebben we al bergen met vogels gezien, maar hier langs de rivier valt het zwaar tegen. Regelmatig wonen er nog mensen langs de rivier, dus de vogels en eventueel ander wild, zullen wel verder het bos ingetrokken zijn. Op de vlucht voor pijl en boog of geweer.
Toch nog wel grappig te vermelden hoe gisteren de laatste 2 ‘bemanningsleden’ aangemonsterd zijn. We stopten ergens midden in het bos; er wordt wat gefloten en even later verschijnen er opeens 2 mannen uit het niets. De ene, Pascal heeft zelfs nog een mand maniok op zijn rug hangen, die hij gewoon ergens tegen een boom zet, alvorens in te stappen. Waar komen zij gauw vandaan of wisten zij van tevoren al dat wij kwamen?? En zou die mand met maniok er over een week nog staan?? Of zou iemand anders hem alvast meenemen en verwerken??
Tijdens de vaart zien we niets als groen, groen en nog eens groen. Maar dat is nu eenmaal de kleur van de natuur. En boven het groen verrijzen regelmatig die prachtige tepuis en breken zo het toch wel saaie uitzicht.
Al bijtijds zijn we in kamp 2. Stonden we afgelopen nacht nog een beetje in het vrije; nu begint de jungle 10 stappen van de hut vandaan. Ik ga vannacht dus zéker niet naar het ‘toilet’. Mij niet gezien, ik wacht wel tot het licht is. Geert en ik lopen nog een eindje het bos in. Wat we in Azië niet zagen en hier wel zijn van die prachtige epifiden (ik hoop dat dit de juiste naam is!). Papagaaien zitten er ook, maar die zitten zo hoog in de bomen dat we ze alleen maar horen en niet zien. Het zwemmen is hier wat minder, want we worden gelijk belaagd door enorme insecten. Of ze steken weten we niet, daartoe geven we ze geen kans. Onze begeleiders gebruiken iedere vrije minuut om te vissen, maar het meeste wat zij vangen is zeer klein; dus dat wordt moselfrituur. Wel hebben zij grotere vissen bij (volgens mij niet zelf gevangen), die zij iedere avond opnieuw roken om langer te kunnen bewaren. Geert en ik proeven ieder een klein visje en ik moet zeggen dat het gewoon lekker smaakt.
Voor het goed zijn moet het nog wat regenen, anders kunnen we niet naar de Salto Angel. Dus biedt Chris aan een regendansje te doen. Afwachten wat dat brengt!!
![]()
Zaterdag
Chris heeft het waarschijnlijk iets overdreven met zijn regendansje, want het heeft de gehele nacht geplensd. Maar nu kunnen we in ieder geval wél richting Salto angel. Typisch dat het vandaag bewolkt is! Oorspronkelijk zouden we vanavond weer hier in kamp 2 slapen, maar wij willen vanavond naar Canaïma om een keertje normaal water te drinken. Want daarbij is iets mis gegaan. Ray dacht dat wij voor drinkwater zouden zorgen en wij dachten het omgekeerde. Bij iedere slok van dat bruine water wat we nu nemen, voel ik me in ieder geval niet op mijn gemak. Het wordt weliswaar eerst gekookt, maar toch!! Dus wordt alle bagage ingeladen en tuffen we zo’n half uurtje richting Rio Churum. Deze rivier komt vanaf de Salto Angel en stroomt tussen de wanden van de Auyantepui, waarvan wij door de laaghangende bewolking niet veel kunnen zien. Ergens op een strandje wordt de bagage afgezet om zo vlot mogelijk te liggen. De zwemvesten moeten nu aan en vanaf hier kunnen we wel eens nat worden. So what!!
Dan is het nog twee uur varen naar de hoogste waterval ter wereld. Vanaf de rivier kun je al een glimp van hem opvangen, maar wat je ziet is een hoop water, stoom en wolken. Ik dacht eigenlijk dat er tot vlak bij de waterval gevaren werd, maar daar vergis ik mij in. Dit tochtje is veel mooier en ‘spannender’ dan de afgelopen 2 dagen. Véél stroom, prachtige rotspartijen en aardige kuilen water.
Op een eiland midden in de rivier worden we afgezet. Hiervandaan moeten we nog een uurtje lopen richting de Mirador del Salto; de spiegel van de waterval. Eerst is het twijfelachtig of we überhaupt naar de Mirador kunnen, want volgens onze schipper stijgt de rivier met deze regen enorm snel. En dit is op zich geen probleem, ware het niet dat onze spulletjes op dat strandje ergens onderweg, misschien niet droog blijven staan. Hadden we die dan wat hoger kunnen neerzetten voor alle zekerheid?? De schipper loopt ergens naar toe om te bekijken of we eventueel tóch kunnen gaan lopen en het antwoord is gelukkig ja!! Helemaal hiernaartoe reizen en dan de Salto Angel niet kunnen zien!!!! Ray denkt blijkbaar dat wij tere poppetjes zijn en vraagt of wij het erg vinden nat te worden. Tuurlijk niet!!!
Hebben wij in geen dagen toeristen meer gezien; hier zijn er voldoende.
De oversteek van het riviertje is inderdaad een natte bedoeling. Tot aan je middel zo’n acht meter in de gloepende stroom. Erg leuk, maar wel vermoeiend. Een Amerikaanse: “Who the hell told us to take off your shoes!! Gét of my toes!!” Het ging geloof ik niet helemaal goed. Maar als je enkele honderden dollars hebt betaald voor een excursie, verwacht je waarschijnlijk niet dat je tot aan je middel een snelstromende rivier moet oversteken en dat er dan ook nog iemand op je tenen gaat staan dansen.
Voordat wij het water instappen moeten wij nog langs een struikje en wordt ons gemaand rustig en voorzichtig te lopen, want in de struik hangt een nest met gevaarlijke insecten. Hebben wij zo’n nest van de week ook al niet gezien? Bij de Quebrada de Jaspe?? Wij houden onze schoenen wél aan en vormen, samen met onze begeleiders, een rij en schuifelen zo langzaam maar onzeker naar de overkant. De indianen waden door het water alsof zij nergens last van hebben en geven ons af en toe een zetje in de goede richting. Na ‘de grote oversteek’ is het nog een paar kilometer lopen door dichte zompige jungles. Geen beest te zien, maar wel genoeg prachtige planten. We moeten natuurlijk ook een stuk klimmen. Hoe kan het ook anders?? Gladde stenen, kronkelige wortels. Dat wordt straks bij het afdalen big fun!
Dan kunnen we eindelijk een blik werpen op de hoogste waterval ter wereld. Tenminste, als het een beetje helderder zou worden! Chris gelooft er niets van dat hij zo’n 1000 meter hoog zou zijn. “Volgens mij is de Keulse Dom hoger.” Nu moet eerlijk gezegd worden, dat 1000 meter toch enorm indrukwekkend zou moeten zijn. Maar vanwege het slechte zicht krijg je überhaupt geen idee van die enorme hoogte. Gelukkig worden de wolken af en toe verdreven door de wind en kunnen we voor een paar minuten de top van de Auyantepui zien, waar vanaf de Salto Angel af komt denderen. Wat denderen doet hij wél; want wij worden hier behoorlijk nat en zitten toch een paar honderd meter van de waterval. Met nóg meer water, vertelt Ray ons, is het soms bijna onmogelijk hier op de Mirador te blijven zitten. Behalve wegwaaien wordt je dan ook kletsnat. Na een tijdje in stilte genieten, gaat het weer bergafwaarts.
Als het water inderdaad zo idioot hard is gestegen als onze capitano voorspelde, gaan we nu toch wel kopje onder bij het oversteken van het riviertje. Dat is gelukkig niet het geval, maar wij krijgen wel duidelijk de indruk dat het harder stroomt. Wij komen weer met veel moeite over, terwijl onze helper met die vreselijk gespierde benen wel een paar keer heen en weer banjert met duidelijk veel lol. Met het stijgen van het water valt het allemaal wel mee, want we krijgen nog een lunch voor we vertrekken. Nu komt eindelijk dan ook de ananas tevoorschijn; langverwacht, maar helaas niet lekker!!
Opeens begint het weer te regenen en krijgen we toch wel een beetje haast. En inderdaad; terug in de boot is het water toch wel een heel eind gestegen. Hoe kan dat zo ineens?? Vlak bij het vertrekpunt staat een kuil water van wel anderhalve meter en het liefst hadden we hierdoor gevaren, maar dan hadden we gegarandeerd kopje onder gegaan. Voor ons niet zo erg, maar onze fotospulletjes zijn minder watervast. En die hebben tóch al zo te lijden!!! Een goede schoonmaakbeurt terug in Holland zou niet verkeerd wezen. (Hetzelfde geldt voor ons!)
De afvaart is een nat doch plezierig tochtje. Het zoontje van de kapitein die zelf hoog en droog onder een zeiltje zit, krijgt steeds meer plezier naarmate wij natter worden. Veel hebben wij van het jongetje nog niet gezien, want hij is heel verlegen, maar nu verschijnt er toch een brede grijns op zijn gezicht. Hij vaart mee om het vak van zijn vader te leren, maar is het kind daar nog niet een beetje te jong voor?? Ik zit toch wel een beetje in mijn piepzak over onze spulletjes. Vooral Leo speelt voor onheilsbode; “Jongens, dat water is tóch wel een eind gestegen hoor. Het zal écht niet veel schelen!!!” Groot is de opluchting wanneer alles er nog staat en niet meegesleurd is door de Rio Caroni. Ik kreeg trouwens de indruk, dat hoe verder stroomafwaarts hoe minder was er in het water zat. Misschien zaten we net voor de golf.
Het tochtje naar Canaïma is prachtig. Vooral het eerste stukje. Vanaf die enorme tepui stromen diverse watervallen, die allemaal hoger lijken dan de Salto Angel. Maar die hebben we dan ook niet zo goed kunnen zien als deze, misschien wel naamloze, maar net zo mooie watervallen. Onze kapitein is een serieus man waar bijna geen lachje vanaf kan, maar als ik hem zeg dat het vaartje ‘estupendo’ was, lacht hij zowaar en steekt zijn duim de lucht in.
Canaïma is het eindpunt van onze tocht, niet alleen omdat we vanaf hier terugvliegen richting Ciudad Bolivar, maar ook omdat we de Hacha Falls te hoog vinden om vanaf te varen. Hebben we dagen lang, op een paar indianen na, geen vaart gezien; hier liggen boten zat. Allemaal van de grote organisaties. Ze zullen het wel niet zo graag zien dat Ray hier een beetje zelfstandig aan het aanmodderen is! Misschien dat daarom sommige dingen ook zo lang duren; voor de ‘eigen’ toeristen staan ze natuurlijk gelijk in de rij. Zo is het volgens Ray morgen ook niet mogelijk met onze eigen boot naar de Salto Sapo te gaan. De Guardia Civil houdt hier streng toezicht en wij hebben niet de vereiste tweede reservemotor. Alsof dat alles is! Stel je voor; met een behoorlijke snelheid stroomafwaarts en de motor begeeft het. Eer je de reservemotor geïnstalleerd hebt, zit je toch allang ergens omhoog. En goed ook!! Een paar reservepeddels lijkt me dan toch handiger. Dus nemen wij afscheid van de kapitein, zijn zoontje en de drie andere bemanningsleden.
Aangezien wij besloten hebben morgen al uit Canaïma te vertrekken, neemt Ray ons vanavond mee chique uit eten; een buffet in het enigste restaurant van Canaïma. Het doet ons gelijk denken aan een restaurant ergens in de rimboe van Maleisië. En waarschijnlijk zien ze er in de rimboe van Afrika precies hetzelfde uit. Hoeft de toerist niet zo te wennen. Maar het moet gezegd worden; het was lekker en ze hadden veel keus (alleen geen ‘sopa de cebolla’). De ‘jugos de piña’ had alleen wel wat meer piña mogen bevatten, maar een kleinigheidje blijf je altijd houden. Ray verdwijnt van tijd tot tijd. Hij is hier een oud vriendinnetje tegen het lijf gelopen, waarmee hij het nog aardig kan vinden. Als wij hem vertellen te weten waarom hij zoveel namen heeft, begint hij breed te grijnzen. Uitleg is niét nodig!
Leendert probeert op het laatste moment nog een bed te pakken te krijgen, maar aangezien Ray weer eens erg laat is, moet hij tóch nog een nachtje in een hangmat slapen. Gezellig op een slaapzaal met wat Venezolanen, wat Engelsen en natuurlijk Duitsers. Hoe Leo het overigens steeds weer voor elkaar krijgt van zijn hangmat een frietzakje te maken. Met man en macht spannen wij zijn hangmat zo strak mogelijk, maar steeds weer zien wij ’s morgens dat komische frietzakje.
![]()
Zondag
Het ontbijt duurt vanmorgen weer lang of wij zijn weer te vroeg? Maar het afwassen duurt écht lang. Soms helpt Ray en soms loopt hij wat heen en weer te draven. Achteraf blijkt om voor ons nog een tochtje naar de Salto el Sapo te regelen. Uiteindelijk lukt dit, maar het wordt wel vlug, vlug…. Leen en Leo besluiten niet mee te gaan, zij hebben geen zin om voor een uurtje nat te worden. Gaan we nat worden dan? Dat zijn we onderhand al wel gewend. Na een korte vaart over de laguna van Canaïma met zijn mooie Hacha Falls stappen we uit voor een korte doch stevige wandeling naar de Salto el Sapo; de waterval van de kikker. Nog een salto zul je zeggen? Maar deze is bijzonder; je kunt er namelijk onderdoor lopen. Ik had niet gedacht ze tijdens deze vakantie te zien, maar jawel hoor een mooie zwartgele pijlgifkikker kruist onze weg. Als het regenseizoen echt in volle gang is, moet het er hier van wemelen. Vandaar dus de naam van de waterval. Ik was eigenlijk van plan het tóch een beetje droog te houden, maar aangezien ik zonder echt op te letten vlak achter de gids loop, ben ik binnen no time doordrenkt. Alleen mijn broek ik nog droog en dat wil ik zo houden, dus ga ik terug. Chris is al terug gegaan, want die had het een beetje koud. Die had uit voorzorg alle kleren uitgetrokken en loopt nu onder zijn regencape rond in zijn onderbroek. Geert denkt echter: “Wat kan het me ook schelen!” en loopt helemaal onder de waterval door en is dus ook helemaal nattos. Incluis zijn fotogordel. De wind sloeg even onder zijn cape en nat was alles. Maar nat of niet; het was toch nog even de moeite waard.
Terug in Canaïma komt Ray ons al tegemoet lopen. Het vliegtuig blijkt over 10 minuten al te landen, dus hebben we niet écht veel tijd meer. Mogen wij zó in het vliegtuig; door en door nat?? No problem! Dit vliegen vinden wij niét leuk; wij willen onze cessna terug. Het gaat dan wel een stuk vlugger, maar het is lang niet zo leuk!
Het wordt langzaamaan tijd afscheid te nemen van Ray. Voor zijn eigen ‘good’ geven wij hem nog wat adviezen mee en het tentje van Leo, Leen en Geert. Leendert blij dat hij er eindelijk vanaf is! Wij zijn nooit van die enthousiastelingen, dus Ray zal wel denken dat wij het niet leuk gevonden hebben (Of zijn de meningen hierover verdeeld?). Hij zegt zelfs dat hij hoopt ons niet op de een of andere manier beledigd te hebben. Tuurlijk niet; alleen moesten we soms wat lang wachten. Maar dat ligt dan ook een beetje aan ons; ons westerse tempo ligt soms een beetje hoog. Vandaar al die stress, infarcten en alle andere welvaartsziekten. Dan hadden die drie Duitsers van vanmorgen al een beter ritme te pakken. Zij hadden 10 minuten voor hun vliegtuig vertrok, maar zijn minstens 1 uur aan het inpakken geweest!
Susi staat ons niet op te wachten op het vliegveld, maar de bagage staat nog wel netjes op zijn plek. Ray trekt er in zijn eigen bekende tempo op uit om een taxi of busje voor ons te regelen. Het duurt even, maar met behulp van Leo en Leendert lukt het een prehistorisch voertuig te charteren. Moeten we daarmee naar Puerto la Cruz?? Volgens mij halen we de volgende straat niet eens! “Hoe kunnen jullie nu zo’n wagen uitzoeken?”, moppert Chris een beetje. Er bleek niets uit te zoeken te zijn; deze auto was gewoon numero uno en dus aan de beurt. Dus 5 man plus bagage in een aftandse taxi een laatste keer zwaaiend naar een eenzame Ray!
Het dashboard van de auto is net zo goed als de carrosserie; behalve de klok functioneert er niets. Chris merkt op dat de oliedrukmeter van de motor het óók doet, maar dat is dan ook het enigste. Hoe weet de chauffeur nu in hemelsnaam wanneer zijn benzine op is??? Dat weet hij dus niet! Prut, prut, prut…. Benzine op; en wij zijn amper 10 minuten onderweg! Een behulpzame collega geeft hem een litertje met behulp van een plastic fles, die daartoe al klaarstond onder de motorkap. Met dat litertje kunnen we terug naar het zojuist gepasseerde tankstation. Hopelijk haalt hij Puerto la Cruz met één tank, anders stranden we weer ergens onderweg. Nu misschien zonder behulpzame collega in de buurt. Ook de vering van de auto heeft zijn beste tijd gehad. Maar onze chauffeur past helaas zijn snelheid niet aan aan de deplorabele toestand van zijn vehikel, zodat wij na iedere kuil blij zijn niet ergens in de vangrail te belanden.
Waren we toch bijna Geert kwijtgeraakt! Zijn fotogordel was daar de reden van. Toen wij namelijk aangehouden werden bij de zoveelste controlepost, viel het oog van de militairen op Geert zijn fotogordel. Zo’n riem dragen zij ook en is dus verboden. Hoe komen wij daaraan? Gewoon gekocht! Zij werpen ook een blik op het enorme bowie-mes dat aan de riem hangt, maar daar verblikken of verblozen ze niet van. Nee, die riem!! Zij maken al schijnbewegingen om hem de handboeien aan te doen. Maar op ons aanhoudend ‘no entiendo, no entiendo’ hebben zij ons maar laten gaan. Voor hetzelfde geld had ‘ie zijn hele leven arepa’s moeten eten samen met wat kakkerlakken in een smerig celletje.
Weet onze chauffeur een beetje de weg in Puerto la Cruz? Nee dus! Ik heb uit de kit een hotel uitgezocht en om nog meer gezoek te voorkomen, bivakkeren we hier vannacht maar. Eenzelfde afbraakzootje als we al eerder gezien hebben. Bevalt het niet dan kijken we morgen wel verder. Misschien vinden we dan iets op de Paseo Colon aan de zee. Maar eerst douchen!! Op zoek naar iets te eten (bijna voorspelbaar) belanden wij natuurlijk weer in een dure tent. Alhoewel hier nergens iets échts goedkoops zit, maar dat stond al in de boekjes. Wat is het hier druk! Toch wel even slikken na een weekje jungle. Alleen met de hoeveelheid toeristen valt het wel mee; tenminste géén bleekscheten zoals wij.
En nu naar bed; morgenvroeg gaan we eerste kijken voor een duikschool en dan parkeren we ons op de beach.
![]()
Maandag
Bij de tourist info krijgen wij meerdere adressen van duikscholen. Geert, Leo en Leendert lopen richting Hotel Melia, terwijl Chris en ik richting het complex El Morro lopen. Maar na een uur lopen, hebben wij nog geen duikschool gezien. Dan maar even vragen. Wij blijken ergens met een veertje over te moeten?Het stikt hier van de pelikanen. Brutale pelikanen! Want op de vismarkt lopen er meer gevleugelde klanten rond, dan die op twee benen. Te lui om zelf vis te vangen??
Aangezien Hotel Melia wat dichterbij ligt dan de duikschool die wij uiteindelijk toch gevonden hebben bij, besluiten we daar een pakket voor zes duiken af te sluiten. Althans; ik neem er maar eentje en Leo geeneens geen een.
O ja, we verhuizen nog van hotel. Voor een paar centen meer zitten we namelijk een heel stuk beter in Hotel Neptuno; inderdaad op de Paseo Colon. In Hotel Guyana zaten wij in een hotel zonder kamer en was het vuil van vele jaren onder bed geveegd. Weg is weg, zullen zij gedacht hebben. Na de verhuis en verder alles geregeld te hebben, pakken wij ’s middags een taxibootje en laten ons naar het Mochima nationaal park varen om op een van de strandjes lekker zout te worden.
![]()
Dinsdag tot en met vrijdag
Het patroon van de volgende dagen verloopt een beetje hetzelfde. ’s Morgens bijtijds uit bed; ergens lekker ontbijten en dan op weg naar Hotel Melia.
We vertrekken met een bootje richting Parque Mochima en komen de eerste keer op hetzelfde strandje van maandag terecht. Vanuit de verte ziet alles er even kaal en dor uit, maar de eilandjes zitten vol leven. Hongerige iguana’s (zo weggelopen uit Jurassic Park), rappe kolibries en allerlei ander gevogelte. Chris ontdekt zelfs een broedende kolibrie. Het vogeltje zelf is al klein, maar het nestje is helemaal een notendopje.
Ik zou de eerste dag ook proberen te duiken, maar als ik gepakt en gezakt op de rand van de boot zit, durf ik niet verder. Een andere keer dan maar weer. Het snorkelen en duiken valt hier niet te vergelijken met de Sinaï en zeker niet met Manado. Gelukkig zit er veel vis, dus dat maakt het toch interessant. Vooral murenes zien we veel, enorme koffervissen en de duikers zien ook kreeft. De tweede duik die ze maken, voert naar een wrak. Ik zie ze er allemaal in verdwijnen en weer tevoorschijn komen uit een minuscuul klein gaatje.
De tweede dag zien we opeens in de verte dolfijnen. Rommel, onze begeleider, had het er al over dat hij ze iedere dag zag, maar dit geloofden wij niet erg. De capitano zegt ons dat we ze vanmiddag op de terugweg wel van dichterbij kunnen zien. Zouden ze misschien een vaste route volgen, omdat hij dat zo stellig beweert? We wachten wel af; eerst maken de drie nog een duik. Na deze duik worden wij gedropt op een eilandje om iets te eten. Nu je het zegt; we hebben best wel trek!. Chris is erg blij met de ruime keuze; vis, vis of squid!!! Goedkoop en lekker.
Dan gaan we weer richting Puerto la Cruz. En ja hoor; daar zijn de dolfijnen. Geen een of twee, maar een hele groep. Met allerlei geluiden proberen we ze te lokken en inderdaad zwemmen ze even met de boot mee. Een prachtig gezicht! Een nadeel hebben ze wel; we letten in ons enthousiasme even niet op de zon en verbranden allemaal. Want áls hij pikt, dan pikt hij goed.
De derde dag probeer ik nog eens te duiken, maar het lukt niet. Louter een psychisch probleem. Ik heb extra mijn logboek nog eens gecheckt om te controleren of ik überhaupt al wel eens gedoken heb.Voor de anderen was de eerste duik van vandaag best wel eng; Chris stond zelfs op het punt terug te keren. Zij zwommen namelijk een grot in en zonder het licht van Rommel was het daar aardedonker. Wij hadden zelf ook wel een lampje bij, maar deze liep al snel vol water en gaf sowieso maar een spat licht. Achter in de grot stegen ze op en kwamen terecht in een soort holte. Heel erg mooi volgens zeggen. Maar ze moesten wel weer door dat zelfde duistere gangetje terug naar de uitgang. Heel erg leuk als er ook nog enorme hermietkreeften zitten en er bij Chris een schorpioenvis tussen zijn benen doorschiet….
Vrijdag is een beetje een sofdag. Geert, Leo en Chris hebben weliswaar een relaxed dagje gevist, maar echt big game vissen was het niet. Gewoon vissen vanaf dezelfde boot van de afgelopen dagen. Dus geen boot met speciale houders om de hengels in te zetten voor het geval er een of andere knoeperd in het aas bijt. De vangst was dan ook navenant. Leen en ik zijn niet mee geweest, want wij hebben té lang van het zonnetje genoten en moeten dan vandaag bekopen. Omdat er tijdens het duiken genoeg kreeften gezien werden, hebben het er al dagen over ook eens kreeft te eten. Wordt het dat vanavond. Nee, geen kreeft dus. En dit niet uit solidariteit met Leendert, maar omdat ze bij Tio Pepe gewoon geen kreeft hadden. Maar gelukkig wel overheerlijke scampi’s!!
Morgen zit onze vakantie er weer op dus hebben we alvast voor vervoer naar Carácas gezorgd. Hetgeen heel wat voeten in de aarde had. Wij wílden een minibus, kónden een grote taxi krijgen en eindigen met een gewone taxi. Vooruit dan maar! Als hij maar van een betere kwaliteit is als die van een paar dagen geleden. Iets geloof ik, maar niet veel!!! We hebben om 9 uur ’s morgens voor het hotel afgesproken, maar de chauffeur neemt het zekere voor het onzekere en bivakkeert zich al uuuuren van tevoren voor de deur van het hotel. Zo’n ritje heeft hij namelijk niet iedere dag.
Wij nemen nog een laatste ontbijtje op ons stamterrasje en zouden best ook nog een laatste ijsje lusten, maar daarvoor is het nog wel een beetje vroeg. Overigens toch niet erg verstandig van ons; maar de afgelopen dagen hebben wij nooit aan de verleiding kunnen weerstaan en tegen alle regels in lekker ijsjes gegeten.
Leo heeft hier in Puerto la Cruz al een vriend gemaakt; een beetje louche uitziend figuur die voor goede koers dollars kan wisselen. We hebben hem nog niet nodig gehad, maar nu we wél geld moeten wissen, laat hij verstek gaan. Dan maar wat dinero’s wisselen bij een van de andere onguur uitziende types. Dit is macho in Venezuela; grote gympen, opzichtige zonnebril en met een autotelefoon op zak wandelen over de Paseo Colon. Cool man!!
Een vijf uur durende rit voert ons langs de Venezolaanse kust (wat zitten er hier toch veel vogels!) terug naar het beginpunt van onze reis en vergunt ons toch nog een blik op Carácas. Wat een enorme stad!!
Voor we het weten zitten we in het vliegtuig op weg naar huis; weg van de hitte en de jejenes, maar helaas ook weg van onze ‘tupis’’!!!
©2003-2004 ms-cheyenne